Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eper incestzaak is toe aan revisie

Home

Henk Ruis

In de Eper incestzaak faalde de rechtbank door de omstandigheden. Kunnen de rechters dat toegeven?

Professor Willem Wagenaar, emeritus hoogleraar psychologische functieleer, bepleitte vorige week bij ’Pauw en Witteman’ dat de Eper Incestzaak heropend zou moeten worden. Ik ben dat met hem eens. De werkelijke slachtoffers van de gerechtelijke dwaling in deze zaak moeten gerehabiliteerd kunnen worden. De wet laat dit echter niet toe!

De Eper Incestzaak moet heropend worden omdat het vonnis niet rechtvaardig is. Formeel kan herziening alleen als er sprake is van ’nieuwe feiten’ voor herziening. Dat is niet fair. Iedereen kan fouten maken, rechters ook.

De geleerden zijn het er langzamerhand wel over eens: de vonnissen in de Eper Incestzaak zijn onjuist geweest. Aangeefster Jolanda vertelde sprookjes, bizar en gruwelijk. Van enig waarheidsgehalte is daarbij niet gebleken. Toch zijn er mensen veroordeeld.

Jolanda, een jonge vrouw uit Epe, beschuldigde haar ouders, familieleden en vrienden van jarenlang ernstig seksueel misbruik. In een eerste rechtszaak werden de ouders en familieleden daarvoor tot celstraffen veroordeeld. Jolanda kwam daarna echter met een nieuwe aanklacht: zij was slachtoffer van rituele babymoorden, in wekelijkse bijeenkomsten, op maar liefst 23 van haar kinderen. Niet alleen haar familie, maar ’heel Epe’, inclusief politiemensen en rechters zouden eraan hebben meegedaan. Daarover ging de tweede rechtszaak, die wederom leidde tot gevangenisstraffen van meerdere jaren voor de betrokken familieleden. Dit keer werden ook twee kennissen veroordeeld. De gebroeders Z, die alles bekenden wat hun maar werd voorgelegd, kregen tbs en zitten nog altijd vast.

Destijds, in 1994, was het in Nederland de eerste zogenaamde rechtszaak over ’rituele kindermoord’. Er was sprake van een mediahype. Jolanda was een superslachtoffer. Wat haar was overkomen was te erg voor woorden, en de daders van dergelijke gruwelijkheden moesten ’hoe dan ook’ gestraft worden.

Nu, anno 2008, is veel meer bekend over ’hervonden herinneringen’, over ’tunnelvisie’ en over onjuiste opsporingsmethoden, die kunnen leiden tot valse bekentenissen.

Nu, anno 2008, zouden de betrokkenen in deze zaak waarschijnlijk helemaal niet meer voor een tweede keer veroordeeld worden. Het zou bij de ’Eerste Eper zaak’ gebleven zijn. De ouders van Jolanda en andere betrokkenen hebben jaren gevangenisstraf uitgezeten voor ’feiten’ die gewoon helemaal niet gebeurd zijn.

Waarom stelt het recht als eis voor herziening van een strafzaak dat er sprake moet zijn van ’nieuwe feiten’? Dit heeft te maken met de rechtszekerheid. Zaken moeten eens afgelopen zijn. Het kan niet zo zijn dat eenmaal afgedane zaken telkens opnieuw ter discussie kunnen worden gesteld.

Zoals wel vaker in het recht, zou het daarbij echter om een afweging moeten gaan. Rechtszekerheid versus individuele gerechtigheid. Hier moeten drempels opgeworpen worden, dat is duidelijk, maar de barricade van het ’nieuwe feit’ is in deze zaak onneembaar. En dat is moeilijk te rijmen met het algemeen ontstane wetenschappelijk inzicht dat de vonnissen niet juist zijn geweest.

In het geval van de Eper zaak is het opvallend dat de roep om heropening niet komt van de kant van de veroordeelde verdachten. Het is de wetenschap die de zaak in de loop van enkele tientallen jaren van alle kanten kritisch heeft onderzocht, en die tot de conclusie is gekomen dat er geen goede grond voor de veroordelingen aanwezig is geweest.

Ook rechters kunnen fouten maken! Wellicht kan hierin een rechtvaardiging worden gevonden om toch tot heropening van de zaak over te gaan. De kritiek op de uitslag komt uit wetenschappelijke hoek en wordt daar over een brede linie gedragen.

Professor Wagenaar pleit voor de instelling van een speciale commissie, die de Eper zaak opnieuw zou moeten beoordelen op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Onder die nieuwe inzichten valt wellicht ook het inzicht dat rechters vergissingen kunnen begaan, zeker wanneer de omstandigheden waarin zij moesten oordelen zeer uitzonderlijk waren. De rechters stonden destijds onder grote maatschappelijke druk om tot een veroordeling te komen.

Net zoals er in het geval van Marinus van der Lubbe een wetswijziging noodzakelijk was om zijn doodvonnis op te heffen, zo zal ook in Nederland de strafwet moeten worden gewijzigd, wil men herziening van gerechtelijke dwalingen als de Eper zaak mogelijk maken. Het onrecht dat de veroordeelden is aangedaan weegt daarvoor zwaar genoeg. Het rechtssysteem heeft gefaald. Er moet hier actie worden ondernomen. Wie neemt het voortouw?

Deel dit artikel