Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Esther Gerritsen: Ik was de idioot die deed waar ze zin in had

Home

Arjan Visser

Esther Gerritsen: ‘Ik kan niet tegen zeurende mensen. Count your blessings.’ © Mark Kohn
Tien Geboden

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Deze week: Esther Gerritsen.

Esther Gerritsen (Nijmegen, 1972) is schrijfster. Ze debuteerde in 2000 met de verhalenbundel ‘Bevoorrecht bewustzijn’, schreef in 2016 het Boekenweekgeschenk en de verfilming van haar roman ‘Dorst’ is nu te zien in de bioscoop. Onlangs verscheen ‘De Trooster’, een verhaal dat zich afspeelt in een klooster tijdens de paasdagen.

Lees verder na de advertentie

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“God is de ruimte die tussen ons in bestaat, een beetje zoals het wit tussen de regels... Dit klinkt heel abstract zeker? Maar het voelt wel zo. Als ik hier zo om me heen kijk, denk ik: ah, gossie, zie ons hier nou zitten, hoe we allemaal proberen om iets van het leven te begrijpen - en als we eindelijk een beetje wijzer zijn geworden, gaan we dood, zeg jij. Ja, misschien is dat wel waar. We komen maar héél even langs in de eeuwigheid. Alhoewel... Ik heb nog altijd een heel kinderlijk hemelbeeld: het is de plek waar ik mijn geliefden terug zal zien. Absurd idee natuurlijk, maar ik verdraag nu eenmaal de gedachte niet dat mensen die doodgaan echt voorgoed verdwenen zijn.”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Vroeger was ik gewoon een katholiek meisje. Gedoopt, eerste communie, vormsel: alles erop en er aan. Later heb ik me er erg van afgekeerd, maar het heeft me nooit helemaal losgelaten. Het is dus niet zo dat ik dacht: laat ik me voor ‘De Trooster’ eens in die malle gelovigen gaan verdiepen. Vrienden en bekenden zullen er niet van opkijken dat ik een boek heb geschreven waarin de lijdensweg van Christus zo’n grote rol speelt. Zo van: wat heeft ze dit keer bedacht om niet gek te worden? Ik ben eerder bang voor de reacties van échte gelovigen die zullen zeggen: ‘Hee, Esther Gerritsen, ga jij nou ineens goede sier maken met onze God?’

Eigenlijk is het best raar dat je je voor je geloof moet verantwoorden. Klopt het wel wat jij gelooft? Is je motivatie wel in orde? Dat soort vragen hoeft iemand die niet gelooft nou nooit te beantwoorden.

Je mag natuurlijk best grappen maken over God, maar toch... het is een soort ironie waar ik wel eens zonder wil. Als ik, zoals Issaka Sawadogo deed toen hij in 2016 een Gouden Kalf kreeg, God zou bedanken als ‘the greatest creator of us all’ zou ik heel raar worden aangekeken. Maar van een buitenstaander lijken we het wel te accepteren, of erger: aandoenlijk te vinden.

