Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fallusfestival van de evolutie

Home

Rob Buiter

Een man en vrouw kijken naar de twee meter lange penis van een gestrande potvis in Katwijk. Schilderij uit de zestiende eeuw van Jacob Matham. © Jacob Matham

Nergens is de evolutie zó creatief tekeer gegaan als in de vele variaties op het thema 'geslachtsorganen'. In zijn boek 'Darwins Peepshow' probeert de Leidse evolutiebioloog Menno Schilthuizen te achterhalen wat geslachtsdelen vertellen over evolutie, over biodiversiteit en over onszelf.

Een penis die acht keer zo lang is als het lichaam van de drager, pakketjes zaad die als kruisraketjes in het lichaam van de ontvangster exploderen, penissen die zó ruw zijn dat zij een vagina moedwillig beschadigen...... Moeder Natuur is flink los gegaan bij het ontwerpen van edele delen.

Zeker onder de insecten is de variatie in geslachtsdelen enorm. Sterker nog: vaak is het verschil tussen twee soorten alleen te zien door de geslachtsdelen onder de microscoop te bekijken. Dát dit zo is, dat is al eeuwen bekend. Maar waaróm dat zo is, daarover verbazen biologen zich nog maar relatief recent. Darwin zelf waagde zich er ook niet echt aan. In 'The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex' beschrijft hij in 1871 weliswaar uitgebreid hoe bepaalde kenmerken van dieren niet door natuurlijke selectie - en dus door betere overlevingskansen - worden gestuurd, maar alleen maar door de voorkeuren van het andere geslacht. De sierveren van de mannelijke pauw zijn het duidelijkste voorbeeld: in de vrije natuur heb je er geen donder aan, maar zij vindt ze nou eenmaal mooi. Dus wie de mooiste, langste een onhandigste veren heeft, krijgt het meeste nageslacht. Maar in Darwins boek zijn de geslachtsdelen zelf toch vooral stukken gereedschap voor de voortplanting. Punt.

Strijdtoneel
In 'Darwins Peepshow' voert evolutiebioloog Menno Schilthuizen een bonte parade op van collega's en vooral van dieren die laten zien dat geslachtsdelen toch echt veel meer zijn dan alleen botte voortplantingsorganen. Ze zijn bij uitstek het strijdtoneel van de evolutie. Dat Darwin dat een kleine honderdvijftig jaar terug niet uitgebreid beschreef was zeker geen onkunde. De man was bijvoorbeeld bezeten van kevertjes, schrijft Schilthuizen. En als je nou ergens kan zien dat de evolutie zich afspeelt op het niveau van de geslachtsorganen, dan is het wel bij kevertjes. Nee, Darwin had vooral last van Victoriaanse preutsheid.

Met mevrouw Darwin had Charles naar verluidt heftige discussies over evolutie versus schepping. En van zijn uitgever moest hij een strijd winnen om het woord seks wél in de titel van zijn tweede belangrijke boek te krijgen. Maar van zijn preutse dochter Henrietta kon Darwin het niet winnen. Zij voerde actie om stinkzwammen te verwijderen uit de Engelse bossen. Want de vorm van deze paddenstoel, met de goed gekozen wetenschappelijke naam Phalus impudicus, zou eerbare dames alleen maar op slechte ideeën kunnen brengen.

De peepshow van Schilthuizen is daarmee allerminst een feestje van Darwin. Veel eerder is het een show van biologen als Jonathan Waage. Deze insectenonderzoeker publiceerde in 1979 een even kort als baanbrekend stukje in Science. Daarin beschreef hij hoe een bepaalde soort beekjuffer met een 'schepje' aan het eind van zijn penis het zaad van eventuele mannetjes die hem voorgingen uit de vagina van zijn partner schept, voor hij zijn eigen zaad erin dumpt. De wetenschapsbijlagen van de internationale kranten pikten het berichtje toen niet of nauwelijks op, zo vertelde Waage aan Schilthuizen. De biologen des te meer. Het was volgens Schilthuizen zelfs het begin van een brede golf van serieus genitaliënonderzoek.

