Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Elke man is er een te veel

Home

Pieter van der Ven

Geniaal of gestoord? Beide woorden passen bij haar. Haar radicale afwijzing van alles wat man is, maakte haar omstreden en gevreesd.

’Als God mannelijk is, is de man god’. De uitspraak, nee, het maxime, de grondstelling is van de Amerikaanse theologe, filosofe, ethisch feministe en vegetariër, strijdster voor dierenrechten – tegen bont en vivisectie, de driemaal gedoctoreerde dochter van Ierse arbeiders uit de staat New York overleed vorige week zondag – grenzeloos bewonderd, verguisd, gevreesd.

Ze moeten bij de jezuïeten die in de jaren zestig Boston College, in de staat Massachussetts leidden, en nog steeds, even niet goed hebben opgelet. Ze vonden het wel aardig, zo’n radicale tante in hun theologische faculteit, toen nog geheel gedomineerd door paters. Het zou zo’n vaart niet lopen, dachten ze, maar het liep zo’n vaart wél.

Mary Daly publiceerde in 1967 haar eerste grote werk: ’The Church and The Second Sex’. Op slag realiseerden de jezuïeten zich wie ze in huis hadden gehaald. Niet iemand die kritische kanttekeningen maakte bij het priesterschap dat enkel voor mannen was (dat mocht toen nog) maar die een radicale omverwerping en tegendraadsheid bepleitte van de heiligste structuren in de kerk. Nog geen man overboord. De vaste aanstelling waar Daly juist aan toe was werd door de jezuïetenleiding van Boston College eenvoudigweg terzijde geschoven.

Hadden ze gedacht. Het was 1969. Ik was eerlijk gezegd zelf maar een groentje in studentenprotesten, maar zag tot mijn verbijstering honderden studenten oprukken naar de zaal waar de almachtige paters-professoren hun beslissing namen over een vrouw van wie ik nog nooit had gehoord. De studenten, toen nog honderd procent mannelijk, waren een van geest dat hun Mary de aanstelling absoluut verdiende. Schoorvoetend gaf de faculteit toe, in de hoop dat het verder zou overwaaien, dat die Mary Daly wel hogerop zou willen, naar een andere universiteit, zonder roomse regels. Want het was duidelijk dat haar hart daar niet meer bij lag. Of Daly het ooit gewild heeft - Harvard, Princeton, Yale of wat ook - wie zal het zeggen, maar zij bleef en bleef, ruim dertig jaar op Boston College, ook al was ze weleens boos afwezig om weer andere conflicten en gaf ze lezingen in het land en daarbuiten.

De heren studenten die Mary Daly aan haar aanstelling hadden geholpen dachten daarmee iets goeds te doen. Maar zij ervoeren al spoedig dat Daly hen ternauwernood in haar colleges duldde toen studentes in de collegebanken gingen zitten en zeker niet dat zij met hun vragen die colleges gingen over’heer’sen. Voor haar tongriem had ieder vanaf het begin tot haar afscheid een heilig ontzag.

In 1973 verscheen Daly’s tweede belangrijke werk: ’Beyond God the Father’. Het was van nu af helemaal duidelijk waar Daly stond: ’beyond’. De ’Vader’ had afgedaan, de ’Zoon’ trouwens ook en eveneens de ’Heilige Geest’ die voortkomt uit die beide heerschappen samen. De Drie-eenheid als het ’totale mannelijke beginsel’ van stilstand en herhaling, het omgekeerde van de triple goddess, een ’illusie van activiteit’, dat waar niets gebeurt en alles hetzelfde blijft: ’dat heet het patriarchaat’. Dit is het negatieve sleutelwoord van waar het in heel Daly’s denken over gaat. Niet alleen in de rooms-katholieke kerk, maar in alle godsdiensten draait het volgens haar om misogynie, hekel aan vrouwen.

’’God is dood; het is het Universum, het Bestaan – het gaat om de Spirit, het levensbeginsel in al wat is, zelfs in de rotsen’’, zal zij later zeggen.

