Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ex-Syriëganger Driss M.: terrorist of gematigde rebel?

Home

Ghassan Dahhan en Milena Holdert

Driss M. (tweede rechts) wordt vervolgd voor deelname aan een terroristische organisatie. © *

De Nederlandse Syriëganger sloot zich aan bij het Levant Front, dat steun kreeg van Buitenlandse Zaken.

Terreurverdachte Driss M. zit vrijdagochtend in het gerechtshof in Den Haag op zijn iPad te kijken als zijn advocaat, Yasar Özdemir, beelden van een Nieuwsuur-uitzending toont over de Nederlandse steun aan Syrische strijdgroepen. Özdemir en Roger Lambrichts, de advocaat-generaal van het Openbaar Ministerie (OM), kijken strak naar het scherm, maar af en toe valt hun oog op de onrustige verdachte en vragen hoe het hem vergaat. Driss M. is nerveus en moe, en heeft amper geslapen. Hij krijgt een glaasje water aangereikt van Lambrichts. Het is erop of eronder voor M.: in het hoger beroep riskeert hij een hoge gevangenisstraf.

Lees verder na de advertentie

De 44-jarige terreurverdachte vertrok in 2015 naar Syrië, en sloot zich aan bij het Levant Front (‘Jabhat al-Shamiya’). Deze groepering is onderdeel van het door het Westen gesteunde Vrije Syrische Leger.

Lambrigts noemt dit een opmerkelijke zaak, omdat het een van de eerste strafzaken is ‘tegen een verdachte die beweert tégen IS te hebben gevochten’. Maar er is nog een reden waarom deze zitting bijzonder is: het is de eerste zaak waarin iemand vervolgd wordt voor deelname aan een Syrische strijdgroep die door de Nederlandse overheid is gesteund.

Volgens het OM, dat M. vervolgt, was het Levant Front een ‘terroristische organisatie’; volgens het ministerie van buitenlandse zaken, dat het Levant Front steunde, was het een ‘gematigde beweging’. Advocaat Özdemir volgt de lijn van Buitenlandse Zaken, en eist vrijspraak voor zijn cliënt voor deelname aan een terroristische beweging. “Indien de regering bepaalde groeperingen steunt, dan legitimeert de regering deze groeperingen en erkent zij de waarden die binnen deze groeperingen leven”, stelt Özdemir. “De staat moet het goede voorbeeld geven en je hoort als burger op het handelen van de Nederlandse regering te kunnen vertrouwen.”

© trouw

De verschillen in zienswijzen leidden tot een ongemakkelijke situatie in deze terreurzaak. “Laat ik voorop stellen dat dat best ingewikkeld is, ook voor het Openbaar Ministerie”, zegt Lambrichts tijdens de zitting. Bij Buitenlandse Zaken is volgens hem onder meer sprake van een ‘politieke toets’, maar verder wil hij zich er niet over uitlaten. “Ik kan het alleen maar bij mijn eigen organisatie houden.”

Ernstige misdaden

Het Levant Front maakte zich schuldig aan ernstige misdaden, zo stelt het OM. De groepering, die volgens het OM in 2015 en 2016 aan invloed won, zette shariarechtbanken op, verrichte ‘openbare standrechtelijke executies, ook jegens minderjarigen, vanwege homoseksuele geaardheid en jegens vrouwen wegens overspel’. De beweging voerde martelingen uit, bedreigde politieke activisten, en liet lichamen van geëxecuteerde gevangenen op straat liggen ter afschrikking. “Dat zijn oorlogsmisdrijven”, aldus Lambrichts.

Lambrichts wilde zich niet uitlaten over het beleid van Buitenlandse Zaken

Dan de samenwerking tussen het Levant Front en extremistische organisaties, zoals Al-Nusra en Ahrar al-Sham. Het OM wijst erop dat het Levant Front deel uitmaakte van de militaire koepelorganisatie Fatah Halab, waar ook het jihadistische Ahrar al-Sham bij zat. In een politierapport, dat onderdeel uitmaakt van het strafdossier van Driss M., staat zelfs dat het Levant Front ‘vanaf januari 2017 is opgegaan in Ahrar al-Sham’. Deze laatste beweging is door de Nederlandse rechter bestempeld als een terroristische beweging.

Volgens Özdemir is deze ‘fusie’ met Ahrar al-Sham niet relevant, want Driss M. was lang daarvoor weer thuis. Hij kwam al eind 2015 terug naar Nederland. Wel is de fusie relevant in een andere kwestie, zegt Özdemir: de hulp van Buitenlandse Zaken aan het Levant Front. Uit onderzoek van Trouw en ‘Nieuwsuur’ blijkt dat het ministerie het Levant Front namelijk in 2017 steunde: hetzelfde jaar dat het was ‘opgegaan in Ahrar al-Sham’. Özdemir eist dat het OM de Nederlandse bewindslieden vervolgt die het Levant Front in 2017 steunden, in plaats van zijn cliënt.

Lambrichts wilde zich niet uitlaten over het beleid van Buitenlandse Zaken, en eist tegen Driss M. ongeveer dezelfde gevangenisstraf als die tegen een aantal andere IS-strijders: vijf jaar en zes maanden. Op 27 juni volgt de uitspraak.

Lees ook:

Syrische rebellenleider: ‘Gaf je ons bloem, dan at Al-Qaida van het brood’

Uit onderzoek van Trouw en Nieuws­uur blijkt dat de door de regering zelf opgelegde criteria voor steun aan de ‘gematigde’ oppositie in veel meer gevallen geschonden zijn, en dat desondanks de hulp doorging.

OM botst in de rechtszaal met Buitenlandse Zaken over Syrische strijdgroepen

Het OM trekt zich niets aan van label ‘gematigd’ voor Syrische strijdgroepen door Buitenlandse Zaken.

Overheidssteun aan rebellen belemmert vervolging van Syriëgangers

Advocaten van Syriëgangers gebruiken Nederlands Syrië-beleid om hun cliënten vrij te krijgen. Hoogleraar en rechter Henny Sackers denkt dat ze een kans maken.

Rechter gaat lijnrecht in tegen Buitenlandse Zaken: Ahrar al-Sham is terroristisch

De rechter gaat lijnrecht in tegen Buitenlandse Zaken, en mee met het OM: Ahrar al-Sham is terroristisch.

Deel dit artikel

Lambrichts wilde zich niet uitlaten over het beleid van Buitenlandse Zaken