Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

En wanneer komt Marie aan bod?

Home

IRIS PRONK

De seksueel geëmancipeerde vrouw weet wat ze wil en schaamt zich niet voor haar lustgevoelens. Maar vijftig jaar na de seksuele revolutie is zij nog altijd niet de norm. Meestal wordt er gevreeën volgens het mannelijke script. Waarom eigenlijk? Dat is de vraag op Internationale Vrouwendag.

Een kleine quiz, exclusief voor vrouwen: Vraag 1: Hoe groot is uw clitoris? Vraag 2: Waar komt het vocht in uw vagina vandaan als u opgewonden bent? Vraag 3: Is het gebruikelijk dat mannen een ochtenderectie hebben? Op de derde vraag scoort u vast goed; zo'n erectie is doodnormaal. Maar wist u ook dat vrouwen iets vergelijkbaars hebben: een zwelling van de clitoris en de schaamlippen en gezwollen en vochtige vaginawanden bij het ontwaken?

Arts-seksuoloog Rik van Lunsen, sinds 1987 hoofd van de afdeling seksuologie en psychosomatische gynaecologie van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, noemt dit verschijnsel 'ochtendsoppen'. De clitoris is overigens een flink orgaan van minstens tien centimeter lang, bestaand uit vier zwellichamen. Bij opwinding zwellen dat grote orgaan en de omliggende weefsels zozeer op dat er bloedplasma naar buiten wordt gedrukt, vandaar het vocht.

Wist u dat? De meeste vrouwen niet, zegt Van Lunsen. "En dat is echt raar." Een halve eeuw na de seksuele revolutie en bijna veertig jaar na het verschijnen van 'De schaamte voorbij' (1976) citeert hij de schrijfster van dit roemruchte egodocument: "Anja Meulenbelt heeft nog steeds gelijk: het vrouwelijke geslachtsorgaan is nog altijd de witte vlek op de landkaart van het vrouwenlichaam."

Waarom lopen Nederlands vrouwen rond met zo'n witte vlek, terwijl ze één muisklik van de Wikipedia-pagina over de clitoris verwijderd zijn? Zijn ze desondanks seksueel geëmancipeerd geraakt?

Het zijn vragen die VPRO-filmmaakster Sunny Bergman dreven bij haar documentaires 'Sletvrees' (2013) en 'The Sunny Side of Sex' (2012). Bergman heeft een duidelijk beeld van de seksueel geëmancipeerde vrouw: "Zij weet heel goed wat ze wil, ze durft dat te vragen én ze kan het bewerkstelligen. Deze vrouw schaamt zich niet voor haar lustgevoelens." Hoeveel van dergelijke vrouwen ze ontmoette tijdens haar research? Bergman moet gissen: "Misschien een op de vijf vrouwen die ik interviewde? Of minder nog: een op de tien?"

Bergmans schatting sluit aan bij de observatie van AMC-seksuoloog Van Lunsen: de seksueel geëmancipeerde vrouw is bepaald niet de norm. "Het mannelijke script van seksualiteit heeft in de slaapkamer de overhand. De gemiddelde Nederlander vrijt op de mannelijke manier, volgens de mannelijke timing." Dat gaat volgens Van Lunsen zo: "Er is coïtus, hij komt klaar, en als hij dan niet uitgeput is, of doet alsof hij uitgeput is, want zoveel energie kost de coïtus helemaal niet, dan komt zij misschien nog aan bod. Er zijn heel veel vrouwen die zeggen: Klaar is Kees, laat maar zitten."

In deze beschrijving resoneert de titel van een NVSH-brochure uit 1978: 'Klaar is Kees, maar hoe zit het nou met Marie?' Sindsdien is er best wel wat veranderd, zegt Van Lunsen. "In de jaren zestig stond de vrouw in bed geheel ten dienste van de mannelijke seksualiteit. Dat is grosso modo niet meer zo. Vrouwen hebben leren masturberen, ze hebben zich seksueel ontwikkeld."

