Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

EEN WERELD VAN VERSCHIL Het jodendom als religie tussen de wereldreligies

Home

“De fundamentele verschillen tussen jodendom en christendom zijn zo groot, dat je er altijd zeker van kunt zijn dat als mensen spreken over 'de joods-christelijke traditie' zij in elk geval geen - geformeerde - Joden zijn. Deze nogal simplistische poging tot combinatie van christendom met jodendom lijkt enigszins op een huwelijk, waarin een van de partners steeds zegt uiterst gelukkig te zijn, terwijl de andere zegt absoluut niet te worden begrepen.”Gisteren hield de schrijfster Andreas Burnier de Abel Herzberg-lezing, georganiseerd door De Rode Hoed en Trouw. Bovenstaande tekst is een bekorte versie van de Abel Herzberg-lezing. De volledige tekst is verkrijgbaar bij Stichting de Rode Hoed, Keizersgracht 102, 1015 CV Amsterdam, tel. 020-6257368.

De ondertitel van deze lezing: 'Het jodendom als religie tussen de wereldreligies' verwijst ook naar deze opvatting. Maar kijken wij nu eerst eens even naar de cijfers. Globaal zijn die als volgt:

-Chinese religies: - 200 miljoen aanhangers -shinto: - 110 miljoen # -hindoeme: - 700 miljoen -boeddhisme: - 275 miljoen # -islam: - 750 miljoen -christendom: - 1500 miljoen #

En nu het jodendom: 12 miljoen, en dan hanteer ik nog de nodige jiddische overdrijving, want enigszins religieus gevolveerd - van ultra-orthodox tot en met ultra-progressief - zijn op dit moment waarschijnlijk ten allerhoogste zo'n 4 miljoen Joden, verspreid levend over de hele wereld, met de grootste concentraties op het Amerikaanse continent, in Frankrijk en in Israël. Het jodendom een wereldgodsdienst? Niet als je kijkt naar de aantallen.

Is het jodendom dan misschien een wereldreligie omdat het in principe graag iedereen erbij zou willen betrekken, met liefde, list of geweld? Ook dat is, zoals bekend, geenszins het geval. Het jodendom bedrijft al duizenden jaren missie noch zending, het voert geen bekeringsoorlogen en het doet niet aan outreach onder niet-Joden via joodse ashrams en joodse guru's. Sinds de tijden van de Kruistochten, de Inquisitie en de Sjo'ah is het zelfs in toenemende mate moeilijk geworden voor buitenstaanders om als lid van de joodse religieuze gemeenschap en daarmee tevens van het joodse volk te worden aanvaard. Begrijpelijkerwijs werden de rabbijnen steeds beduchter voor het toelaten van proselieten die in feite een vijfde colonne zouden kunnen blijken te zijn.

Natuurlijk was er desondanks te allen tijde ook in het jodendom sprake van een in- en uitstroom. Mensen die van geboorte niet-joods waren, kozen vrijwillig om 'het juk van de Tora' ofwel 'het juk van de mitswot' (de talloze religieuze opdrachten) op zich te nemen. Deze gerim (joods geworden 'vreemdelingen') waren uit de aard der zaak vaak meer gemotiveerd dan de gemiddelde Jood en kwamen daardoor soms tot aanzienlijke posities in de religieuze gemeenschap. Je vindt hen onder de Talmoedgeleerden in de Oudheid en tegenwoordig onder de in religieus opzicht meest actieve Joden. Maar heel erg groot zijn hun aantallen - behalve in de periode van de late Oudheid, toen het even als chic gold om joods te zijn of te worden - nooit geweest, mede door de doelbewuste afhoudendheid van de rabbijnen.

De 'uitstroom' uit het jodendom was daarentegen vaak formidabel. Tien stammen gingen in de bijbelse Oudheid spoorloos op in het toenmalige Assyrische wereldrijk. In de Hellenistische tijd moeten duizenden Joden van de intellectuele elite zich hebben geassimileerd aan de Grieks-Romeinse cultuur. In de middeleeuwen, door frequente christelijke pogroms met martelingen en de brandstapel bedreigd, hebben grote aantallen Joden zich noodgedwongen laten dopen. Sommigen van hen, bij voorbeeld de zogenaamde marranos die in de Gouden Eeuw van het Iberisch schiereiland naar Amsterdam waren gevlucht, kregen de kans hun bekeringop-de-punt-van-het-zwaard later weer ongedaan te maken. Maar van talloze Joden zijn de nazaten tot de dag van vandaag christelijk gebleven, onwetend van hun ten dele joodse afkomst. Ook in de islamitische wereld deden zich bij tijd en wijle analoge massale, gewelddadige bekeringen van Joden voor.

