Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

EU-bruggenbouwers bereiken kiezer niet

Home

Christoph Schmidt

Stemmen tellen in München, Duitsland. © epa

Sinds de eerste Europese verkiezingen van 1979 daalde de opkomst elke vijf jaar gestaag. Gisteren werd die trend voor het eerst doorbroken, al is het knikje omhoog slechts met een vergrootglas te zien. De stormachtige ontwikkelingen die de EU de afgelopen vijf jaar heeft doorgemaakt, hebben kennelijk toch iets losgemaakt in de kiezers, genoeg om de dalende trend te stoppen. Maar veel reden tot vreugde heeft Brussel niet. Feit blijft dat meer dan de helft niet komt opdagen. Een terugblik in vier delen.

Financiële beproeving zorgt amper voor meer engagement
Pas na de vorige Europese verkiezingen van 2009 (diepterecord opkomst: 43 procent) sloeg de eurocrisis in alle hevigheid toe. In de jaren erna gingen EU-burgers in het dagelijks leven de gevolgen merken van voorheen abstracte gebeurtenissen. In veel landen ontstond sociale onrust, met name in Zuid-Europa en Ierland.

Ook de critici van de euro en van de EU-instituties kregen een breder gehoor. Daardoor verwachtten ('hopen' is hier het verkeerde woord) sommigen dat de EU-brede opkomst dit jaar voor het eerst zou stijgen. Vroeger was de burger simpelweg niet geïnteresseerd, nu had hij door de crisis spontaan een mening gekregen, was de gedachte. "Ik krijg af en toe buikpijn van de toon van het debat, maar ik ben blij dat het er is", zoals D66-lijsttrekker Sophie In 't Veld het in april in deze krant verwoordde. Die verwachting is zowaar uitgekomen, met een voorlopige opkomst van 43,11 procent.

Toch werd een historisch diepterecord genoteerd in Slowakije, dat bij vorige Europese verkiezingen ook al onderaan bungelde. Zaterdag kwam 13 procent van de Slowaakse stemgerechtigden opdagen. Tot zover de theorie over meer meningsvorming, veroorzaakt door de crisis en de groeiende populariteit van de eurosceptici. De apathie zet onverminderd voort, ook al zijn burgers direct geraakt door gebeurtenissen op EU-niveau.

Lees verder na de advertentie
© Trouw
Nicosia, Cyprus. © epa

Campagnes willen maar niet Europees worden
Ondanks de pogingen van de topkandidaten om de verkiezingsdebatten naar een Europees niveau te tillen, blijven de campagnes nationaal. Dat kan ook niet anders, met het huidige systeem waarin burgers alleen op kandidaten uit hun eigen land kunnen stemmen. Dat maakte ook de topkandidaten zelf ongrijpbaar: op Jean-Claude Juncker konden slechts Luxemburgers stemmen. Bovenop deze 'systeemfout' komen de campagnes van de partijen zelf, die doorgaans ook weinig pogingen ondernemen om het debat wat breder te trekken dan hun eigen land.

In een land als Tsjechië, nog maar tien jaar EU-lid, noemt bijna de helft van de burgers deze verkiezingen 'nutteloos'. Alleen in Duitsland leek de afgelopen weken sprake van groeiende belangstelling voor de topkandidaten, maar dat komt natuurlijk vooral doordat Martin Schulz en Ska Keller (topkandidaten van de socialisten en de groenen) Duitsers zijn en ook Juncker Duits spreekt. Elk land heeft zijn eigen beeld van de EU. Van ronduit negatief in Groot-Brittannië tot positief in onder meer België en Polen. Toch stond het Europese debat zelfs in België dit jaar op een laag pitje omdat alle aandacht uitging naar de gelijktijdige nationale en regionale verkiezingen. Overal kiezen EU-burgers op basis van een nationale agenda. Er is een Europees Parlement, maar er zijn nog steeds geen Europese verkiezingen.

In een land als Tsjechië, nog maar tien jaar EU-lid, noemt bijna de helft van de burgers deze verkiezingen nutteloos

De kiezer krijgt meer invloed, maar het doet hem weinig
Er zit een tegenstrijdigheid in de sinds 1979 gestaag dalende opkomstcijfers en de armslag van het Europees Parlement: hoe machtiger het parlement, hoe lager de opkomst. Vanwege de nieuwigheid en het kleine aantal lidstaten (negen) kwam in 1979 nog 62 procent op, ook al was het parlement toen niet meer dan een machteloos adviesorgaan. De lidstaten hoorden die adviezen beleefd aan, stopten ze in la of prullenbak en besloten vervolgens wat ze wilden. Dat veranderde na het Verdrag van Maastricht (van kracht sinds 1993), dat het parlement meer bevoegdheden gaf. Sinds een verdere machtsuitbreiding in het Verdrag van Lissabon (van kracht sinds 2009) moeten bijna alle EU-wetten en besluiten parlementaire goedkeuring krijgen. De lidstaten hebben gemerkt dat ze niet meer zomaar hun gang kunnen gaan in Brussel.

Meer dan ooit hadden de kiezers de afgelopen dagen de kans om in het stemhokje een oordeel te vormen over de resulaten van het parlement, en om de inzet van de politieke partijen daarin te belonen danwel af te straffen. Het parlement heeft ingrijpende besluiten van de ministers aangepast en aangenomen: bankenunie, meerjarenbegroting, landbouwbeleid. Maar deze thema's speelden geen rol in de campagne, mede doordat nationale politici het over heel andere zaken hadden. Er blijkt dus nauwelijks verband te zijn tussen machtstoename en maatschappelijke betrokkenheid, ook al beïnvloeden de genomen beslissingen die maatschappij wel.

Puurs, België © reuters

Een 'extra' verkiezing, maar het debat blijft lauw
We krijgen er de komende dagen, weken en maanden nog veel over te horen: de topkandidaten. Dat was het democratisch bedoelde nieuwigheidje van deze verkiezingen. Kiezers kregen de boodschap (voor zover die tot hen doordrong) dat ze niet alleen op een kandidaat-parlementariër zouden stemmen, maar daarmee ook op een kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie, die topfunctie die tot nu toe altijd buiten het zicht van de kiezers werd ingevuld.

Gehoopt werd op levendige debatten en grotere betrokkenheid van de burgers met dat afstandelijke Brussel. De politieke families schoven zwaargewichten naar voren als Jean-Claude Juncker, Martin Schulz en Guy Verhofstadt. De afloop van dit experiment is nog steeds ongewis, maar vaststaat dat de topkandidaten nauwelijks positieve invloed hebben gehad op de opkomst. Hun fletse debatten werden slecht bekeken.

De Britse Labour-partij verbood 'haar' topkandidaat Schulz zich in het land te vertonen. Geen haar op het hoofd van premier Rutte die erover piekerde op één VVD-podium te gaan staan met Verhofstadt, wiens kandidatuur hij formeel wel steunde.

"Het zou kunnen dat het topkandidaten-experiment mislukt", zegt politiek analist Janis Emmanouilidis van de denktank European Policy Centre. "Maar was het alternatief - niets veranderen - beter geweest? De geest is uit de fles."

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
In een land als Tsjechië, nog maar tien jaar EU-lid, noemt bijna de helft van de burgers deze verkiezingen nutteloos