Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een toeristische spookstad

Home

REPORTAGE | THIJS KETTENIS | CYPRUS

Alle inwoners uit Varosia, voor het overgrote deel Grieks-Cyprioten, zijn gevlucht na de inval. Het Turkse leger zette er een hek omheen en laat sindsdien niemand meer binnen.

Ineens houdt de weg op. Asfalt maakt plaats voor gras en onkruid. De bus komt tot stilstand: dit is de eindhalte. En in het centrum van het dorp Deryneia stond nog wel een bord: Famagusta linksaf. Maar een wegversperring met betonblokken en prikkeldraad en een wachthuisje met militairen, de Cypriotische en de Griekse vlag maken duidelijk dat verdergaan geen optie is.

Achter de blokkade een strook grasland met in het midden een wit hutje waarop in grote zwarte letters 'UN' gekalkt staat - om aan te geven dat het om neutraal terrein gaat, onder controle van de Verenigde Naties. Een paar kilometer verderop wapperen op twee hoge masten de rode vlaggen van Turkije en Noord- Cyprus. Daar weer achter beginnen de rijen grijswitte betonhoogbouw van Varosia, een buitenwijk van de stad Famagusta aan het strand vol hotels en restaurants. Na even turen begint het op te vallen: het is stralend blauw, maar in Varosia weerkaatst nergens de zon. In alle gevels gapen grote zwarte gaten waar ooit ramen en deuren zaten. Varosia is een spookstad.

"Halsoverkop heb ik wat kleren gepakt en ben ik met vrouw en drie kinderen in de auto gesprongen", vertelt Antonis Katsantonis op zijn terras pal op de rand van de VN-bufferzone. Hij had twee restaurants en een woning in Varosia. Duizenden toeristen kwamen er vroeger elk jaar naar zijn stad, vertelt hij. Het was hét toeristenoord van Cyprus. Tot in de zomer van 1974 het Turkse leger Cyprus binnenviel en eenderde van het eiland bezette. Katsantonis vluchtte als een van de laatsten uit Varosia. "We dachten dat alles na een paar dagen weer bij het oude zou zijn en we weer naar huis konden. Daarom voelde het of we zoals zo vaak op bezoek gingen bij vrienden in het zuiden en namen we verder niets mee. Maar die paar dagen duren nu al bijna veertig jaar."

Er is wel meer gebied ontoegankelijk op Cyprus. De VN-bufferzone die het hele eiland inclusief de hoofdstad Nicosia doorsnijdt - soms een paar meter, soms enkele kilometers breed - is niemandsland. Maar Varosia is bijzonder omdat het in het door de Turken bezette gedeelte ligt. Alle 15.000, voor het overgrote deel Grieks-Cypriotische, bewoners vluchtten na de inval, het Turkse leger zette er een hek omheen en laat er sindsdien niemand binnen. Ook niet de oorspronkelijke bewoners. Daarmee is Varosia een van de zichtbaarste en pijnlijkste herinneringen aan het slepende politieke conflict tussen de regeringen van Turkije en Cyprus - of liever gezegd de rest van de wereld, die het Turkse regime op Cyprus immers niet erkent.

"Kijk, in die toren zat een van mijn restaurants", zegt Katsantonis terwijl hij op zijn dakterras door een verrekijker naar Varosia tuurt. In de verte is nu alleen een grijs gebouw met zwarte gaten te zien. Al snel na zijn vlucht werd het Katsantonis duidelijk dat toeristen het interessant vinden om naar een spookstad te gluren, dus opende hij een kiosk aan het begin van de bufferzone. In de loop van de tijd kwamen daar een café, restaurant en museum met uitkijkpunt bij. "Ik verdien mijn geld op een heel cynische manier. Natuurlijk is het pijnlijk om steeds uit te kijken op de plek waar je vandaan komt zonder dat je ernaartoe kunt. Maar ik houd hoop dat ik ooit terug kan. Ik ben nu 71, het kan nog."

Hij hoopt dat de nieuwe president Anastasiades, die afgelopen zondag gekozen werd en als gematigd bekendstaat, de vastgelopen onderhandelingen met de Turken vlot kan trekken. "Kijk, als het aan de Cyprioten had gelegen, zowel Griekse als Turkse, dan waren we er al lang uit geweest. Sommige van mijn beste vrienden wonen in het Noorden."

