Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Euralille, Rem Koolhaas en een schuur met schouders

Home

AREND EVENHUIS

Niet toevallig begint overmorgen de Tour de France in Lille/Rijsel. Burgemeester Mauroy was al langer bezig om zijn stad via de Kanaaltunnel in het centrum van de vier windstreken te plaatsen. Wat eerst een simpele stopplaats voor de TGV was, moet uitgroeien tot een metropool van Europese omvang. La France, c'est Lille! Voorlopig begon Mauroy met 'Euralille'. Rem Koolhaas maakte het masterplan en bouwde en passant zijn eigen Grand Palais.

In een klap lijkt de grandeur van het splinternieuwe TGV-station aan flarden; je struikelt ook overal ter wereld over kleuterdom en aanverwante muizenissen. Maar als de zilveren sneltrein als een smerig grijnzende rog het station binnenzweeft, is alle allure weer terug. In het Frans en in het Engels kondigt de omroeper bestemming en vertrek aan, binnen vijf minuten sluiten de deuren onhoorbaar, en weg rolt de trein al weer, met een snelheid die in het station al niet meer bij te benen is.

De treinen komen 'Lille Europe' van architect Jean-Marie Duthilleul net onder het maaiveld binnen, passagiers en perronslenteraars kunnen nog gemakkelijk boven de oppervlakte uitkijken. Overal in het verzonken station heerst rust, zoniet waardigheid. Het is alsof je niet meer ouderwets mag rennen als je met de TGV reist. Ook de stem die je in de glazen lift (in het Frans en in het Fransengels) vertelt dat de deuren nu open/gesloten zijn, heeft niets meer van de opgewonden aankondigingen en ratelende perronbellen in het oude station. Oud betekent overigens nu eens niet: afgedankt. Gare Lille Flandres blijft functioneren voor de omnibussen naar de omgeving, er vertrekt zelfs 1 TGV-lijn, die binnen vier minuten al weer uit Tourcoing terug is.

Onder 'Lille Europe' bevindt zich het metrostation met de chauffeurloze lijn. Op het perron staan metropassagiers gedwee voor een glazen wand te wachten, die pas vlak voor vertrek opengaat en direct toegang tot een coupe biedt. Nog geen poedel in Lille die bij het instappen op de rails kan vallen.

De toegang tot het station is letterlijk adembenemend. Een roltrap leidt je, peillozer nog dan in het Rotterdamse station Blaak, de onderwereld in. Die blijkt voorlopig uit een betonnen krater te bestaan. Als tapijt weerspiegelt een laag water de laatste resten bovenwereld. Aan een zijwand wentelt een stalen trap zich drie verdiepingen lager om bij een stalen deur in de wand te eindigen. Waarom? Waartoe? Het zal ongetwijfeld een functionele trap zijn, maar als louter sculptuur al is z'n aanwezigheid van een huiveringwekkende dramatiek, misschien zelfs menselijke symboliek.

Het TGV-station 'Lille Europe' vormt nog maar een onderdeel van het tienvoudige bouwprojekt 'Euralille', dat nu zijn voltooiing nadert. De letterlijke en figuurlijke komst van de TGV zorgde voor een ingrijpende verandering in het hart van Lille. Overal in de stad kondigen metershoge borden aan dat het met het verleden gedaan is, dat zelfs het heden niet meer is wat het nu lijkt, en dat we ons met rappe schreden voor de 21ste eeuw dienen op te maken: Het Europa Van Morgen naakt immers. De Kanaaltunnel is aangelegd, de TGV snuift van ongeduld om daar doorheen te mogen razen, om zo snel mogelijk overal elders in Europa te zijn - Parijs, Keulen, Amsterdam en Berlijn liggen onder handbereik. Voorwaarts, zie niet om, en leve die ongeremde vaart der volkeren!

Mensen die reizen moeten nu eenmaal ook eten en slapen, vergaderen, concerten bezoeken of boodschappen doen, en daar zijn gebouwen voor nodig. Voormalig premier, socialist en thans burgemeester van Lille, Pierre Mauroy, wist precies wat hij wilde toen hij 'Euralille' in het leven riep: groots, meeslepend en Noordfrans leven voor heel Frankrijk, voor gansch Europa. In Rem Koolhaas, oprichter en leider van het Rotterdamse Office for Metropolitan Architecture (OMA), vond Mauroy de man die het masterplan voor 'Euralille' zou maken.

