Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een verrot systeem baart verknipte mensen

Home

COLET VAN DER VEN

De Iraanse auteur Nasim Khaksar werd ten tijde van de Sjah tweemaal gevangengenomen vanwege zijn politieke activiteiten en geschriften. In totaal bracht hij bijna acht jaar door in de gevangenis. Vier maanden na de revolutie werd hij vanwege zijn publicaties onder Khomeini opnieuw opgepakt en ter dood veroordeeld. In 1983 vluchtte hij naar Nederland.

Toen ik tien jaar was verkrachtte een jongen van vijftien uit het dorp een meisje van vijf. De jongen kwam uit een arme familie, stotterde sinds hij zijn moeder had zien verbranden voor zijn ogen en werd geestelijk mishandeld door zijn stiefmoeder. Ik had altijd met hem te doen. Hoewel ook mijn familie arm was had ik het geluk om te leven tussen gezichten die de wereld mooi maakten. Kleine aanbidders van de waarheid. Toen ik hoorde wat die jongen gedaan had werd ik zo gek van woede dat ik hem wilde doodslaan. Hoewel ik klein en niet sterk was, sprong ik op hem en greep hem bij de keel. Hij viel op de grond en ik sloeg hem in zijn gezicht. Toen ik merkte hoe weinig dat uithaalde, probeerde ik het met stenen. Achteraf denk ik dat het de mengeling was van medelijden over wat de jongen was aangedaan en woede over wat hij had aangedaan die me zo diep raakte. Het slachtoffer dat dader wordt.

De tweede keer dat ik oog in oog met het kwaad stond was ik vijftien jaar. Het was een stille zomerdag. We woonden met een heleboel huurders in een groot huis met een tuin met zwembad. Ik zag een vrouw bij het zwembad weglopen terwijl ze schielijk om zich heen keek. Na ongeveer tien minuten kwam ze terug, luid schreeuwend, 'help, mijn kind is in het water gevallen'. Alle huurders renden het huis uit maar het was te laat. De baby was verdronken. Een tijd later hertrouwde de vrouw. Pas na vele jaren kwam ik erachter dat de vrouw haar eigen kind had verdronken omdat haar nieuwe echtgenoot niet geïnteresseerd was in een vrouw met kind.

Later toen ik onderwijzer was in een arm deel van ons land, kreeg het kwaad voor mij het gezicht van armoede. Iedere dag zag ik kinderen die alles leken te ontberen wat een mens gelukkig kan maken. Soms kreeg ik de indruk dat ze niet wisten wat spelen en lachen was. Naar hen kijkend realiseerde ik me dat onze samenleving drastisch moest veranderen. Anders zou het hele leven in de ban van droefheid blijven. Ik besloot me te mengen in het politieke spel. Het leek me dat de politiek, anders dan de godsdienst, rechtvaardigheid zou kunnen bewerkstelligen.

In 1968, ik was 23, ben ik voor de eerste keer gearresteerd vanwege een staking voor hogere lonen en enkele publicaties. Op het moment dat ik met handboeien om tussen twee politieagenten werd weggevoerd had ik het idee dat ik een held was, maar eenmaal in de gevangenis voelde ik me armzalig, eenzaam en beroofd van mijn burgelijke rechten. Ik zat met achttien mensen in een cel, allemaal ter dood veroordeelden. Wanneer ze sliepen keek ik naar hen en vroeg ik mezelf af wie we waren. Ik wist het niet. In de gevangenis raakte ik vertrouwd met weer nieuwe gezichten van het kwaad zoals de bewaarder die, puur en alleen om zijn macht te tonen, ons sloeg tot we erbij neer vielen. In mijn cel besefte ik hoe zwak een mens staat tegenover het kwaad. En dat daders in eerste instantie slachtoffers zijn. Van armoede, gekte, onwetendheid of honger naar macht.