Wat de fanatieke godsdiensten met hun martelingen, moord, doodslag en geweld altijd toch maar ten dele lukte, is in recente tijd de westerse Verlichting met haar in eerste instantie vriendelijke, humanistische ideeën en zachtaardige ethische idealen zonder slag of stoot gelukt. Niet duizenden, niet tienduizenden, maar miljoenen Joden 'bekeerden' zich in de afgelopen twee eeuwen, in alle vrijheid en uit spontane overtuiging, tot de moderne, universalistische Kerk der Rede. Dankzij de Napoleontische emancipatie van de westerse Joden konden deze, na eeuwen van isolatie en onderdrukking, eindelijk weer wetenschapsbeoefenaar, politicus of staatsman, dokter, kunstenaar, militair, boer, ambachtsman, kortom beoefenaar van willekeurig welk beroep dan ook worden. Heel vaak onder verwerping, verloochening of verdringing van hun jodendom hebben de door Napoleon uit het getto bevrijde Joden daar massaal gebruik van gemaakt. Bovendien hadden vele Joden, met name in Duitsland, de voor de hogere seculiere carrière in feite toch nog wel noodzakelijke doop graag over.

Een gevolg van deze maatschappelijke processen is dat wij, als wij met een gemengd gezelschap van Joden en niet-Joden bijeen zijn, nooit honderd procent zeker zullen weten of wij niet ook ten dele voorouders van 'de andere kant' hebben. Als je, zoals ik - maar dat is tegenwoordig een uitzondering - minstens 128, zo niet 1024 aantoonbaar vol-joodse voorouders hebt, is dat geen garantie dat er in de grijze Oudheid nooit eens bekeerlingen tot het jodendom onder die voorouders kunnen zijn geweest. En voor de Oosteuropese Joden - vóór de Sjo'ah de meerderheid van het joodse volk - komt daar nog bij dat er op grote schaal verkrachtingen voorkwamen tijdens de rooms-katholieke pogroms in Polen en de orthodox-christelijke pogroms in Rusland. Vandaar, zegt men, dat Joden van deze herkomst vaak blauwe ogen en rossig-blonde haren hebben.

Waarom wordt het religieuze jodendom, hoe verdwijnend klein zijn aanhang ook is geworden en terwijl het bovendien in een waaier van stromingen en substromingen is verdeeld, dan toch nog in één adem genoemd met de grote wereldreligies?

In de eerste plaats natuurlijk omdat het de ervan afgetakte religies - christendom en islam, die met name buiten West-Europa nog steeds een massale aanhang hebben - althans ten dele heeft geéspireerd. Via de gelovigen, en niet te vergeten de afvalligen van deze twee werkelijk omvangrijke wereldreligies heeft het jodendom een aantal religieus-ethische principes in de wereld gebracht, die inmiddels, zij het soms onherkenbaar getransformeerd of verwaterd, in het algemene bewustzijn zijn opgenomen.

De potentieel belangrijkste bijdrage van Tenach, de Hebreeuwse bijbel, en vervolgens van het rabbinale religieuze jodendom (ontstaan rond het begin van de christelijke jaartelling) aan de nu wereldwijd zo dominante westerse cultuur is waarschijnlijk zijn rationele, potentieel democratische sociale gezindheid, met de daarbij behorende ethiek en praktische moraal:

- Heb uw naaste lief als uzelve. (Niet een christelijke vondst, zoals menigeen denkt, maar al te vinden in Vayikra/Leviticus 19:18.);

- Wees barmhartig voor je vijanden en goed voor degenen die van jou afhankelijk zijn: je bedienden, je kinderen, de armen, vreemdelingen, dieren. (Dit staat in de Tora en wordt nauwkeurig uitgewerkt in de Talmoed en in de daarop volgende rabbijnse commentaren. (Ook dit is dus een van oorsprong typisch joodse gedachte.);

