Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

ELLEKE VAN DOORN

Home

FRED LAMMERS

Voor het publiek is zij de nummer één van de vrouwelijke nieuwslezers. Toch besloot de leiding van het Nos Journaal dat Elleke van Doorn (50) van het scherm moest verdwijnen. Leeftijdsdiscriminatie of niet?

Het was eind vorig jaar dat de onlangs afgetreden Journaal-hoofdredacteur Gerard van der Wulp mij vertelde dat mijn werk als nieuwslezeres eindig was. Alles in het leven is eindig, maar dat was het eerste signaal. In februari werd Van der Wulp duidelijker: per 1 september zou het voor mij afgelopen zijn met de presentatie. Ik moest dat niet zo zwaar opnemen. Net zoals decors die af en toe veranderen kon je ook niet altijd met dezelfde presentatoren aankomen.

Het kwam totaal onverwacht. Het liep naar mijn gevoel allemaal lekker. Een paar jaar geleden was er een moeilijke periode omdat ik toen last van mijn ogen kreeg en daardoor vergissingen maakte maar dat werd opgelost toen ik aan de lenzen ging. Dit voorjaar ging het gerucht dat ik weg zou moeten. Daarover is toen veel te doen geweest omdat er aan werd gekoppeld dat de Nos af wilde van oudere presentatoren. Gerard van der Wulp ontkende dat met kracht. Die verhalen waren volgens hem nonsens. Ze boden me een baan aan bij de eindredactie maar dat is een totaal ander vak. Om daar als vrouw van vijftig nog aan te beginnen, niet wetend of het goed zal aflopen? Bij het Journaal werkte ik voor zeventig procent. Ik had het zo geregeld dat ik roosters draaide waardoor ik 's avonds tijd had voor mijn kinderen. Als eindredacteur wordt toch van je verwacht dat je voor honderd procent betrokken blijft bij het actuele nieuws. Niets blijft in Hilversum geheim. Toen het uitlekte dat ik misschien weg zou moeten stroomden van alle kanten reacties binnen. Allemaal in de geest van Elleke moet blijven. Die bijval heeft me de afgelopen tijd reuze geholpen want het zijn, om het zacht te zeggen, geen plezierige maanden geweest. Ik heb de Nederlandse Vereniging van Journalisten ingeschakeld. Ze zijn het roerend met me eens en staan pal achter me. Deze maand tijdens mijn vakantie is er onder de dreiging van een kort geding door de Nos een goede zakelijke regeling voorgesteld die ik op advies van mijn raadsman heb aanvaard. Er was inmiddels zoveel gebeurd dat terugkeer naar het Journaal naar mijn gevoel toch niet meer mogelijk is. Op 25 juni, dat was vlak voor mijn vakantie, ben ik zonder dat ik het wist voor het laatst aangetreden. Het is niet leuk om op deze manier uit de presentatie te verdwijnen. Onbevredigend is vooral dat het publiek mijn werk blijkbaar heel anders waardeert dan de hoofdredactie. Dat geven ze zelf ook wel toe. Maar, zeggen ze, niet het publiek bepaalt hoe het Journaal moet worden gepresenteerd. Dat doen wij vond Van der Wulp, die dit voor zijn vertrek naar Amerika waar hij correspondent wordt, allemaal heeft willen regelen. Het was een beetje over zijn graf heen regeren.

Elf en een half jaar ben ik bij het Nos Journaal geweest. Noortje van Oostveen was er al een tijdje. In totaal waren we toen met ons vijven, met Joop van Zijl, Fred Emmer en Harmen Siezen. Ik ben er min of meer via Noortje gekomen. Zij vroeg me op een dag: heb jij geen belangstelling want ze zoeken een tweede vrouw. Dat had te maken met de dubbelpresentatie die ze voor het acht uur Journaal invoerden.

Ik had er al zestien jaar radiowerk bij de NCRV opzitten. Ik begon bij Hier en Nu-televisie als regieassistente. Toen ik daar een paar maanden had gezeten vroegen ze me of ik me in de radiojournalistiek wilde gaan bekwamen. Ik heb toen een interne opleiding gehad. Noortje van Oostveen zat daar inmiddels ook. Wij waren toen de enige vrouwen in dat actualiteitenwereldje van de radio. Ik ben vrij nieuwsgierig en als radioverslaggeefster stond ik overal met mijn neus vooraan. Ik vond het soms wel moeilijk. Van nature ben ik nogal verlegen. Dat ben ik nooit helemaal kwijtgeraakt en dan sta je in zo'n persconferentie met je microfoontje en moet je in de menigte een vraag stellen. Ik zat er nog maar een paar dagen toen minister Luns op Schiphol terugkeerde van een van zijn vele reizen. Er was geen andere collega beschikbaar. Ze stonden voor de keus: of we hadden niks of ik moest er heen. Voor dat laatste werd toen gekozen. Dus ik in mijn Morris-mini naar Schiphol met zo'n zware Nagra bandrecorder. Het gesprekje met Luns lukte naar mijn gevoel aardig. Ik kwam terug en toen bleek het bandje van de spoel te zijn afgelopen. Vreselijk, zoiets overkomt je een keer en dan ook nooit meer. Het is nog goed gekomen, een aardige technicus is er een paar uur mee aan de gang geweest.

