Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Emoji's: taal of teken?

Home

SANDER BECKER ILLUSTRATIE FADI NADROUS

digitale communicatie | Emoji's beleven de laatste jaren een stormachtige opkomst. Taalkundigen vliegen elkaar nu in de haren over de vraag of je 'emoji' als een volwaardige taal kunt beschouwen.

Emoji's lijken zo simpel en onschuldig, maar je kunt de plank er flink mee misslaan. Zo stuurde Jurga Zilinskiene, hoofd van het Londense vertaalbureau Today Translations, onlangs het 'OK-handje' naar een zakelijk contact in Brazilië. Al snel bleek dat het teken ter plaatse gold als een obscene belediging, zoiets als een opgestoken middelvinger. "Gelukkig kon de ontvanger erom lachen", zegt Zilinskiene.


Het voorval zette de directrice wel aan het denken. Ze kwam erachter dat je ook geen wuifhandje naar China moet sturen, want daarmee zeg je in het plaatselijke emoji-jargon: 'Ik wil je nooit meer zien.' Minstens zo verwarrend is de lachende drol . Deze emoji betekent in het Westen meestal 'vies' of 'grappig', maar in Japan staat hij voor 'geluk', omdat de Japanse woorden voor poep en geluk op elkaar lijken.


Emoji's, de gestandaardiseerde afbeeldinkjes in digitale berichten, kwamen in 2011 overwaaien uit Japan. Ze veroverden de wereld stormenderhand. Jonge mensen, en snel ook ouderen, gingen de verzameling smileys, poppetjes en etenswaren massaal gebruiken, met een zekere chaos tot gevolg. Taalkundigen, communicatiewetenschappers en psychologen kijken met groeiende belangstelling naar het fenomeen.


De officiële emojicanon, nu in totaal 2389 symbolen, dijt nog altijd uit. Ondertussen stapelen de culturele interpretatieverschillen zich op. "Het wordt daarom hoog tijd voor het eerste internationale emojiwoordenboek", zegt Zilinskiene. Ze heeft al contact gelegd met taalkundigen aan Britse, Franse en Duitse universiteiten, met wie ze een raamwerk voor het boek in elkaar wil timmeren.


Tegelijk is Zilinskiene bezig om 's werelds eerste professionele emoji-vertaler te werven, voor een klant die zijn dagboeken in emoji wil laten omzetten. Eind vorig jaar plaatste de directrice een advertentie op een vacaturesite. Nu worstelt ze zich door een onverwacht hoge stapel van ruim 500 aanmeldingen heen. Er zitten academici tussen, maar ook enthousiaste gebruikers. De gelukkige mag straks de dagboeken vertalen en elke maand een rapport schrijven over trends en ontwikkelingen in emoji-land.


Overdreven? Absoluut niet, vindt Zilinskiene: "Emoji is de snelst groeiende taal ter wereld. Er bestaan al meer dan tweeduizend verschillende symbolen. Dat is twee keer zoveel als het aantal hiërogliefen in het Oude Egypte. Verder zie je emoji's steeds vaker opduiken in formele documenten, tot in juridische dossiers aan toe. Het is al diverse keren gebeurd dat rechters en advocaten zich moesten buigen over de vraag of bijvoorbeeld een verstuurde pistoolemoji kon dienen als bewijs in een bedreigingszaak."


Zo heeft emoji zich in rap tempo ontwikkeld tot een echte taal, aldus Zilinskiene. Maar daar gaat lang niet iedereen in mee. Taalkundigen twisten al geruime tijd over de vraag in hoeverre je het nieuwe plaatjesschrift moet beschouwen als een taal. Veel experts vinden de icoontjes te beperkt om ze zo'n hoge status te verlenen.


Grammatica


Critici wijzen er bijvoorbeeld op dat de betekenis van een emoji vaak per gebruiker verschilt, terwijl een taal toch een minimum aan vastigheid vereist. Een andere zwakke plek zou zijn dat emoji niet wordt gesproken. Maar die beperking geldt net zo goed voor gebarentaal, wat wel degelijk een taal is. Dan zijn er nog deskundigen die emoji geen taal vinden omdat het gebruik ervan niet natuurlijk van ouders op kinderen wordt overgedragen. Andere experts vinden dat geen punt; zij prijzen emoji juist als de eerste taal die andersom wordt overgedragen, van wifi-minnende whizzkids op hun digibete ouders.


