Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eerste Kamer is ook een politiek orgaan

Home

Hans Engels hoogleraar staatsrecht in Groningen en Leiden (Thorbeckeleerstoel) en fractievoorzitter D66 in de Eerste Kamer

In de senaat worden geen wetten gemaakt, alleen aangenomen of verworpen. Toch wordt ook daar volop politiek bedreven.

Er gebeurt veel goeds in de Eerste Kamer. Wetsvoorstellen krijgen een gedegen behandeling. De politieke omgangsvormen zijn plezieriger dan in de Tweede Kamer. Er is iets meer distantie. Maar dat is niet het hele verhaal. In de Eerste Kamer wordt ook volop aan politiek gedaan. Daarbij is de Eerste Kamer een overwegend conservatief orgaan, dat de bestaande politieke structuren en machtsverhoudingen scherp bewaakt.

Staatsrechtelijk is de positie van de Eerste Kamer glashelder. De senaat beschikt als indirect gekozen orgaan niet over de wetgevende rechten van initiatief en amendement. Hij kan wetsvoorstellen en begrotingen alleen aanvaarden of verwerpen. In de vorming van dat oordeel is de Eerste Kamer geheel vrij. Staatsrechtelijk is er geen enkele belemmering om wetsvoorstellen ook op puur politieke gronden af te wijzen. Dat deze politieke weging veelal wordt verpakt in juridische formuleringen doet daaraan niets af.

Staatsrechtelijk staat ook vast dat de Eerste Kamer beschikt over dezelfde controlerende instrumenten als de Tweede Kamer, daarmee kan het de politieke ministeriële verantwoordelijkheid activeren en uiteindelijk via het opzeggen van vertrouwen sanctioneren.

Gezien de focus van de Eerste Kamer op de kwaliteit van wetgeving lijkt de vaak benadrukte functie van 'chambre de réflexion' deels wel terecht. Toch is het niet juist de rol van de Eerste Kamer te minimaliseren tot 'bewaker van de kwaliteit' van wetgeving, zoals door conservatieve politici en in de media vaak gedaan wordt. Met termen als 'chambre de réflexion', 'het primaat van de Tweede Kamer' en 'zwakke legitimatie' poogt men een beeld neer te zetten van een senaat die zich als indirect gekozen orgaan alleen zou horen te richten op de juridische beoordeling van wetgeving.

Paradoxaal genoeg zijn het vaak dezelfde fracties die niet aarzelen politieke doelen te realiseren via diezelfde Eerste Kamer, zo nodig in de nachtelijke uren. Met het staatsrecht heeft dat allemaal niets te maken. Wat hier vooral speelt is politiek opportunisme.

Zo horen wij regelmatig dat de Eerste Kamer op staatsrechtelijke gronden terughoudendheid zou behoren te betrachten. De terughoudendheid van de senaat is echter in werkelijkheid niets anders een politiek zelfgekozen attitude. De (direct gekozen) Tweede Kamer heeft het primaat. Maar ook praktisch was er tot voor kort weinig aanleiding voor een meer activistische opstelling; elk kabinet steunde op een meerderheid in de Eerste Kamer.

Ook klinkt het vaak dat er formeel geen politieke binding bestaat tussen kabinet en Eerste Kamer. Maar in de politieke werkelijkheid voltrekt het Kamerwerk zich wel degelijk op basis van een tweedeling van regerings- en oppositiefracties. De regeringsfracties respecteren het coalitieakkoord, en maken bij politiek gevoelige wetsvoorstellen primair politieke en soms zelfs opportunistische afwegingen.

Staatsrechtelijk is de Eerste Kamer met andere woorden volledig bevoegd om zijn constitutionele instrumenten ofwel naar eigen inzicht te politiseren, dan wel een zelfgekozen terughoudendheid te betrachten.

Nu het kabinet-Rutte in de nieuwe senaat over 37 zetels lijkt te kunnen beschikken ziet het er naar uit dat, met hulp van de SGP, de meeste wetsvoorstellen zullen worden aanvaard. Tegelijkertijd zal dit perspectief de toegenomen politisering van de senaat niet doen afnemen.

Met een voortgaande politisering dreigt de Eerste Kamer steeds meer een doublure van de Tweede Kamer te worden. Onmiskenbaar zijn er tekenen van een rivaliteit die haaks staat op het primaat van de Tweede Kamer.

Een bijkomend probleem is de conservatieve inslag van de Eerste Kamer. De senaat blijkt een geduchte hindermacht tegen veranderingen in het staatsbestel, aangezien een meerderheid - en bij Grondwetsherzieningen zelfs een minderheid van een derde - structureel elke vorm van hervorming tegenhoudt.

Op deze manier positioneert de Eerste Kamer zich als hoeder van de heersende politieke elite en blijft daarmee dicht bij het klassieke profiel van 'bolwerk rond de troon', wakend tegen 'moderne driften, overijling en de waan van de dag'.

Dit is een korte versie van de inleiding, maandag 7 maart, voor de lezing 'De Staat van het Parlement', georganiseerd door het Montesquieu Instituut en Trouw. Locatie: Campus Den Haag, gebouw Stichthage, boven NS Den Haag CS. Tijd: 16.30-19 uur. Zie ook montesquieu-instituut.nl

Deel dit artikel