Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

En toen ... ging Settela naar het zigeunerkamp

Home

Huub van Baar

Anna Maria Steinbach werd op 23 december 1934 in het Zuid-Limburgse Buchten geboren. Ze groeide op in een woonwagen aan de rand van het dorp. Een woonwagenkamp kon je het niet noemen want er stond maar één wagen, die van de Steinbachs, een gezin met zes kinderen.

Tien jaar later zou Anna Maria niet meer leven. Samen met haar moeder, twee broertjes, twee zusjes, haar tante, twee neefjes en een nichtje werd ze in 1944 in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau vergast. Omdat ze 'zigeuner' was. Meer dan een kwart miljoen Roma en Sinti, onder wie ongeveer 200 uit Nederland, ondergingen hetzelfde lot als Settela -de roepnaam die Anna Maria van haar ouders kreeg.

Settela zou na de oorlog op een merkwaardige wijze voortleven, eerst als een icoon van de verschrikkingen van de jodenvervolging en daarna als het Sinti-meisje dat jarenlang voor een joods meisje was gehouden. Settela was kort voordat ze van het Nederlandse concentratiekamp Westerbork naar Auschwitz werd gedeporteerd, door Rudolf Breslauer gefilmd. Hij maakte in opdracht van de kampcommandant een documentaire over Westerbork.

In een flits, waarin Settela met een hoofddoek om tussen de schuifdeuren van een vertrekkende goederentrein staat, schiet ze voorbij. Dit fragment is wereldberoemd en in veel documentaires en tentoonstellingen over de jodenvervolging verwerkt. Tien jaar geleden ontdekte de journalist Aad Wagenaar dat dit meisje Settela heette en niet het joodse meisje was waarvoor ze werd aangezien. Haar familie was aan het einde van de negentiende eeuw van Duitsland naar Nederland gekomen. Haar vader leefde van de handel en speelde als violist op Limburgse dorpsfeesten.

Lang is Settela destijds niet in Westerbork geweest. Op 14 mei 1944 ratelden de telexen op Nederlandse politiebureaus. Volgens een bericht van de nazi's moesten 'alle zigeunerfamilies, alle kinderen inbegrepen' op 16 mei in Westerbork zijn. 578 mensen arriveerden die avond in het kamp. Maar de Nederlandse politie had het begrip 'zigeuner' wat te ruim opgevat. Meer dan de helft mocht weer vertrekken, omdat ze volgens de nazi-criteria geen 'echte zigeuners' waren.

Op 19 mei werd Settela met 244 andere als zigeuner aangemerkte gevangenen naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Er werd een 'Z' en een registratienummer in hun armen getatoeëerd, en ze werden naar het 'zigeunerkamp' gestuurd, een deel van Birkenau dat speciaal voor zigeuners was ingericht. Tot de zomer van 1944 zouden daar meer dan twintigduizend Roma en Sinti onder verschrikkelijke omstandigheden gevangen worden gehouden.

Samen met het kamp dat in Birkenau voor de joden uit Theresiënstadt werd ingericht, was het zigeunerkamp de enige plaats waar familieleden niet van elkaar werden gescheiden. Een cynische reden daarvoor was dat de nazi's onder aanvoering van kamparts Josef Mengele de Roma en Sinti als 'wetenschappelijk interessant' beschouwden. Schedelmetingen en andere dubieuze methoden moesten aantonen dat de 'zigeuners' een aparte raciale categorie vormden. Om vermenging met het Duitse, arische ras te voorkomen, zo heette het in de rassenleer van de nazi's, werden Sinti en Roma gesteriliseerd.

Op grote schaal misbruikte Mengele ook kinderen en tweelingen in zijn 'medische experimenten'. Vera Aleksander, een joodse gevangene die hem moest assisteren, herinnerde zich voor een Israëlisch hof hoe hij haar lievelingstweeling liet ophalen. 'Twee of drie dagen later werden ze in een verschrikkelijke toestand teruggebracht. Ze waren als Siamese tweelingen aan elkaar genaaid. Het ene kind was met de rug en de handpalmen aan het andere kind vastgemaakt. Mengele had hun aderen verbonden.'

Toen Settela in het zigeunerkamp aankwam, waren velen al van uitputting en ondervoeding of na mishandeling of vergassing bezweken. De nazi's hielden de schijn hoog dat de Roma en Sinti een voorkeursbehandeling kregen. Zo was er een kinderspeelplaats, deelde Mengele soms chocola uit, en waren er muziekvoorstellingen mogelijk. Maar vooral vanwege de ligging van het zigeunerkamp naast de gaskamers domineerde het besef dat hun dagen waren geteld.

Toen Settela arriveerde, draaide de doodsfabriek in Auschwitz op volle toeren. De deportatie van een half miljoen Hongaarse joden naar Auschwitz in de zomer van 1944 veroorzaakte ruimtegebrek, zelfs toen de gaskamers die maanden onophoudelijk in gebruik waren. De nazi's besloten mede daarom het zigeunerkamp te vernietigen. Omdat er ook versterking aan het Oostfront nodig was, werden eerst nog verschillende transporten van Roma en Sinti naar munitiefabrieken in Duitsland georganiseerd.

Op 2 augustus 1944 waren nog ongeveer drieduizend Roma en Sinti in het zigeunerkamp. Het waren vooral vrouwen, ouderen en kinderen die de nazi's niet meer geschikt hadden bevonden om te werken. Ook Settela was daarbij.

Een van de gevangenen die in de crematoria werkte, herinnerde zich hoe Settela en de andere Roma en Sinti in de nacht van 2 op 3 augustus werden vermoord: ,,In de avond rolden vrachtwagens de hof van crematorium V binnen. Zigeuners die deze nacht vergast zouden worden, waren op die vrachtwagens geperst.(...)Tegen middernacht waren er meer dan duizend mensen in de kleedkamers van crematorium V. De anderen waren naar crematorium II gebracht. (...)Van alle kanten was gehuil en geschreeuw hoorbaar. (...)De vernietiging ging als altijd: de SS-ers ontgrendelden hun pistolen en geweren en dwongen de mensen die zich nu hadden uitgekleed ondubbelzinnig de drie vertrekken in waarin ze vergast zouden worden. Tijdens hun laatste schreden huilden velen van vertwijfeling, anderen sloegen een kruis of riepen God aan. (...) Ook uit de gaskamers konden we nog een tijdlang wanhopig geroep en geschreeuw horen, totdat het dodelijke gas zijn werk had gedaan en ook de laatste stemmen waren verstomd.''

Van Settela's gezin heeft alleen haar vader de oorlog overleefd. De vernietiging van het 'zigeunerkamp' en de genocide op de Roma en Sinti wordt vandaag in Auschwitz-Birkenau en op verschillende andere plaatsen herdacht.

Deel dit artikel