- Wees actief betrokken bij je medemensen en je omgeving. Beoefen tsedaka. Tsedaka is dan niet zonder meer 'liefdadigheid', het geven van aalmoezen, zoals het vaak wordt opgevat, maar eerder zoiets als verdelende rechtvaardigheid. In onze tijd is tsedaka misschien bij uitstek te vertalen met 'zorg voor het milieu' of met 'hulp aan andere mensen en andere volkeren in moeilijke omstandigheden';

- Pleeg geen incest en ander geweld binnen het familieverband of daarbuiten tegen zwakkeren. (Het zou prettig zijn als ook deze van oorsprong joodse norm wat algemener werd toegepast.)

Dit zijn nu althans in theorie algemeen aanvaarde ethische principes. Zij zijn afkomstig uit het religieuze jodendom, dat daarmee het etiket 'wereldreligie' wel verdient.

Nog een aantal 'typisch joodse' morele aansporingen en gebruiken die soms ten dele in de algemene cultuur zijn overgegaan of waarvan je zou mogen hopen dat dit alsnog gebeurt:

- Handel je verplichtingen, vooral die jegens anderen, snel en correct af. ('Zo niet nu, wanneer dan?' is de bij uitstek joodse zegswijze, stammend uit talmoedische tijden.) Uitstel, voor je uit schuiven, je schulden en overige verplichtingen, zowel de materiële als de niet-materiële, niet tijdig inlossen, geldt als 'on-joods'.

- Roddel niet, laster niet en klets niet over anderen achter hun rug. ('Eeuwige, behoed mijn tong voor kwaadspreken en mijn lippen voor het zeggen van leugens' vormt een onderdeel van de Amida, het dagelijks gebed.)

- Wees geen platvloers mens, maar vooral ook geen zwever en verkoper van vrijblijvende mooie praatjes. Wees 'als een boom bij het water': stevig geworteld en toch met een rijke kruin, staat in de Mishna.

- Maak een het goed bedoelend mens niet ten overstaan van anderen, in het openbaar te schande. Zorg dat je medemensen, ook als zij hebben gefaald of iets verkeerd doen, zo min mogelijk hun gezicht verliezen.

- Als je een zieke bezoekt, een begrafenis bijwoont of rouwenden na een sterfgeval opzoekt (dit behoort tot de mitswot, de vele religieuze opdrachten), begin dan niet over je eigen problemen, je eigen ziekten, kwalen of verdriet. Wacht bij voorkeur tot de ander begint te spreken en reageer op wat die wil zeggen.

- Geniet volop van het goede van het aardse leven, leef liever niet als een asceet (dat leidt maar tot negatieve explosies), maar wees wel beheerst in je dierlijke aandriften.

- Respecteer het leven; het is het kostbaarste aardse bezit. Een aantal van deze ethische idealen en morele richtlijnen van het jodendom - die uiteraard ook voor vele Joden niet meer dan idealen blijven - vormen inmiddels een belangrijk bestanddeel van de algemene westerse cultuur, zolang daarin niet doelbewust naar het 'heidense' niveau wordt geregresseerd, en voor de rest mag je hopen dat zij nog eens in de algemene cultuur zullen doordringen.

Met een opsomming van zijn inderdaad grote sociaal-ethische invloed is de betekenis en het functioneren van het jodendom als (wereld)religie echter niet uitgeput. Je zou de ethische gerichtheid van het religieuze jodendom zijn meer extraverte kant kunnen noemen.

Daarentegen rust er een zeker taboe op de meer introverte en soms zelfs mystieke aspecten van het jodendom: het gebed en de (sacrale) studie, het zogenaamde lernen, die beide in het gehele leven van de religieuze Jood een centrale rol spelen.