Eigenlijk is het best raar dat je je voor je geloof moet verantwoorden

Aan de andere kant: als er íemand is uitgelachen, dan is het Jezus Christus zelf wel, met z’n nepkroon. Dat vind ik zo inspirerend: hoe een superheld met een bespot voorwerp de geschiedenis is ingegaan. Goed beeld om voor ogen te houden. Ik zou dus gewoon moeten kunnen zeggen - en er schijt aan hebben als ik er om word uitgelachen - dat wat ik doe, niet zo veel voorstelt, en dat er maar één echt grote schepper is. En dat is God.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Gisteren was ik heel gehaast ergens naartoe op weg toen ik ineens merkte dat ik steeds langzamer ging fietsen, langzamer en langzamer tot ik uiteindelijk bijna helemaal tot stilstand kwam. Ik doe te veel. Ik kan geen ‘nee’ zeggen. Mijn boek is nu af, maar ik ben ook met twee filmscripts en een televisieserie bezig. En dan schrijf ik ook nog twee columns per week... Het is een beetje manisch allemaal. Dit wil ik! Ik kan het! Misschien is het beter dat mijn vriend terugkomt uit Kaapstad. Als hij er is, moet de computer uit. Ik ga niet werken als er iemand voor me staat te koken. En ik zou eigenlijk ook weer iets vaker naar de kerk moeten gaan. Wat ik daar voel - die totale ontspanning - heb ik verder alleen als ik bezig ben met een legpuzzel. Het liefst één met duizend stukjes en een topografisch onderwerp, zodat ik er meteen iets van kan opsteken. Er is maar één probleem: ik kan pas stoppen als ie helemaal is gelegd.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn ouders zijn 49 jaar met elkaar getrouwd. Ze wonen in het huis waar ik ben opgegroeid. Sterker nog: het is ook het ouderlijk huis van mijn moeder. Mijn kamer was vroeger haar kamer - en die van mijn twee tantes. En in de kamer van mijn broer sliepen ooit mijn vier ooms. Als ik thuis ben, schiet ik vrij snel in de kindstand. Dan moet ik mezelf soms streng toespreken: Esther, laat niet óveral je rotzooi slingeren! Maar goed, het is een genot om gewoon naar huis te kunnen gaan. Dat mijn vader en moeder er nog altijd zijn.

Als ik mijn moeder nu huilend zou opbellen en zou zeggen: ‘Mama, je moet komen’, dan komt ze. Oké, ik ben 46, ik wíl mijn moeder helemaal niet huilend bellen natuurlijk, maar toch: mijn ouders zijn van die generatie. Alles voor de kinderen. Mijn vader werkte in een metaalfabriek en mijn moeder was huisvrouw. In deze tijd zou mijn moeder zeker zijn gaan studeren. Ze zijn nu al niet meer de mensen die ze waren toen ik jong was; we hebben ook erg veel meegemaakt samen.

Het meest ingrijpend was de dood van mijn oudere broer, Jeroen, in 2003. Hij stierf aan darmkanker, 33 jaar oud. Alles veranderde in ons gezin. Ik was nu het enige kind. Het betekende ook een verschuiving van verantwoordelijkheden. Mijn broer was wat tradities betreft veel trouwer, hield alle feestdagen in de gaten en zo. Ik was de idioot die deed waar ze zin in had. We waren ook niet gewend om heel erg over onze gevoelens te praten en ineens was daar dat overweldigende verdriet, iets wat we in het begin haast niet met elkaar konden delen. Dat moesten we leren.

Een paar jaar later werd mijn eerste kind dood geboren; nog meer leed dat ons op een of andere manier dichterbij elkaar bracht. Daarna, in 2012, volgde mijn scheiding. Toen het heel slecht met me ging, logeerde ik een week bij mijn ouders. Ik noemde het ‘de zorgboerderij’. We slikten iedere ochtend onze pillen - zij tegen hoge bloeddruk, ik tegen mijn depressie - en daarna ging ik fietsen met mijn moeder of ondernam ik therapeutische wandeltochten met mijn vader. Ik kan er nu om lachen, maar ik was toen echt ten einde raad.

Die chaos en ellende heeft onze band sterker gemaakt. Tegelijkertijd ben ik banger geworden om mijn ouders kwijt te raken. Ik besef goed dat het zomaar afgelopen kan zijn. Mijn vader heeft darmkanker gehad. Toen hij laatst te horen kreeg dat hij, in plaats van over drie maanden, pas over een half jaar weer gecontroleerd hoeft te worden, hadden we het gevoel dat hem het eeuwige leven werd toegezegd. Een half jaar! Dan kunnen we samen de zomer vieren, daar in mijn ouderlijk huis, mijn nichtjes, de achterkleinkinderen, mijn vader, mijn moeder en ik.”

