Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

En toen ...kwam Theo van Gogh voor de rechter

Home

Hanan Nhass

Theo van Gogh maakte van het beledigen van mensen een sport. Hij kreeg daardoor medio jaren tachtig verschillende rechtszaken aan zijn broek.

In het merendeel van de zeven rechtszaken werd hij vrijgesproken, maar één keer - om precies te zijn in 1991 - veroordeelde de Hoge Raad hem tot een geldboete van duizend gulden. TV-presentatrice Sonja Barend en Ronnie Naftaniël van het Centrum Informatie en Documentatie over Israël (Cidi) deden aangifte van Van Goghs grievende en beledigende bewoordingen waarin hij schrijver Leon de Winter beschuldigde van misbruik van zijn joodse identiteit om rijk en populair te worden. Van Gogh schreef in filmblad Moviola over 'copulerende gele sterren in de gaskamer' en hij had het over 'de lucht van caramel' die hij rook. ,,Vandaag verbranden ze alleen suikerzieke joden.”

De Hoge Raad vond het 'begrijpelijk dat leden van de joodse gemeenschap en anderen zich aan de inhoud van deze passages hebben geërgerd'. Maar Van Gogh was van deze gerechtelijke uitspraak niet onder de indruk, want hij nam het stuk op in zijn bundel 'De Weldoener'. Daarom deed Richard Stein van Stichting Bestrijding Antisemitisme (Stiba) wederom aangifte. Koud of warm werd Theo van Gogh er niet van: ,,Ik blijf het stuk publiceren tot het jaar 2040 en betaal elke keer duizend gulden boete. En dan stuur ik meteen een kopie naar het Stiba en het Cidi. Nee, dat wordt een mooie traditie.”

In de jaren tachtig waren joden het mikpunt van de beledigende columns van Van Gogh. Dat leden van die gemeenschap bij de rechter hun beklag deden, begreep de columnist niet. Okee, hij was hard. Maar kwetsend, zo zag hij zichzelf als columnist niet, zei hij tegen weekblad Elsevier in 1996.

In 1995 nam de Bond tegen het Vloeken aanstoot aan zijn column waarin hij het opnam voor collegaschrijver Theodor Holman, die het woord 'christenhonden' bezigde. Van Gogh was boos dat Holman voor de rechter was gedaagd. In zijn boosheid moest Jezus het ontgelden. In zijn column in HP/De Tijd refereerde hij aan Jezus als 'die rotte vis van Nazareth'. De Bond tegen het Vloeken vond dat hij zich schuldig maakte aan godslastering.

Rijk van de Poll, directeur van De Bond, kan zich er bijna tien jaar later nog over opwinden. ,,De Amsterdamse officier van justitie wilde de uitspraak in de Holman-zaak afwachten, voordat hij iets met de aanklacht tegen Van Gogh kon doen”, weet Van de Poll nog. Toen Holman werd vrijgesproken besloot de officier van justitie niet tot strafvervolging tegen Theo van Gogh over te gaan. De aanklacht was niet ernstig genoeg voor een veroordeling van de rechtbank, kreeg de Bond te horen. Van de Poll liet het er niet bij zitten en wendde zich tot het gerechtshof om alsnog een strafzaak tegen Van Gogh te beginnen. Het gerechtshof besloot in 1998 na herhaald aandringen van de Bond niet over te gaan tot strafvervolging. Van Goghs uitingen waren ruw en krenkend, niettemin was het vrije meningsuiting. Teleurstelling alom bij de Bond, herinnert Van de Poll zich. Maar ze gingen er niet bij de pakken neerzitten. De Bond stapte naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Maar ook daar haalde hij bakzeil. Het Europese Hof verklaarde de klacht niet-ontvankelijk. De klacht werd dus verder niet behandeld, zonder inhoudelijke motivering. Onbegrijpelijk, vindt Van de Poll. ,,We hoopten dat het Europese Hof een uitspraak zou doen waarin duidelijk wordt dat vrijheid van godsdienst onder druk komt te staan met verbaal geweld. Je gaat elkaar toch ook niet fysiek te lijf? Waarom zouden we als samenleving moeten tolereren dat mensen elkaar de grond in trappen en op elkaars ziel gaan staan. Dat is een ongelooflijke pijniging.”

Artikel 137c in het Wetboek van Strafrecht, dat het beledigen van mensen strafbaar stelt, was Van Gogh een doorn in het oog. Toen Leen van Dijke in 1998 voor de rechter werd gedaagd, omdat hij homoseksualiteit in termen van zondigheid vergeleek met diefstal, vond Van Gogh dat Van Dijke vrijgesproken moest worden. De columnist vond dat 'het recht op belediging in hoge eer' zou moeten staan. ,,Zowel christenen als islamieten zouden veel vaker beledigd moeten worden. Geloof is de bron van alle kwaad”, meende van Gogh.

Deel dit artikel