Maar het zwaarstwegende bezwaar tegen emoji als taal is toch wel dat emoji's geen grammatica zouden kennen. Denk aan een vaste woordvolgorde of naamvallen, die we nodig hebben om een onderwerp te onderscheiden van een lijdend voorwerp. Denk aan voorzetsels en voegwoorden, cruciaal om iets in de tijd te plaatsen of om een oorzaak-gevolgrelatie weer te geven. Zonder dit gereedschap is het nagenoeg onmogelijk om complexe ideeën te formuleren. Vandaar de brede scepsis over emoji als taal, door de Canadese taalkundige Gretchen McCulloch snedig samengevat in een tweet. "Nieuwe regel", schreef ze: "Mensen die willen zeggen dat emoji een taal is, moeten die bewering volledig in emoji's doen. Dat zou geen probleem moeten zijn als ze gelijk hebben."


Deze tweet was in feite een frontale aanval op Vyvyan Evans, hoogleraar taalkunde aan de Bangor Universiteit in Wales. Evans was degene die het welles-nietes-debat anderhalf jaar geleden lanceerde, toen hij emoji's op de BBC 'de snelst groeiende taalvorm ter wereld' noemde. De hoogleraar staat nog steeds achter die bewering, ondanks alle kritiek die hij over zich heen kreeg. Hij zal zijn opvattingen binnenkort uitgebreid verdedigen in zijn boek 'The Emoji Code', dat later dit jaar uitkomt. Aan de telefoon geeft hij nu alvast een voorzet.


Kijk, emoji is natuurlijk geen Frans of Engels, begint Evans voorzichtig. Maar je kunt het volgens hem wel degelijk gebruiken als taal: als een 'beeldtaal'. "Want een taal", doceert hij, "is niets anders dan een communicatiesysteem met twee elementen: vocabulaire en grammatica. Met dat eerste zit het bij emoji sowieso wel snor, want de icoontjes staan voor woorden." Het gezaghebbende Oxford Dictionary heeft de smiley-met-vreugdetranen in 2015 zelfs uitgeroepen tot Woord van het Jaar. Emoji's hebben dus een erkende woordstatus. Alleen is hun aantal nogal beperkt, erkent Evans. "We hebben nu ruim tweeduizend emoji's, terwijl de gemiddelde Brit 30.000 Engelse woorden kent. Maar het begin is er."


Dan de grammatica. Ook op dat punt scoort emoji volgens Evans prima, ondanks alle kritiek. "Het is heel goed mogelijk om emoji een grammaticaal systeem te geven", zegt hij. "Het bewijs: er zijn al diverse boeken vertaald in emoji, met behulp van basale grammatica." De vertalers gebruikten bijvoorbeeld de olifantemoji als versterker, om 'veel' of 'enorm' uit te drukken. Het meisje met de gekruiste armen diende als de ontkenner 'niet' of 'geen', en de paperclip verving het voegwoord 'of'.


Op deze manier vertaalde de Amerikaanse kunstenaar Joe Hale in 2015 'Alice in Wonderland' van Lewis Caroll: 27.500 woorden in 25.000 emoji's. Twee jaar eerder bracht de creatieve Amerikaanse ict'er Fred Benenson al 'Emoji Dick' uit, de icoontjesversie van Herman Melville's walvisklassieker 'Moby Dick'. En nu zijn er zelfs mensen bezig met het emojificeren van de Bijbel. Van de tale Kanaäns naar de taal van halfnaakte danseresjes , verliefde smileys en freudiaanse aubergines - je moet maar durven.


Tegenstanders van de emoji-als-taal-gedachte zijn niet onder de indruk. Die zogenaamde emoji-vertalingen, sneren zij, zijn niet meer dan gemankeerde rebussen die je alleen begrijpt met het origineel ernaast. Neem nou deze zin uit 'Alice in Wonderland':


Voor de meeste lezers staat daar zoiets als: 'Plus diverse symbooltjes recycling boek wolkje prinsesje dansende bunnytweeling gekruiste meisjesarmen schilderspaletten paperclip tekstballonnetjes vraagteken'. Een knappe jongen die raadt dat dit betekent: And what is the use of a book, thought Alice, without pictures or conversations? (En wat heb je aan een boek, dacht Alice, zonder plaatjes of gesprekken?)


