Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ervaring in de Tweede Kamer in acht jaar tijd gehalveerd

Home

Jaap Meijers en Marco Visser

Lege stoelen in de Tweede Kamer © ANP

De ervaring in de Tweede Kamer verdwijnt sneller dan tot nu toe werd aangenomen. De afgelopen acht jaar is het gemiddeld aantal zittingsjaren per Kamerlid gehalveerd.

Een politicus met vier jaar ervaring de in de Kamer mag zich al tot de oude rotten in het vak rekenen. Wanneer is die trend van steeds jonger en frisser ingetreden? Hoe snel verdwijnt de ervaring? We laten de cijfers spreken en keken daarbij niet naar jaargemiddelden - de methode die het meest wordt gebruikt - maar vergeleken de ervaring op de dagen dat een nieuwe Tweede Kamer aantrad.

Lees verder na de advertentie

Voor grotere afbeelding, klik op icoon rechtsboven.

Een dalende trend

In de eerste elf jaar na de oorlog lag de ervaring rond de veertien jaar (zie de grafiek). In 1956 breidde de Kamer uit naar 150 volksvertegenwoordigers. Met deze nieuwe instroom daalde de gemiddelde ervaring tot 11 jaar, een anciënniteit die tot de verkiezingen van 1986 (Lubbers II) redelijk stabiel bleef. Onder de paarse kabinetten van Kok zette de vernieuwing door, tot de verkiezing van 2002, de tijd van de moord op Pim Fortuyn. Ondanks, of misschien wel dankzij, de vele nieuwkomers van de LPF werd ervaring weer op waarde geschat.  
 
Na 2002, de tijd van Balkenende I, ging het snel. In januari 2003 resteerde in het nieuwe parlement 5,7 jaar ervaring per Kamerlid. Aan het begin van de huidige zittingsperiode van de Tweede Kamer dook het aantal Kamerjaren voor het eerst onder de 4 jaar; 572 jaar en 91 dagen, omgerekend 3,8 jaren per Kamerlid. In de loop van slechts vier verkiezingen is de hoeveelheid ervaring in de Tweede Kamer dus gehalveerd.

Groen als gras
De grote verandering in politieke ervaring komt ook tot uiting in het aantal mensen dat voor het eerst zitting neemt in de Kamer. Van eind jaren veertig tot eind jaren tachtig kwamen er na elke verkiezing hooguit een handvol verse mensen bij. Maar dan is er een plotse kentering. Telde de Kamer na de verkiezingen van 1989 nog maar acht 'groentjes', in 1994 zijn dat er al zeventien. Dat beeld blijft stabiel, tot aan de laatste verkiezingen. In 2010 verwelkomt de Tweede Kamer maar liefst 55 nieuwe leden. Ruim een derde van de Kamer is dan nieuw, een groter aandeel dan ooit tevoren. In de loop van de lopende zittingsperiode komen er nog vijftien nieuwe Kamerleden bij, onder meer om de politici te vervangen die naar het kabinet verhuizen.
 
De kans is groot dat de Tweede Kamer na de aankomende verkiezingen nóg onervarener zal zijn dan na de vorige Tweede Kamer. Van de langstzittende Kamerleden op dit moment hebben Sharon Dijksma, Ineke van Gent en Willibrord van Beek bekendgemaakt de Kamer te verlaten. Alleen hun vertrek al betekent een aderlating van 43 jaar. De verwachte verschuiving in het politieke landschap zal er mogelijk ook voor zorgen dat er opnieuw meer mensen hun voor het eerst de Tweede Kamer betreden. Wie de peilingen als uitgangspunt neemt, ziet dat na 12 september de gemiddelde ervaring kan zakken naar 3 jaar en 3 maanden.

Oorzaak daling
Waar komt die daling de laatste jaren ineens vandaan? Parlementair historica Anne Bos van de Radboud Universiteit Nijmegen: 'Sinds 2002 zijn er wel drie verkiezingen gehouden. De Nederlander kreeg zo meer momenten waarop hij kon kiezen. De voorkeuren liepen sterk uiteen. Dat zorgde voor een hoop onrust. Er kwamen nieuwe partijen bij, zoals de LPF en de PVV, en anderen halveerden.'