Van God-als-Opperwezen, hiërarchisch, als zelfstandig naamwoord had zij al steeds meer afstand genomen, misschien was er nog een plaats voor God-als-werkwoord, maar langzamerhand verdwijnt die hele god uit beeld, zelfs het woord ’spiritualiteit’ wat zij nu ziet als een scheiding tussen ziel en lichaam, terwijl je de elementen van aarde, licht, vuur en water samen moet houden.

En mannen? ’’Ik denk niet na over mannen, ze interesseren me niet; ik denk na over wat vrouwen vinden.’’ Zij geeft overigens ook vrouwen een lesje. Wie opkomt voor gelijke rechten van vrouwen en mannen in de kerk vergelijkt ze met zwarte mensen die vragen om toelating tot de Ku-Klux-Klan. ’’Gods plannen’’, zegt Mary Daly, ’’zijn vaak een ander woord voor plannen van mannen, om toe te dekken wat ontoereikend, onnozel en slecht is.’’

Mary Daly is uit de kast gekomen als een onverbloemde lesbienne. Mannelijke homo’s interesseren haar niet en transseksuelen al helemaal niet omdat zij in hen een soort mannelijke profiteurs van de vrouwelijke sekse veronderstelt. Het leverde haar de kwalificatie ’transfoob’ op.

In een ander boek wijdt zij zich aan taalvondsten die alleen in het Engels mooi uitkomen: history als ’her story’, Therapist = The Rapist (een verkrachter). Volgens haar zijn er in Europa na de middeleeuwen zo’n negen miljoen heksen verbrand. (Anderen houden het op één procent hiervan). Daly heeft hiervoor het nieuwe woord gyno-cide, massale vrouwenmoord, (in plaats van genocide, volkenmoord) gemunt. Ja, zijzelf is ook een heks, erkent zij, een hag, en dit mag wat haar betreft leiden tot een hag-iografie, een heiligenleven.

Een bijtende visie verwoordde zij jegens de gynaecologen. Zij verwijt hen dat zij het wereldwijde probleem dat vrouwen jaren ouder worden dan mannen proberen op te lossen door vrouwen met ’De Pil’ te vergiftigen.

Daly tuimelde tenslotte in haar eigen dolk toen zij weigerde mannen, althans de enkeling die het vroeg, tot haar colleges toe te laten, wat de de faculteit aanvankelijk min of meer had gedoogd; zij wilde geen mannen, omdat anders de vrouwen zich niet veilig voelden en niet vrijuit konden discussiëren . Maar met een beroep op de onderwijswet, die discriminatie verbiedt (van zwart en blank, maar ook van vrouwen en mannen) eisten mannelijke studenten toegang. Het schijnt dat Daly en Boston College uiteindelijk buiten de rechtszaal iets hebben geregeld. Daly trok zich terug, overigens al 70+, maar dat is in Amerika geen bezwaar.

Nog één keer haalde Daly de kranten toen zij zich in 2006 met studenten verzette tegen de eindejaarsspeech van Condoleezza Rice, toen nog minister onder president George W. Bush. Een makkie voor de leiding van Boston College: hoe kon Daly tegen het optreden zijn van een zwarte vrouw die het net als zijzelf zover had geschopt?

Een Afro-Amerikaanse lesbienne had al eerder geklaagd dat Daly kleurenblind was.

In haar recente boek ’Quintessence’ laat Mary Daly een wereld zien waar geen mannen meer zijn: procreatie geschiedt uitsluitend nog door maagdelijke geboorte. ’’Alleen vrouwen’’, zegt zij, ’vrouwen die de energie voortbrengen. En dat betekent dat de wereldbevolking drastisch minder mannen gaat tellen.

Sinds Mary Daly wegdreef van de gewone katholieke theologie en zich langzamerhand meer in post-christelijke filosofie en de richting van new age bewoog, is het minder duidelijk wat van haar nalatenschap blijft hangen: een voetnoot in de geschiedenis of juist iemand na wie theologie (‘thealogie’) nooit meer hetzelfde zal zijn? Sommigen beschouwen haar als geniaal, anderen als gestoord. Geen zal haar bijtende colleges, haar one-liners, haar spitsvondigheden en haar verschijning ooit vergeten.

Lees verder na de advertentie
(Trouw) © ASSOCIATED PRESS

Deel dit artikel