Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Escapisme in een leeg kantoor

Home

INTERVIEW | SEIJE SLAGER

Jacco Gardner begon met liedjes schrijven om zichzelf weg te dromen uit Hoorn. Het lijkt gelukt: ook het buitenland kijkt uit naar het debuut van de Nederlandse belofte.

Er zijn muzikanten die vinden dat een goed liedje een goed liedje is en ook een goed liedje blijft, ongeacht hoe je het uitvoert. Zo'n muzikant is Jacco Gardner niet. Neem zijn eerste single, 'Clear the Air'. "Dat refrein, als ik dat nu zo kaal zou zingen, dan is er niet zoveel aan, het is helemaal niet catchy."

Hij voegt de daad bij het woord. En inderdaad, vier enigszins saaie noten vullen de ruimte.

Maar hoe anders klinkt 'Clear the Air' op plaat: dan baadt de stem van Gardner in een zee van toetspartijen, tingeltangelbelletjes, tegendraadse zangharmonieën, en dat alles geproduceerd alsof het ergens in 1968 is opgenomen. Het is niet voor niets dat precies die single een jaar geleden de opmaat vormde voor een bescheiden hype rondom de 24-jarige zanger en multi-instrumentalist. Zelfs 's werelds invloedrijkste blog voor alternatieve muziek, Pitchfork, plaatste een vooraankondiging van zijn album 'Cabinet of Curiosities', dat maandag eindelijk verschijnt.

Alle nummers op die plaat klinken zo gelaagd en zo weelderig geïnstrumenteerd als 'Clear the Air'. In de barokke pop van Gardner gaat de verknipte psychedelica van de vroege Pink Floyd samen met de lieflijke hippiesamenzang van The Free Design, over akkoordenschema's die à la The Zombies soms een rare bocht lijken te maken, maar altijd goed in het gehoor blijven liggen.

Het is dromerige, sprookjesachtige muziek, die een andere wereld lijkt op te roepen. En in ieder geval een andere tijd, de late jaren zestig. "Muziek is voor mij ook escapisme", zegt Gardner. "Dat was het vroeger al. Ik ben opgegroeid in Hoorn, dat wordt nogal gedomineerd door zuipende boeren op scooters, zeg maar. Als je daar niet in past, dan moet je zelf op zoek naar iets anders. Sinds ik een bewustzijn heb, droom ik al weg. Op school ging mijn blik altijd automatisch naar het raam."

En na schooltijd zocht hij dan zijn toevlucht in liedjes. Van jongs af aan ging dat automatisch in de sixties-stijl die hij zich inmiddels helemaal meester heeft gemaakt. Waar die liefde begonnen is? Het antwoord is kort: "Syd Barrett". Toen hij een jaar of veertien, vijftien was, hoorde Gardner voor het eerst 'The Piper at the Gates of Dawn', de eerste plaat van Pink Floyd, en de enige waar Syd Barrett aan meewerkte. Een plaat die hem in de jaren daarna niet meer los zou laten. Samen met een schoolvriend, Hugo van der Poel, zette hij zich aan het ontdekken van meer muziek uit die periode.

Met Van der Poel vormde hij ook enige tijd een muzikaal duo, dat wat rauwere freakbeat en garagerock maakte. Concertbezoekers kunnen hem verder kennen als toetsenist van Lola Kite, dat meer eigentijdse synthpop maakt.

Is dat laatste niet ergens een logischer pad, als je je laat inspireren door Syd Barrett? Als die nu jong was geweest, had hij misschien ook wel elektronische muziek gemaakt, en zich juist op de toekomst gericht in plaats van op het verleden.

Gardner: "Ik vind het leuk om in Lola Kite te spelen. Maar het is uiteindelijk niet muziek die me heel na aan het hart ligt. Aan de andere kant is het inderdaad ook niet mijn doel om precies zo te klinken als Pink Floyd of The Soft Machine. De opdracht die ik mezelf heb gesteld voor 'Cabinet of Curiosities' was om een plaat te maken die, als hij eind jaren zestig uit was gekomen, als vernieuwend was beschouwd, en die besproken zou zijn door figuren als Syd Barrett. Om met die plaat een weg in te slaan die de muziek toen niet ingeslagen is."