Omdat we zo in de minderheid waren viel het soms niet mee als vrouw door al die mannen heen te breken. Politici waren het ook niet gewend. Dat pakte verschillend uit. Bij Luns werkte het bijvoorbeeld heel positief. Die was wel gecharmeerd van zo'n jong meisje. Met hem kreeg ik een leuk contact. Daar heb ik later bij de televisie nog wel eens dankbaar gebruik van kunnen maken.

Toen ik bij het Journaal kwam was ik toe aan iets nieuws maar bij die overstap besefte ik niet wat er allemaal aan vast zat. Dat ik daarmee een bekende Nederlander werd realiseerde ik me niet. Het was een leuke werksfeer, allemaal veel kleinschaliger dan tegenwoordig. Je wist dat er overal werd gekeken. Mijn collega's zijn gelukkig heel aardig voor me geweest. Een geintje als een soort ontgroening hebben ze niet met me uitgehaald maar er is natuurlijk wel eens iets mis gegaan. Zoals die keer dat ik Ruud Gullit telefonisch in de uitzending moest interviewen toen net bekend was geworden dat hij naar AC Milan zou gaan. Ik heb totaal geen affectie met voetbal, dat deed me de das om. Er was nauwelijks tijd om het voor te bereiden. Op een gegeven moment stelde ik hem een vraag, die achteraf gezien helemaal niet zo gek was, over het gerucht dat Marco van Basten ook naar Milaan zou gaan. Daar wilde Gullit kennelijk niet op antwoorden. Hij begon me duidelijk een beetje te pesten en riep ineens: 'U weet zeker niet veel van voetbal af'. Ik was daar zo door in de war dat ik dit bevestigde en een hoofd als vuur kreeg. Op zo'n moment besef je dat miljoenen mensen meekijken. Verschrikkelijk.

Als boodschapper van het grote en het kleine nieuws moet je je persoonlijke betrokkenheid altijd proberen uit te schakelen. Daar had ik vaak veel moeite mee. Vooral wanneer het ging om gebeurtenissen die heel invoelbaar zijn. Bijvoorbeeld die aangrijpende beelden van dat Columbiaanse meisje dat langzaam wegzakte in de modder. Zij stierf een afschuwelijke dood. Tientallen mensen stonden om haar heen en niemand kon haar helpen. Zij was even oud als mijn dochter.

En dan die slachtpartijen in voormalig Joegoslavië. Als Journaalmedewerker zie je tijdens de nieuwsuitwisselingen de meest gruwelijke beelden. Wat daarvan wordt uitgezonden is een fractie. Bij rechtstreekse beelden van de val van de Muur in Berlijn, van de vrijlating van Mandela of van Jeltsin op de barricade zit je zo gefascineerd mee te kijken dat het je moeite kost om neutraal en emotieloos het commentaar te lezen. Als je dan 's avonds laat thuiskomt blijft de spanning van zo'n uitzending nog lang hangen en valt het niet mee om in slaap te komen.

Waar ik aan moest wennen bij tv is dat er ontzettend op je wordt gelet: wat je aan hebt en hoe je haar zit. De meeste brieven die binnenkomen gaan over je uiterlijk. Je krijgt bijvoorbeeld vragen naar welke kapper je gaat. Er was een tijd dat ik regelmatig truien droeg. Die leende ik van een modezaak in Apeldoorn. Daarop kwamen veel reacties van mensen die vroegen naar het patroon. In die begintijd moest je zelf voor je kleding zorgen. Je modderde maar wat aan. Pas de laatste paar jaar is daar verandering in gekomen. We worden nu door een adviseur begeleid die twee keer per jaar assisteert bij de aankoop van kleding.

Het zal vreemd zijn dat ik niet meer om vier uur 's nachts voor de vroege dienst hoef op te staan. Dat betekende door het huis sluipen om de rest van de familie niet wakker te maken. Om vijf uur zat ik dan op de Journaalredactie. Zoals het nu is gelopen is niet een einde dat je verkiest, maar ik ben niet van plan thuis te gaan zitten. Er zijn wat vage plannen. Ik moet eerst eens bekomen van de schrik en dan kijken wat de mogelijkheden zijn, maar de mensen zullen me vast wel weer ergens tegenkomen.

Deel dit artikel