Het begin van die ontwikkeling wordt beschreven in het nog altijd behartenswaardige boek 'Vrijen met een man, kan dat dan?' (1985) van seksuologe Gerda de Bruijn. Tot de introductie van de anticonceptiepil in 1964 werden vrouwen beschouwd als "een soort preutse en naïeve wezentjes, wier seksualiteit alleen 'gewekt' kon worden door de taktische inspanningen van een o zo ervaren echtgenoot." Tijdens de wilde seventies veranderde dit wezentje - in de beeldvorming althans - even in het tegenovergestelde: een "bijna onverzadigbare tijgerin", die heel goed van haar seksualiteit kon genieten, ook zonder man.

In werkelijkheid had de gemiddelde Nederlandse vrouw aan het eind van de jaren zeventig misschien een seksleven dat leek op dat van de buurvrouw van De Bruijn. Zij is sterk, mooi, begin veertig en dol op haar hond, schrijft de seksuologe. Die hond mag altijd mee naar bed, behalve "als mijn man dan eens wat wil, een keer in de veertien dagen, dan moet ze wel even de kamer uit. Maar als 't over is roep ik haar gelijk, en dan springt ze weer op bed. (...) Lekker zacht en warm is dat, een hond."

Dit onschuldige gesprekje levert De Bruijn de hoofdvragen voor haar boek op: "Eén: wil zij dan nooit 's iets van datgene wat haar man wil? Twee: krijgt ze van haar man dan niet iets zachts en warms?"

Weinig lol
Het zijn nog altijd actuele vragen volgens Van Lunsen. Er lopen ook anno 2014 veel vrouwen rond die aan seks doen omdat hun man wel 's wat wil, maar voor wie het persoonlijk niet zo hoeft omdat zij er weinig lol aan beleven. 95 procent van de mannen komt (bijna) altijd klaar tijdens het vrijen, tegen minder dan de helft van de vrouwen. Nu is een orgasme geen conditio sine qua non voor seksueel plezier, maar deze percentages suggereren wel dat er van gelijkwaardigheid in veel slaapkamers geen sprake is.

Nog een indicatie dat vrouwen het daar minder leuk hebben: de helft van de jonge vrouwen heeft in de eerste tien jaar van hun seksuele carrière op z'n minst met enige regelmaat pijn bij seks en 20 procent heeft die pijn altijd. Daar is maar één oorzaak voor, zegt Van Lunsen: "Onvoldoende opwinding, onvoldoende zwelling van het clitoraal complex, onvoldoende vochtigheid."

Vaak leren deze jonge vrouwen zich overigens wel ontspannen; "Ze zetten de poort open en maken boodschappenlijstjes", aldus Van Lunsen. Dat blijven ze doen tot ze wéér pijn krijgen tijdens de overgang, een periode die met vaginale droogte gepaard kan gaan. Overigens - nog een feit dat lang niet elke vrouw kent - kunnen vrouwen "ook dan net zo vochtig worden, mits goed gestimuleerd."

Wat is dat? Zeventig procent van de vrouwen komt níet klaar tijdens de coïtus, maar moet het hebben van het betere vinger- en tongwerk. Lang niet alle mannen zijn daar goed in; volgens de AMC-seksuoloog, die vele honderden stellen met seksuele problemen in zijn spreekkamer ontmoette, "zijn er veel slechte minnaars".

Maar vrouwen helpen ze ook niet om beter te worden in seks die voor hen plezieriger is. "Vrouwen doen er onvoldoende aan om hun eigen voorwaarden voor leuke seks op de agenda te zetten. Er is zelfs een trend te ontwaren dat ze dat nu mínder doen dan dertig, veertig jaar geleden." Wat er nodig is voor leuke seks verschilt per individu, maar Van Lunsen kan wel algemene voorwaarden noemen: "Seks is stimulus, context en communicatie. Stimulus is níet drie keer wrijven, erop, erin, eruit, eraf. En context is: niet om elf uur 's avonds, als je al erg moe bent." Communicatie betekent: zeggen wat je prettig vindt, en wat niet. Iets wat vrouwen volgens Van Lunsen dus nog steeds te weinig doen.

Dat komt mogelijk door het 'goede-minnaressen-complex', dat De Bruijn in 1985 al waarnam, en waaraan sommige vrouwen nog altijd lijden. Het 'zijn-geluk-is-mijn-geluk'-principe; Van Lunsen ziet dat vooral bij hoogopgeleide vrouwen: "Die vinden dat ze overal goed in moeten zijn, ook in bed. Het rare is: de definitie van goed in bed is: hem tevreden stellen. Vrouwen negeren frequent hun eigen wensen. Misschien is dat het restant van een idee: als hij niet tevreden is, gaat hij ervandoor."