De tweede keer dat ik in de gevangenis terecht kwam was de situatie aanmerkelijk verslechterd. De Sjah had de bewaarders opdracht gegeven niet in vrede te leven met de gevangenen en dat deden ze dan ook niet. Ze martelden ons tijdens de verhoren en dwarsboomden ons in alles. Verboden ons een boek te lezen, bezoek te ontvangen of een rondje in de gevangenistuin te maken. Na de revolutie las ik in de krant dat een van de beulen zelfmoord had gepleegd. Ik denk omdat hij wist waartoe een mens in staat is en hij bang was om behandeld te worden zoals hij anderen had behandeld.

Tijdens die tweede gevangenisperiode zat er een jonge mullah van een jaar of twintig in mijn cel. Hij had te weinig innerlijke weerstand om het hoofd kunnen bieden aan de martelingen en vertelde me op een dag dat hij ongeveer vijftig mensen had verraden. Hij had er doorlopend nachtmerries van. Schaamde zich diep, wat ik een hoopvol teken vond, want schaamte leidt terug naar menselijkheid. Hij was bang om overgeplaatst te worden naar de gevangenis waar de mensen zaten die hij verraden had. Twee maanden eerder dan ik werd hij overgeplaatst. Toen ik hem daar weer ontmoette, wist ik dat hij veranderd was. Ik keek in zijn ogen, zag dat hij zijn schaamte had afgelegd en daarmee de eerste stap had gezet op de weg van de onmenselijkheid.

Haatte je hem of je beulen daarom?

Ik veroordeelde niet zozeer hen, als wel het systeem dat hen tot beulen heeft gemaakt. Een verrot systeem baart verknipte mensen.

Wat was het verschil tussen je gevangenschap onder de Sjah en onder Khomeini?

Onder de Sjah was het slecht, maar we werden tenminste behandeld als politieke gevangenen. Er was nog enige hoop op rechtvaardigheid. Onder Khomeini was het verschrikkelijk. We werden beschouwd als onmensen, waren volstrekt rechteloos. Omdat je geen moslim was, was je geen mens. Onze beulen vonden nieuwe woorden uit voor marteling om zichzelf te bewijzen dat ze niet martelden. Ze deden wat God hen zei te doen, wat er op neer kwam dat ze deden wat ze wilden, blind voor onze blikken, doof voor onze schreeuwen.

De religie was een muur tussen hen en ons. Ze stopten veertig mensen in een cel. Om toerbeurten moest er worden gezeten, gestaan en geslapen. Iedere avond kwam er een leraar literatuur van de middelbare school om zijn executiewerk te doen. Als 'een heilige plicht', zo beschouwden de beulen hun werk. Op een dag ging de deur van de cel open en werd een jonge man naar binnen gegooid die me bekende de zoon van die leraar te zijn. Omdat hij niet de ideeën van zijn vader deelde had die hem laten oppakken en martelen. Het was een regime zonder hart, zonder een greintje gevoel.

Sommige voormalige medegevangen tijdens de Sjah werden beulen tijdens het regime van Khomeini.

Het is bijna niet te geloven maar het is waar. Nog steeds begint mijn wezen te trillen als ik daaraan denk. Hoe kan dat? Hoe kan een mens zo veranderen? Een vriend vertelde me dat een medegevangene een verhaal had geschreven waarin hij beweerde dat de toekomst van het land in de handen lag van het religieuze volksdeel. Mijn vriend had gelachen toen hij dat las. Meer niet. Onder Khomeini, toen die medegevangene een beul was geworden, liet hij mijn vriend oppakken en bij zich komen. Hij zei: 'weet je nog...' Die man had dat incident jaren en jaren onthouden en nam, nu hij de macht had, wraak. Soms denk ik dat het onbewuste in ons ons echte gezicht is.

In een van jouw verhalen, 'Om de liefde van Hadj Agha' beschrijf je het Stockholmsyndroom: de identificatie van een gevangene met zijn beul. Een citaat: 'Er was geen mogelijkheid om het nog langer vol te houden. Het was mijn lichaam zelf dat om Hadj Agha riep (...) Op dat moment verscheen Hadj Agha als een engel. Ik sloeg mijn handen die ik vrij had om zijn knieen en smeekte hem: 'Hadj Agha, Hadj Agha, laat me niet alleen.'

