Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een wandelingetje langs de grachten was eind negentiende eeuw niet zonder risico's

Home

Paul van der Steen

In het stilstaande water van de grachten broeide het. © ANP
Déjà Vu

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Deze week: volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO leidt luchtvervuiling jaarlijks tot zeven miljoen doden. Eind negentiende eeuw waren er al zorgen over de luchtkwaliteit in steden.

Lees verder na de advertentie

Een wandelingetje met de kinderen langs de Amsterdamse grachten was niet zonder risico's, waarschuwde het Algemeen Handelsblad in de zomer van 1882.

Overal konden de dienstmeisjes met kleden, karpetten en mattenkloppers opduiken, die zich niet bewust waren van de besmetting 'in de lucht die u uit het kleed wordt toegeklopt'. Het 'in zoovele opzichten goed geadministreerde Amsterdam' moest een verbod krijgen om kleden uit te kloppen tussen 's morgens zeven en 's avonds tien uur, vond het dagblad. Zodat de wandelaars bij ommetjes het vuil niet langer 'om de ooren' vloog, 'bezwangerd door wie weet welke stoffen?'

Het 'in zoovele opzichten goed ge­ad­mi­ni­streer­de Amsterdam' moest een verbod krijgen om kleden uit te kloppen tussen 's morgens zeven en 's avonds tien uur, vond het Algemeen Handelsblad.

Het krantenartikel maakt duidelijk dat in het laatste kwart van de negentiende eeuw onder luchtvervuiling meestal iets heel anders werd verstaan dan tegenwoordig. Nog geen spoor van onheilstijdingen van het soort zoals de wereldgezondheidsorganisatie WHO die deze week verspreidde (zeven miljoen doden per jaar). De auto bestond nog niet. De industrialisatie was in Nederland eigenlijk nog maar net goed op gang gekomen. 

Veelsoortige gassen

Dat fabrieksschoorstenen van alles uitbraakten, hoorde bij de toenemende economische activiteit. Voor de uitstoot van kachels en kookvuurtjes bestond een soortgelijke tolerantie. Bepaalde bedrijvigheid zoals leerlooierijen ('zeer bederflijk voor de lucht') had van oudsher wel een slechte naam en werd op den duur waar mogelijk naar buiten of naar de rand van de stad verbannen.

Niet iedereen was blind voor dat wat onder het mom van de nieuwe economie allemaal werd uitgestoten. Het in 1877 verschenen 'Handboek der openbare gezondheidsregeling' signaleerde al 'met een beklemd hart die onmetelijke hoeveelheden van veelsoortige gassen', die 'uit den arbeid voortkomen, maar even geheimzinnig en onzichtbaar den algemeenen luchtvoorraad van onze dichtbevolkte middelpunten van maatschappelijk leven vergiftigen'.

Toch waren alarmerende berichten over dat soort luchtverontreiniging voorlopig vooral te vinden in de buitenlandberichten van de kranten. In steden in Groot-Brittannië zagen de mensen op sommige dagen geen hand voor ogen. Dan lag een dikke deken over de huizen en straten en kregen de Britten moeilijker lucht. Donker uitslaande kerken en andere monumenten lieten zien hoeveel roet neersloeg. Op sommige dagen regende het zwart water.

Besmettelijke ziekten

In Nederland waren artsen en andere pleiters voor een betere hygiëne voorlopig bezorgder voor een heel ander soort luchtverontreiniging. Dat had alles te maken met besmettelijke ziekten die dodelijk huishielden binnen de overbevolkte steden. Straten waren stoffig en hadden vaak openbare riolen. Mensen woonden tussen hun eigen urine en uitwerpselen, en die van trekpaarden en andere dieren. In het stilstaande water van de grachten broeide het. Geen wonder dat veel welgestelden op den duur hun heil in het groen zochten.

Andere deskundigen waarschuwden voor hysterie. Op het platteland kon het toch ook flink naar mest stinken? Een bezorgde Haagse arts was echter overtuigd van de kwalijke gevolgen: "De steden hebben inderdaad een dampkring, welke in samenstelling aanmerkelijk afwijkt van normale lucht. Het verschil bestaat evenwel niet zozeer in vermindering van enkele der normale bestanddeelen der lucht, als wel in bijmengen door plaatselijke oorzaken in den dampkring verspreid. Door de gebrekkige luchtverschoning in nauwe straten, stegen en sloppen worden die bijmengselen bovendien slechts langzaam en onvolledig verwijderd."

En het door het Algemeen Handelsblad gewenste kledenklopverbod? Sommige steden stelden regels op. Bijvoorbeeld dat huisvrouwen en dienstbodes het klusje in de vroege ochtend moesten klaren. Maar erg streng werd er niet op toegezien. Op die manier 'krijgt menige voorbijganger bij deze operatie de schilfers van mazelen en roodvonk op de kleeren, welke ziekten op die wijze van de eene naar de andere slaapkamer worden overgebracht', schreef de krant.

In de rubriek Déjà Vu bekijkt Paul van der Steen wekelijks het nieuws door een historische bril.

Lees ook: WHO: jaarlijks sterven er 7 miljoen mensen door luchtverontreiniging

Negen op de tien mensen wordt blootgesteld aan te hoge concentraties van gevaarlijke stoffen in de lucht, blijkt uit een rapport van de WHO.

Deel dit artikel

Het 'in zoovele opzichten goed ge­ad­mi­ni­streer­de Amsterdam' moest een verbod krijgen om kleden uit te kloppen tussen 's morgens zeven en 's avonds tien uur, vond het Algemeen Handelsblad.