Het jodendom is, zoals bekend, in de eerste plaats een religie van het doen, van ethisch handelen en van de liturgische praktijk thuis en in de gemeenschap. Van enige bijzondere terughoudendheid is er dan ook, normalerwijs, geen sprake als het gaat over gedachtenwisselingen met buitenstaanders op ethisch gebied, en evenmin als het gaat over het toelaten van niet-Joden tot de buitenkant van het liturgische handelen. Niet-joodse gasten zijn, met mate, af en toe welkom in de synagoge, niet-joodse vrienden worden soms uitgenodigd voor sjabbat of andere religieuze feesten in de huiselijke kring, bij voorbeeld een Seider-avond met Pesach. Maar veel verder gaat het jodendom in zijn openbaarheid toch niet. Door de barrière van het bijbelse en rabbijnse Hebreeuws waarin de centrale teksten en gebeden zijn vervat en worden uitgesproken of gezongen, heeft het jodendom als religie bovendien nog een extra afscherming voor de meeste mensen, tegenwoordig helaas inclusief de meeste Joden.

De kern van de joodse religie: de diepere of diepste betekenis van de liturgie, het devotionele gebed en het sacrale lernen behoort echter voor buitenstaanders een gesloten boek te blijven volgens de joodse traditie. Het is louter een zaak van degenen die 'het juk van de Tora' - de rituele praktijk die het fundament en de essentie vormt van het jodendom - door geboorte of door vrije keuze metterdaad op zich hebben genomen. Wie niet mee-doet, zal ook niet mee-weten.

Op dit punt onderscheidt het jodendom zich wel heel opvallend van, bij voorbeeld, het christendom, waarin 'het geloof', de innerlijke aanvaarding van dogma's, een bepaalde gevoelsmatige mentaliteit, de nadruk krijgen. Van een christen wordt uiteraard ook een eigen soort levenshouding verwacht en in elk geval goede intenties. In het jodendom ligt het primaire accent echter helemaal niet op geloof ('geloven doe je in de kerk') en ook niet op alleen maar intenties. Het gaat om tacheles: de tastbare praktijk. In de synagoge en thuis bid je, voltrek je talloze rituele handelingen en leef je van sjabbat naar sjabbat, van jom tov (religieus jaarfeest) naar jom tov. Iedere dag, ieder jaarfeest, alle rites de passage: geboorte, opname als jonge volwassene in de gemeenschap, huwelijk en dood staan in het teken van religieuze handelingen die van álle Joden (niet van priesters, dominees, guru's, maar gewoon van ieder joods individu) intensieve activiteit vergen. Jodendom is in de allereerste plaats, ongeacht iemands positie in het leven, ongeacht iemands intellectuele niveau, doen, doen en nog eens doen. En wie niet doet, zal ook niet weten.

Misschien hierdoor is er in het religieuze jodendom zo'n volstrekt uitzonderlijke combinatie te vinden van melancholie en vreugde, van ernst en humor, van strenge principes en totale relativering. Achter je bureau, of passief luisterend in de kerkbank, of de inzichten en opdrachten van een priester of guru volgend, zou je gemakkelijk een fanatieke dogmaticus dan wel een zwever kunnen worden. Maar als je dagelijks wordt geconfronteerd met je eigen 'uitverkiezing' als een volk van priesters word je noodgedwongen realistischer. Je constateert dagelijks je eigen beperkingen in de allesomvattende praktijk.

In de synagoge herken je de meeste Joden meteen, bij alle devotie en intensiteit, aan hun betrekkelijke nonchalance of in elk geval een relativerende lichtvoetigheid. Wie er voortdurend heel vroom en met een braaf gezicht bijzit, is meestal een bezoeker, of een Jood die in de oorlog een christelijke opvoeding heeft gehad.

Het religieuze accent op metterdaad doen, is zo sterk dat Joden, bij voorbeeld, ook niet zullen spreken over sjabbat 'vieren', zoals geáteresseerde christenen soms zeggen, maar over sjabbat maken.

De joodse religieuze visie is gestructureerd rond drie grondprincipes:

a) de Schepping (die in het bijzonder elke vrijdagavond, bij de ingang van de sjabbat wordt herdacht en nog eens speciaal op Rosj HaSjana, het joodse Nieuwjaarsfeest);

b) de Openbaring (die in het bijzondere iedere sjabbat-ochtend wordt herdacht met het lezen uit de Tora en voorts op Shavu'ot, het joodse Wekenfeest);

c) de Verlossing, waarvan de symbolische voorloper, in de vorm van de bevrijding van het joodse volk uit zijn vreselijke slavernij in Egypte, in het bijzonder met Pesach wordt herdacht.

