Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

En dan het heimwee terug naar de kansel

Home

Cokky van Limpt

Predikanten die hun ambt als een gevangenis gaan beleven: Trouw van maandag en dinsdag riep weerwoord op: er zijn gelukkige dominees. Er zijn ook dominees die de overstap allang en succesvol hebben gemaakt. En soms is er eentje spijtoptant: heel mooi dat bedrijfsleven, maar, dominee, trek die toga niet te snel uit.

Ds Jan Hofstra uit Drachten is een wel zeer geslaagd voorbeeld van een predikant, die na een aantal jaren de pastorie heeft verlaten voor een maatschappelijke carrière buiten de kerk. Hij runt een reisorganisatie, een busonderneming en is sinds 1993 samen met zijn vrouw directeur-eigenaar van het Karmel-klooster in Drachten. In dit fraaie slotklooster hebben zij nu een studie- en bezinningscentrum tot ontwikkeling gebracht. Toch zal, ondanks zijn eigen successen als ondernemer, de grootste aanmoediging aan andere predikanten zoiets te proberen, zeker niet van hem komen.

De publicaties over de enquête van theologisch tijdschrift Michsjol onder 110 hervormde en gereformeerde predikanten, gisteren en eergisteren in Trouw, hebben Hofstra emotioneel geraakt. Dat zoveel predikanten graag uit het ambt willen stappen om elders hun heil te beproeven, vindt hij slecht voor de kerk maar het is in veel gevallen, vreest hij, ook slecht voor de predikanten zelf.

Hij realiseert zich maar al te goed hoe vreemd dat juist uit zijn mond moet klinken, maar uit zijn levensverhaal wordt duidelijk wat hij hiermee bedoelt. ,,Ik ben in 1972 in het Friese plaatsje Augustinusga als predikant begonnen. Dat was een kleine gemeente waarin ik niet al mijn energie kwijt kon. Daarom wilde ik er graag iets bij doen. In mijn studententijd had ik al ervaring opgedaan als reisleider. Het leuke van mijn gemeente was dat ze mij ook die kans gaf om andere talenten te ontwikkelen. In de zomer had ik dan een periode onbetaald verlof -eerst drie weken, later werden dat drie maanden- waarin ik met reizen aan de gang ging. Ik werd dus op eigen initiatief parttimer. Vanaf het begin ging het goed met Hofstra Reizen. Ik had er feeling voor, misschien ook omdat ik uit een middenstandsfamilie kom.''

In 1978 verliet Hofstra Augustinusga om zijn reisactiviteiten verder uit te bouwen. Een sprong in het duister, die goed uitpakte. Maar niet alleen het ondernemersbloed kriebelde, ook de pastor in hem bleef zich roeren. Het verzoek van de theologische faculteit Groningen om een zieke docent te vervangen, greep hij aan. Van 1980 tot 1985 verzorgde hij de colleges geschiedenis van de vroege en oosterse kerk. ,,Dat sloot mooi aan bij mijn reizen in die tijd, naar Servië en naar de schitterende orthodoxe kloosters van Athos.'' Tijdens zijn Groningse tijd nam iemand anders, toevallig ook een theoloog, het reisbureau over.

In 1985 overleed Hofstra's wijkpredikant in Drachten. De gemeente had geen geld voor een fulltimer en bracht een beroep uit op Hofstra voor een periode van vijf jaar. ,,Mijn werk in Groningen was afgelopen en een parttime betrekking was voor mij, gezien mijn reisbesognes, juist erg aantrekkelijk. Dat is een heel gelukkige tijd geweest.'' Toen er echter in 1990 een collega in een andere wijk met pensioen ging, kwam er in Drachten-Zuid, Hofstra's standplaats, ruimte voor een fulltime predikant. ,,Die beslissing was moeilijk voor me.''

De moeilijke en zeker ook verdrietige beslissing viel: Hofstra vroeg vrijwillig emeritaat aan en verliet met zijn gezin de pastorie. Vanaf dat moment begon de expansie van zijn reisactiviteiten, die door het kerkelijk werk toch meer een hobby waren gebleven. Hij had toen al een indrukwekkende verzameling historische Zwitserse autobussen opgebouwd. ,,Van die mooie, met een grote snuit. Ze zijn allemaal in Zwitserland gefabriceerd, tussen 1948 tot 1955, en hebben geschiedenis geschreven in de Alpen, waar ze onder meer melkbussen en post vervoerden.'' Aan deze inmiddels zeer kostbare collectie -dat Hofstra ze destijds voor een prikje op de kop had getikt, verraadt zijn ondernemersbloed- voegde hij in 1990 een moderne touringcar-onderneming toe. Naast dit wagenpark beschikt het reisbureau inmiddels ook over een historische Zwitserse boot uit Schaffhausen.

De zaken gingen voor de wind, maar toch had Hofstra het gevoel dat zijn expansie zich niet alleen richting reizen moest bewegen. Hij vatte het plan op een studie- en bezinningscentrum op te zetten in een boerderij in Oostermeer. ,,Zo hoopte ik op een eigen manier in te vullen wat ik daarvoor in de kerk had gedaan.'' Nog voor dit plan werkelijkheid werd, kwam in 1993 plotseling het Karmel-klooster te koop. Van de dertig gegadigden was het uiteindelijk Hofstra aan wie de karmelietessen de koop gunden. Zijn plannen voor de exploitatie van het klooster als studie- en bezinningscentrum bevielen hun het best.

Het Karmel-klooster leek Hofstra de ideale plek om de verschillende draadjes uit zijn leven -ondernemerschap, pastoraat en interesse voor het kloosterleven- bij elkaar te laten komen. Dat lukt, ten dele. ,,Het ondernemerschap vergt zoveel van mijn tijd, dat toch de pastor in mij te weinig tot ontplooiing kan komen. Ik preek nog wel regelmatig en geef lezingen, over het kloosterleven bijvoorbeeld, maar ik mis de continuïteit van het pastorale contact dat je in een gemeente met mensen hebt.'' Juist deze eigen ervaring brengt hem ertoe, predikanten die aanvankelijk met hart en ziel voor dit beroep hebben gekozen, te waarschuwen niet te snel hun toga uit te trekken. Zeker niet, als zij -anders dan hijzelf- eigenlijk niet weten wat ze dan willen.

,,Ik kan me voorstellen dat dominees zich soms benauwd voelen, maar ook leraren, huisartsen en werknemers in grote bedrijven staan dikwijls onder zware druk. Ik pleit er daarom voor dat de kerk jonge mensen in de pastorie meer kansen biedt om andere talenten te ontwikkelen. Dan kunnen zij hun gevoel gevangen te zitten in de pastorie omzetten in een kans. Maak een landelijk potje voor talent -geld genoeg in kerkelijke fondsen- houd zo je mensen vast en vergroot tegelijk je kans als kerk om de verbinding naar de samenleving te verbreden. Maar dan moet het wel nú, anders is het te laat. De kerk mag dan gemarginaliseerd zijn geraakt, dat wil nog niet zeggen dat er geen rol meer voor haar is weggelegd. Ze is bewaarster van een geheim, dat door de eeuwen heen met mensen meegaat, dat blijft de moeite waard!''

Deel dit artikel