Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een vrouw mag niet huilen

Home

Onno Havermans

Emoties mogen gezien worden, ook in de politiek. Er wordt meer gehuild dan vroeger. En dat kan nog worden gewaardeerd ook, tenminste als het om mannelijke politici gaat. Bij vrouwen zijn tranen al gauw het bewijs van hun zwakte.

Had Ad Melkert maar een traantje geplengd. De onmacht van de toenmalige PvdA-leider, opboksend tegen een uitdagende nieuwkomer die hem zojuist een ongekende nederlaag had toegebracht, vertaalde zich in een stuurse blik en dat werd hem in de publieke opinie zwaar aangerekend. Een huilende Melkert had op meer medelijden mogen rekenen, en wie weet wat dat hem op 15 mei had opgeleverd. Maar tranen horen niet bij politiek, tenminste, nog niet.

Melkert was kwetsbaar toen hij op 6 maart 2002 als laatste aanschoof voor het lijsttrekkersdebat dat als sluitstuk van de gemeenteraadsverkiezingen live op televisie werd uitgezonden. Zijn partij was die avond in Rotterdam van de macht beroofd door Leefbaar Rotterdam. En de aanvoerder van die rebellenclub -Pim Fortuyn- deelde direct enkele plaagstootjes uit, die de PvdA-leider niet wist te pareren. Onderuitgezakt en knorrig beantwoordde hij de vragen van discussieleider Paul Witteman. Twee maanden later werd Fortuyn vermoord, nog een week later wonnen het CDA en de Lijst Pim Fortuyn de parlementsverkiezingen en maakte Melkert zijn vertrek uit de politiek bekend.

Hoeveel anders zou het voor Ad Melkert zijn afgelopen wanneer hij niet verongelijkt aan tafel had gezeten, maar zijn emoties had geuit door zijn 'zwakke kant' te tonen?

Huilen had hem zeker geholpen, denkt prof.dr. Carla van Baalen, directeur van het Centrum Parlementaire Geschiedenis en bijzonder hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. ,,Melkert liep over van emotie; de afkeer van zijn politieke opponent, het verlies van zijn partij, zijn onmacht om het tij te keren. Als daar tranen bij gekomen waren, dan had medelijden op de loer gelegen. Ik denk dat de beoordeling dan anders was geweest, ja.''

Maar Melkert hield zich aan de oude norm dat tranen niet kunnen in het openbaar. Zeker niet in de politiek. Wie huilt doet dat achter gesloten deuren. ,,Er is heel wat afgehuild in fractiekamers. Of thuis'', weet Van Baalen. ,,Het is zeker zo dat politici bang zijn om in het openbaar in tranen uit te barsten. Van oud-premier Piet de Jong is bekend dat hij zich eens door een belangrijk debat heensloeg, terwijl zijn vrouw ernstig ziek was, maar niemand mocht dat weten. Je houdt je tanden op elkaar, anders deug je niet voor je vak.''

Toch is die norm aan het vervagen. Voor het 'Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2003', dat gisteren in Den Haag is gepresenteerd, onderzocht Van Baalen politieke huilbuien in de laatste vijftig jaar. In het hoofdstuk 'Cry if I want to? Politici in tranen' telt ze er zes. Niet veel, op het eerste gezicht, maar vijf van de zes dateren van de jaren negentig. Dat maakt dus een huilbui om de twee à drie jaar, terwijl het voorheen slechts sporadisch voorkwam dat een politicus in tranen uitbarstte.

Die ene keer is legendarisch: de huilbui van Hans Wiegel voor de camera's van Avro's Vragenvuur op 26 april 1981. De minister van binnenlandse zaken en lijsttrekker van de VVD was zelf nog maar een paar maanden weduwnaar, en hij raakte zeer van streek toen hem vanuit het publiek werd gevraagd waarom weduwen wel in aanmerking komen voor een overheidspensioen en weduwnaren niet. Discussieleider Jaap van Meekren, die wist dat deze vraag aan Wiegel zou worden voorgelegd, maakte abrubt een einde aan het live-programma toen de minister begon te snikken.

