Eindelijk in het reine met de weigering dienst te doen in Indië

home

RUUD VAN HAASTRECHT

Jan Noort zegt het herhaaldelijk: het moet vooral geen 'zielig verhaal' worden. Want vergeleken met veel van de vierduizend anderen die vlak na de Tweede Wereldoorlog dienst weigerden in Nederlands-Indië kwam hij er nog genadig van af.

Vijftig jaar geleden voerde het Nederlandse leger op Java, Sumatra en Madura de 'Operatie Product' uit. Het was de eerste van twee pogingen om met harde hand het Nederlands gezag in de kolonie te herstellen. Meer dan 100 000 Nederlandse manschappen, van wie de meesten dienstplichtigen, waren eind juli '47 in de Indische archipel gelegerd. Maar er waren ook enkele duizenden Nederlandse jongens die weigerden zich voor de Oost in te schepen. Zoals er in Indië zelf ook nog soldaten uit het Nederlands leger deserteerden. Als de dienstweigeraars opgepakt werden, konden ze rekenen op forse celstraffen, uiteenlopend van twee maanden tot vijf jaar. Het kostte Jan Noort, nu 67, een half jaar van zijn leven eer hij alsnog erkend werd als gewetensbezwaarde.

Hij zit op het puntje van zijn tweezitsbank. Naast hem ligt z'n lapjeskat in diepe rust. Tijdens het hele gesprek zal die geen oog open doen. Nu nog heeft de woongroep voor ouderen waar Noort woont, vrij uitzicht over de Middelveldsche Akerpolder. Maar over een jaar is de groene stadsrand van Amsterdam-Osdorp opgeslokt door nieuwbouw. In het vuur van zijn verhaal vergeet Noort helemaal de koffie in te schenken. Z'n lotgevallen tuimelen over elkaar heen. Het moet er allemaal weer uit, lijkt het. Ook al heeft hij sinds twee jaar het gevoel dat hij eruit is, over zijn dienstweigering voor Indië en de nog veel moeilijker tijd daarvóór tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Het heeft me een mensenleven gekost”, zegt hij terloops.

Noorts besluit om dienst te weigeren wortelt rechtstreeks in de bezettingstijd. Zijn ouders waren 'fout', niet heel erg, maar toch. “Kleine collaborateurs.” Zijn vader had een administratieve functie bij de Wehrmacht in Hilversum. Niet uit overtuiging, maar omdat hij een 'slappe figuur' was. Zijn moeder was wél pro-Duits, “maar op een hele naïeve manier.”

Tot op de dag van vandaag beïnvloedt het 'foute milieu' waar Noort uit voortkwam, zijn leven. Hij kon geen violist worden, omdat hij op het gymnasium werd 'uitgespuugd'. En het maakte hem principieel, tot in de kleinste details.

Bij afloop van de oorlog was hij bijna zestien jaar en wilde hij iets goed maken. Hij meldde zich aan bij de marine als vrijwilliger om dienst te doen in het door Japan bezette Indië. Maar Noorts vader weigerde zijn toestemming. “Ik had z'n handtekening nodig, maar hij tekende niet. Hij vond dat ik nog niet de leeftijd had om iets militairs te gaan doen. Daar ben ik hem achteraf heel dankbaar voor.”

Want Jan Noorts gedachtevorming over Nederlands-Indië stond niet stil. Met rode oortjes las hij de kritiek van verzetsheld Henk van Randwijk en de gereformeerde zendingspredikant Verkuyl op de opbouw van de Nederlandse oorlogsmachinerie in de Oost. En in zijn privé-leven ontmoette hij steeds meer mensen die het pacifisme aanhingen. Op voorspraak van een joodse kennis, Jaap Cantor, werd hij opgenomen in de Doopsgezinde Jongerenbond. Bij de doopsgezinden staat de geweldloosheid vanouds hoog in het vaandel. Zo ook bij een man als de Hilversumse 'professor' J. Pootjes, waar Noort al spoedig over de vloer kwam. Die stelde na '45 z'n huis even gastvrij open als onderduikadres voor Indië-deserteurs als daarvoor voor vervolgde joden. Via hem werd Jan Noort lid van de doopsgezinde vredesgroep.

In 1948 kwam toen de keuring: hij moest voor zijn nummer naar Indië. Daar meldde hij keurig dat hij niet zou opkomen. Hij beriep zich op zijn religieuze overtuiging en op het feit dat hij het politiek oneens was met de Indië-politiek. Dat laatste kostte hem zijn erkenning als gewetensbezwaarde, vermoedt hij nu. Noort werd goedgekeurd en begin '49 plofte de oproep in de bus. Toen hij daaraan geen gehoor gaf, haalde de Militaire Politie hem in september dat jaar van huis en bracht hem naar de marechausseekazerne in Amsterdam-Oost.