Nu valt pas goed te zien wat Koolhaas jaren geleden met zijn meterslange Euralille-maquette op de tentoonstelling 'OMA - De eerste decade' in 1989 in Boymans van Beuningen al probeerde duidelijk te maken. Vlak naast het oude spoorstation, Gare Lille Flandres, maakte hij ruimte voor het TGV-station, waaroverheen drie enorme flatgebouwen verrezen. Tussen de twee stations staat nu de driehoeken gigant 'Euralille Centre' met daarin vijf woontorens. Over het spoor heen, pal naast de ringweg, bouwde Koolhaas ondertussen zijn eigen Grand Palais.

Al van oudsher had Lille - hoofdstad van 'La Flandre Gallicante' - meer met noordelingen en het noorden, dan met Parijs of met Frankrijk te maken. Pas met het vredesverdrag van Utrecht (1713) kwam het onder de Franse kroon. De Nederlandse en Franse eigennaam verwijst naar een vroeger eiland in de gekanaliseerde Deule: l'èe en ter ijssel. Gerechten op hedendaagse restaurantramen herinneren nog aan de Vlaamse verwantschap: Potjevleesch of Pot'che Vlesce - een hartig stoofgerecht met de drie Vlaamse k's van kip, kalf en konijn, dat koel en met bier en friet geserveerd dient te worden.

Rijselse zuigelingen worden in onversneden lillois in slaap gesust:

Dors mien p'tit Quinquin, / mien p'tit pouchin, / mien gros rojin, / te m'f'ras du chagrin / si te n'dors point / qu'à d'main. . . . .

(Slaap m'n lieve prulleke, / m'n kuikentje / m'n lekker rozijntje / je zult me verdriet doen / als je nu niet slaapt / tot morgen vroeg.)

Lille kon grootscheeps bouwen zonder veel af te breken omdat er een kazerne (Rue des Canonniers), gras en zandbanken (Rue des Jardins sans paves) achter Gare Flandres lagen. Even is nog overwogen om het TGV-station - en daarmee heel Euralille - bij het rurale vliegveldje Lille-Lesquin ('met talrijke vluchten naar Londen, Bazel, Frankfurt en Noord-Afrika') aan te leggen, maar dan zouden al die manoeuvreerzuchtige reizigers weer kwartieren van het centrum af zijn, en bovendien: per TGV ben je in 25 minuten op de luchthaven Brussel-Zaventem en in 45 minuten op Parijs-Charles de Gaulle. Mauroy hield het hart van zijn metropool (waartoe hij ook Tourcoing/Toerkonje, Roubaix/Robeke, en het grensoverschrijdende Moeskroen/Mouscron en Kortrijk/Courtrai rekent) liever daar waar het hoorde en hoort: in het centrum. Van Lille, dat spreekt vanzelf.

In zijn kantoor tussen de twee spoorstations blaakt directeur François Pelletier van de Euralille-afdeling Communicatie van Euro-enthousiasme. Zelfs maar op een vermoeden van nostalgie valt hij niet te betrappen, hij is onmiskenbaar kind van zijn tijd. Stel je toch voor; nu al ben je per TGV sneller van Lille in het centrum van Parijs dan van de luchthavens Orly of Charles de Gaulle in Parijs-centrum! Als dat niet vooruitgang heet.

Hij lacht breeduit en werpt de armen ten hemel als je hem vraagt waarom het Rijselse Aanvalsplan niet 'Eurolille' heet. Zeus zat toch zeker in z'n bronstige stieregalop niet achter de schoonheid Eurapo aan? Pelletier moet nog harder lachen: 'Ach nou toch, dat hebben zo veel mensen hem al gevraagd. Tja, misschien was 'Euralille' juist een list. Alles wordt of is al 'Euro', misschien dat Lille juist door die raadselachtige 'a' verwondering wekt en, zegt u nu zelf, het is voor Fransen handiger om Euralille te zeggen, het klinkt in het Frans ook beter. Wat vrouwelijker ook he, en afijn, meneer Mauroy houdt, zoals wel meer Fransen, van vrouwen. Misschien dat dat het is.'

