Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Europarlementariër Leen van der Waal: Ik heb me er vaak eenzaam gevoeld

Home

WILLEM SCHOONEN

BRUSSEL - Een van de langst zittende europarlementariërs jubileert: SGP-er Leen van der Waal zit 12,5 jaar in Straatsburg. Eurosceptisch, voordat het woord uit werd gevonden. Denkt erover een punt te zetten achter zijn politieke loopbaan. “Ik heb mij in het parlement vaak eenzaam gevoeld.”

“Het is een jubileum van onze zetel. Dat ik daarop al die jaren heb gezeten, is bijzaak”, zegt Van der Waal (68). De werktuigkundig ingenieur werd in 1984 gevraagd de combilijst van de kleine christelijke partijen te leiden. Hij verliet Esso, waar hij 26 jaar had gewerkt, om op te komen bij de tweede directe verkiezingen voor het Europees parlement. Bij de eerste, in 1979, hadden SGP en GPV gescheiden lijsten. En waren kansloos.

In de SGP was er in 1984 nog een kern die de Europese verkiezingen links wilde laten liggen. “De partijleiders zeiden: als we internationaal kunnen samenwerken en toch ons eigen geluid laten horen, moeten we dat doen.” Nu, 12,5 jaar later, bevinden Van der Waal en GPV-collega J. Blokland, zich in het bonte gezelschap van de opstandige Franse Brit James Goldsmith, streng roomse Fransen en linkse Deense feministen.

Je bent in Straatsburg niets zonder fractie. Van der Waal kwam er in '84 als eenling en bleef dat 10 jaar: “Het eerste waaraan je denkt is aansluiting bij de christendemocraten. Die internationale fracties zijn niet erg homogeen. Ik zou daarin best passen. Wij zitten vaak op één lijn met CSU-ers en behoudende katholieken.”

De verschillen met het CDA,niet alleen dat in confessionele uitgangspunten, die ook in de Kamer spelen, maar ook de visie op Europa, weerhielden hem van aansluiting. “De christendemocraten willen een federaal Europa, een Europese grondwet, een volledig opgetuigd Europees parlement en de Commissie als Europese regering. Wij proeven daarin een optimistisch vooruitgangsgeloof.”

Het past Nederland niet, dat wordt getekend door de strijd voor geestelijke vrijheid, de kerk van de Reformatie en het koningshuis, zegt Van der Waal. “Ik zal Nederland niet op het schild tillen. Gezien de problemen met abortus, euthanasie, het drugsbeleid en de bedreiging van de zondagsrust, hebben we geen reden ons op de borst te slaan. Maar Nederland kent een sfeer van tolerantie, met ruimte voor bijzonder onderwijs, politieke minderheden en goede sociale voorzieningen.” Een federaal Europa zet die waarden onder druk. “We erkennen de verstrengeling van het economisch verkeer, het milieu, landbouw en visserij. Je ontkomt niet aan samenwerking. Maar die samenwerking mag geen opstap zijn naar een Verenigd Europa.”

De katholieke Fransen en de Deense feministen denken net zo. Europa van de naties, heet hun fractie, gevormd na de verkiezingen in 1994. De Denen kende Van der Waal al. Hoewel er geen levensbeschouwing zit in hun politiek en zij over huwelijk, gezin en voortplanting anders denken, delen zij de zorg voor de eigen identiteit, eigen taal, eigen milieubeleid en het verzet tegen genetische manipulatie. “Ze vinden dat Denemarken Denemarken moet blijven.”

De fractie is een instrument om in Straatsburg poot aan de grond te krijgen. Naar fractiestandpunten wordt niet gestreefd, met als voordeel dat vergaderingen kort duren. “Bij de fracrtievorming is afgesproken dat de delegaties uit de verschillende landen autonoom zouden zijn. Daarover waren we het meteen eens. De Denen zullen hebben gedacht: wij willen ons politiek niet binden aan die Hollandse calvinisten.”

Van der Waal kan met die afspraak leven, al stoort hij zich aan Goldsmith die nu in Engeland de haat jegens Europa aanwakkert met zijn referendum-partij: “Dat is mijn stijl niet. Euroscepsis is goed. Maar als die niet meer rust op argumenten, wordt het demagogie.”

Hij volgt een tegenovergestelde strategie. De man die als student in Delft de theoloog Van Ruler stuk las en eigenlijk vindt dat geloofsovertuiging voorrang geniet boven een democratische stemming, beseft dat hij daarmee in de huidige samenleving niet ver komt. Hij verankert zijn boodschap in redelijkheid: “Wij vinden dat Europa terug moet naar zijn kerntaken, met name de interne markt. We zijn tegen de monetaire unie en vinden dat landen die een gezamenlijke buitenlandse politiek of justitiebeleid nastreven dat het best door afzonderlijke overeenkomsten doen, buiten de EU. Als Van Mierlo namens het voorzitterschap in het parlement is, kan ik dat verhaal wel afsteken, maar dan zegt hij: daar kan ik niets mee.”

Van der Waal wees Van Mierlo daarom op twee voorstellen van de vorige voorzitter, Ierland, voor het nieuwe verdrag: een goede regeling voor 'subsidiariteit' om te zorgen dat zaken die nationaal kunnen worden geregeld niet op het Europese toneel worden getild en een versterking van de rol van de nationale parlementen. “Zo breng ik onze accenten aan zonder haaks te staan op het debat over de herziening van Maastricht.”

Van der Waal mag politiek gezien in een uithoek zitten, hij staat in Straatsburg te boek als beminnelijk. Hij heeft dat gemerkt toen vorig jaar een verborgen Britse camera Europarlementariërs filmde die Straatsburg vroeg verlieten op de laatste dag van de vergaderweek, na eerst voor presentie te hebben getekend. Van der Waal was een van hen. Hij moest op het laatst zijn reisschema veranderen en heeft de financiële vrucht van die presentielijst nooit geplukt, maar werd in de reportage geschaard bij de Straatsburgse fraudeurs. Collega's lieten hem toen weten geen moment te twijfelen aan zijn integriteit.

Van der Waal roemt de sociale contacten en de persoonlijke verhoudingen in Straatsburg. Zijn ervaringen bij Esso maakten hem tot een gezaghebbend vervoersspecialist. Maar in zijn geloofsovertuiging en zijn euroscepsis stond hij veelal alleen: “Je wilt vasthouden aan je overtuiging, maar ook worden verstaan door mensen die ons gedachtengoed niet kennen. Dat leidt tot eenzaamheid.” Van der Waal bedong het recht tijdens de lopende zittingsperiode het parlement te verlaten. Hij denkt er sterk over daar gebruik van te maken.

Deel dit artikel