Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

EEN VERMISTE MINISTER

Home

THEO JOEKES

Het was 8 januari 1970. Het kabinet van Piet de Jong wankelde. Daags tevoren was Leo de Block plotseling afgetreden als minister van economische zaken. Het officiële verhaal was, dat hij zich niet kon verenigen met het loon- en prijsbeleid van het kabinet.

De Block was een zeer succesvol financieel directeur van de KLM geweest. Maar voor de politiek bleek hij niet over genoeg geduld en hypocrisie te beschikken. Daarbij vloekte hij in het semi-openbaar als een ketter en dat vond zijn KVP wel eens gênant.

Hij was afgetreden omdat de PvdA, met Gerda Brautigam voorop, hem systematisch had afgebroken door hem voor ieder economisch wissewasje uit te nodigen voor een mondeling overleg met de vaste commissie voor economische zaken. Wat hem door een aantal linksige coalitiegenoten werd kwalijk genomen was, dat hij een doortastende, rechtse, open minister was, die zich strikt aan de regels hield maar zich ook zelden onder de indruk toonde van het al of niet morele gebabbel dat, in ieder geval in die dagen, uit Kamercommissie kwam.

De volgende ochtend vroeg ging de telefoon op de kamer in mijn hotel in de dennenbossen van de noord-Veluwe. Johan is zoek, zei een mij bekende basso profundo. Ik was toen, samen met Frits Portheine, fractiesecretaris. De stem was die van Molly Geertsema. De genoemde Johan was - en is - dr. Johan Witteveen, toen minister van financiën in het kabinet De Jong, later onder meer directeur van het Internationale Monetaire Fonds.

Ik zal wel tegen Molly gezegd hebben dat fractiesecretarissen niet over geestverwante ministers gaan. Hoe behulpzaam je ook bent, je moet de grenzen van je competentie kennen.

Geertsema herinnerde mij er aan dat Johan ook vice-ministerpresident was en dat de vervanging van Leo de Block overleg in het kabinet en met de fractievoorzitters vereiste. Molly vroeg mij ook nog wie ik geschikter vond als vervanger: Roelof Nelissen of dr. Grappperhaus, toen staatssecretaris van financiën. Geertsema vroeg zich af of Nelissen voor die post, met ook veel buitenlandse verplichtingen, niet te weinig présence zou hebben. Hij is het toch geworden. En daarna minister van financiën en daarna president-directeur van de AMRO.

Ik wist niet waar Witteveen zat. Ik wist wèl dat hij, tegen zijn vijftigste, net zijn rijbewijs had gehaald en heel kort tevoren achter het stuur van zijn Citroën met vakantie naar het zuiden was vertrokken. Ik zat toen 25 jaar in de journalistiek en ik had enige ervaring met het opsporen van mensen. De nummer twee van de Duitse ambassade in Den Haag, een lieve en intelligente vrouw, beloofde mij dat zij op de Autobahn naar Bazel zou laten uitkijken naar een Nederlandse auto met het kente ken dat ik van het departement van financiën had gekregen. Op de Franse ambassade waren ze iets stroever, maar deden zij dezelfde toezegging. Het was de Franse politie die hem tenslotte in een klein dorpje in zuid-Frankrijk aantrof en vroeg mijn nummer in Nederland te bellen.

De nasleep was koddig. Een paar dagen later probeerde de liberale staatssecretaris van buitenlandse zaken mij in aanwe zigheid van de andere liberale bewindslieden en van Geertsema een uitbrander te geven, omdat ik mij met de benadering van de twee ambassades op zijn gebied had begeven. Hij eiste dat ik de actie zou intrekken. Doe het maar, zei Geertsema. Een kamerlid neemt van bewindslieden geen instructies aan wèl van zijn fractievoorzitter.

Nog een dag later zei een stem door de telefoon: U spreekt met de secretaresse van de minister-president. U bent toch degene die een methode had om meneer Witteveen te traceren? Zou u die niet aan meneer De Jong willen vertellen?

Deel dit artikel