V Gij zult niet doden

“Na vijf maanden lieten we een zogenaamde pret-echo maken. Toen bleek dat er van alles mis was met het jongetje in mijn buik. Er was ook niet veel vruchtwater meer over, waardoor hij zich moeilijk kon bewegen. Ik had ervoor kunnen kiezen om hem nog drie maanden bij me te houden, maar hij had buiten de baarmoeder geen enkele kans, zou onmiddellijk na de geboorte zijn gestikt. Dus besloot ik het leven in mij te laten beëindigen en slikte ik, het universum vervloekend, de pillen die de bevalling op zouden wekken.

De tien geboden zijn stuk voor stuk te hoog gegrepen. Het is niet te doen

Het is nu elf jaar geleden. Ik denk niet vaak meer aan dat jongetje, maar ik ben zo weer terug naar dat gevoel. Het is afschuwelijk om in verwachting te zijn, en dat er dan niets komt... Als ik daarna geen kind meer had gekregen, was het allemaal veel erger geweest. Er is een kind waar ik voor moet zorgen. Ze is nu negen. Ik weet nog goed hoe nieuwsgierig ik was - je krijgt toch in zekere zin een vreemde in huis - en ik kan niet anders zeggen dan dat het een genoegen is om haar steeds beter te leren kennen.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“Onkuisheid? Dat je geen seks mag hebben met jezelf of wie dan ook? Met dat soort ideeën ben ik niet grootgebracht. Mijn ouders waren daar heel makkelijk in. Ik herinner me nog goed dat mijn broer en ik op een zomeravond seksuele voorlichting van hen kregen. Mijn ouders gaven overal antwoord op. We durfden ook steeds meer te vragen, misschien wel omdat we elkaar in het donker niet konden zien. Wat is dit? Doen jullie ook dat? Er werd enorm gelachen - dat herinner ik me nog goed. Ik begrijp het nooit zo goed dat mensen het gek vinden om zich voor te stellen dat hun ouders seks hebben. Waarom zou je daar zo spastisch over doen? Niet dat ik hier nou het seksleven mijn ouders wil gaan bespreken hoor, maar toch...

Seksualiteit gaat over een zekere schaamteloosheid; je gaat toch een grens over. Het moet ook kennelijk in het geheim gebeuren, of met een bepaald iemand - zou dat juist daarom zo opwindend zijn? Omdat het niet altijd de bedoeling is? Omdat het te maken heeft met dingen doen die je onder andere omstandigheden niet durft te doen? Als iedereen hier in zijn blootje zou rondlopen, als alles kan en alles mag, zou er dan nog wel aan seks worden gedaan?”

VII Gij zult niet stelen

“Niet stelen is veel bijzonderder dan wél stelen. Bezit is namelijk totaal oneerlijk verdeeld. Als puber vond ik het bijna rechtvaardig om iets te pikken van iemand die veel rijker was dan ik. Maar waarom is het nou zo moeilijk om tevreden te zijn met wat je hebt? Er staat een interessante gelijkenis over dat onderwerp in de Bijbel: op een ochtend vraagt een boer een paar arbeiders om de hele dag voor hem te komen werken. Ze krijgen er één zilverstuk voor. Later die middag huurt de boer nog een paar mensen in. Als hij ‘s avonds gaat uitbetalen, geeft hij al zijn werknemers hetzelfde loon. De mensen die het langst hebben gewerkt worden boos. Ze vinden dat ze recht hebben op meer, maar de boer vraagt: wat valt hier nou te klagen? Jullie krijgen toch gewoon wat ik heb beloofd?”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Ik vond altijd dat ik nooit mocht liegen, nergens over, maar dat betekende nog niet dat ik de waarheid durfde te zeggen. Dus ging ik mezelf voor de gek houden. Stomste voorbeeld: als iemand heel vies voor me had gekookt bedacht ik geen leugentje om bestwil, maar wist ik mezelf ervan te overtuigen dat het wél lekker was. Daar werd ik zo raar van in mijn hoofd dat ik recentelijk heb besloten ermee op te houden. Voortaan mag ik gewoon liegen.

