Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Executie Duits-joodse soldaat in mei '45

Home

ANITA LOWENHARDT

AMSTERDAM - Uit angst dat marine-officieren zouden ontdekken dat hij een joodse moeder had, besloot hulpmachinist Rainer Beck eind 1944 in Amsterdam te deserteren uit de Duitse marine. Hij dook onder in Amsterdam, vierde daar de bevrijding, maar werd ontdekt en op 12 mei alsnog door Canadezen opgepakt. Een dag later stierf hij, 28 jaar oud, in Schellingwoude bij Amsterdam voor een Duits vuurpeloton, dat schoot met wapens die waren geleverd door een Canadese officier, die ook aan de executie deelnam.

Het levensverhaal en de trieste dood van deze onbekende Duitse soldaat verschijnen vrijdag in boekvorm bij uitgeverij Tuindorp in Haarlem. Uitgever Christoph Hahn werd op Rainer Beck geattendeerd door professor Lehmann, hoogleraar sociale wetenschappen aan de Hogeschool van Hannover. Lehmann en andere Duitse intellectuelen, met name theologen en juristen, zetten zich al jaren in voor het juridisch eerherstel van Duitse verzetsstrijders als dominee Dietrich Bonhoeffer en beijveren zich, samen met Becks nabestaanden, nu ook voor eerherstel en herziening van het doodvonnis van Rainer Beck.

Dit omdat zij, ruim 51 jaar na de oorlog, eindelijk rechtsherstel willen voor zowel bekende als onbekende Duitse verzetsstrijders, om daarmee de aandacht te vestigen op de wandaden van nazi's die zij 'moordenaars in toga' noemen. Daarbij willen zij met hun actie nog levende Duitse verzetsstrijders aanmoedigen te vechten voor hun eigen rehabilitatie en niet te wachten op het einde van de discussie, die daarover al een halve eeuw in de Duitse Bondsdag woedt. Zij schrijven dit in hun officiële verzoek tot herziening van het doodvonnis van Rainer Beck.

Rainer Beck werd op 1 oktober 1916 geboren in Gleiwitz, toen nog in Polen. Zijn vader was daar chef van de gemeentepolitie, maar werd in 1933 ontslagen omdat hij sociaal-democraat was en bovendien getrouwd met een joodse vrouw. Rainer meldde zich in 1936 aan bij de koopvaardij, maar in 1941 werd het hele schip dienstplichtig en niet veel later bij de marine ingelijfd. Volgens zijn zuster had hij steeds verzwegen dat hij half-joods was, vooral om zijn moeder te beschermen.

Toen Rainer Beck in september 1944 met zijn marine-onderdeel in Amsterdam lag en een dienstbevel kreeg om in Duitsland te dienen, raadpleegde hij zijn zuster Fredegund, die blijkbaar (dat wordt uit de stukken niet duidelijk) naar Amsterdam was gevlucht. Hij was doodsbang dat, eenmaal terug in Duitsland, zou worden ontdekt dat hij half-joods was en hij vervolgens naar een concentratiekamp zou worden gedeporteerd. Broer en zus besloten dat Rainer in Amsterdam moest onderduiken. Jan de Groot, een buurman van Fredegund, verborg hem op zolder.

Hoe het mogelijk was dat hij, een week na de bevrijding, kon worden opgepakt en nog wel door Canadese officieren, wordt uit de briefwisseling die Rainer Becks zuster in de jaren zestig had met de (oud)nazirechter dr. Köhn, destijds lid van de marine-krijgsraad (en die als bijlage bij het herzieningsverzoek is gedaan) niet duidelijk.

Köhn verklaart alleen dat “de Canadezen twee gedeserteerde soldaten binnenbrachten bij de Duitse commandant. Dezen zouden al enige maanden na het begin van het Canadese offensief zijn gedeserteerd en hadden zich aangesloten bij het Nederlandse verzet, inmiddels door de Canadezen overgenomen. De deserteurs bekenden deze twee feiten.” Köhn fungeerde als voorzitter van de krijgsraad die oordeelde dat op deze feiten volgens internationaal recht de doodstraf stond.

“Maar”, schrijft Köhn Rainer Becks zuster, “zoals de dingen lagen was een voltrekking van de doodstraf praktisch ondenkbaar. Wij hadden niet eens meer de daarvoor benodigde geweren en het scheen volkomen uitgesloten dat de Canadezen ons de voltrekking daarvan zouden opdragen.”

Bijna verbaasd vertelt Köhn vervolgens dat desondanks een Canadese officier nog dezelfde dag geweren en munitie kwam brengen en de Duitse commandant, met de twee deserteurs, in zijn eigen legerauto naar een 'Hollandse executieplaats in de omgeving van Amsterdam' bracht. “Daar nam de Canadese officier ook aan de voltrekking van het vonnis deel.”

Deel dit artikel