Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Enrico Cuccia, duivel van het Italiaanse bankwezen, overleden

Home

Anniek van den Brand

De man die vijf decennia het Italiaanse bankwezen domineerde, is gisteren overleden. Enrico Cuccia, 92 jaar oud, stierf in een ziekenhuis in een buitenwijk van Milaan. Il Maestro delle Marionette werd hij genoemd: hij die aan de touwtjes trekt. Maar ook: Il Diavolo, de duivel. En van de Britse krant The Observer kreeg hij de bijnaam 'de Deng Xiaoping van de Italiaanse bankwereld'.

Cuccia was in 1946 een van de oprichters van Mediobanca. Deze investeringsbank, tot 1988 overheidsbezit, was voor een groot deel verantwoordelijk voor de financiering van de wederopbouw van de Italiaanse industrie na de Tweede Wereldoorlog. Een halve eeuw lang bedacht Cuccia alle grote financiële operaties voor familieconcerns. Verantwoording daarover heeft hij nooit willen afleggen. Hoefde ook niet, want Cuccia werd tot in de hoogste regeringskringen beschermd.

Echt groot is zijn bank nooit geworden. Kantinejuffrouwen en schoonmakers meegerekend werken er driehonderd mensen, het balanstotaal bedraagt zo'n dertig miljard gulden en de winst komt nooit boven de 500 miljoen. Machtig is Mediobanco daarentegen wel. Buitengewoon machtig zelfs. Via kleine deelnemingen, kruis- en dwarsverbanden ontgaat de bank niets. Nog steeds reiken de tentakels van Mediobanca ver in bijna alle grote Italiaanse bedrijven.

Tot aan zijn dood wandelde Cuccia bijna iedere dag van huis naar La Scala, de Milanese Opera, waarachter Mediobanca zetelt. De zakenbank deed onder leiding van Cuccia al gecompliceerde overnames toen de grote jongens van nu nog niet eens wisten hoe je het woord obligatie schrijft. Na de privatisering van de bank, in 1988, nam Cuccia afscheid als bestuursvoorzitter. Hij werd daarna erevoorzitter. Zijn invloed op Italië werd door het neerleggen van zijn officiële functie overigens nauwelijks minder. Zo werd de 'grote oude', zoals hij werd genoemd, begin dit jaar nog door Fiat-baas Giovanni Agnelli gevraagd om advies bij de voorgenomen samenwerking met General Motors.

Twee gouden stelregels heeft Cuccia zijn leven lang gehuldigd: 'Alleen een man met contanten weet van wanten', en, 'aandelen moet je niet tellen, maar wegen'. Het zijn verhalen uit de overlevering want Cuccia gaf 'uit principe' nooit interviews. Er wordt hem een maniakale afkeer van publiciteit toegedicht. Die afkeer bleek maar weer eens toen zijn vrouw bijna vier jaar geleden op 91-jarige leeftijd overleed. Cuccia wist haar dood bijna twee weken strikt geheim te houden.

Cuccia, destijds nog aankomend bankier, huwde zijn vrouw in 1939. Zij was de dochter van Alberto Beneduce, zijn eerste patroon en president en oprichter van de staatsholding IRI. De voornaam van de jonge mevrouw Cuccia getuigde van haar vaders vroegere idealen: Idea Nuova Socialista, Nieuw Socialistisch Idee.

Idea Nuova Socialista Cuccia was zo mogelijk nog publiciteitsschuwer dan haar man. Fotografen hebben haar maar twee keer buitenshuis kunnen betrappen; in 1979 toen er een brandbom naar het huis van de Cuccia's gegooid en vijf jaar geleden toen het echtpaar gearmd door een winkelstraat in Rome liep. Bij het zien van de camera's, schermde mevrouw haar gezicht af met haar tasje.

In de lente van 1996 raakte Idea Nuova Socialista half verlamd. Sindsdien kwam Cuccia minder naar kantoor. Hij liet zelfs zijn ingesleten gewoonte varen om op zondagochtend ten kantore zelf de brieven over de gevoeligste onderwerpen te typen.

Bankiers in Italië hielden gisteren een minuut stilte ter nagedachtenis van Cuccia. Op de effectenbeurs van Milaan werd daarentegen enthousiast gereageerd: het aandeel Mediobanca steeg bijna 8 procent. ,,Alles binnen Mediobanca ligt nu voor discussie op tafel,'' aldus een handelaar. Gedacht wordt aan allianties die niet op instemming konden rekenen van de 'éminence grise'.

Deel dit artikel