Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eenzaamheid is voor mietjes

Home

Erik Jan Harmens

© Maartje Geels

Nu hij niet meer drinkt, heeft schrijver Erik Jan Harmens niks meer om zijn gevoel te dempen. Ook gevoelens van alleen zijn. Alles komt hard bij hem binnen. En hij vindt dat hij daar tegen moet kunnen.

Ik heb vaak moeite om bij mijn gevoel te komen. Dat is raar want ik bén mijn gevoel, het ligt niet gewikkeld in landbouwplastic op de bodem van een meer. Toch is er vaak een afstand tussen mijn gevoel en mij, dan is het alsof ik eerst door een muur moet breken voor ik het durf toe te laten. En dan nog alleen maar mondjesmaat, omdat ik zodra ik mijn gevoel heb toegelaten denk: hè hè, daar is mijn gevoel, en dan denk ik in plaats van dat ik voel. Weg tranen.

Lees verder na de advertentie

Als ik op het podium sta, of zelfs maar naar een feestje ga, moet ik mezelf eerst ‘aanzetten’. Dan is het alsof ik op een knop binnen in mij druk en verander in een opener iemand. Ik word goedlachser, een tikje joviaal. Door te drinken werd ik dat ook, maar ik drink al vier jaar niet meer. Bovendien was dat goedlachse en joviale er alleen tijdens de eerste glazen, daarna werd het donker.

Ik wil in mijn gevoel leven

Het moet vanzelf gaan

Ook om te voelen moet ik soms op een knop drukken, maar ik wil geen commando geven, ik wil dat het vanzelf gaat. Als ik hoor dat iemand is overleden wil ik dat mijn ogen met vocht vollopen tot ze overstromen, als iemand de verkering uitmaakt wil ik me als een dwaas aan haar voeten werpen. Ik wil, en dan citeer ik even uit om het even welke mindfulness-cursus, in mijn gevoel leven.

Af en toe zie ik iemand die dat doet, in zijn gevoel leven. Hij is vrolijk, schatert als er iets grappigs gebeurt, springt op en danst als hij een lekker nummer hoort. Dan wordt hij gebeld, het is slecht nieuws, hij barst in huilen uit, hij breekt helemaal, mensen verzamelen zich om hem heen, troosten hem.

Er gebeurt iets, dat roept een gevoel bij hem op en… dat was het, hij voélt! Er zit geen ruis op, en dat maakt mij jaloers. Ik ben meer op mijn hoede: als ik in gezelschap een slechtnieuwstelefoontje krijg, zal ik me normaal gesproken niet in de armen laten vallen van de mensen om me heen, maar liever als een oude kat een stil plekje opzoeken. Als de dj een lekker nummer opzet denk ik: niemand danst, ik kan nu toch niet gaan dansen, sta ik daar alleen te dansen. Als er drie mensen de dansvloer op rennen en in de lucht gaan springen, denk ik: daar kan ik toch niet bij gaan staan, zij zijn veel jonger, wilder ook. Als iedereen danst behalve ik, denk ik: iedereen danst, behalve ik. Zal ik weggaan, meedansen, een blessure voorwenden, een infarct?

Zonder moeite, in hevige mate 

Er zijn ook momenten dat ik wel bij mijn gevoel kom, zonder moeite en zelfs in hevige mate. Alleen ontstaat dat door iets sufs, bijvoorbeeld als een belegen familiefilm slecht dreigt af te lopen. Twee kinderen wachten op vader, die nog niet thuis is gekomen, terwijl buiten een sneeuwstorm raast. “Komt hij nog wel thuis, moeder?” vragen ze. Terwijl de muziek aanzwelt, knikt mama, al is ze zelf net zo vertwijfeld. Dan zwaait de deur open en daar is hij dan eindelijk, met een kreet rennen ze op ’m af, papaaaaa, papaaaaa, hij wordt bijna platgeknuffeld, papaaaaa!

Dat mijn gevoel wordt opgewekt door Disney-meuk zal me een zorg zijn, ik ben niet langer op mijn hoede, ik voel!

Bij zo’n scène kun je mij opvegen, overal in mij stroomt het. Dat het wordt opgewekt door Disney-meuk zal me een zorg zijn, ik ben niet langer op mijn hoede, ik voel!

Het is zo gegroeid 

Veel gaan drinken is niet echt een besluit geweest, het is in de loop der jaren zo gegroeid. Eerst dronk ik af en toe, later leidde ik een ‘bourgondische levensstijl’, uiteindelijk werd ik alcoholist.

Ik had dingen meegemaakt waar ik liever niet aan herinnerd wilde worden, door de drank verdwenen die beelden als vee in de mist

In die eerste twee fases dronk ik om gevoelens kracht bij te zetten. Als er iets te vieren was, dronk ik om nóg vrolijker te worden, was er iemand dood dan lalde ik zijn naam en zwelgde in het verlies. In fase 3 dronk ik juist om gevoelens af te laten nemen, om ze te dempen. Ik had dingen meegemaakt waar ik liever niet aan herinnerd wilde worden, door de drank verdwenen de beelden als vee in de mist. Ik maakte carrière in het zakenleven terwijl ik eigenlijk schrijver wilde worden, maar ’s avonds laat na een aantal glazen cognac en bebop-jazz uit de speakers vergat ik die tweespalt. Zo woeziewoezde ik de nacht in, zonder me al druk te maken om de hamerende kater de volgende dag.