Daar bleef het ook bij. Van Baalen stelt vast dat het incident nooit op tv is herhaald, en dat er in de pers terughoudend over werd bericht. De teneur van de reacties was dat 'dit niet had mogen gebeuren'.

'Het zou heel wat waard geweest zijn als het pijnlijke voorval van zondagavond met minister Wiegel op de televisie zich niet zou hebben voorgedaan', schreef Trouw twee dagen later, terwijl de Volkskrant de hoop uitsprak dat de kiezers de zaak zo gauw mogelijk zouden vergeten. Alleen Trouw plaatste, weer een dag later, nog de kanttekening dat het 'wel een beetje om te huilen' was dat we 'dat deeltje menselijkheid' ontwend waren.

Hoe anders waren de reacties bij de latere huilpartijen, die stuk voor stuk lijken te passen in de emotiecultuur die na 1990 zijn intrede deed. Van Baalen: ,,Programmamakers van nu zouden er niet mee zitten om zo'n incident te herhalen, laat staan dat ze het programma meteen afsluiten zoals Van Meekren deed. Karin Adelmund zei een paar jaar geleden dat ze haar huilbui in de Tweede Kamer over de WAO-kwestie zo vaak heeft teruggezien, 'dat het lijkt alsof ik niks anders doe dan huilen'.''

De emotiecultuur, vorig jaar door mediahistoricus Henri Beunders beschreven in zijn boek 'Publieke tranen', heeft onmiskenbaar invloed op de politiek. De televisie is de grote aanjager, terwijl de kranten nog lijken te worstelen met de verschuiving van de strikte norm dat huilen niet kan.

Het is een paradox, aldus Van Baalen. ,,In het geval van Wiegel wisten de commentatoren zich nog geen raad, nadien is elke huilbui breed uitgemeten. Maar als er zoveel toestanden van worden gemaakt, wijst dat er dan op dat het nog niet is geaccepteerd of is het juist een gevolg van de emotiecultuur dat er zoveel aandacht voor een huilbui is?''

Van Baalen onderscheidt zes soorten reacties, die bij alle zes huilbuien in meer of mindere mate te zien zijn. Twee daarvan zijn positief, vier negatief. In de laatste categorie valt 'het had niet mogen gebeuren', in 1963 al eens treffend omschreven door minister van buitenlandse zaken Josehp Luns die in een interview in 1963 'het schreien van een ambtgenoot' (achter gesloten deuren) een 'wat overdreven reactie' noemde. Deze reactie volgde veruit het meest op de huilbui van Wiegel, ook bij de politicus zelf.

,,Dit was een totaal andere situatie dan die andere huilbuien, waarin mensen om hun politieke opstelling werden aangevallen'', aldus Wiegel nu. ,,Ik werd aangevallen in mijn persoonlijke leven. Het cruciale punt was die ene vraag. Bij Jaap van Meekren lag een stapel vragen en de hele tijd lag één papiertje apart. Opeens realiseerde ik me dat dat voor mij persoonlijk was bedoeld, dat het een vooropgezet plan was om mij persoonlijk te raken. Zoiets had ik in mijn hele leven nog niet meegemaakt, en volgens mij is dat ook nadien niet gebeurd bij andere politici. Die uitzending eindigde in een totale chaos. Nadien hebben de voorzitter van de Avro en Van Meekren hun excuses gemaakt. De omroep heeft duizenden woedende reacties gekregen. Daarom heeft het mij ook geen schade opgeleverd, het was een totaal andere situatie, het ging niet om politiek.''

Een tweede reactie is dat de tranen niet echt of niet oprecht zijn. Wiegel had daar inderdaad geen last van en Karin Adelmund in 1995 evenmin, maar haar tweede huilbui, in 1999, was volgens criticasters hypocriet. Ze huilde niet om de kinderen, maar omdat ze het moeilijk had in het debat, luidde de kritiek. Pronk kreeg in 1992 het verwijt dat hij door middel van onnodige buitenlandse reizen de publieke opinie wilde bewerken, en zijn partijgenote Ter Veld zou een jaar later krokodillentranen hebben gehuild; ze speelde op de persconferentie de gevoelige politica nadat ze door haar eigen beleid ongeloofwaardig was geworden. Over de tranen van Maij-Weggen, in 1999, werd gezegd dat ze er misschien wel voor op mediatraining was geweest, een aantijging die de huidige commissaris der koningin in Noord-Brabant zo bespottelijk vond dat ze er niet eens op wilde reageren.