Het is wat geseling kan doen. Sommige vormen van marteling kun je weerstaan. Verplicht worden te blijven staan, niet slapen, aan je handen aan het plafond opgehangen worden, maar geseling is bijna niet te verdragen. Kan compleet machteloos en hulpeloos maken. Die jongen uit het verhaal was zeventien, vrienden van hem waren geëxecuteerd, hij had geen gevangeniservaring en was bang voor zijn beulen. Hij werd gegeseld door Hadj Agha die vervolgens tegen hem zei: 'Ik ben je vader. Je moet naar mij luisteren'. Als je zo hopeloos en hulpeloos bent, innerlijk niets hebt om op terug te vallen geloof je dat, doe je dat. Ben je bereid je beul als vader te zien. Romain Gary beschrijft in een van zijn boeken het verhaal van twee mannen, ex-gevangenen van de nazi's. Na de oorlog wonen ze in Zuid-Amerika. Na een paar maanden valt het de oudere man op dat de jongere ieder weekend ergens naar toe gaat, maar hij weet niet waarheen. Op een dag volgt hij hem. De jonge man blijkt naar een hol ergens in de bergen te gaan. De oude man ontdekt dat zich in dat hol hun vroegere nazi-beul bevindt, en dat de jonge man hem voedsel brengt. Hij is verbijsterd. Een dag later biecht hij de jonge man op dat hij hem gevolgd heeft en wat hij gezien heeft. Dan zegt de jonge man: 'Hij heeft me beloofd dat hij me, wanneer ik dit doe, nooit meer zal martelen'. Een bitter, maar waar verhaal. Het vertelt hoe vernedering, angst en pijn een mens kunnen transformeren.

Hoe kun je je daartegen beschermen?

Als je lichaam de pijn niet meer uithoudt moet je je geest te hulp roepen. Iets zoeken wat je in leven houdt. Dat kan de liefde zijn voor een vrouw, of een beeld uit het verleden of een gedicht. Een man vertelde me dat hij elke keer wanneer hij gemarteld werd en op het punt stond mij te verraden dacht aan de manier waarop hij mijn familieleden naar mij had zien kijken, en dan zei hij tot zichzelf: 'Goed, deze keer zal ik Nasim niet verraden'.

Wat gebeurde er toen je hoorde dat je ter dood veroordeeld was?

Ik kon het niet geloven. Ik was als een held uit de gevangenis gekomen, op de schouders van mijn eigen mensen. Ik had jaren op die dag gewacht, en vier maanden later werd ik opnieuw opgepakt en ter dood veroordeeld. De bevrijdende engel waarvoor we Khomeini hadden gehouden ontpopte zich als een duivel. Ik had niet gedacht dat een religieus man zo onbarmhartig kon zijn. Ik voelde bitterheid. Ik was 36 en had al acht jaar in de gevangenis doorgebracht. Mijn medegevangen waren mannen die in het leger van de Sjah hadden gediend en ook ter dood waren veroordeeld. Omdat alle gevangenissen vol zaten hielden ze ons vast in een school met geblindeerde ramen. Buiten was een plein waar iedere avond mensen geëxecuteerd werden. De meesten waren prostituees. Van binnen uit probeerden de mannen naar buiten te kijken. Er was een soort enthousiaste spanning te bespeuren. Waarom wilden ze dat zien? Ik begreep het niet. Lag zelf met dichte ogen op de grond. Menselijke wezens zijn zo vreemd.

Heb je het gevoel gehad dat de wreedheid die je in anderen zag ook in jou zat?

Soms voelde ik het verlangen om de ander te bevechten met zijn eigen methoden maar het is nooit realiteit geworden. Op die momenten kwamen er dromen op en realiseerde ik me dat dat niet was wat ik wilde. Om een beul te kunnen zijn moet je vol haat zitten, een honger naar macht hebben of het geluk van je jeugd zijn vergeten.

Hoe hebben je ervaringen je beïnvloed?

Er is voor mij geen God meer. Het enige dat we nog hebben is literatuur en poëzie. Zaken die ware liefde oproepen. Het is niet voor niks dat alle dictatoriale regimes de literatuur willen uitbannen. Onze stemmen dragen niet ver in een wereld vol lawaai, maar we moeten blijven roepen. Het is het enige.

Deel dit artikel