Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eper incestaffaire was een modern volksverhaal

Home

door Wilma Kieskamp

Paniek over seksueel kindermisbruik overviel Nederland in de jaren negentig. Onderzoekster Esther Hendriksen dook in de krantenarchieven. En concludeert: het was geen mediahype, maar eerder een middeleeuwse volksvertelling in een tijd van grote zedenangst.

Vrijwel niets werd aan de verbeeldingskracht van de krantenlezer overgelaten, begin jaren negentig. Ook in deze krant stonden alle details uit de verklaringen die Jolanda van B. uit Epe, destijds 22 jaar, bij de politie had afgelegd. Verklaringen die, bleek tijdens de rechtszaak, op controleerbare punten vaak niet waar konden zijn.

Een fragment uit het verslag van de rechtszaak in deze krant. Gedetailleerd kreeg de lezer gepresenteerd wat Jolanda beweerde: ”(...) Ze zegt dat ze werd vastgebonden op bed, waarna haar ouders met een schroevendraaier of met schoppen en trappen de vliezen braken. (...) In 1984 of 1985, zegt Jolanda, is er een levende tweeling geboren, die zij John en Sanne noemde. De kinderen werden na de bevalling op haar buik gelegd en terwijl zij geblinddoekt was, doodgestoken. Een vriendin zegt dat zij destijds bij de familie thuis was en hoorde hoe de dokter werd geroepen en later zag hoe in de gootsteen bloed werd weggewassen en bloederige pakketjes werden weggebracht.”

Jolanda beweerde dat haar ouders eigenhandig minstens vijf baby's hadden vermoord, en dat ze jarenlang was verkracht door een satanisch netwerk op de Veluwe, dat ook nog aan kannibalisme deed.

Was het waar? Ondanks de gerezen, grote twijfels, werden haar ouders veroordeeld tot vier jaar cel. De verwarring was daarmee compleet. Geheugenexpert professor Wagenaar (getuige-deskundige in de zaak) noemde onlangs het vonnis nog een gerechtelijke dwaling 'vergelijkbaar met de Puttense moordzaak'. Hij pleit voor herziening.

Esther Gerritsen heeft de krantenartikelen over de zaak nog eens op een rij gezet. Vaak wordt die berichtgeving achteraf geduid als een typische mediahype. Maar Hendriksen heeft bewust niet onderzocht of de verslaggeving achteraf juist of onjuist was. Ze wilde die op een heel andere manier bekijken. Zo vond ze inderdaad een alternatieve verklaring voor de enorme opwinding.

,,Wie beweert dat de media de zaak destijds hebben opgeblazen, veronderstelt sensatiezucht. Maar daar geloof ik niet in. Ook kwaliteitskranten als Trouw en NRC Handelsblad brachten zeer veel details. Bewust heb ik juist die serieuze media onderzocht. Wat bepaalde hun keuzes? Zo kwam ik op een andere verklaring. Volgens nieuwe inzichten moeten we de media namelijk niet zozeer zien als brengers van feiten, maar als 'vertellers'. Journalisten zijn vertellers van onze gezamenlijke maatschappelijke angsten en geneugten. Precies dat hebben ze in de Eper incestaffaire gedaan. De hele berichtgeving leest achteraf niet als een mediahype, maar als een moderne variant van een middeleeuwse volksvertelling”, zegt Esther Hendriksen.

Juist in de jaren negentig was de westerse wereld in de ban van een enorme zedenangst, brengt ze in herinnering. De kranten zagen dat als een belangrijk ondewerp. ”Incest was voor het eerst bespreekbaar. Nederland was vervolgens echter opgeschrikt door extreme zedenzaken: de Bolderkar-affaire, Oude Pekela, Epe.

”Opeens waren er berichten over het bestaan van satanische netwerken. Dat alles voedde de angst dat vrouwen en kinderen niet meer veilig zouden zijn in deze samenleving. Een heel oude angst. Vroeger werden zulke angsten ook al bezworen door er gruwelverhalen over te vertellen. Vooral als je achteraf de hele berichtgeving op een rij zet, valt op hoeveel overeenkomsten er zijn met die oude volksverhalen.”

In Trouw en NRC Handelsblad zag ze het verhaal zich ontrollen: een verhaal met een heldin (de eigenzinnige Jolanda) met medekruisvaarders (hulpverleners), een heldin bovendien die tegenslagen moet overwinnen (Jolanda beweerde dat de politie óók in het complot zat), die op ongeloof stuit (al snel ging de berichtgeving in de kranten alleen nog maar over de vraag wie haar geloofden en wie niet). En dan ook nog een heldin die klassieke gruwelen meemaakte, naar ze beweerde: kindermoord en verkrachting.

,,Feiten speelden een ondergeschikte rol, het ging erom of je haar geloofde of niet, ook in de media, die zelf daarbij vooral in het begin geen standpunt wilden innemen. Dat is wel verklaarbaar. Er heerste in de jaren negentig een grote postmodernistische terughoudendheid rond seksueel misbruik. We wisten dat de mensheid tot alles in staat is. We wilden slachtoffers niet afvallen.” Toen Jolanda uit haar heldenrol viel door geen kritische vragen te dulden, veranderde de berichtgeving definitief van toon.

Esther Hendriksen wil zelf geen uitspraken doen over wat achteraf 'waar' of 'onwaar' was aan de beschuldigingen. Wel haalt ze nog een opvallende gelijkenis aan: ”In deze zaak is gebleken hoe effectief oude demonologieën (geloof in demonen, red.) nog steeds zijn. De plastische verhalen over walgelijke babymoorden die Jolanda vertelde, lijken precies op de beroemde 'Blood Libel Myth', een folkoreverhaal van duizenden jaren oud, dat inspeelt op de indringende angst dat zelfs kinderen, het symbool van onschuld, niet meer veilig zijn in deze wereld.”

Deel dit artikel