Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eurocraat, migrant en Belgisch keffertje

Home

NICOLE LUCAS

Al sinds de oudheid is het plein dé plek in de stad waar hét gebeurt. In deze serie belicht Trouw het plein als spiegel van de stad. Vandaag: het Ambiorix-square in Brussel.

Square. Volgens het woordenboek is dat Frans voor 'plein met groen, bomen'. In het tweetalige Brussel vonden ze dat blijkbaar te lang. Dus heeft Square Ambiorix als Nederlandse vertaling de naam Ambiorix-square gekregen. De volksmond houdt het overigens nog simpeler. Die laat het woord, in beide talen, gewoon weg.

Dat wat kortweg als Ambiorix wordt aangeduid is het middelste en grootste plein in een reeks van drie en jawel, groen zijn ze allemaal. Want dat was wat de gegoede Belgische burgerij wilde, die eind negentiende eeuw hier, aan de oostkant van de Brusselse vijfhoek, zijn vleugels uitsloeg. Groen, rust en ruimte, en toch dichtbij de stad. In een boekje over 'de Squareswijk' heet het dat architect Gedeon Bordiau destijds perfect inspeelde op de 'fundamentele waarden van de toenmalige burgerij': 'hygiëne, een mooie woonomgeving, eerbied voor het privé-leven, voorliefde voor uiterlijk vertoon'. Tal van bekende architecten, als Victor Horta en Gustave Strauven, mochten zich naar hartelust uitleven op ontwerpen waarvoor niet op een frank hoefde te worden gekeken.

De gegoede burgerij is allang verdwenen, ze heeft haar heil gezocht in andere wijken, die, opnieuw, speciaal voor haar werden gebouwd. Er wonen überhaupt nog maar weinig 'autheriekers' rond dit plein, dat in zijn 'paard aan de drenkplaats' van de Constantin Meurier een van de meesterwerken van de Belgische beeldhouwkunst van het eind van de negentiende eeuw bezit. De enkeling die is gebleven is makkelijk herkenbaar. 's Ochtends laat hij zijn hond uit - doorgaans een klein driftig beestje, dat naar de benen van een voorbij sjokkende jogger hapt.

Koest, zegt de Belg dan, zonder al te veel overtuiging. Want met die anonieme man, soms vrouw, die hijgend langszij probeert te komen, heeft hij een haat-liefdeverhouding. Het moet immers wel zo'n Eurocraat zijn, zo iemand die medeverantwoordelijk is voor de verpesting van de stad. Is 'zijn' plein, vlakbij Europese Raad, Commissie en Parlement gelegen, daar niet het navrante voorbeeld van?

Verdwenen is immers een groot deel van de prachtige huizen die eind vorige eeuw met zo veel oog voor detail werden opgetrokken. Grote, betonnen blokken met luxe, dure appartementen kwamen er voor in de plaats. Gebouwd door handige jongens die in een opeenstapeling van mensen een mooie broodwinning zagen. En ongehinderd door een stadsbestuur waarvan op stedenbouwkundig gebied alles mocht.

Pas de laatste jaren realiseert men zich de averechtse werking. Sinds 1994 is Ambiorix als stadsgezicht beschermd. Net op tijd om in ieder geval aan één kant een elegante rij huizen te redden. Dat van de schilder Sint Cyr bijvoorbeeld, dat met zijn prachtige ijzersmeedwerk misschien wel de meest buitenissige art-nouveaucreatie in heel Brussel is. Een beetje toerist, degene die van Brussel iets meer wil dan een Hoegaarden drinken op de Grote Markt en op de foto met Manneke Pis, kan er niet aan voorbij.

Hij komt meestal rond een uur of elf, net na de koffie, vlak voor de lunch. Stil is het dan rond Ambiorix. De Eurocraten, hun sportoutfit vervangen door strak pak en nette schoenen, zijn aan het werk. Op de enkeling na die dozen inpakt, omdat zijn Brusselse tijden er weer op zitten. Want het kunnen een paar maanden zijn of een paar jaar: voor de stagiaires, journalisten, ambtenaren, lobbyisten en parlementariërs kondigt het eind van hun verblijf zich doorgaans bij aankomst in Brussel al aan. Verhuisbedrijven en makelaars doen in dit stukje Belgische hoofdstad goede zaken. Er gaat geen dag voorbij of er staat wel ergens een vrachtwagen hinderlijk op de stoep.

Pas rond een uur of vier begint Ambiorix echt te leven. Kinderstemmen schallen door de lucht. In het kleine speeltuintje duwen smalle, magere jongetjes elkaar van de schommel. Meisjes rollen koppeltje in het gras. Ze hebben donkere ogen en donkere haren en rond het plein wonen doen ze niet. Ze komen uit het iets verder weg gelegen Sint Joost ten Noode, een achterstandswijk, zoals dat heet, met bijna zeventig procent 'migranten' en dito problemen. Kleine huizen onder andere, en een groot gebrek aan groen en frisse lucht.

Grootmoeders houden, wijdbeens gezeten en veelal in het zwart gekleed, vanaf een bankje hun kleinkinderen in de gaten. Luidkeels schreeuwen ze vermaningen, in het Arabisch, het Turks, het Berbers. Een stel oudere mannen doet iets verderop een spelletje. Een viertal jongere kerels praat eindeloos, terwijl een kralenketting door hun vingers glijdt.

Een enkel 'EU-kind' probeert de glijbaan. Onderaan botst het wat al te hard op de grond. Voor de moeder het verdriet weg kan zoenen, wordt het al getroost door twee leeftijdgenootjes van buiten de Europese grenzen. Al wat familie is kijkt argwanend toe. En ontspant als blijkt dat de kinderen elkaar best blijken te begrijpen. Alleen stapt van de ouderen niemand naar elkaar toe.

Het wordt pas stiller als de zon weer ondergaat. De kinderen moeten naar de bed. Dan laat de Belg voor de laatste keer die dag zijn hond uit. Hij passeert een jogger die 's ochtends nog niet aan zijn dagelijks rondje is toegekomen. Ze kijken elkaar aan, maar zeggen doen ze niets.

Deel dit artikel