Zelf is hij sinds de bezetting één keer aan de andere kant van de bufferzone geweest, in 2003 direct nadat de autoriteiten van Noord-Cyprus tot ieders grote verrassing de grens openden. "Ik stond machteloos en verstijfd aan het hek naar mijn stad te kijken, die langzaam in elkaar stort. Noord-Cyprus is prachtig, begrijp me niet verkeerd, maar ik hoef er in de huidige situatie niet meer terug. Ik weiger in mijn eigen land mijn paspoort te laten zien."

Sinds de eerste grenspost openging zijn er meerdere overgangen bij gekomen en is het een fluitje van een cent om het Noorden te bezoeken. Ook op een paar kilometer van Varosia ligt een overgang. Wie even zoekt, stuit al snel op het kilome- terslange hek om de stad, dat voor het overgrote deel straten in tweeën snijdt. Aan de linkerkant spelen Turks-Cypriotische kinderen op straat, wappert de was aan balkons en verspreidt zich aan het eind van de middag de geur van de warme maaltijd. Rechts het hek met angstaanjagende rood-zwarte borden die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten: toegang en fotograferen streng verboden.

Tijdens een autorit langs het hek zien we twee orthodoxe kerken, daarna een tankstation waar nog 'normaal' op de pomp staat. En her en der priemende ogen van bewapende Turkse militairen. De vele bomen en struiken op de raarste plaatsen verraden dat de stad langzaam wordt verzwolgen door de natuur.

"Ga weg", schreeuwt een vrouw die op de stoep voor haar huis staat. Ze maakt een wegwerpgebaar op de vraag hoe het is om te wonen met uitzicht op een spookstad. Ook andere bewoners van de straat zijn weinig spraakzaam. Bij het Arkin Palm Beach hotel even verderop zijn ze een stuk gastvrijer. Het luxehotel staat op het strand aan het eind van het hek en is het enige in Varosia dat niet in het afgezette gebied staat. Vanaf het terras is in één opzicht duidelijk waarvoor toeristen in de jaren zeventig hier met duizenden tegelijk heen kwamen: een kraakheldere zee, een kilometersbreed strand en daarachter een lange rij hotels. Inmiddels heeft de zee hele stukken van het strand opgegeten en slaan de golven kalm tegen de gevels van de betonnen karkassen.

Als het begint te schemeren, laten gasten zich fotograferen met op de achtergrond de spookstad, badend in rood zonlicht. Officieel verboden, maar de obers van het hotel kijken de andere kant op. Even later is het pikdonker in de stad aan de andere kant van het hek, op een paar plekken na. Daar stralen de felle lampen op de wachtposten van het leger.

Noord- en Zuid-Cyprus
In juli 1974 viel Turkije het noorden van Cyprus binnen en bezette het ruim eenderde van het eiland. Turkije was bang voor onderdrukking van de Turkse minderheid op het eiland nadat Grieks-Cyprioten een staatsgreep hadden gepleegd, gesteund door het militaire bewind in Griekenland. De bezetting leidde tot de vlucht van duizenden Grieks-Cyprioten naar het zuiden, terwijl Turks-Cyprioten bescherming zochten in het noorden. In 1983 riep de Turkse Republiek van Noord-Cyprus de onafhankelijkheid uit. Dat land wordt behalve door Turkije door geen enkel land erkend. Sinds 1974 onderhandelen Noord en Zuid over hereniging, maar tot nu toe zonder succes. In 2004 leek een oplossing nabij. De bevolking in beide delen mocht in een referendum stemmen over een voorstel opgesteld door toenmalig secretaris-generaal Kofi Annan. In dat plan zou Varosia onder Grieks-Cypriotisch bestuur komen; geschat werd dat het zo'n 10 miljard euro zou kosten om de stad weer op te bouwen. Het plan kreeg de steun van de Turks-Cyprioten, maar werd verworpen door de Grieks-Cyprioten. Redenen waren onder meer dat het Turkse leger in hun ogen te machtig zou blijven en er in hun ogen te weinig ruimte was voor herstelbetalingen in ruil voor onteigend onroerend goed. Later dat jaar trad de Republiek Cyprus toe tot de EU; Noord-Cyprus bleef internationaal geïsoleerd.

Deel dit artikel