De derde negatieve reactie is het bespotten van een zwak persoon die zijn of haar emoties niet onder controle heeft. Deze reactie volgde op alle zes gevallen. Zwakte, maar dan politiek, is ook de kern van de vierde reactie, die vooral de dames Ter Veld en Adelmund trof: zij werden omschreven als zwakke politici, die niet in staat waren hun beleid te verdedigen.

Positief noemt Van Baalen de reacties waarin de menselijke kant van politici wordt benadrukt, die door hun tranen naar buiten komt, en die het toejuichen dat de norm 'dat het niet hoort' wordt overschreden. Beide categoriën komen bij alle zes huilbuien voor, waarbij het tonen van emoties vooral de laatste jaren vaker positief wordt gewaardeerd. Een politicus is ook maar een mens en dat mag ie laten zien ook.

Opvallend is echter dat mannen gemakkelijker zo'n positieve beoordeling krijgen dan vrouwen. Zes huilbuien zijn natuurlijk te weinig om er wetenschappelijk verantwoorde conclusies uit te trekken, maar Van Baalen durft de stelling aan dat 'het genderperspectief' een belangrijke rol speelt: ,,Vrouwelijke politici worden ook nog eens op de weegschaal van de sekse gelegd.''

,,Er is natuurlijk een onderscheid in externe en interne oorzaken. Bij Wiegel, maar ook bij Maij en Pronk, speelt die extreme kant. Ze zijn alledrie geconfronteerd met dood en ellende en dat wordt hen even teveel. Toch worden ze als sterke politici gezien, al is de beoordeling man-vrouw ook hier anders: Wiegel en Pronk laten hun menselijke kant zien, Maij is het ijskonijn dat ineens toch ook vrouw blijkt te zijn.''

,,Bij Ter Veld en Adelmund is het anders, omdat zij niet als goede politici worden gezien. Dan doen ze het niet goed en gaan ze huilen. Maar het feit dat iemand vrouw is komt in de reacties altijd extra in beeld: zie je wel, het is een vrouw. Daarom vond ik de reactie van Jeltje van Nieuwenhoven ook zo raak: zij was de directe aanleiding waarom Ter Veld ging huilen, toen zij als vriendin arriveerde op de persconferentie in Nieuwspoort. Zij zei in een interview met Elsevier dat er natuurlijk een vrouwenkant aan zit, maar dat er helaas nooit een mannenkant aan zit.''

Om beter inzicht te krijgen in de diepere oorzaken van deze ongelijke beoordeling is nader onderzoek nodig, stelt Van Baalen. Maar ze wil best even speculeren. Het is immers niet zo'n gekke gedachte dat het beeld van de privéwereld, waarin vrouwen nu eenmaal makkelijker met emoties omgaan en dan ook vaker huilen, wordt geprojecteerd op de politiek. ,,Dat is misschien begrijpelijk, maar het is niet terecht. Wat mij opvalt is dat alleen mannen zeggen dat vrouwelijke politici de zaak met hun tranen manipuleren. Dan denk ik dat ze thuis erbij halen. Tijdens onze redactievergaderingen zei Willem Breedveld ook meteen dat de tranen van Maij niet echt waren. Maar volgens mij voelde zij zich echt onderuit gehaald. In interviews zegt ze ook dat ze dat niet wilde, dat ze zichzelf zwak vond op dat moment. Mijn artikel eindigt niet voor niks met het advies dat Neelie Kroes gaf aan Ayaan Hirsi Ali toen zij voor de VVD in de Tweede Kamer werd gekozen: Nooit janken. Geef 'ze' niet meer wapens in handen dan ze al hebben.''

,,Het is duidelijk wie er met die ze worden bedoeld. Vrouwen in de politiek hebben er last van wanneer ze huilen, mannen niet. Dus als de cultuur om moet, dan moeten de mannen het doen.''

Deel dit artikel