Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eindelijk lijkt Adolf terecht

Home

MEINDERT VAN DER KAAIJ

Al ruim twintig jaar zoekt Lammert Doedens naar het graf van Adolf van Nassau, broer van. Hij denkt het gevonden te hebben: in het Duitse Oldenburg.

Voor Lammert Doedens (55) komt over een paar maanden hopelijk een einde aan zijn queeste die begon in 1993 toen hij conservator was bij het Museum Slag bij Heiligerlee. Hij raakte gefascineerd door de figuur Adolf van Nassau (1540-1568) die in Groningen zo tragisch sneuvelde. Het paard van de man sloeg op hol, net op het moment dat de legers van Lodewijk en Philips II elkaar troffen. Hij belandde midden tussen de Spaanse soldaten die wel raad met hem wisten.

De Groningse historicus houdt zich met veel onderwerpen bezig, maar eens in de zoveel tijd drong de vraag zich weer aan hem op: Waar ligt Adolf, de jongere broer van Willem de Zwijger, in hemelsnaam begraven? Vele historici voor Doedens trachtten tevergeefs het mysterie op te lossen.

Hij dook in de archieven en al snel was Doedens het eens met de Groningse Rijksarchivaris J.A. Feith. Die concludeerde al in 1907 dat Adolf waarschijnlijk niet in de Noord-Duitse plaats Emden ligt, waar de meeste historici nog van uitgaan. Daar zijn de botten nooit gevonden. En als het Emden niet is, waar dan wel?

Eerst even kort de Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568, want dat was niet zomaar een slag. Die kwam op een moment nadat protestantse burgers zich twee jaar eerder massaal hadden uitgeleefd op katholieke kerken (beeldenstorm), de adel zich verzette tegen de steeds centralistischer optredende Spaanse koning en Willem van Oranje vertrok naar zijn thuisbasis Dillenburg omdat hij zich als leider van deze oppositie had opgeworpen. Het leger van hertog Alva was inmiddels in de lage landen om het beginnende oproer hard neer te slaan.

Willem van Oranje verzamelde een leger, onder leiding van zijn broer Lodewijk, om onder meer een verrassingsaanval uit te voeren op de stad Groningen die op dat moment bezet werd door Spaanse troepen. Na wat schermutselingen troffen de twee volledige legers elkaar bij Heiligerlee, een strijd die na twee uur vechten verrassend genoeg door Lodewijk werd gewonnen. Bij de troepen van de Spanjaarden vielen 1500 doden, onder wie ook hun leider, de Nederlandse graaf Aremberg.

Adolf werd op die dag niet, zoals veel bronnen als Wikipedia melden, door graaf Aremberg gedood. Dat is volgens Doedens een mythe. "De dag na de slag ging Lodewijk naar het slagveld om te zien wie er waren gesneuveld, maar ook om wapens van de tegenstander te verzamelen. Hij ontdekte het verminkte lichaam van zijn broer onder een stapel tegenstanders. Graaf Aremberg kwam aan zijn einde toen zijn paard struikelde. Twee soldaten hadden hem gedood, dit tot verdriet van Lodewijk die hem liever levend had willen hebben in verband met een te vragen losgeld."

Zowel Adolf als Aremberg werd na de slag opgebaard in de Kloosterkerk van Heiligerlee. "Ze zijn door vele mensen gezien", zegt Doedens. "De kisten stonden op schragen. Daar is geen twijfel over. Het lichaam van Adolf is op het slagveld gebalsemd. Dat ging er in die tijd nogal grof aan toe. Het lichaam werd geopend, de ingewanden gingen eruit en de rest werd geprepareerd. Het lichaam is naar het kasteel in Wedde gebracht en daar begraven."

Het wordt duister volgens chroniqueurs als een paar dagen na de slag 's nachts in het diepste geheim het lichaam in opdracht van Lodewijk wordt opgegraven om elders in veiligheid te worden gebracht. Wedde lag in een gebied waar nog volop werd gevochten. Hij wilde de stoffelijke resten van zijn broer niet in vijandelijke handen laten vallen. Alva is niet alleen geschokt door het verlies van zijn leger dat als het beste van Europa werd beschouwd, maar hij is ook des duivels op Oranje.

Lees verder na de advertentie

Vergelding

Als vergelding liet hij in Brussel zeventien Nederlandse edelen, onder wie de graven van Horne en Egmond, in het openbaar onthoofden. Daarnaast gaf hij opdracht aan zijn leger om met 20.000 soldaten op te stomen naar Groningen om Lodewijk een lesje te leren. In de daarop volgende slag bij Jemmingen aan de rivier de Eems verloor Lodewijk 6000 mannen. De inwoners van Jemmingen werden vermoord en het plaatsje werd met de grond gelijk gemaakt.