'Maar het ligt ook aan partijvoorzitters of de commissies die de kandidatenlijsten opstellen', vervolgt Bos. 'Zij willen steeds meer vernieuwen en verjongen. 'In 2009 zei de Tweede Kamer nog in een rapport over het eigen functioneren dat het erg is als er veel ervaring verdwijnt. Er is toen geprobeerd aan te sturen op meer ervaring in de Kamer. Dat zag je ook wel bij de verkiezingen in 2010, maar de uitslag zorgde er toen voor dat er toch veel nieuwe mensen in de Kamer kwamen.'
 
Bos noemt de Nederlandse politiek op dit moment instabiel. 'Vroeger, in de jaren vijftig, had je Kamerleden die pas na jaren een maidenspeech hielden. Wim van de Camp, Kamerlid van 1986 tot 2009, zei over zijn eerste vier jaar in de Kamer dat het een soort duurbetaalde stageplaats was. Pas daarna snapte hij hoe het daar werkte. Dat is natuurlijk het punt: Kamerlid is een beroep, een ambacht. Je moet de procedures kennen, weten wanneer je een motie moet indienen en wat het moment suprême is om met een bepaald verhaal te komen.'
 
Leve de vernieuwing?
Een argument vóór vernieuwing is dat het goed is om mensen uit de maatschappij in de volksvertegenwoordiging op te nemen. 'Het is in toenemende mate voor politieke partijen belangrijk om mensen in fractie te halen die met twee benen in de maatschappij staan', zegt een woordvoerder van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet. Fracties streven volgens haar naar een mix van ervaring binnen en buiten de Kamer. Historica Bos meent dat partijen er in ieder geval voor moeten zorgen dat ze zichzelf blijven scholen. 'En niet om de haverklap nieuwe verkiezingen houden'.

De ervaring van de huidige Kamerleden, uitgesplitst naar partij. Voor grotere weergave, klik op icoon rechtsboven.

Wanneer meet je anciënniteit?
Hoeveel ervaring zit er in de Tweede Kamer? Het maakt uit op welke datum je dat meet. Net na de verkiezingen, op de eerste dag dat de Tweede Kamer weer bijeenkomt, dan kunnen soms niet alle leden direct geïnstalleerd worden. Een paar weken of maanden later, verandert de gezamenlijke ervaring pas echt dramatisch. Op het moment dat een nieuw Kabinet wordt samengesteld vertrekt een aantal ervaren Kamerleden naar het Kabinet om minister of staatssecretaris te worden. Die dip is duidelijk in onze grafiek te zien.

Je zou de parlementaire ervaring kunnen vaststellen op de dag dat de vervangers geïnstalleerd worden. Die hebben meestal minder ervaring - zij stonden ook lager op de Kiestlijst - maar dat is wel de club die de regering moet gaan controleren. Om de gegevens overzichtelijk en vergelijkbaar te houden hebben we toch gekozen  voor de eerste dag van de nieuwe zittingsperiode. We hebben geteld hoeveel dagen de Kamerleden op dat moment samen al in de Kamer zaten.

Opvallend: in het lijstje langszittende Kamerleden staat de eerste CDA'er, Co¿kun Çörüz, pas op nummer 14. Hij is door het CDA niet meer op de kandidatenlijst gezet. De eerstvolgende ervaren CDA'er staat op nummer 19: Sybrand van Haersma Buma.

Vroeger was het veel gebruikelijker dan nu dat iemand decennialang in de Kamer zat. De kampioen is Lodewijk Duymaer van Twist, die vanaf 1901 in totaal 44 jaar en 147 dagen in de Kamer zat. Nummer twee in het lijstje carrière-Kamerleden is Hendrik Tilanus van de CHU (bijna 41 jaar).

De data die we hebben we gebruikt is afkomstig van Parlement.com. Onze bewerkte versie is te hier te downloaden.

Deel dit artikel