Deze drie grondprincipes vind je niet in alle wereldreligies terug. Met name de Scheppingsgedachte ontbreekt in een aantal van oorsprong Aziatische religies (maar niet in het hindoeisme). Bij Openbaring en Verlossing stelt men zich soms heel andere dingen voor dan onder de aanhangers van het jodendom gebruikelijk is. Tot op zekere hoogte en met de nodige variatie hebben de drie genoemde uitgangspunten echter wel iets universeels.

Religieuze joden verhouden zich vervolgens tot deze basiselementen: de Schepping, de Openbaring van het goddelijke plan aan het joodse volk op Sinaá en de uiteindelijke Verlossing, op vier manieren:

- door het streven naar concreet ethisch gedrag; - door ritueel gedrag, thuis en in de gemeenschap; - door gebed en meditatie; # - door (sacrale) studie (een van de omvangrijkste en belangrijkste mitswot gedurende praktisch het gehele leven van de Jood, in principe van de prille kleuterjaren tot het sterfbed).

Van de drie grondelementen van het religieuze jodendom - Schepping, Openbaring en Verlossing - beschouwen Joden er twee als volstrekt universeel. Met de Schepping wordt bedoeld de goddelijke oorsprong van de totale materiële en immateriële kosmos die ons omringt en doortrekt. Zij betreft de gehele mensheid van Adam (geen Jood) tot het einde der tijden.

De Verlossing waarop Joden hopen, en waaraan zij ieder naar vermogen behoren mee te werken, is wederom een zaak die alle mensen aangaat. Wekelijks zingt men in sjoel (de Ashkenazische synagoge) tegen het einde van de dienst een gebed dat eindigt met de verwachting dat 'in de messiaanse tijd', dat wil zeggen als de wereld bevrijd zal zijn van lijden, strijd, onrecht, kortom van alle kwaad, de gehele mensheid de ene, zuiver geestelijke God zal erkennen. Alle mensen zullen in de volmaakte eindfase deel hebben in de messiaanse voltooiing, en nooit meer zal het ene volk tegen het andere het zwaard heffen, zoals een ander wekelijks gezongen gebedsfragment, ontleend aan Jesaja, luidt.

Schepping en Verlossing betreffen dus iedereen, zonder uitzondering. De Openbaring op Sinai daarentegen een zaak speciaal van en voor het joodse volk. Andere volkeren hebben hun eigen functies en opdrachten gekregen, maar de Joden zijn uitgekozen, ofwel 'uitverkoren' voor hun zeer speciale, aparte religieuze taak.

Die term 'uitverkoren' heeft in de loop van de geschiedenis en vooral in de bloeitijd van het kerkelijke christendom tot veel verbazing, haat, nijd, afgunst, achterdocht en eventueel zelfs woedend antisemitisme geleid. Maar de Joden zelf zien dat anders. Of zoals een nu tachtigjarige joodse kleermaker, die vier Duitse concentratiekampen overleefde, het recent formuleerde in een interview in het Nieuw Israëlietisch Weekblad: 'We zíjn een uitverkoren volk, maar voor mij hoeft dat niet. Laat een ander nu maar een keer uitverkoren zijn.'

Het religieuze jodendom staat door zijn exclusiviteit in flagrante tegenstelling tot de moderne ideologieën van maximale openbaarheid van alles en maximale gelijkheid van alles en iedereen. Religieus jodendom is, hoe raar of hoe onaangenaam wij moderne mensen van na de Verlichting dat ook mogen vinden, principieel niet algemeen, niet openbaar en niet iets 'voor iedereen'. Voor andere wereldreligies geldt dit in het algemeen wel.

Wat dit punt betreft, lijken - bij alle democratie bínnen het rabbinale jodendom - de individuele Joden meer op wat elders de priesters of hogepriesters, monniken of guru's zijn dan op doorsnee kerkvolk.

