Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Experts zijn sceptisch over wet die techbedrijven moet beschermen tegen Chinese afpersing

Home

Leen Vervaeke

De CR200J Fuxing hogesnelheidstrein bij zijn eerste rit tussen Kunming en Mengzi in januari van dit jaar. © Getty Images

Buitenlandse bedrijven mogen niet langer worden gedwongen hun technologiekennis te delen. Maar advocaten zijn sceptisch: ‘Die debatten over wetten vormen slechts een rookgordijn’. 

Keer op keer zag het Amerikaanse chemicaliënbedrijf Huntsman het gebeuren: bracht het in China een nieuw product op de markt, dan kwamen Chinese concurrenten meteen met een kopie.  Hoe dat kon, vertelden bronnen rond het bedrijf onlangs in The Wall Street Journal. Om in China chemicaliën te verkopen, moet een toelatingscommissie eerst de chemische formule goedkeuren. Maar telkens nadat zo’n commissie een formule te zien had gekregen, bleken lokale bedrijven ineens ook op de hoogte.

Lees verder na de advertentie

Het is een typisch voorbeeld van hoe buitenlandse bedrijven in China hun technologie moeten afstaan, door middel van allerlei slinkse regels. Officieel is er niets aan de hand, maar achter de schermen beamen velen: wie toegang wil tot de Chinese markt, moet linksom of rechtsom zijn knowhow delen. Kijk naar producenten van hogesnelheidstreinen en windturbines: zij worden overklast door Chinese concurrenten, groot geworden met buitenlandse technologie.

Als je een Chinese namaker wilt sluiten, kost je dat heel veel tijd, en ondertussen kan die namaker goede zaken doen.

Daniel Albrecht, advocaat

Afperspraktijken

Maar aan die ‘gedwongen transfer van technologie’, zoals de Chinese praktijk officieel wordt genoemd, zou nu een einde komen. Op het Chinese Volkscongres – de jaarlijkse bijeenkomst van het Chinese parlement – wordt vandaag een wet voorgesteld die de technologische afperspraktijken verbiedt. In amper drie maanden is de wet door de Chinese politiek gejaagd, om straks zonder twijfel te worden goedgekeurd. Maar experts waarschuwen: een wet is in China voor verschillende interpretatie vatbaar.

De nieuwe wet heeft alles te maken met de Amerikaans-Chinese handelsoorlog, die steeds zwaarder drukt op de Chinese economie. De Amerikaanse president Donald Trump is bereid tot een deal, maar dan moet China meer Amerikaanse producten importeren en vooral een einde maken aan oneerlijke handelspraktijken. De VS beschuldigden China van inbreuk op intellectueel eigendomsrecht en gedwongen transfers van technologie.

Lange tijd ontkende China het gedwongen karakter van de techtransfers: als buitenlandse bedrijven bereid waren om in ruil voor markttoegang hun hightech te delen, dan was dat hun vrijwillige keuze. 

Veel buitenlandse bedrijven zijn niet bereid dat openlijk tegen te spreken, uit angst voor problemen met de Chinese overheid. Maar in een anonieme enquête van de Amerikaanse handelsvereniging in Shanghai zei 21 procent van de bedrijven druk te voelen om technologie af te staan.

Joint-venture

Nu de handelsoorlog zijn tol begint te eisen, geeft China toe dat de technologie-afdracht niet altijd even netjes verloopt, om er meteen aan te voegen dat de nieuwe wet daar voorgoed een einde aan zal maken. De verplichting voor buitenlandse bedrijven om een joint-venture met een Chinees bedrijf te sluiten – de makkelijkste manier om technologie door te sluizen – is in een aantal sectoren afgeschaft. En toelatingsprocedures misbruiken voor een techtransfer, wordt expliciet verboden.

Maar experts betwijfelen of de wet veel zal veranderen. “Die wet staat vol mooie beloftes, maar het zijn slechts beloftes”, zegt Daniel Albrecht, een Duitse advocaat die in China buitenlandse bedrijven bijstaat. “De sectoren die China nu openstelt voor volledig buitenlandse bedrijven, zijn sectoren waar Chinese bedrijven al heel sterk staan. Het wordt voor buitenlandse bedrijven moeilijk om daar nog binnen te raken. De taart is al verdeeld.”

Dit heeft niets te maken met wetten, het heeft te maken met de praktijk

Steve Dickinson, advocaat

Te laat

Ook de Amerikaanse advocaat Steve Dickinson, die al jaren in China werkt en naar eigen zeggen tientallen gevallen van gedwongen techtransfers meemaakte, is sceptisch: “Dit heeft niets te maken met wetten, het heeft te maken met de praktijk. Al die debatten over wettelijke aanpassingen en handhavingsmechanismes vormen slechts een rookgordijn. Het toont vooral dat de Chinese regering niet van plan is om echt iets te veranderen.”

Ook Albrecht verwijst naar zijn dagelijkse praktijk, waarin hij buitenlandse bedrijven helpt om Chinese namaakproducten te bestrijden. “Op papier is er veel vooruitgang: er is een nieuwe wet op de handelsmerken, en binnenkort komt er een nieuwe patentwetgeving. Maar de praktijk is minder fraai. Als je een Chinese namaker wilt sluiten, kost je dat heel veel tijd, en ondertussen kan die namaker goede zaken doen.”

Toch lijkt Trump overtuigd door de Chinese beloftes, afgaande op de berichten over het nakende einde van de handelsoorlog. De Chinese president Xi Jinping zou eind maart naar de VS afreizen om een handelsdeal te tekenen, aldus The Wall Street Journal. “Het is goed dat de Amerikanen geprobeerd hebben iets te doen, maar het is te laat”, zegt Albrecht. “De Chinezen zijn al te sterk, je kunt hen niet meer tegenhouden. Ze hadden dit tien jaar geleden moeten doen.”

Lees ook:

Het kan nu: even scannen of dat T-shirt geen namaak is

Allerlei producten worden nagemaakt en verkocht als echt. Denen hebben daar nu een antwoord op gevonden.

Deel dit artikel

Als je een Chinese namaker wilt sluiten, kost je dat heel veel tijd, en ondertussen kan die namaker goede zaken doen.

Daniel Albrecht, advocaat

Dit heeft niets te maken met wetten, het heeft te maken met de praktijk

Steve Dickinson, advocaat