“Ik zal het nooit vergeten. Toen ik binnen werd gebracht in die kazerne, hoorde ik gegil, vreselijk gegil. 'Ja', zei die militaire politieman tegen me, 'zo doen we dat met communisten: die gaan over de bok'. Dat vond ik zo gek. Tijdens m'n hele internering werd dat tegen me gezegd: 'Jij bent geen communist'. Als je wel communist was, had je geen leven. Mijn cel was naast die communist. Ik heb hem nog gezien. Hij zag er vréselijk uit.”

Toch was ook de manier waarop Noort zelf werd vastgehouden, lang niet altijd zachtzinnig. In het twee jaar geleden verschenen boek 'Er waren er die niet gingen' van oud-Waarheid-journaliste Henny Zwart (Uitgeverij Solidariteit, Amsterdam) verhaalt hij daar uitgebreid over. De behandeling door het militaire personeel was over het algemeen keurig. Het burgerpersoneel schiep er echter genoegen in om de 'landverraaiers' te pesten en te treiteren waar het kon. “Schorem was het, schorem”, foetert Noort nu nog. Een verpleger die hem moest verzorgen tijdens een verblijf in een isoleercel in het Haagse Huis van Bewaring, spande de kroon. Noort was ziek en had hoge koorts. Maar de verpleger behandelde hem alsof hij simuleerde. Hij kreeg nauwelijks te eten, kon zich niet wassen, op een goed moment lag hij in zijn eigen vuil. En omdat de cel stikdonker was, verloor hij ieder gevoel van tijd. Zonder dat hij het zelf wist, verloste zijn vader hem uiteindelijk. Toen die z'n zoon wilde bezoeken, werd hij tot twee maal toe weggestuurd met de boodschap dat Jan te ziek was. Daarop stapte zijn vader bezorgd naar de auditeur-militair. Toen die naar het Huis van Bewaring belde, werd er ingegrepen. “Opeens gingen de luiken open, er was allemaal licht en werd de cel schoongemaakt. Ik mocht niets zeggen van wat er gebeurd was. Die verpleger was ineens poeslief.”

In het militair hospitaal aan de Haagse Muzenstraat werd hij weer opgelapt. “Mijn God, wat hebben ze met u uitgehaald?!”, liet het hoofd zich ontvallen, toen hij Noort voor het eerst zag. Hij lag midden tussen de zwaargewonden uit Nederlands-Indië, die hem stuk voor stuk 'groot gelijk' gaven dat hij niet voor z'n nummer was opgekomen. “Ik herinner me nog heel goed dat de vrouw van generaal Kruls een bezoek bracht aan de gewonden. Ze gaf die jongens een oorkonde en een lintje en geld. Nou, dat geld vonden ze mooi. Maar die oorkonde, dat ging zó”, en hij scheurt een denkbeeldig papier in tweeën.

Vanuit het hospitaal werd hij op een dag per ambulance naar een adviescommissie van de Krijgsraad vervoerd. Die bekeek opnieuw of Noort als gewetensbezwaarde kon worden aangemerkt. “Ik ben daar geloof ik een minuut geweest. Ze vroegen: 'Blijft u bij uw beslissing?' Ik zei: 'Ja, natuurlijk, na alles wat ik heb meegemaakt...”

Hij dacht dat het einde in zicht was, maar kort erna stond de militaire politie aan zijn ziekbed. Hij werd in de boeien geslagen en moest mee, naar het huis van bewaring in Schoonhoven, dat onder Indië-deserteurs een zeer beruchte reputatie had. Eén dag zou hij er maar verblijven, toen kreeg hij plots te horen dat hij mocht gaan. Voor één keer zette hij zijn principes opzij en reisde met een militair treinkaartje naar huis. Hij had geen rooie cent. Jan Noort was erkend als gewetensbezwaarde.

Anders dan menig andere dienstweigeraar zit hij na al die jaren niet te wachten op een excuus of standbeeld van de Nederlandse overheid. Zo'n spijtbetuiging zou wél op z'n plaats zijn in de richting van Indonesië, vindt hij. Hijzelf mag dan in het reine zijn gekomen met die periode, voor Nederland als natie geldt dat 'absoluut niet'. “Maar dat is niet alleen met de Indonesische kwestie zo. We zijn zogenaamd zó goed geweest tegenover de joden, we hebben nog geen vlieg kwaad gedaan in Indië, en nu tobben we weer met die geschiedenis in Srebrenica. Nederlanders kunnen maar niet erkennen dat Nederland ook wel eens verkeerde dingen doet. Daarin is Duitsland verder. De Duitse regering heeft tenminste schuld bekend in de richting van de joden. Dat is hier door de regering tegenover Indonesië nog nooit gebeurd. Nee, wat dat aangaat, zijn we benepen hoor!”

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie