Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Er komen nog veel meer buitenlandse imams

Home

Mohamed Ajouaou

Voorlopig is er geen kijk op in Nederland opgeleide imams. Daarom zullen we het moeten doen met Turkse en Marokkaanse geestelijken. Hun waardigheid brengt met zich mee dat zij geen klusjes van minister Van Boxtel krijgen. Dat hindert de integratie in Nederland.

Plotseling blijken imams een knelpunt te vormen in de multiculturele samenleving. De uitspraken van imam El-Moumni deden vermoeden dat moslimgeestelijken tot haat jegens bepaalde bevolkingsgroepen aanzetten. Premier Kok sprak bezorgdheid uit. Kort daarna meldde de BVD dat veel imams in opdracht van buitenlandse mogendheden werken. Zij zouden het Nederlandse integratiebeleid doelbewust dwarsbomen.

Uit verschillende hoeken wordt er op aangedrongen een oplossing te vinden. Hoogleraar integratiebeleid Han Entzinger is voor politieoptreden om imams op hun grenzen te wijzen. Anderen willen imams 'dwingen' om zich uitsluitend tot het bedienen van de sacramenten te beperken. Politici schrijven voor dat moslimgeestelijken, als bewijs van goede wil, het uitvoeren van het integratiebeleid tot hun hoofdtaak moeten rekenen. En als het aan minister Van Boxtel ligt, kan de imam de rol van een arbeidsmarktbemiddelaar op zich nemen. Anderen zien helemaal geen taak voor deze pendel-imams en maken zich hard zich op voor een Nederlandse imamopleiding die andere 'types' imams zou opleveren.

Het valt niet te ontkennen dat er spanning bestaat inzake imams die de nodige competenties en vaardigheden missen om hun beroep in een migratiecontext adequaat te kunnen uitoefenen, imams die traditionele denkbeelden en rolpatronen over menselijke verhoudingen uitdragen en imams die opereren vanuit religieuze en politieke zendingsdrift, opgelegd door buitenlandse regimes en donateurs. De vraag is of de aangedragen remedies het gewenste effect hebben en of ze voldoende rekening houden met de godsdienstige werkelijkheid van de moslims in Nederland.

Een impulsieve interventie van de overheid, in welke vorm dan ook, werkt averechts. Moslims interpreteren zo'n interventie als aantasting van hun godsdienstvrijheid. Dat leidt af van het opvangen van de mogelijke negatieve effecten van het optreden van imams. Het van buitenaf beperken van de verantwoordelijkheden van de imams of juist het verruimen daarvan met oneigenlijke taken tast de waardigheid van dit beroep aan en verhindert dat de imam van binnenuit een eigen profiel ontwikkelt.

Een imamopleiding is op termijn een reële optie, mits die uit de geloofsgemeenschap zelf komt. Hoe luider de oproepen van politici en overheidsfunctionarissen om tot een imamopleiding te komen, hoe minder het draagvlak bij de moslims is.

Imams moeten daarnaast niet, zoals nu gebeurt, als losse individuen benaderd worden. Zij zijn een onlosmakelijk onderdeel van een breed godsdienstig instituut. Het aanspreken van de imams moet daarom plaatsvinden binnen dat brede instituut en in het licht van de huidige religieuze ontwikkeling van moslims.

De achterstand waarmee het religieus instituut in Nederland is gestart, heeft als gevolg dat moslims een nijpend tekort hebben aan kennis van (toegepaste) islam en religieuze kaders waarin zij hun godsdienst kunnen beleven. Er is met andere woorden een tekort aan imams en moskeeën. Daarom worden aan imams minder hoge eisen gesteld.

Hetzelfde zien we in het onderwijs en de zorg. Het lerarentekort dwingt veel scholen om genoegen te nemen met onbevoegde onderwijzers en de zorgsector reist de wereld af op zoek naar verplegers die men pas op termijn de nodige kwaliteiten hoopt bij te brengen.

De genoemde theologische achterstand verklaart deels ook waarom moslims dankbaar gebruikmaken van door buitenlandse mogendheden gefinancierde religieuze faciliteiten, zoals moskeeën en imams. Het benutten van deze religieuze diensten vraagt zijn prijs, namelijk het aanhoren van preken die de meeste Nederlandse moslims niet aanstaan. Ook moslimjongeren zijn nu nog bereid deze prijs te betalen.

Conclusie is dat we niet om de 'geïmporteerde' imams heen kunnen. Hun aantal zal, gezien de omvang van openstaande vacatures, alleen maar toenemen. Waar dat spanningen oplevert, moet een patriarchale houding worden vermeden. Imams kunnen wel voortdurend voorzien worden van relevante informatie aangaande het overheidsbeleid en de positie van de islamitische minderheden.

Integratie houdt in dat moslims als vreemdelingen een zekere loyaliteit moeten ontwikkelen voor hun nieuwe vaderland. Deze loyaliteit vertaalt zich in een constructieve participatie in de samenleving. De Nederlandse staat investeert hierin veel geld en energie. Wanneer zij signalen opvangt dat religieuze invloeden het proces mogelijk belemmeren, moeten moslims deze bezorgdheid serieus nemen. Daarom moeten zij, moskeebesturen incluis, ook partij zijn in de dialoog.

Misschien is het een idee om een commissie van wijzen in te richten, bestaande uit onafhankelijke deskundige moslims die beide kanten adviseert en de dialoog begeleidt. De beginselen van de scheiding van kerk en staat en godsdienstvrijheid bieden hier voldoende ruimte voor.

Deel dit artikel