Je hoeft geen doorgewinterde patriot te zijn om te erkennen dat het Grand Palais van Rem Koolhaas het opmerkelijkste bouwwerk van Euralille is. En passant vanaf de ringweg sta je plotseling oog in oog met een reusachtige walvis. Hij heeft zelfs baleinen, in de vorm van betonnen pilaren die de opengewerkte achterkant van het theater annex rockpaleis Zenith (6000 plaatsen) steunen. De huid bestaat uit tientallen meters hoge, blauwzilverige golfplaten. Naarmate je om het gebouw heen loopt springen de golfplaten steeds een meter of wat in, waardoor de massieve aanblik van de wand minder dwingend en zelfs speels wordt. Het Grand Palais is van buitenaf bezien ronduit een schuur, maar dan wel een schuur van mondiale allure, een schuur met schouders kortom.

Nog buiten herken je Koolhaas' steeds soberder materiaalgebruik al. De toegangstrappen van het Zenith zijn van het zilveren staalwerk dat op booreilanden al jaren haar doeltreffendheid bewijst. Als balustrade en vangnet heeft Koolhaas er grofweg stalen raamwerken tegenaangeplakt (dezelfde waar je in zijn Rotterdamse KunstHal zo duizelingwekkend hoog over heen moet lopen).

Binnen blijkt de schuur ruwweg de indeling van een kathedraal te volgen. Koor (Zenith), middendeel (congreshallen) en schip (tentoonstellingsruimte). Op een karakteristieke Koolhaasschets - summierder krijgt een kleuter het niet voor elkaar - is in een oogopslag te zien dat het Grand Palais walvis noch schuur meer is, maar ronduit een schip met achterdek, stuurhut en voorschip, en met een parkeergarage op de plek waar zich het ruim bevindt.

In de centrale hal met de theatrale - maar o zo functionele - trappen, moet je de ogen even tot kalmte manen; zo immens, zo ruim, maar zo overzichtelijk is deze entree. Meteen achter de toegangsdeur zit al het eerste grapje: de betonnen binnenmuur golft even met de kunststofgolfplaten van de buitenmuur mee. De halvloer is van turqoise kunsthars, de trappen met een relief van lichtlilla en goudglinsterend hars verstroefd. Het licht valt tintelend op de trappen en door het dik gesmeerde kunsthars sta je er op als een huis.

De tentoonstellingsruimte is een enorme hangar, die door metersbrede verticale pilaren wordt geschraagd. Als je hier drie Jumbovliegtuigen naast elkaar zet zou je ze waarschijnlijk nog over het hoofd zien, maar met een paar wandverschuivingen is de hal tot een tentoonstelling voor postzegelverzamelaars terug te brengen. Elektriciteitskabels, waterleiding en toevoer van warme en koude lucht zijn in de steunpilaren weggewerkt.

Men loopt zich suf in het Grand Palais, men verbaast zich doorlopend over de harmonie tussen afmeting en bescheidenheid, en ondertussen duiken de grapjes op. De nutteloze ruimte die een schuin naar de vloer aflopend plafond uiteindelijk oplevert, wordt met een tomaatrode bar over de hele breedte van het middenschip prompt functioneel. Opstandige congresgangers kunnen in het Grand Palais geen wclichten kapot maken: de filmlampen van het toilet floepen aan zodra iemand de toiletingang passeert.

Koolhaas wisselt zijn (goedkoop) materiaal in een zelfde handomdraai af als zijn kleurgebruik. Het paars waarmee elke scholier in de jaren zeventig z'n kamer beplakte staat muurhoog en onverschrokken tegenover het oranje van flower power. Een gele gang harmonieert op curieuze wijze met paprikarode wanden. De grootste vergaderzaal/receptieruimte in de nok heeft een strepenvloer van gelig-grijs-rood, alsof stoffeerders nog met het plakken van het tapijt bezig zijn. Een betonnen vloer volgt op kunsthars, op vergadertapijt en opeens loop je op klassiek krakend parket (van verschillende soorten hout, zoniet afvalhout) de trap op. Even maak je slagzij, je grijpt een reling beet, en begrijpt pas dan dat een trompe l'oeil de deining veroorzaakte: de zijwand langs de trap bestaat uit een spiegel en is bovendien 70 graden naar de trap toe gekanteld. De tred wordt werktuigelijk behoedzamer. De andere kant van de wand, in het amphitheater, kantelt ten behoeve van de akoestiek nog een eindje verder, tot 110 graden. De stuurhut krijgt ware nautische vormen bij de zijwand van waar je door drie, steeds kleiner wordende patrijsramen naar het golfplaten dak van het voorschip voorwaarts kunt kijken.

Klaar is 'Euralille' nog niet, maar klaar voor dat Europa Van Morgen is Lille wel degelijk. Nu Mauroy nog.

Deel dit artikel