Even op de gang staan

home

Wim Boevink

Ze hadden een uur, de lezeressen van Libelle. Vijftig van hen waren uitgenodigd. Of uitverkoren, want ze hadden bij het blad wel honderdenvijftig aanmeldingen gehad. „Veel, toch?”, zei een redactrice. ’Veel’ leek wat overdreven voor een tijdschrift met een oplage van een half miljoen.

En nu was het uur aangebroken. Het uur van het ’Broodje Politiek’ met demissionair premier Balkenende. Andere politici zouden in de reeks nog volgen. Nu was die honderdenvijftig misschien toch wel veel, want Libelle lees je niet uit politieke interesse.

Een van de vrouwen was geen lezeres. Ze zat achterin het zaaltje in Nieuwspoort en werd, voor de bijeenkomst begon, verwijderd. „Ze was een beroepsdemonstratrice”, werd er gezegd. „Ze had achter haar stoel haar protestborden verborgen.” Leden van de beveiliging van de premier hadden haar in de smiezen. Toen ze de zaal verliet, riep ze: „Dames en heren, er mogen geen kritische vragen gesteld worden, dank u.” „Bedankt voor het weg gaan”, riep Ebru Umar, Libelle-medewerkster en gespreksleider, haar na. Het moest gezellig blijven, net als toen.

Balkenende had tijdens de Libelle Zomerweken in een gierende tent een glansoptreden verzorgd, een conference bijna. Hij was weinig thuis, zei hij toen, maar als hij er was, dan stofzuigde hij, zeemde ramen, deed boodschappen, maaide gras. Alleen koken, dat mocht hij niet van Bianca, want hij maakte er in de keuken zo’n troep van. Malle premier. Ze lachten zich gek.

Maar nu, op de brokstukken van zijn vierde kabinet, was de toon ernstiger. De vragen van de vrouwen ook. Op de site van Libelle was geen enkele vraag gewijd geweest aan Uruzgan, zei Umar. De vragen van de vrouwen gingen, ook hier in de zaal, vooral over zorg. Thuiszorg, mantelzorg, opvang in het speciaal onderwijs. Waarom moesten jullie zo nodig vallen over Uruzgan?, luidde het verwijt, althans zo klonk het, in de formulering van Umar. Hadden jullie je niet veel meer met de zorg bezig kunnen houden? Of met het onderwijs? Maar nee: Uruzgan.

En ze deed er nog een schepje bovenop: „Een goede moeder zou tegen twee ruziënde jongetjes gezegd hebben: gaan jullie maar even op de gang staan en kom maar weer terug als jullie weer vriendjes zijn.”

„Maar dat deden we ook”, sputterde Balkenende tegen. Ja, hij zei werkelijk zoiets – als om aan de weergave van Umar tegemoet te komen en vervolgens te zeggen dat er ’nu eenmaal omstandigheden zijn’ enzovoorts. Maar hangen bleef even dat beeld van dat verongelijkte kind, dat zich bij zijn moeder verdedigt, en bij alle Nederlandse moeders die Libelle lezen.

En hij wilde graag buiten blijven spelen, en het mocht van Bianca en Amelie – die zien hem nog steeds amper thuis. Hij werkt ’kei- en keihard’, werkweken van honderd uur, allemaal voor zijn idealen, de idealen waar wij allemaal aan moeten geloven.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie