Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eurabië ligt aan de Middellandse Zee

Home

Eildert Mulder

Anders Breivik en de auteurs die hij citeert laten zich meeslepen in een macaber spel met begrippen die voor een tunnelvisie zorgen. Vijfde deel van een serie waarin het manifest van de Noorse massamoordenaar wordt ontleed.

Elke ideologie heeft zijn eigen woordenboek, met begrippen die voor de aanhangers gesneden koek zijn, maar niet altijd voor buitenstaanders. Ze zijn de mallen die het denken vormen. Ze kunnen, als ze samen een gesloten systeem vormen, een tunnelvisie veroorzaken, of cirkels waarin het brein blijft ronddraaien.

Centraal in het denken van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik staat het begrip 'Eurabië'. Op het eiland Utoya vuurde hij zijn kogels af op wat hij zag als de toekomstige elite van het verwenste 'Eurabië'. Het is navrant te bedenken dat de meeste van zijn jonge slachtoffers waarschijnlijk geen flauw idee hadden van dit motief van de schutter en zichzelf allerminst zagen als 'Eurabieren'. Misschien hadden ze een vage notie van het begrip 'Eurabië', misschien zelfs dat niet. Het is onwaarschijnlijk dat velen zich hadden verdiept in de 'Eurabië-ideologie', waarmee Breivik zijn bloedbad rechtvaardigde. Ze kenden het macabere spel niet waarin Breivik zichzelf had verstrikt en waarin hij hen meesleepte.

Gastschrijver Fjordman geeft in Breiviks manifest een resumé van het boek 'Eurabië', waarvan de Nederlandse vertaling verscheen in 2007. De auteur voert de schuilnaam Bat Ye'or, wat Hebreeuws is voor 'dochter van de Nijl'. Bat Ye'or is een Egyptische Jodin. In 1956 moest ze, net als bijna alle andere Egyptische Joden, onder dwang haar land verlaten. Ze vestigde zich in Parijs. Ze schrijft veel over het lot van religieuze minderheden in de moslimwereld, in heden en verleden.

Ze verwijt westerse islamologen dat die een te vriendelijke visie hebben op dat onderwerp. Zij vinden dat, gemeten naar de maatstaven van de tijd, de religieuze minderheden in de moslimwereld het vroeger redelijk hadden. De onderworpen inheemse inwoners van het islamitische wereldrijk konden moslim worden of vasthouden aan hun oude geloof. In dat laatste geval moesten ze een speciale belasting betalen, djizja. In ruil daarvoor kregen ze bescherming.

Dat lijkt een aanvaardbare deal maar Bat Ye'or heeft meer oog voor de lelijke kant van de medaille. De onderworpenen kregen de nederige status van dhimmi's. Hun tweederangspositie heet dhimmitude. Er waren nogal wat beperkingen. Het bouwen van nieuwe godshuizen was problematisch. Dhimmi's konden niet trouwen met moslimvrouwen, omgekeerd kon wel, een moslim die trouwt met een niet-islamitische vrouw. De enige manier om aan dhimmitude, waaraan nog meer discriminatie vastzat, te ontkomen was bekering tot de islam. Velen gingen daar dan ook toe over. In een sluipend proces werden daardoor christenen en joden in de loop van eeuwen gemarginaliseerde minderheden, ook omdat de beloofde bescherming wel eens uitbleef.

De toestand van minderheden is nog steeds verre van ideaal. Ook in moslimstaten met een seculiere wetgeving blijven de concepten van jihad en dhimmitude het denken van mensen beïnvloeden. Bat Ye'or bespeurde dat zelfs in Europa, bij de beruchte rellen in 2005 in de vooral door moslimmigranten bewoonde Parijse voorsteden. In haar boek 'Eurabië' probeert ze aan te tonen dat ook Europa een dhimmigebied dreigt te worden. De horigheid aan de islam dankt het werelddeel volgens haar aan zijn eigen leiders die al vijftig jaar in het geniep deals sluiten met de Arabische wereld. Dat zette de deur open voor immigratie van moslims, voor de bouw van moskeeën en het scheppen van andere voorzieningen, waardoor Europa zou zijn veranderd in 'Eurabië'.

Bat Ye'or kent een hoofdrol toe aan Charles de Gaulle, van 1958 tot 1969 president van Frankrijk. Onder hem kwam er een einde aan de Franse kolonisatie van moslimlanden in West- en Noord-Afrika, waaronder Algerije. De Gaulle wilde vervolgens samen met die landen en de voorloper van de Europese Unie (de EEG) een machtsblok vormen, tegen zowel Amerika als de Sovjet-Unie.

Hij was bereid daarvoor politieke concessies te doen aan de Arabieren, zoals een minder pro-Israëlische politiek van Europa. Dat laatste werd acuut in 1973. In dat jaar vielen Egypte en Syrië Israël aan, in een poging om de in 1967 verloren gebieden te herwinnen. De Arabische aanval was gevaarlijk, maar ten slotte won Israël toch, mede dankzij Amerikaanse en ook Nederlandse hulp. De Arabische oliestaten reageerden met een olieboycott tegen de VS, Nederland en Denemarken. Al voor die oorlog waren Palestijnen een terreurcampagne begonnen tegen westerse doelen. Europa had daarom, behalve de Franse ambities, nog twee redenen om in het gevlij te komen bij de Arabieren: olie en afkoping van Palestijns terrorisme.