Dat is nogal een pretentie. Het mag dus niet verbazen dat Gardner jarenlang aan het album sleutelde. Eerst in Utrecht, waar hij studeerde. Maar inmiddels woont hij weer in Hoorn. Niet omdat hij veel te maken heeft met de toch levendige muziekscene van het stadje, die eerder al Johan en Tim Knol voortbracht. "Mijn drummer zit wel in de kroeg met die mensen, maar mij gaat het er juist om dat ik daar in alle rust kan werken. Mijn ouders hebben een leeg kantoorpand op het bedrijventerrein, en daar zit ik altijd te werken."

Aan de liedjes zelf, ten eerste. "Een liedje kan bij mij beginnen met een noot die ik aansla op een bepaald instrument, en die roept dan een bepaald gevoel op. Daar komen langzaam akkoorden bij. Maar vervolgens probeer ik mezelf te verrassen. Wat zou er gebeuren als ik er in plaats van een akkoord dat voor de hand ligt een heel bizar akkoord onder zet? Als er dan iets uitkomt dat tegelijkertijd abnormaal klinkt en toch goed in het gehoor ligt, dan is dat de versie waarmee ik verder ga werken."

Maar vooral aan het geluid kan hij obsessief sleutelen. Want om een nieuwe afslag die de muziek in 1968 had kunnen nemen te vinden, moet je eerst een stuk teruglopen. Dat betekent: authentieke instrumenten opsporen. Waar hij overigens niet al te romantisch over wil doen - "vooral een kwestie van op Marktplaats kijken" - maar hij heeft ze allemaal wel staan: Philicorda-orgeltjes, buizenversterkers, de Hohner Pianet die ook door The Zombies gebruikt werd. En vooral: de limiter van Jan Audier.

Jan Audier? "Hij was de geluidstechnicus die verantwoordelijk was voor het geluid van heel veel Nederlandse sixtiesgroepen, Q65, Cuby + Blizzards, noem maar op. Niemand kent zijn naam, want in die tijd werd de geluidstechnicus nog als een inwisselbare figuur gezien. Ten onrechte, want de apparaten die hij bouwde waren revolutionair, hij heeft zelf een limiter ontworpen die het geluid van die tijd heel erg bepaald heeft."

Toen Gardner voor zijn studie muziektechniek afstudeeronderzoek deed naar opnametechnieken uit die tijd, belandde hij op het spoor van Audier, en hij zocht hem op om hem te interviewen. "Uiteindelijk werd hij ook zo enthousiast, dat hij die limiter weer tevoorschijn heeft gehaald. Die lag al jaren ergens in de schuur, en deed het niet meer. Maar uiteindelijk heeft hij hem weer aan de praat gekregen, en mocht ik hem gebruiken voor mijn plaat."

Na een paar jaar in afzondering obsessief met details bezig te zijn geweest, moet studiomus Gardner nu het podium op. In maart staat zijn eerste Amerikaanse tournee gepland. Angst dat het moeilijk gaat worden om zijn zorgvuldig gearrangeerde liedjes live te brengen, heeft hij niet. "Ik heb van sommige mensen wel kritiek gehoord op mijn liveshows, maar ik kreeg ook positief commentaar", vat hij de reacties tot nu toe bondig samen.

Maar eigenlijk is hij er vooral van overtuigd dat hij met zijn plaat al in zijn missie geslaagd is. Dat blijkt wel uit de zelfverzekerde zinnen die hij er nog aan toevoegt. "Zelf denk ik: ik speel voor mensen die het leuk vinden dat ik het in ieder geval probeer om die muziek live te spelen. Stel dat je erbij mocht zijn dat Syd Barrett live 'Piper at the Gates of Dawn' uit zou voeren, dat zou een geweldige ervaring zijn, ook als het het niet helemaal haalt bij de plaat."

'Cabinet of Curiosities' verschijnt maandag.

Deel dit artikel