Documentairemaakster Sunny Bergman denkt dat hoogopgeleide vrouwen in bed ook gehinderd worden door een zeker 'overbewustzijn'; seks vraagt om zelfverlies, maar dat lukt niet als je jezelf tegelijkertijd observeert en denkt: ik lijk wel een pornoactrice."Vrouwen die een stripact doen voor hun man of zich in spannende pakjes hullen, dat is niet gewoon in mijn kringen, daar hebben we ook te veel ironie voor."

Ook cultuur speelt een belangrijke rol, dat punt onderstreept Bergman met de film 'Sletvrees' en haar gelijknamige boek: lust wordt nog altijd meer met mannen geassocieerd dan met vrouwen. "Mannen zien lust bij zichzelf als een natuurlijke drive, zo van: als ik kan, dan moet ik, anders knappen mijn ballen." Vrouwen die dol zijn op seks stuiten al gauw op de dubbele moraal: een man is gewoon mannelijk als hij seksueel actief is, een vrouw een slet. En dat is niet per se een mannenoordeel, maar een idee dat sommige vrouwen verinnerlijkt hebben. Zo zegt een jonge vrouw in Bergmans film: "Aan de ene kant wil je 'hard to get spelen', maar je wilt je ook gewild voelen." Ze wil zich wél sexy kleden, maar "niet de slet van de wereld zijn".

In haar autobiografisch getinte boek stipt Bergman ook haar opvoeding aan, als van invloed op haar eigen seksuele vorming. Bergman is een onvervalst hippiekind, met een feministische moeder die naakt door het huis liep. Seks was zeker geen taboe bij haar thuis, zegt Bergman. "Ik ben zonder schaamte opgevoed. Maar niet zonder schaamte opgegroeid."

Rommelige seks
De schroom kwam met de puberteit, met haar eerste seksuele ervaringen, die lang niet allemaal positief waren. Bergman beschrijft rommelige seks in het schemergebied tussen gewenst en ongewenst: als zoveel jonge vrouwen dacht ook zij wel eens 'nou vooruit, ik kan maar beter meebewegen, dan ben ik van hem af'. Ze vindt het opschrijven van deze verhalen gênant, bekent ze: "Ik wil geen zielig stigma hebben en ik wil al helemaal geen medelijden. Ik schaam me dus voor mijn eigen negatieve seksuele ervaringen." Dit alles maakt dat ook Bergman, die zichzelf als "heel bewust" typeert, toch niet "de totaal geëmancipeerde vrouw" is in bed. En hoewel ze zich als documentairemaakster al jaren verdiept in seksualiteit, is ook voor haar de 'witte vlek op het vrouwenlichaam' nog niet volledig ingevuld. Zo kijkt ze op van de vrouwelijke variant van de ochtenderectie. "Ochtendsoppen? Oh, nooit van gehoord."

Wat heeft de vrouw nodig om wel seksueel te emanciperen? Er bestaat natuurlijk niet één antwoord dat alle vrouwen bevrijdt. Bergman: "Je seksuele ontwikkeling is ook een kwestie van toeval." Van wie je ontmoet, wat je met hem of haar meemaakt, of je dat wilde, of je eraan toe was, of het fijn was of niet.

Arts-seksuoloog Van Lunsen zoekt de oplossing in een betere voorlichting over de lichamelijke én plezierige kant van seks. "Nu is de boodschap vooral: doe niks wat je niet wil. Maar dat is een negatieve boodschap. Meisjes krijgen nog steeds heel rare voorlichting. Sla maar eens een boekje open: 'Jongens krijgen hun eerste zaadlozing, meisjes hun eerste menstruatie.' Dat staat altijd in één zin. Jongens krijgen dus voorlichting over seksualiteit, meisjes over bloeden."

Dat twee derde van de vrouwen toch zegt tevreden te zijn over haar seksleven, maakt op Van Lunsen weinig indruk. "Een derde is dus heel óntevreden. En die andere vrouwen leggen de lat te laag. Zo vindt de helft van de vrouwen die pijn ervaren bij het vrijen dat normaal en helemaal niet erg. Ze zeggen: de rest is wel leuk, even tanden op elkaar."

Deel dit artikel