Maar voor Evans vormt deze moeilijkheidsgraad geen argument tegen de talige kracht van emoji. "Het voorbeeld uit 'Alice' laat alleen zien dat je emoji zult moeten leren, net als elke vreemde taal. En ja, dat kost moeite."


In de praktijk zullen maar weinigen zover willen gaan, verwacht Evans. "De meeste mensen gebruiken emoji's namelijk niet als substituut voor taal, maar eerder als een toevoeging aan hun tekst. Ze geven er de emotie mee aan, zodat de ontvanger het bericht beter begrijpt. Ironie begeleiden we daarom met de knipogende smiley . En als je Whatsappt 'Ik heb net mijn hoofd gestoten' , ben je er een stuk beter aan toe dan met 'Ik heb net mijn hoofd gestoten' .


Emoji worden daarom wel vergeleken met gebaren, gezichtsuitdrukkingen en intonatie: de non-verbale middelen die we bij direct contact inzetten om onze boodschap over te brengen. Die middelen waren we kwijtgeraakt met het oprukken van de digitale communicatie, en nu brengen we ze in sneltreinvaart terug in het spel.


"Dus of je emoji's nou een taal noemt of niet", besluit Evans, "ze vormen sowieso een enorme stap voorwaarts in de moderne communicatie. Ik denk niet dat we ze nog snel zullen kwijtraken."

Lees verder na de advertentie

Warme icoontjes uit Japan

De Japanner Shigetaka Kurita geldt als de bedenker van de emoji's. In 1998 en 1999 ontwierp hij de allereerste set van 176 gekleurde tekentjes. Zijn inspiratie haalde hij deels uit weerberichten en Mangastrips. De primitieve reeks blokkerige symbooltjes - waaronder smileys, hartjes, een zonnetje en een sneeuwpop - is vorig jaar aangekocht door het Museum of Modern Art in New York en wordt nu tentoongesteld.


'Emoji' (spreek uit: eemoodzjie) is een samenstelling van de Japanse woorden 'e' (plaatje) en 'moji' (karakter). De term klinkt als 'emotie'. Dat komt mooi uit, want in de praktijk zijn emoji's vooral bedoeld om gevoelens weer te geven in korte, snel uitgewisselde digitale berichten.


De voorloper van de emoji's waren de emoticons: vaste combinaties van toetsenbordtekens die bijvoorbeeld lijken op een gekanteld gezichtje dat zijn tong uitsteekt :-P of knipoogt ;-). Emoticons stammen uit 1982. Ze vergen meer typewerk dan emoji's. Daarom worden ze geleidelijk verdrongen.


Emoji's floreerden lange tijd alleen in Japan. Een wereldwijde vlucht namen ze pas in 2011, toen Apple er een set van opnam in zijn iPhone. Twee jaar later volgden ook de Android-mobieltjes van Google.


De icoontjes zijn uit noodzaak geboren. Kurita ontwiep ze voor het Japanse telecombedrijf NTT Docomo, dat eind jaren negentig vooropliep met de introductie van mobiel internet. Via dit internet kon je nog maar weinig data versturen. Een e-mail bevatte maximaal 250 tekens. De emoji's waren daarom vooral bedoeld om tekens te besparen: één symbool kon evenveel zeggen als een hele zin. Ze waren ook nuttig om misverstanden te voorkomen, want de korte berichtjes brachten al snel een verkeerde emotionele lading over.


Het belang van emotionele symbolen drong halverwege de jaren negentig tot Kurita door. In die tijd, nog voor de mobiele telefoon, communiceerden de Japanners veel met biepers: zendertjes voor het versturen van korte mobiele tekstberichten, inclusief hartjes en andere symbolen. Toen Kurita's werkgever NTT Docomo een nieuwe, zakelijker bieper zonder hartjes uitbracht, waren klanten razend. Vooral jongeren stapten massaal over naar een concurrent die nog wel hartjes leverde. In de kille digitale wereld hebben we de warmte van icoontjes nodig, besefte Kurita. Dit inzicht buitte hij uit, met de huidige explosie van emoji's tot gevolg.