Een illustratief verhaal in dit verband hoorde ik eens van een rabbijn. Hij vertelde mij dat hij, na de oorlog, ten tijde van het christelijke Pasen toevallig in het sombere Polen was. Op Paasavond was de kathedraal ineens schitterend verlicht door een enorme kroonluchter. De rabbijn wierp een nieuwsgierige blik naar binnen en zag een groepje statige, fraai uitgedoste priesters midden in die kathedraal in de lichtcirkel staan. Vanaf het plein naderde een groep kerkgangers: grauw geklede, armoedige Poolse gelovigen. Bij de deur van de kathedraal gekomen, wierpen zij zich ter aarde en op handen en voeten bewogen zij zich in de richting van de priesters. De rabbijn keek naar het tafereel: de imposante priesters staande in hun lichtcirkel, de uit het duister komende gelovigen die zich aan hun voeten wierpen, en ondanks zichzelf was hij één moment onder de indruk van de symboliek. Maar meteen daarop realiseerde hij zich: 'Bij ons staan álle mensen in het licht.'

En zo is het. Religieuze Joden aanbidden slechts één, zuiver geestelijke, voor mensen onvoorstelbare God. Zij knielen niet voor medemensen, ongeacht hun geestelijke rang of stand en werpen zich niet voor hen ter aarde. Dat laatste doen zij slechts eenmaal per jaar, voor de Eeuwige, de Altijdzijnde, die alle menselijke voorstellingsvermogen en menselijk begrip te boven gaat. Alleen al om deze reden zou jodendom nooit een wereldreligie in de gebruikelijke zin kunnen zijn, want de menselijke behoefte aan concretistische voorstellingen van het bovenmenselijke en aan verering of zelfs vergoddelijking van medemensen is van nature zeer groot.

In zijn strikte monotheéme en zijn hoge mate van abstractie heeft het jodendom nog het meeste verwantschap met de islam. Daarentegen is er niet of nauwelijks sprake van enige overeenkomst met het kerkelijke christendom.

Bij enig vergelijkend godsdienstonderzoek blijken de verschillen tussen het jodendom en het gangbare christendom meestal het grootste te zijn. Behalve de al even aangestipte onderscheidende kenmerken is er ook nog de kwestie van het lijden, dat door het christendom vaak als een positieve factor wordt geéterpreteerd. De Joden, die in hun lange geschiedenis - niet in de laatste plaats dankzij het christendom - in overvloed het lijden hebben mogen ervaren, hechten daar bepaald niet zo'n positieve waarde aan, en aan 'vicarisch lijden' wel het allerminst. Ook is het zeer on-joods, zoals in het christendom vaak gebeurt, de opperste waarden in het hiernamaals te projecteren, met alle gevaren vandien. Leven en dood horen bijeen. Wie hier sterft, wordt in een andere, voor ons onvatbare dimensie geboren. En omgekeerd, althans volgens de joodse mystiek: wie hier op aarde wordt geboren, sterft ginds. Het is onjuist te denken dat een van de twee beter of belangrijker zou zijn dan de andere.

Het valt inderdaad velen niet mee als mens op aarde te moeten leven, en te moeten leven als Jood is gewoonlijk nog iets ingewikkelder. Es ist schwer zu sein ein Jid, is het gevleugelde gezegde hierover. Dus is het denkbaar, lijkt mij, dat in de andere wereld - die van de vanuit ons perspectief gestorven zielen - met bekommernis naar onze situatie wordt gekeken en dat daarginds minstens eenmaal per jaar kaddisj wordt gezegd voor ons, die nog aan deze aardse dimensie zijn gekluisterd. Dat is voor Joden echter geen reden om, in christelijke trant, alle heil van het hiernamaals te verwachten, want alleen híer, onder de aardse omstandigheden, hoe moeilijk die soms ook zijn, kunnen wij onze taak als Joden volbrengen. Dat kan niet als wij zijn 'gebundeld in de bundel van het Eeuwige leven', zoals de joodse uitdrukking voor de existentie vóor en na dít leven luidt. Daarom wordt er, symbolisch, vóór de joodse ter aarde bestelling een stukje van iemands tallit (gebedsmantel) afgeknipt, waardoor deze ritueel onbruikbaar wordt.