Lees verder na de advertentie
een strontvliegenvrouwtje heeft 'spermathecae' om zaad op te slaan. ©
©

Dat onderzoek heeft zich niet beperkt tot de vele insecten die alleen aan hun geslachtsdelen kunnen worden gedetermineerd. Bij zo'n beetje alle dieren zijn de primaire geslachtsorganen het strijdtoneel bij uitstek voor evolutie. Ook bij mensen ja. "Vergeet die frontale hersenkwabben, hoektanden en opponeerbare grote tenen: de grootste lichamelijke verschillen tussen ons en onze nauwste verwanten, de chimpansees, liggen tussen onze benen", schrijft Schilthuizen. De grote verschillen tussen de clitorissen van de apen- en de mensenvrouwen, de gestekelde penis van de chimpman, en niet te vergeten het penisbot dat wij niet meer hebben, maar de apen wel.

En het leuke is: het heeft allemaal een functie. Nou ja, waarschijnlijk dan. Want nog niet alle variaties worden sluitend verklaard. Schilthuizen begeeft zich bijvoorbeeld ook in het mijnenveld van het vrouwelijk orgasme, een onderzoeksgebied waar tot op de dag van vandaag een pittig wetenschappelijk discours over wordt gevoerd. Kan zij met de timing van haar orgasme selecteren welk zaad zij wel of niet een kans wil geven? Of is het vrouwelijk orgasme net als de tepel van de man toch niet veel meer dan een overblijfsel uit de embryonale tijd dat er nog geen verschil was tussen een jongens- en een meisjesembryo?

Naspel
Je kunt de auteur Schilthuizen sowieso geen monomane, penisgerichte blik verwijten. De vrouwen van de verschillende diersoorten hebben in veel gevallen een minstens even zwaar aandeel in de evolutionaire strijd rond het geslachtsverkeer. En dat aandeel belicht hij dan ook volop. Wat te denken van het populaire spermadumpen door vrouwen - jazeker, ook door de dames van Homo sapiens - wanneer er na de daad met een minkukel ineens een alfamannetje opduikt? Of het opslaan van zaad van verschillende mannen in verschillende kamertjes van haar geslachtsopening, om daar naar believen gericht uit te kunnen tappen? De reden dat er zoveel variatie is in het mannelijk lid van dieren lijkt vooral omdat de vrouwen daar steeds weer een antwoord op hebben gevonden. Puntje bij paaltje houden zij steeds het laatste woord over de voortplanting.

Schilthuizen beschrijft al het onderzoek even soepel als betrokken. Want de auteur heeft zelf ook het nodige bijgedragen aan het genitaliënonderzoek. Zo deed hij in Maleisië onderzoek naar de links- of rechtsgedraaide huisjes én geslachtsorganen van een tropische slakkensoort. Dat Schilthuizen een actieve onderzoeker is in dit veld maakt 'Darwins Peepshow' een leuker boek om te lezen.

En net als je denkt dat al die fallussen, eikels, clitorissen, spermapluggen en orgasmen wat veel van het goede worden, komt de auteur met een naspel, met daarin een plausibele verklaring voor zijn fascinatie. Bij populaire wetenschap wordt vaak naar een toepassing gevraagd. Die is er ook in dit onderzoek wel. Als het niet voor het in kaart brengen van de biodiversiteit is, dan kunnen bijvoorbeeld de gynaecoloog en de uroloog er nog wel hun voordeel mee doen in het onderzoek naar vruchtbaarheidsproblemen.

Maar boven alles is het fallusfestival van Schilthuizen een loflied op de fundamentele biologie. Onderzoek uit pure nieuwsgierigheid. En als er nou iets is wat mensen nieuwsgierig maakt dan is het wel seks en alles wat daarbij hoort. Niet voor niets dwaalde de blik van de biologiestudent Schilthuizen, tijdens de colleges dierkunde in de jaren tachtig regelmatig af naar een schilderij uit de zestiende eeuw van Jacob Matham. Die toont een gestrande potvis op het strand van Katwijk. Daarop staan een dame en een heer gefascineerd naar de twee meter lange potvispenis te kijken die uit het kadaver steekt. Ruim vier eeuwen later deelt Schilthuizen die fascinatie met zijn lezers.

Kan de vrouw met de timing van haar orgasme selecteren welk zaad zij wel of niet een kans wil geven?

Deel dit artikel

Kan de vrouw met de timing van haar orgasme selecteren welk zaad zij wel of niet een kans wil geven?