Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ernst Haefliger 1919-2007

Home

Peter van der Lint

Twintig jaar lang was Ernst Haefliger in de Matthüus-Passion van het Concertgebouworkest de Evangelist.

’Aber Jesus schriee abermals laut, und verschied’. Hoe vaak zou de Zwitserse tenor Ernst Haefliger deze woorden in Bachs ’Matthüus-Passion’ gezongen hebben? Alleen al in Nederland zeker een kleine vijftig keer.

Ernst Haefliger was van 1953 tot en met 1973 Evangelist in de twee uitvoeringen die het Concertgebouworkest elk jaar in het Concertgebouw gaf. Ook in Duitsland genoot hij jarenlang de voorkeur van dirigent en Bach-specialist Karl Richter. Dus het aantal malen dat Haefliger ’und verschied’ zong, moet enorm zijn. De manier waarop Haefliger die frase zong, is op verschillende opnamen terug te horen. Een grote, betekenisvolle pauze na het hard en hoog gezongen woord ’laut’, daarna heel expressief, in tempo uitgetrokken en met een net niet larmoyant legato volgen de bewuste woorden ’und verschied’. Wonderbaarlijk mooi en heerlijk ouderwets om terug te horen. Hoewel Haefliger in Amsterdam enorm gewaardeerd werd om zijn Evangelist – de lange lijst optredens zegt genoeg – was er ook kritiek. Volgens sommigen was hij té theatraal in zijn benadering en koketteerde hij met zijn expressieve stem.

’Wenn ich einmal soll scheiden’, zingt het koor na het ’und verschied’ van de Evangelist. Dat moment kwam voor Ernst Haefliger zelf op zaterdag 17 maart. In zijn geboorteplaats Davos kreeg de 87-jarige zanger een hartaanval, waarna hij overleed – er verschied.

Haefliger was in Amsterdam voor het eerst Evangelist toen Jo Vincent, sopraan-icoon uit de Mengelberg-tijd, haar laatste ’Matthüus-Passion’ deed en hij zag al die jaren solisten naast zich als Dietrich Fischer-Dieskau, Erna Spoorenberg, Heinz Rehfuss, Aafje Heynis en Elly Ameling. Hij was in 1949 en in 1950 al te gast geweest voor de Amsterdamse ’Matthüus’, maar zong toen de tenor-aria’s terwijl zijn collega Peter Pears de Evangelist was. Vanaf 1953 tot en met 1973 was hij de enige constante in de Amsterdamse traditie. De eerste jaren steeds onder Eduard van Beinum. Korte tijd na de ’Matthüus’ van 1959, wegens ziekte van Van Beinum overgenomen door Anthon van der Horst (de grote ’concurrent’ uit Naarden), overleed Van Beinum plotseling. Het volgende jaar mocht Van der Horst weer dirigeren, maar vanaf 1961 tot en met 1972 stond de ’Matthüus-Passion’ in het Concertgebouw onder leiding van Eugen Jochum.

Jochum en Haefliger, dat was het artistieke span waarop al die tijd de Amsterdamse passie-uitvoeringen rustten. In 1965 werd die artistieke bloedband tussen Jochum en Haefliger vereeuwigd door de plaatopname die Philips in Amsterdam van de ’Matthüus-Passion’ maakte. Twee jaar later volgde een opname van hun ’Johannes-Passion’. Eerder had Haefliger de beide passies al eens opgenomen voor Deutsche Grammophon onder leiding van Karl Richter (respectievelijk in 1958 en 1964).

De laatste keer dat Haefliger in Amsterdam de Evangelist zong, was in 1973 onder leiding van Ferdinand Leitner. Twee jaar later verscheen Nikolaus Harnoncourt met zijn Evangelist Kurt Equiluz op het Amsterdamse podium en was het gedaan met de ’ouderwetse’ manier van uitvoeren.

Naast Bach zong Haefliger in Amsterdam veel muziek van Mahler. Vooral in ’Das Lied von der Erde’ glorieerde de Zwitserse tenor. Hij maakte er met het Concertgebouworkest twee officiële opnamen van, in 1956 met Van Beinum en in 1963 met Jochum. Tussendoor, in 1960, nam hij het werk ook nog op met Bruno Walter. Op alle drie deze opnamen is mezzosopraan Nan Merriman zijn partner. Onder Bernard Haitink zong Haefliger met Hanneke van Bork en Norma Procter in Mahlers ’Das klagende Lied’; die opname verscheen zojuist in de cd-box ’Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra 1970-1980’.

Hoewel Haefliger in Berlijn een grote Mozart-opera-carrière had, zong hij nooit bij de Nederlandse Opera. In het Concertgebouw waren wel – concertant – zijn titelrollen in Mozarts ’Idomeneo’ en ’La clemenza di Tito’ te horen. Haefliger trad de laatste jaren nog steeds op, vaak met zijn zoon Andreas Haefliger achter de piano, maar legde zich toch vooral toe op lesgeven. In zijn gedegen en zeer leesbare boek ’Die Singstimme’ (1983) heeft hij inzichtelijke stambomen gemaakt van de verschillende internationale zangscholen. Daarin is hijzelf terug te voeren tot de oer-belcantoschool van Manuel Garcia. Dat historische besef was belangrijk voor Haefliger. Zijn bekendste eigen leerling is de Franse sopraan Françoise Pollet.

Ernst Haefliger, op 6 juli 1919 in het Zwitserse Davos geboren, overleed daar op zaterdag 17 maart 2007.

Deel dit artikel