De fundamentele verschillen tussen jodendom en christendom zijn, onder veel meer, ook in het opzicht van de waardering van het aardse leven zo groot, dat je er altijd zeker van kunt zijn dat als mensen spreken over 'de joods-christelijke traditie' zij in elk geval geen (geinformeerde) Joden zijn. Deze nogal simplistische poging tot combinatie van christendom met jodendom lijkt enigszins op een huwelijk, waarin een van de partners steeds zegt uiterst gelukkig te zijn, terwijl de andere zegt absoluut niet te worden begrepen.

Religieuze Joden ervaren zichzelf vanouds als een volk apart, uitgekozen om uitvoering te geven aan de goddelijke leer, de Tora, zoals die is geopenbaard aan het joodse volk via zijn grootste profeet: Mosje rabbenu (Moses onze rabbijn) zoals Joden hem respectvol noemen.

Tot de religieus betrokkenen behoren merkwaardigerwijs soms zelfs de atheótische Joden. Er bestaat een archetypische grap hierover.

Van een upper-middle class, geassimileerd joods echtpaar in New York is de vader een militante atheót. Voor hun zoon wensen zij een superieure opleiding en dus doen zij hem op Trinity College, dat sinds kort iedereen toelaat. Op een dag komt de zoon thuis en zegt en passant: 'Papa, weet jij eigenlijk wel wat Trinity betekent? Het betekent de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.' Waarop de vader bijna ontploft, zijn zoon bij diens schouders pakt en tegen hem schreeuwt: 'Danny, ik zal je iets zeggen en ik wil dat je het nooit meer vergeet. Er is maar één God - en wíj geloven niet in hem!'

Datgene wat het jodendom als zijn unieke religieuze opdracht zag, is in de bijna vierduizend jaren van zijn bestaan natuurlijk herhaaldelijk opnieuw geíterpreteerd. Het begon ermee, in bijbelse tijden, dat Joden zichzelf beleefden als een klein, in uiterlijke zin onbelangrijk volk tussen de toenmalige machtige wereldrijken - Assyrië, Babylonië, Egypte - een klein volk dat als taak kreeg 'uitverkoren', in de zin van 'apart gezet' (dit is de grondbetekenis van 'heilig') te zijn. Door het strikt onderhouden van rituele reinheid en het voltrekken van offers, door het zich houden aan een uitgebreide reeks van religieuze opdrachten en door een streng ethischmonotheëme aan te houden, zouden Joden zichzelf, de wereld en uiteindelijk ook God een optimale dienst bewijzen. In de praktijk ging er daarbij - door krachten van buiten en van binnen het jodendom - gewoonlijk veel mis, zoals al in Tenach is te lezen.

Vervolgens maakte het jodendom rond het begin van de westerse jaartelling een totale metamorfose door ten gevolge van de verwoesting door de Romeinen van zijn centrale tempel te Jeruzalem en door de verdrijving van het joodse volk uit zijn land.

Door de Romeinse heerschappij, en later door de opkomst van christelijke en islamitische machthebbers, gebeurde er met het jodendom iets wonderbaarlijks. Van een hiërarchische, centralistische tempelgodsdienst, gecentreerd rond een offercultus, werd het religieuze jodendom door de rabbijnen in korte tijd omgesmeed tot een relatief zeer democratistische, pluriforme gemeenschap, en tot wat je veel letterlijker dan ooit tevoren 'een volk van priesters' zou kunnen noemen. Zo'n ingrijpende metamorfose is, bij mijn weten, nog in geen enkele andere wereldreligie voorgekomen.

Het gedecentraliseerde jodendom, gebaseerd op de Talmoed met zijn talloze commentaren, kreeg een opmerkelijke verdieping in de Middeleeuwen, op het moment dat de joodse mystiek ontstond of althans openbaar werd. Hoogtepunten in de mystieke evolutie waren, onder andere, de publikatie in de dertiende eeuw van de Zohar, het opus magnum van de Spaanse middeleeuwse Kabbala, de publikaties uit de kring rond Isaac Luria in Tsfat (Safed) in Erets Jisraueel in de zestiende eeuw en vervolgens het ontstaan van het prille, nog niet verstarde chassidisme in Oost-Europa.

