Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eer Pieter Paulus met een eigen zaal in de Tweede Kamer

Home

Hans Goslinga

Met de zegen van de premier, de historicus Rutte, zal de viering van 200 jaar koninkrijk straks in het teken staan van de democratische verworvenheden. De viering begint op 30 november, de dag waarop in 1813 aan het Scheveningse strand de zoon van de laatste stadhouder, Willem V, arriveerde om tot soeverein vorst te worden uitgeroepen van het vorstendom der Verenigde Nederlanden. Pas op 16 maart 1815 eigende hij zich, onder de dreiging van de terugkeer van Napoleon, de titel Koning toe en werd Nederland een koninkrijk.

Zal koningin Beatrix deze dag in 2015, het slot van de viering, kiezen voor de troonswisseling? Intrigerender is de vraag of het ontstaan van het koninkrijk wel zo gemakkelijk kan worden gekoppeld aan het begin van Nederland als democratische staat. Rutte erkende deze week in de Kamer dat Nederland in 1813 'natuurlijk nog geen perfecte democratie was'. Ter relativering voegde hij eraan toe: 'Die had je in die periode sowieso niet zoveel'. 1848 zou volgens hem 'een iets beter startpunt zijn'.

Het verschijnsel dat de premier parten speelde is wat tegenwoordig framing wordt genoemd, in dit geval de koppeling van het begin van Nederland als democratische natie aan de terugkeer van het Huis van Oranje. Deze koppeling is zo succesvol geweest dat toen de historicus en politicoloog Joop van den Berg onlangs bepleitte de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer de naam van Pieter Paulus te geven glazige blikken zijn deel waren. Bedoelde hij misschien Piet Paulusma, de weerman van RTL? Van den Berg hielp de onwetenden snel uit de droom: Pieter Paulus was de grondlegger van de Nederlandse democratie.

Deze Zeeuwse advocaat was in 1795, na de inval van de Franse troepen, de architect van een nood-Grondwet, die voorzag in erkenning van de rechten van de mensen, een kiesrecht voor mannen boven de twintig, een parlement, een referendum en de scheiding van kerk en staat, die een eind maakte aan de bevoorrechte positie van de Nederlands-hervormde kerk. Bovendien slaagde Paulus erin van Nederland een eenheidsstaat te maken, die formeel een zusterrepubliek van Frankrijk werd, geen bezet gebied dus (hoewel dat feitelijk wel zo was).

Dat deze uitzonderlijke staatsman zo volledig in de vergetelheid is geraakt, schrijft Van den Berg toe aan de onuitroeibare neiging, ook onder historici, 'een van de meest vormende perioden in de vaderlandse geschiedenis onder de mat te vegen'. Alsof, zei hij in zijn afscheidscollege aan de Universiteit van Maastricht, onze geschiedenis het niet kan stellen zonder Oranje. Als alleen notoire orangisten dat ons zouden willen wijsmaken, maar nee, ook wetenschappers hebben meegeholpen de Bataafs-Franse periode te verdonkeremanen.

Misschien is het voor hem wel mooi dat premier Rutte zich voorzichtig losmaakte van de geslaagde propaganda (in de definitie van Huizinga 'de kunst om anderen te doen geloven wat je zelf niet gelooft'). Hij zou, zegde hij aan D66-fractieleider Pechtold toe, graag zien dat er tijdens de viering van het dubbele eeuwfeest ook discussie ontstaat over de invloed van de periode vóór 1813. Rutte liet zich hier vermoedelijk meer als historicus en politieke nazaat van Thorbecke kennen dan als premier.

Thorbecke deed in 1848 met zijn nieuwe grondwet een belangrijke stap in het 'ontkoningen van de koning', dat wil zeggen het terugdringen van diens politieke macht ten gunste van het parlement. Dat was niet zozeer te danken aan de overtuigingskracht van de liberaal als wel aan de angst van koning Wil-lem II dat de revolutionaire woelingen buiten de grenzen naar Nederland zouden overslaan. Thorbecke en zijn medestanders noemden zich overigens geen democraten maar 'constitutionelen' en ook 1848 wordt als geboortejaar van de democratie betwist.

Uitgaande van het gelijkheidsbeginsel als drijvende kracht van deze staatsvorm is Nederland pas na 1917 met het invoeren van het algemeen kiesrecht een moderne democratie geworden. De term 'democratie' werd ook pas in die tijd een ideaal op zich, zoals J.L. Heldring vaak heeft geschreven. Dit gebeurde mede onder invloed van het wervende motto waarmee de Amerikaanse president Wilson zich in de Eerste Wereldoorlog had gemengd: Making the world safe for democracy.

Nederland werd pas 140 jaar na de Verenigde Staten een moderne democratie en 120 jaar na Pieter Paulus, en eerder ondanks dan dankzij de Oranjes. Koningin Wilhelmina wilde na de oorlog omwille van een krachtig bewind de macht van het parlement sterk terugdringen en begin jaren zeventig stelde prins Bernhard nog voor de Tweede Kamer voor twee jaar naar huis te sturen. De huidige formatie, die voor het eerst buiten het paleis om verloopt, kan als een, vooral symbolisch, eindpunt worden gezien van een proces waarbij de democratie op de monarchie is bevochten.

Van den Berg zei dat je geen Oranjehater hoeft te zijn om met verwondering aan te zien hoe de historie oranje is bijgekleurd. Hij vindt dat niet zo 'erg'. Wat hij wel betreurt is dat daardoor een van onze zeldzame echte staatslieden totaal is vergeten. Het zou daarom een daad van moed en recht zijn de 'oude zaal' van de Kamer tot Pieter Pauluszaal te dopen.

Deel dit artikel