Ik vind het mooi om exclusief van één iemand te zijn. Dat houdt mijn leven ook een beetje overzichtelijk

Ik heb nog eens goed over die tien geboden nagedacht en weet je wat mijn conclusie is? Ze zijn stuk voor stuk te hoog gegrepen. Het is niet te doen. Vroeger wilde ik zijn zoals Jezus, maar die morele ambitie heb ik inmiddels laten waren. Ik heb geaccepteerd dat ik een zondig mens ben. Dat geeft enorm veel rust.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Zie je wel? Alweer zo’n onmogelijk gebod. Hoe zou dat dan moeten? Als je jezelf wijsmaakt dat je de man of vrouw van een ander niet mag begeren, kom je, zodra je iemand leuk vindt, in de problemen. Waarom zou je het jezelf zo moeilijk maken? Zeg gewoon: ‘Hee, wat een lekker ding!’ En klaar. Het lijkt me niet handig om gedachten te veroordelen. Het is iets anders als je er meer mee doet. Ik heb die verleiding nooit gevoeld. Als ik met iemand ben, geef ik me aan die ander over. Alles of niets. Ik vind het mooi om exclusief van één iemand te zijn. Dat houdt mijn leven ook een beetje overzichtelijk.

Ik heb eerder gedacht dat ik de ware was tegenkomen, maar na veertien jaar kwam er toch een einde aan ons huwelijk. Na mijn echtscheiding ben ik een beetje uit de bocht gevlogen. Een soort tweede puberteit. Seks, verschillende mannen, de hele zooi: hoe bijzonder is het nou eigenlijk? Als ik in die tijd mijn huidige vriend was tegengekomen, zou het niets geworden zijn tussen ons. Ik ben nu veel meer in balans. Dat is een kwestie van ouder worden - en de juiste medicijnen slikken. Niet dat ik ooit helemaal in evenwicht zal komen. ‘Zet dat maar uit je hoofd’, zei m’n therapeut. Gelukkig doe ik het nu al een paar jaar zonder heftige pieken en dalen. Misschien was daardoor de tijd ook rijp voor mijn nieuwe relatie. En deze man... echt, zo één kom ik niet nog een keer in mijn leven tegen. Dit is ’m. Ik wil niet dat hij alleen blijft. Bij hem wil ik horen. Tot de dood ons scheidt.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Toen het jongetje doodging - en het even duurde voordat ik weer zwanger werd - was ik jaloers op iedereen die een kind kreeg. Ik verdroeg geen zwangere vrouwen in mijn buurt. Het was een moeilijke, verdrietige periode en ik was vooral ook teleurgesteld in mezelf; dat ik niet meer blij kon zijn voor iemand anders. Zo kende ik mezelf niet. Ik gun eigenlijk iedereen altijd alles. Ja, ook in mijn vak. Daar speelt diezelfde discussie over rechtvaardigheid als bij de verdeling van bezit. Mensen die veel boeken verkopen, zeuren dat ze door critici niet serieus worden genomen en schrijvers die prachtige recensies krijgen, klagen dat ze niet genoeg verdienen. Kom op! Count your blessings. Ik kan niet tegen zeurende mensen. Voor de verdeling van prijzen geldt hetzelfde: tot op zekere hoogte is daar sprake van willekeur. Het gaat in ieder geval niet over eerlijk of oneerlijk. Tommy Wieringa verwoordde het prachtig toen hij in 2013 de Libris Literatuurprijs won: ‘De jury koos jarenlang de verkeerde, maar heeft zich dit keer in mijn voordeel vergist’.”

In de serie Tien Geboden interviewt Arjan Visser bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie.

Lees ook:

- Herman van Veen (1945) - podiumkunstenaar, schrijver, en muzikant: 'Ik blijf reizen tot ik niet meer kan'
- Schrijfster Marieke Lucas Rijneveld (Nieuwendijk, 1991): 'Fantasie is altijd mijn grootste overlevingsstrategie geweest'


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Eigenlijk is het best raar dat je je voor je geloof moet verantwoorden

De tien geboden zijn stuk voor stuk te hoog gegrepen. Het is niet te doen

Ik vind het mooi om exclusief van één iemand te zijn. Dat houdt mijn leven ook een beetje overzichtelijk