Gedurende minstens drie eeuwen, zegt Gershom Scholem (de auteur die de joodse mystiek, nadat zij in de negentiende eeuw was verguisd en verdrongen, in de twintigste eeuw als het ware herontdekte en haar de haar toekomende interesse en waardering teruggaf), was de overgrote meerderheid van het joodse volk op een of andere wijze bij de Kabbala en haar jongere varianten betrokken. De joodse mystiek fascineerde niet alleen vanaf de achttiende eeuw sommige stromingen binnen het chassidisme. Bij voorbeeld ook een wetenschappelijk georiënteerde denker en grote Talmoed-geleerde als de Maharal van Praag (1512-1609; de in-directe leermeester onder andere van Galileë of wat later de Vilna Gaon (1720-1797), die het chassidisme nu juist te vuur en te zwaard bestreed, waren zelf tevens kabbalisten.

Door de mystieke verinnerlijking van het jodendom - dat zonder de middeleeuwse en Luriaanse Kabbala al te formeel halachisch, al te vrijblijvend spitsvondig en ritualistisch dreigde te worden - kon het voortbestaan tot voorbij de Sjo'ah.

Wat de Kabbala deed voor de binnenkant van het jodendom, deed de emancipatoire Reform-beweging (ontstaan in Duitsland in de negentiende eeuw) voor de buitenkant ervan. Voor het moderne bewustzijn onverdraaglijke uiterlijkheden werden door de reform-beweging afgeschaft. Daarvoor in de plaats ontstonden in het 'liberale' jodendom een aantal modernere liturgische vormen en een herinterpretatie van de halacha (het normatieve deel van de Talmoed), die beter pasten bij de sociale omstandigheden, de bewustzijnsontwikkeling en de gedragsnormen van deze tijd.

Sinds de Sjo'ah en het ontstaan van de nieuwe staat Israël bevindt het religieuze jodendom zich opnieuw in wat later waarschijnlijk zal blijken een grote overgangsfase te zijn. Noch het archaëche tempeljodendom, begonnen in de midden-Bronstijd, noch het strikt formele, talmoedische jodendom, ontstaan in de Oudheid, noch het mystieke jodendom van Middeleeuwen, Renaissance en Nieuwe Tijd, noch het rationalistisch-humanistische reform-jodendom van de negentiende en vroege twintigste eeuw zijn toereikend of volledig geschikt om het joodse volk in al zijn geledingen nog aan te spreken en het te helpen zijn aparte geestelijke taak in de komende cultuurperiode naar behoren te vervullen.

Op dit moment heeft het jodendom in Israël een overwegend a-religieuze mentaliteit, onder andere uit ergernis over de extreem verstarde, ultra-orthodoxe minderheid die daar de meerderheid haar wil probeert op te leggen. De religie roept bij vele Israëli's begrijpelijkerwijs een onaangenaam zwarte associatie op.

Maar ook in de diaspora beleeft nog maar een klein deel van het joodse volk zichzelf als religieus. Ten dele is dit nog steeds een gevolg van de Verlichting en de emancipatie van de Joden dankzij de Napoleontische wetgeving. Met name in Amerika is er sprake van een voortdurend verdergaande assimilatie. En niet in de laatste plaats is het afbrokkelen van de traditionele religieuze beleving bij velen ook een gevolg van de Sjo'ah.

Ondanks alles zijn en blijven Joden echter in de kern een religieus volk. Hoe het religieuze jodendom van de toekomst er zal gaan uitzien, waag ik niet te voorspellen. Er is evenwel geen reden om aan te nemen dat ditmaal de evident noodzakelijke metamorfose niet zou lukken.

Gegeven de sterke neiging in het jodendom de traditie te behouden, maar deze steeds opnieuw te interpreteren naarmate de omstandigheden en het menselijke bewustzijn veranderen, lijkt een combinatie van traditionele elementen uit Tora en Talmoed, Kabbala en Reform, en dat alles drastisch geherinterpreteerd, een mogelijkheid. Net als in het verleden zal het jodendom wegen vinden om met de teksten en vormen van de afgelopen millennia nieuwe midrashim (interpretaties) te verbinden die zijn voortbestaan garanderen.

Totdat dit niet meer nodig zal zijn, omdat dan de messiaanse tijd zal zijn aangebroken of, om het joodser te formuleren: omdat wij dan de messiaanse tijd zullen hebben gemaakt.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie