Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Erdogan bouwt moskeeën in dorpen waar alleen alevieten wonen, die gaan nooit naar een moskee

Home

Melvyn Ingleby

Alevieten Gülistan en Mehmet Karaman in het Anatolische dorpje Narlik. © Melvyn Ingleby

De vele miljoenen Alevieten in Turkije hebben een moeilijke relatie met de overheid. Moeten ze moskeeën accepteren in hun dorpen, terwijl ze daar zelf niet bidden? 

Iedere vrijdag rijdt een imam het Anatolische gehucht Narlik binnen. Hij parkeert zijn auto voor een verlaten gebouw van geelgroen beton. Op het dak staat een megafoon. De imam loopt naar binnen, roept via de megafoon op tot het gebed en vertrekt weer.

Lees verder na de advertentie

“Niemand gaat naar die moskee”, gniffelt Gülistan Karaman, geleund op haar wandelstok. In de woonkamer van een boerderij even verderop roddelt ze met drie andere bejaarde dorpsbewoners over de wekelijkse bezoeker. “De vorige imam zegde het gebed af als er niet minstens drie mensen kwamen opdagen”, herinnert Gülistans oom Mehmet Karaman zich. “Ik wilde hem best helpen, maar het lukte ons nooit om twee extra personen te vinden die wilden komen bidden.”

Nieuwe moskeeën

Dat komt omdat de inwoners van Narlik alevieten zijn, een religieuze minderheid met een complexe verhouding tot de islam (zie kader). In tegenstelling tot soennitische moslims bidden de alevieten niet in een moskee, maar in een cemevi (‘plaats van samenkomst’). Toch zette de AKP-regering nieuwe moskeeën neer in volledig alevitische dorpjes zoals Narlik.

“Ze proberen ons langzaam om te vormen tot soennieten”, verklaart Nurettin Aksoy vanuit zijn kantoor in Çorum, een provinciestad op een half uur rijden van Narlik. De kale Aksoy met zwarte borstelsnor is een dede, een alevitisch spiritueel leider.

Trots geeft Aksoy een rondleiding door de cemevi. In de ontvangsthal hangen foto’s van geloofsgenoten die zijn vermoord tijdens lynchpartijen tegen de alevieten in de jaren tachtig en negentig. “We zijn het niet vergeten”, staat er voor de duidelijkheid boven. De zaaltjes daarachter hebben een vrolijker decor. Kinderen krijgen er muziekles en computercursus. “In een cemevi wordt niet alleen gebeden”, legt Aksoy uit. “Het gaat om het in stand houden van de gemeenschap.”

Nurettin Aksoy in zijn cemevi in Çorum. © Melvyn Ingleby

Geen cent

Maar waar de Turkse staat voorziet in het onderhoud van moskeeën, geldt dat niet voor cemevi’s. Eind vorig jaar leek daar verandering in te komen toen het Turkse hooggerechtshof bepaalde dat cemevi’s erkend moeten worden als gebedshuizen, maar volgens Aksoy is er in de praktijk niets veranderd. “Ik heb nog geen cent ontvangen.”

Willen we dat de staat ons als gelijken behandelt? Of willen we sowieso niets met de staat te maken hebben?

Nurettin Aksoy, alevitisch spiritueel leider

Eigenlijk wil de dede dat ook niet. Net als de meeste alevieten vindt Aksoy dat de staat zich helemaal niet moet bemoeien met geloofszaken. Tegelijkertijd steekt het dat de moskee om de hoek wél gespekt wordt door de staatskas. “Dit is ons grootste dilemma”, zucht hij. “Willen we dat de staat ons als gelijken behandelt? Of willen we sowieso niets met de staat te maken hebben?”

Soennificatie

Het is een vraagstuk dat de alevieten onderling sterk verdeelt. Sommige alevitische verenigingen zijn bereid samen te werken met de AKP-regering om hun positie te verbeteren. Maar de linkse Haci Bektas-stichting, waarvan Aksoy lid is, moet daar niets van weten. “Het leidt tot assimilatie van binnenuit”, aldus de dede. “De AKP heeft het over eenheid in de islam, maar wil uiteindelijk dat iedereen een soenniet wordt.”

Vooral in de dorpen verloopt dat proces op subtiele wijze. De regering werkt samen met alevitische muhtars (dorpshoofden), vertelt Aksoy, maar dan wel als die eerst een moskee in het dorp laten bouwen. “De dorpelingen gaan daarmee akkoord, want ze begrijpen dat hun muhtar meer voor hen kan regelen als hij een imam aan zijn zijde heeft. De staat luistert naar de imam.”

Tweederangsburgers

Ook de moskee in Narlik is gebouwd op initiatief van de muhtar, vertelt de familie Karaman. Voordeel was dat ze er gelijk een cemevi bij kregen, maar de locatie van hun gebedshuis maakt duidelijk hoe de verhoudingen leggen: de moskee werd bovenop de cemevi gebouwd. En een dede is er niet, want zijn salaris wordt niet door de staat betaald.

“Erdogan geeft ons alleen imams, geen dedes”, zucht Gülistan. De dorpsbewoners zijn zich bewust van hun positie als tweederangsburgers. “Tijdens de lynchpartijen van vroeger vonden we de dode lichamen op onze akkers”, vertelt oom Mehmet. “Hoe kunnen we dat vergeten?”

Toch zeggen ze tevreden te zijn met hun moskee. Maar wie doorvraagt, ziet dat de ‘assimilatie van binnenuit’ waarvoor Aksoy vreest gaande is. “De moskee is noodzakelijk”, zegt Gülistan kortaf. “We hebben tegenwoordig goede banden met ons soennitische buurdorp, godzijdank. We willen niet dat zij denken dat alevieten geen moskee hebben. Dan zouden we opnieuw de verschoppeling worden.”

Een spirituele traditie met een heel andere geloofsbelijdenis

De alevieten zijn de grootste religieuze minderheid van Turkije. Hun precieze aantal is onbekend, maar wordt geschat op tussen de twaalf en twintig miljoen. Sommige alevieten zien zichzelf als moslims, terwijl anderen het alevisme als een aparte spirituele traditie beschouwen. Die is deels gevormd door invloeden uit de sjiitische islam, maar ook door de dertiende-eeuwse soefi-geleerde Haji Bektash Veli en door sjamanistische tradities uit Centraal-Anatolië.

De alevitische geloofsbelijdenis verschilt sterk van die van de soennitische meerderheid in Turkije. Zo doen de alevieten doorgaans niet aan de ramadan, gaan ze niet op pelgrimstocht naar Mekka en bidden ze niet in de moskee, maar in de cemevi. Mannen en vrouwen bidden samen in plaats van gescheiden. Onder meer vanwege deze verschillen worden de alevieten al eeuwenlang vervolgd. Nog altijd zijn ze het slachtoffer van structurele discriminatie. 

Lees ook:

‘De Turkse overheid wil moslims van ons maken’

In thuisland Turkije vormen ze een onderdrukte minderheid én de voorhoede in het verzet tegen de regering van Erdogan. In Nederland voelt de alevitische gemeenschap diens lange arm.

Deel dit artikel

Willen we dat de staat ons als gelijken behandelt? Of willen we sowieso niets met de staat te maken hebben?

Nurettin Aksoy, alevitisch spiritueel leider