Tegen die achtergronden begon de Europees-Arabische Dialoog. De Europeanen wilden meegenieten van de stroom aan Arabische oliedollars. Saoedi-Arabië en andere oliestaten begonnen rap te moderniseren en hadden gigantische bouwprojecten in de aanbieding. De Arabieren daarentegen hadden vooral politieke oogmerken en probeerden via de dialoog Europese steun te verwerven voor de Palestijnen.

Aan de wieg van 'Eurabië' stonden in die visie dus, behalve De Gaulle, ook de Palestijnen, met terroristische afpersing. Volgens Bat Ye'or gebruikten de Arabische staten de Palestijnen als wapen in de jihad. Breivik en Fjordman komen mede daarom woorden tekort om hun afschuw voor Palestijnen tot uitdrukking te brengen. Het lijkt een handig goedmakertje tegenover Israël en de Joden, die ze op de ziel trappen met laatdunkende opmerkingen over Holocaustherdenkingen, die volgens hen het Europese zelfvertrouwen in de strijd tegen de islam ondermijnen.

Bat Ye'or signaleert een reeks Europese uitspraken die tegen Israël zouden zijn gericht en het bewijs zouden leveren dat Europa op weg is naar een dhimmistatus. Ze legt daarbij de lat hoog en wil bijvoorbeeld niet dat Europeanen de term 'bezette gebieden' bezigen (moet zijn 'Samaria en Judea'). Ze neemt alleen genoegen met uitspraken, die vergaand pro-Israël zijn en verwerpt zelfs de uitdrukking 'Palestijnse volk'. Sinds 2008 is Israël overigens lid van de Mediterrane Unie, een uitvloeisel van de Europees-Arabische Dialoog.

Bat Ye'or overschreeuwt zichzelf met uitspraken als 'Al jaren verheerlijkten de Europese politici de moordaanslagen van Palestijnse jongeren en kinderen'. Een ernstiger gebrek van haar analyse is de context waarin ze de Europees-Arabische dialoog plaatst: verhulde djihad en dhimmitude. Dat is in het gunstigste geval onvolledig.

De Europees-Arabische Dialoog stond niet op zichzelf. Een vergelijkbare strategie pasten Europa en Amerika, in dezelfde tijd, toe tegenover andere machtsblokken, die weinig met islam hadden te maken, zoals het Sovjet-blok en China. Begin jaren zeventig trad er een tijdelijke ontspanning op in de koude oorlog tussen het communistische Sovjetblok en de Navo. Een dialoog mondde uit in de akkoorden van Helsinki. Ook de Sovjets waren, net als de Arabische dictators, partners, met wie echte vriendschap onmogelijk was, maar met wie je wel zaken kon doen. In diezelfde periode zocht de Amerikaanse president Nixon toenadering tot China. Ook dat was niet omdat de Amerikanen ineens dol waren op de communistische tiran Mao-Zedong. De drijfveer was eigenbelang, van beide kanten. Net als dus bij die Europees Arabische Dialoog.

Als Bat Ye'or gelijk heeft dan droomden de Arabische dictators van een djihad tegen Europa. In werkelijkheid waren ze juist bang voor een djihad, omdat die vooral henzelf bedreigde. Volgens moslimradicalen behoorden de dictators tot de ergste vijanden van de islam. Daarom wilden die laatsten dat Europa hen toestond de moslimmigranten in de gaten te houden, vanwege gevaar dat ze vanuit die hoek vreesden. Talrijke malen heeft de Egyptische president Moebarak Europa gewaarschuwd dat het terroristen herbergde, ook voor 11 september 2001.

Hoe cynisch Europa en Amerika omgaan met Arabische dictators blijkt wel dezer dagen. Je benut ze zo lang je er baat bij hebt en daarna dump je ze. Na 2003 liet de CIA terreurverdachten zelfs verhoren door de folterende geheime diensten van ex-terreurbaas Kadafi. Dit jaar bombardeerde de Navo Kadafi. Dat is geen dhimmigedrag. Europa is valser en weerbaarder dan Bat Ye'or denkt. Het maakt wel eens een laffe knieval, laat zaken op zijn beloop, leunt op Amerika, laat zich verrassen door oproeren in voorsteden, maar is daarmee nog niet afgegleden tot de islamhorige dhimmistatus van 'Eurabië'.

Een ander Eurabië, waarover Bat Ye'or zwijgt, ligt overigens aan de Arabische zuid- en oostkant van de Middellandse Zee. De eeuwenlange beïnvloeding en overheersing door Europa hebben daar diepe sporen achtergelaten. Veel Arabieren kleden zich Europees, spreken Europese talen, gaan naar Europese privéscholen, werken in Europa of hebben dat gedaan. Bij hun revoluties roepen ze tegenwoordig 'het volk wil' en ook dat klinkt verkwikkend Europees. Het opstandige 'volk' wil in zijn slogans 'de val van het regime' en veel minder vaak 'een islamitische staat'.

Ook dit zuidelijke Eurabië heeft zijn doodsvijanden. Islamitische extremisten verafschuwen het evenzeer als Breivik zijn noordelijke Eurabië. Breivik en de moslimextremisten zijn in veel opzichten elkaars spiegelbeelden.


Deel dit artikel