Sinds 2010 waakt het Unicode Consortium over de emoji. Deze non-profitorganisatie hield zich al bezig met de standaardisatie van duizenden letters, cijfers en symbolen, en nu dus ook van emoji's, zodat ze uitwisselbaar zijn tussen verschillende besturingssystemen. Grote techbedrijven als Apple, Google, Microsoft, Facebook en Oracle werken eraan mee. Ze hebben nu 2389 emoji's goedgekeurd - en er ligt nog een hele serie aanvragen.


Vooral bedrijven proberen nieuwe emoji's te lanceren. Zo leurt Durex al tijden met condoom-emoji's, hoewel een eerder verzoek werd afgewezen. Libresse heeft zijn zinnen gezet op menstruatie-emoji's. Een groep wetenschappers diende eind vorig jaar een reeks planeet-emoji's in, als aanvulling op de huidige Aarde en Pluto. Ze azen ook op een labbril, een bunsenbrander, een petrischaaltje, een DNA-streng en een microbe.


Wie bij het Consortium op een 'nee' stuit, kan altijd nog zijn eigen officieuze icoontjes maken. 'Stickers' heten die. Maar die doen het niet zomaar op elke smartphone en missen de status van een echte emoji.

Snelle semantische evolutie

Emoji's lijken simpele recht-toe-rechtaan-plaatjes, maar dat zijn ze volgens de Britse hoogleraar taalkunde Vyvyan Evans allerminst. Neem de gevouwen handjes. Die betekenden in Japan aanvankelijk 'dankjewel', omdat de Japanners elkaar met dit gebaar bedanken. Maar buiten Japan bestaat deze gewoonte niet. Dus zodra de emoji's zich over de rest van de wereld verspreidden, viel de letterlijke 'iconische motivering' weg en moesten mensen een andere uitleg bedenken. "In het westen werden het al snel biddende handjes", zegt Evans, "volgens de letterlijke verbeelding van 'bidden'." Van daaruit heeft het plaatje inmiddels in 90 procent van de gevallen de abstractere betekenis 'hopen' gekregen. Een zeer interessante semantische evolutie, vindt Evans, zeker als je weet dat het icoontje in de toch zeer christelijke Verenigde Staten een bloeiend leven is gaan leiden als 'high five'.


Minstens net zo opwindend vindt Evans de dansende meisjes met konijnenoren . Die symboliseerden in de Japanse cultuur de vrouw als onderdanig seksueel object. In het Westen gebruiken meiden deze emoji voor een avondje stappen met meiden onder elkaar, dus als symbool van emancipatie en vrouwelijke solidariteit. Dat is zo'n beetje het tegenovergestelde van de oorspronkelijke betekenis.

Belastende emoji's in de rechtbank

Vorig jaar kreeg een 22-jarige Fransman van de rechtbank in Valence drie maanden cel en een boete van 1000 euro omdat hij zijn ex-vriendin overspoeld had met boze sms'jes, waarvan er één eindigde met een pistool-emoji. De vriendin voelde zich bedreigd, kreeg nachtmerries en durfde nauwelijks meer de stad in. Omdat zulke emoji-bedreigingen steeds vaker voorkomen, bijvoorbeeld tegen politieagenten, heeft Apple zijn pistool vorige zomer veranderd in een waterpistool. Betutteling, vonden veel gebruikers. Apple heeft zijn bom en dolk overigens gewoon gehandhaafd, dus digitale dreigers hebben nog genoeg wapentuig over.


Ook de Engelse voetballer Adam Johnson kwam vorig jaar in het nauw door een emoji. Hij had seks gehad met een minderjarig meisje (15). Toen ze hem Whatsappte dat nog geen 16 was, antwoordde hij met het aapje dat zijn handen voor zijn ogen houdt , oftewel: ik weet zogenaamd van niks. Voor de rechter hield Johnson vol dat hij de betekenis van het symbool niet kende. Gewoon een grappig plaatje, dacht hij. De voetballer kreeg uiteindelijk zes jaar cel voor digitaal kinderlokken en seks met een minderjarige.

Deel dit artikel