Alles komt hard binnen 

Nu ik niet meer drink heb ik niks meer om te dempen, al vier jaar lang komt alles hard binnen. Op mijn eerste alcoholvrije dag schrok ik me wild van het geluid van een dichtslaande autodeur: BAM! Met diezelfde klap komt nu het nieuws bij me binnen, of roddels of ruzies of liefdes. Soms mis ik het gewoeziewoez van de roes, dan staar ik in mijn goedenachtrustthee en zie het 2 uur worden op mijn radiowekker en ook 4 uur. Dan voel ik mij, en dan ga ik nu even een teiltje halen, maar vooruit dan maar: dan voel ik mij eenzaam.

Eenzaam, wat een verschrikkelijk woord is dat. Voor mij staat het synoniem voor nederlaag. Als iemand tegen mij zegt: ik ben een beetje eenzaam, vervult mij dat met walging. Dat ligt niet aan die ander, maar aan mij. Ik ben opgegroeid zonder vader, door gedoe over de alimentatie had mijn moeder geen geld en aten we meestal macaroni met Smac, mijn grote broer zat vaak op zolder, mijn grote zus emigreerde op jonge leeftijd, en ik was alleen.

Het gevoel dat me dat gaf (eenzaamheid dus, blegh!) verdrong ik door mijn fantasie te gebruiken. Op mijn kamertje sloot ik mijn ogen en stelde me voor dat ik shooting guard was bij de Boston Celtics. Met twee punten achterstand en nog 0,8 seconden op de schotklok passte basketballegende Larry Bird de bal naar mij, vanaf de middellijn ging ik de lucht in voor mijn sprongschot en precies in de toeter zoefde de bal door het netje: winst voor de Boston Celtiiiiiiics! Dankzij Ehrik Dzjèn Armuns from the Netherlaaaaaands!

In werkelijkheid was ik eenzaam, en dat ben ik overigens nog steeds regelmatig.

Fantasie drukte werkelijkheid weg 

De fantasie voelde zo realistisch dat ze de werkelijkheid wegdrukte, net als drank. In werkelijkheid was ik eenzaam, en dat ben ik overigens nog steeds regelmatig. Maar iets in mij verzet zich hevig tegen die realiteit, want eenzaamheid is voor mietjes. Daarom instagram ik hilarische momenten met vrienden, maar doe ik er online het zwijgen toe als de muren op me afkomen.

Ervoor uitkomen dat je je eenzaam voelt is een teken van zwakte, net als iemand die honger heeft (geen trek, maar honger) zich het niet kan veroorloven om te zeggen: ik heb honger. Liever gaat hij op jacht om de honger te stillen, zoals ik fantaseerde om gevoelens van eenzaamheid te elimineren. Dat de fantasie niet echt is dondert niet: hij voélt echt.

Kom je naar de afterparty

Vier jaar geleden trad ik op op het Crossing Border Festival in Den Haag. Na afloop signeerde ik mijn boeken en sprak ik met de uitzonderlijk lieve mensen die daar achter de schermen werken. Kom je nog naar de afterparty, werd mij van verschillende kanten gevraagd. Ik was nog maar net lid van de blauwe knoop, dus het leek me beter van niet. Ik moet morgen vroeg op, zoiets zal ik hebben gezegd.

Ik ging backstage om mijn spullen te pakken en liep naar het hotel. In mijn handen hield ik een kaart, want mijn richtingsgevoel is zo slecht dat ik zelfs in Landsmeer, waar ik al vijftien jaar woon, nog geregeld verdwaal. Zo kwam ik langs het café waar de afterparty plaatsvond: achter de ruit zag ik de mensen met wie ik die avond had opgetreden het glas heffen en elkaar lachend op de schouders slaan. Ze dansten op ‘Boom, boom, boom, boom!’ van de Vengaboys, de beat dreunde als een drilboor door de nacht.

In kamer 514 schonk ik een glas water in en zette de tv aan. ‘Ice Road Truckers’ begon, een serie over vrachtwagenchauffeurs in het noorden van Noord-Amerika die zich een weg moeten zien te banen over winterwegen. Even voelde ik mijn eenzaamheid, die als een adder in mijn borstkas beet. Toen sloot ik mijn ogen en fantaseerde dat ik zelf op zo’n dertigtonnendiesel door de nacht denderde. Mijn kamer werd cabine en ik was gelukkig. Ik wist dat er nog een werkelijk gevoel achter lag, maar zolang ik niet op die knop drukte, leefde ik niet in mijn gevoel, maar op een veel aantrekkelijkere plek: de glibberige weg over het ijs richting Shamattawa, een duizend inwoners tellende aboriginalgemeenschap in de Canadese provincie Manitoba.

Erik Jan Harmens (1970) schreef ‘Hallo muur’ (Lebowski Publishers, 2015) over zijn alcoholverslaving. Dit jaar verschenen ‘Pauwl’ (over autisme) en zijn eerste kinderboek ‘Hans is kwijt’ (uitgeverij Moon).

Lees ook de andere verhalen die Erik Jan Harmens schreef over hoe hij leeft in het besef dat die verdoving er nooit meer zal zijn:
De romantiek van de alcoholroes
'Wat ben je toch een sukkel, alcoholist, met je dikke plofkop'

Deel dit artikel

Ik wil in mijn gevoel leven

Dat mijn gevoel wordt opgewekt door Disney-meuk zal me een zorg zijn, ik ben niet langer op mijn hoede, ik voel!

Ik had dingen meegemaakt waar ik liever niet aan herinnerd wilde worden, door de drank verdwenen die beelden als vee in de mist

In werkelijkheid was ik eenzaam, en dat ben ik overigens nog steeds regelmatig.