Doedens: "Alva wilde met zijn terreur duidelijk maken dat hij met iedereen zou afrekenen die Willem van Oranje ook maar de minste hulp bood. Dat is de reden waarom rond de laatste rustplaats van Adolf een waas van geheimzinnigheid is blijven hangen. Niemand wilde daar zijn handen aan branden vanwege mogelijke represailles. Er waren weinig mensen die wisten waar Adolf was heengebracht. Toen de oorlog met Spanje voorbij was, tachtig jaar later, waren die mensen overleden en hadden zij hun geheim mee het graf ingenomen."

De eerste stap van Doedens om het raadsel te ontrafelen was om originele bronnen op een rij te zetten en die te beoordelen op betrouwbaarheid. "Je kijkt naar aspecten als consistentie, was iemand toen in de buurt van de slag of had hij het van horen zeggen, komen de beweringen overeen met die van anderen. Daarbij kwam het verslag van de Emder staatssecretaris Henricus Paulinus naar voren, een tijdgenoot en zelf drie dagen na de slag aanwezig op het slagveld. Hij schreef dat Adolf op bevel van Lodewijk was opgegraven en in een 'naburige stad in of van het Duitse Rijk' is verborgen en bijgezet of verstopt."

Een andere chroniqueur, de Groninger Eggerik Phebens, voegde daar aan toe dat Adolf naar 'het vaderlands gebied' was overgebracht. Dat betekende dus Dillenburg. "Dat is zonder meer de meest logische plaats. Op dat kasteel, maar ook in de omgeving, is later uiteraard uitgebreid onderzoek gedaan, zonder resultaat. Het vervoer van het lichaam zou best eens ergens tussen Wedde en Dillenburg kunnen zijn gestrand. Maar waar?"

In een brainwave, zoals hij dat noemt, dacht Doedens aan de wegenkaart uit die tijd: de 'Hansische Handelsstrassen'. "Als je dan bedenkt dat veel gebieden onder katholieke heerschappij waren, vallen er heel wat plaatsen af en komt er een bepaalde route naar voren die onder meer langs Oldenburg voert."

Tot zover de theorie. Doedens wist dat hij hiermee nog helemaal niets bewezen had. De volgende stap diende zich aan toen na afloop van een lezing over Adolf een archeoloog Doedens aansprak. Hij wees hem erop dat er in 1937 een verbouwing was geweest in de grafkelder van de Oldenburgse Lambertikirche.

Daarop toog Doedens naar die kerk in Oldenburg waar hij van dominee Ralph Hennings enkele verheugende mededelingen kreeg. Bij die verbouwing in 1937 waren enkele grafkisten naar boven gekomen. Die waren van onder anderen graaf Anton van Oldenburg en zijn vrouw. Daarnaast troffen de onderzoekers resten aan van naar schatting vijf mensen.

Daaronder lag in een diepere laag aarde een compleet skelet van een man dat verder in tact was. "We weten dat Adolf op het slagveld is gebalsemd, dus dat zou dan kloppen." In 1937 had niemand een idee wie dat zou kunnen zijn. Ook de kerkarchieven boden geen duidelijkheid. Na de opgraving zijn de resten van de onbekenden in een kist gelegd en die is na de verbouwing weer in de grafkelder teruggezet.

De volgende doorbraak kwam tijdens het doorploegen van de brieven van Willem van Oranje in het Koninklijk Huis Archief. In een brief in 1567 aan zijn moeder schrijft Willem dat hij Anton van Oldenburg heeft gevraagd om peetvader te worden van zijn zoon Maurits. Daarop zocht Doedens in het doopboek van Maurits en daarin stond dat Anton met twee zoons aanwezig was bij de doopplechtigheid.

Protestantse adel

"De twee families kenden elkaar goed, ze waren onderdeel van een netwerk van protestantse adel. Bovendien bleek Willem schriftelijk aan Anton van Oldenburg gevraagd te hebben in juni Lodewijk en zijn troepen doortocht te verlenen en dat Anton zelfs manschappen had geleverd voor de aanval op Groningen."

Vorig jaar zijn de bureaucratische molens gaan draaien. Zo kwam de universiteit van Göttingen met een subsidie voor het DNA-onderzoek en kwam er toestemming om de grafkelder in Oldenburg te openen en toestemming om Katherina van Nassau de zus van Willem en Adolf op te graven en daar eveneens DNA af te nemen. De verwachting is dat dit binnen enkele maanden gaat gebeuren.

In Oldenburg houdt dominee Hennings nog wel rekening met de uitkomst dat het gevonden overschot van Christoph von Oldenburg is. Hij is een man die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de reformatie in de streek rond Oldenburg. Doedens denkt niettemin dat hij het mysterie heeft opgelost na bijna 450 jaar. "Ik schat de kans op 75 procent."

De expositie 'Speurtocht naar graaf Adolf van Nassau' is vanaf vandaag te zien in het Universiteitsmuseum Groningen.

tekst

Deel dit artikel