Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eeuwenoude motieven, verrassend eigentijds

Home

HENNY DE LANGE

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van museum De Lakenhal in Leiden: een stalenboek.

Op zoek naar een leuk stofje voor een jurk? Een vrolijk motiefje voor de kinderkamer? Een batikprint of toch liever een zware klassieke stof met paisleymotieven? Kastlades vol inspirerende lapjes stof bevinden zich in de kelder van Museum De Lakenhal in Leiden, in alle kleuren van de regenboog en met honderden verschillende motieven: bloemetjes, dierfiguren, strepen, sterren, swastika's, tijgerprints en abstracte figuren.

Maar de bezoekers van De Lakenhal krijgen ze zelden te zien, laat staan dat ze met hun handen door al die stoffen mogen gaan. En dat geldt ook voor de vele tientallen stalenboeken met honderden stofontwerpen in vele patronen en kleuren. Ze herinneren aan de tijd dat Leiden in de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw een bloeiende textielindustrie en wolnijverheid had, aldus conservator Jori Zijlmans.

Rond 1900 was Leiden een echte industriestad geworden, met schoorsteenpijpen en rookpluimen. De Leidsche Katoen Maatschappij aan de Herengracht en de Zijlsingel was in die tijd de grootste fabriek in de stad. In 1835 was het bedrijf vanuit het Belgische Lier bij Antwerpen naar Leiden verhuisd, waar het tien jaar later in handen van de fabrikantenfamilie Driessen kwam. De Katoenfabriek had toen een slechte naam, omdat er veel kinderen werkten. Soms werden die al op zesjarige leeftijd als handdrukkertje aan het werk gezet.

Door de Eerste Wereldoorlog raakte het bedrijf in verval. Grondstoffen werden niet meer aangevoerd en producten niet meer geëxporteerd. De Katoenfabriek kwam de klap niet meer goed te boven. Het personeelsbestand halveerde van duizend naar vijfhonderd arbeiders. In 1934 ging het bedrijf failliet en twee jaar later werden de fabrieksgebouwen gesloopt.

Vele tientallen stalenboeken van de fabriek en een complete ladenkast gevuld met stalen stof zijn na het faillissement overgebracht naar Museum De Lakenhal, waar ze sindsdien letterlijk liggen te verstoffen in het depot. De stalenboeken waaruit klanten de stofontwerpen konden kiezen, zijn vaak zo groot, dik en zwaar dat ze amper zijn te tillen. Op één pagina zitten soms wel vijftig stofmonsters geplakt. Daarnaast zijn er ook handzamere exemplaren: dat waren de voorbeeldboeken die de verkopers meenamen tijdens hun reizen naar het buitenland.

Maar bezoekers hebben er nog nooit doorheen mogen bladeren. De negentiende-eeuwse stalenboeken zijn te fragiel. Daarmee gaat veel moois voorbij aan het publiek. En ook een stukje historie, want de boeken geven een boeiend inkijkje in de geschiedenis van de stad. Alle handelsbetrekkingen van de Leidse textielnijverheid lees je eraan af. Er zijn prachtige verhalen bij te vertellen.

En dan te bedenken dat deze cultuurschatten ook nog eens in de kelder van een museum liggen dat (sinds 1874) is gevestigd in een voormalige Leidse lakenhal uit 1640, ontworpen door Arent van 's Gravesande. In dit gebouw kwamen de staalmeesters van de lakenindustrie bijeen om het Leidse laken te keuren. En dan op zo'n historisch beladen plek niet eens de stalenboeken uit die periode kunnen laten zien aan het publiek... Dat is jammer, beamen Minke Schat, hoofd publiek, en Rob Wolthoorn, hoofd collecties van het museum.

Daarom was de keuze snel gemaakt toen Trouw het museum vroeg een schat uit de kelder te halen. In een vitrine in de zaal die gewijd is aan het textielverleden en de lakennijverheid van Leiden, laat het museum nu enkele stalenboeken zien. Ze zijn opengeslagen, zodat bezoekers in ieder geval een indruk krijgen van wat ze nooit hebben kunnen zien.

Maar erin bladeren mag nog steeds niet. Daarom heeft het museum ook een aantal pagina's gefotografeerd die bij elkaar een beeld geven van de inhoud van deze boeken. Tijdens het scannen van de pagina's kwamen bij het omslaan van de bladen met stofstaaltjes soms letterlijk stofwolkjes vrij, vertelt Wolthoorn. Zo lang al zijn deze boeken gesloten geweest. De pagina's moesten stuk voor stuk ontstoft worden voordat ze gescand konden worden.

Het museum is van plan de komende tijd 26 grote stalenboeken te scannen, zodat het publiek er vanaf volgend jaar op de site digitaal doorheen kan bladeren. Een deel van de kosten daarvan wil het museum betalen met de geldprijs van 4.000 euro die het heeft gewonnen met de Museumprijs Zuid-Holland 2010. Het museum kreeg deze onderscheiding voor het project 'Werk in Uitvoering', een grootschalig onderzoek naar zijn eigen collectie.

In de museumzaal stond vorig jaar een lopende band waaraan meer dan 13.000 objecten opnieuw bekeken, schoongemaakt en geregistreerd werden. Hiermee wilde het museum de achterstanden op het gebied van behoud en beheer wegwerken. Minke Schat: "We constateerden toen al dat we toch echt iets met onze stalenboeken moesten doen, die altijd maar in het depot liggen. Toen Trouw ons ook nog eens vroeg een verborgen schat uit de kelder te halen, gaf dat de doorslag. Het publiek krijgt nu alvast een klein voorproefje op de digitale presentatie die we gaan maken van onze meest bijzondere stalenboeken."

Het museum toont de stalenboeken heel toepasselijk op De Grote Pers, de zaal waar in het verleden de lakenbalen een loden zegel kregen als keurmerk van de staalmeesters. Aan de muren van deze zaal hangen de vier schilderijen die Isaac van Swanenburgh (vader van Jacob van Swanenburgh, een van Rembrandts leermeesters) in de zestiende eeuw maakte van de verschillende bewerkingen van ruwe wol tot geweven en geverfde lakenstoffen.

Minke Schat: "Het is mooi dat we het publiek nu ook de volgende stap in het productieproces kunnen laten zien: de verkoop en handel. Via die stalenboeken konden de fabrikanten hun klanten alle stofontwerpen in vele patronen en kleuren laten zien."

Opvallend is hoe fris de kleuren van de staaltjes stof zijn gebleven. Maar wat nog meer verbaast, is de enorme vrijheid bij deze ontwerpen, vindt conservator Zijlmans. Vaak lieten de ontwerpers zich inspireren door de landen waarmee ze banden hadden, zoals zichtbaar wordt in de vele batikmotieven uit het toenmalige Nederlands-Indië. Maar ook Arabische motieven duiken op, Turkse koffiepotjes en olifanten onder een palmboom. Ze zijn een afspiegeling van de landen waar- mee destijds handel werd gedreven. Mede door de tropische decoraties waren de Leidse katoentjes zo populair in voormalig Nederlands-Indië.

Door de stalenboeken digitaal te ontsluiten komt niet alleen de geschiedenis van Leiden meer tot leven. Het museum hoopt dat de rijke stoffencollectie ook een inspiratiebron zal zijn voor hedendaagse ontwerpers. Sommige lapjes zien er zo aantrekkelijk uit, dat je spontaan zin krijgt in een jurkje, gemaakt van een blauwe stof met geometrische patronen. Meer dan honderd jaar oud, maar verbazingwekkend eigentijds.

Deel dit artikel