Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een T-shirt, wie verdient er wat aan?

Home

Lidwien Dobber en Fleur de Weerd

© Gemma Pauwels

Als wij 29 euro betalen voor een T-shirt, wat houdt de katoenboer daar dan aan over? En de naaister? Kenners over de verdiensten van de hoofdrolspelers in het productieproces.

De naaister
"Voor het spinnen van katoen, voor het weven, kleuren en breien - een T-shirt wordt gebreid - zijn aparte fabrieken, maar vaak ook gebeurt het op hetzelfde terrein waar de naaiateliers staan. Het werk is grotendeels geautomatiseerd, maar de mensen die er nog nodig zijn, staan in het lawaai en de stof. Ze verdienen dubbel zoveel als een naaister, maar dat is vooral omdat mannen dit werk doen. En mannen verdienen meer.

Een van de laagstbetaalde krachten in een naai-atelier in Bangladesh is de helper. Die staat naast de naaister, zorgt voor de draad en geeft de stof door. Daarvoor krijgt ze zo'n 3000 taka per maand, dat is omgerekend nog geen 30 euro. Een naaister verdient iets meer.

Voor India hebben we vorig jaar uitgerekend hoeveel een naaister overhoudt aan een T-shirt dat in Nederland 29 euro kost. We kwamen op 18 cent. En dan liggen de lonen in India iets hoger dan in Bangladesh. Daar wordt nu trouwens onderhandeld over de lonen in de naaiateliers. De bonden vragen 8000 taka (ruim 75 euro) per maand, dat is niet genoeg om van rond te komen.

De laagstverdienende managers op kantoor verdienen ongeveer tien keer meer dan een naaister. Wat de fabriekseigenaar overhoudt, weten we niet precies. Reken dat de fabrieksmarge zo rond de 4 procent ligt. Maar de fabrikant krijgt pas betaald als hij zijn waar heeft afgeleverd in de haven van Chittagong. En alle fabrieken staan in de hoofdstad Dhaka. De verbindingsweg tussen die steden is zo slecht dat er geen vrachtwagen met container over kan rijden. Dus gaat dat transport in een pickup-truck met een zeil. Die rit, zo'n 250 kilometer, duurt 10 uur. Als het stevig regent, loopt de lading vaak schade op. Die gaat van de marge af."

Sophie Koers, hoofd communicatie Fair Wear Foundation, waarin producenten, bonden en ngo's werken aan betere werkomstandigheden.

Lees verder na de advertentie
© Gemma Pauwels

De katoenboer
"Wat een katoenplukker verdient? Loon komt er eigenlijk niet bij kijken. In katoen heb je twee soorten bedrijven: de grootschalige katoenboerderijen, vooral in de VS, Australië en Brazilië. China produceert ook veel, maar vooral voor binnenlands gebruik. Daarnaast zijn er de familiebedrijfjes in Azië, vooral in India en Pakistan, een beetje in Latijns-Amerika, en heel veel in West-Afrikaanse landen.

Niemand denkt bij een T-shirt aan Afrika, want al die katoen gaat naar Azië.

Op die kleine katoenplantages werken zo'n vijf tot acht mensen, vaak familie van elkaar. Die boerenbedrijven zijn zo tussen de 0,5 en 8 hectare groot. Per hectare is de opbrengst grofweg 800 kilo. Het eindproduct van de boeren is wat wij seed-cotton noemen: katoen waar alle resten van de katoenplant nog in zitten. Voor 1 kilo krijgen de boeren tussen de 33 en de 53 cent. Wij denken dat ze minstens 56 cent nodig hebben. Let wel: dat is geen nettoinkomen, daar moeten alle productiekosten nog af. Om een T-shirt te maken, is ruim 1 kilo ongezuiverd katoen nodig.

Katoen zuiveren is kostbaar. Kleine boeren kunnen dat niet betalen en verkopen hun katoen dus aan grote katoenzuiveringsfabrieken. Die fabriek staat tussen hen en de wereldmarkt en dat maakt het lastig voor de boeren om een goede prijs te krijgen.

Rijke landen subsidiëren hun katoenboeren zo stevig dat de katoenprijs met zo'n 15 procent stijgt als de subsidies verdwijnen. Dan krijgen de boeren een betere prijs voor hun katoen en wordt ons T-shirt duurder, zou je denken. Maar veel shirts zijn niet van zuiver katoen; er zit polyester door. Loopt de katoenprijs op, dan wordt er meer polyester bijgemengd. Dat is goedkoper. En zo zorgt dat goedkope alternatief voor een plafond in de prijs voor katoen."

Damien Sanfillipo, katoenexpert bij Fair Trade International.

© Gemma Pauwels

De verkoopster
"Verkopers in kledingwinkels verdienen het minimumloon of net iets meer. Voor een volwassene van 23 jaar of ouder is dat 68,20 euro per dag. Bruto, dus wat ze overhouden, is een derde minder. Hoeveel T-shirts ze op een dag verkopen, kan ik niet zeggen. Dat ligt aan het soort winkel.

Het soort winkel heeft geen invloed op de beloning: of je nu bij H&M werkt of bij de betere vrouwen- of mannenmodezaak waar vakkennis en service nog op prijs worden gesteld, het loon is gelijk.

Veel verkopers werken parttime. Het nulurencontract hebben we weten uit te bannen, maar contracten van 20 tot 25 uur zijn heel gewoon. Als je dat aantal uren draait, verdien je grofweg tussen de 750 en 900 euro bruto per maand. Een deel van de werknemers wil niet anders, die ziet het als bijbaantje. Maar veel mensen willen wel meer werken. Die krijgen niet meer uren omdat hun werkgever flexibel wil zijn en mensen wil inzetten als het druk is. Het is in de modedetailhandel daarom niet ongebruikelijk om twee banen te hebben.

Tot 2008 sloten we een cao met de Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Textiel. Daarin zitten onder meer grote ketens als C&A, We, Miss Etam en Perry Sport. Sindsdien is het niet meer gelukt om tot overeenstemming te komen over arbeidsvoorwaarden.

Dat is raar ja, maar ik kan ze niet dwingen. En onder het winkelpersoneel is weinig bereidheid om de nek uit te steken. Niet eens zo zeer uit angst voor de baas, meer uit betrokkenheid bij de klant. Wat zou die ervan denken als een winkel dicht is omdat er wordt gestaakt? Dienstbaarheid kenmerkt het winkelpersoneel. Dat is al honderd jaar zo.

Een jaar of drie geleden, toen was de cao dus al een tijdje verlopen, doken de laagste loonschalen bij die winkels plots onder het miminumloon. Daarop heeft de minister van sociale zaken ze een brief geschreven dat ze zich wel aan de wet moeten houden, en sindsdien doen ze dat.

Eind september hebben we toch nog een poging gewaagd en onderhandeld over een nieuwe cao, maar er zit geen schot in. We denken erover om 'm maar helemaal op te doeken."

Ron Peters, bestuurder detailhandel bij FNV Bondgenoten.

 
Een jaar of drie geleden doken de laagste loonschalen bij die winkels plots onder het miminumloon

De transporteur
"We hebben het nooit over één T-shirt, wij hebben het over een karton, een doos. In een karton gaan 6 dozijn shirts, dat zijn er dus 72.

De bulk van de shirts komt uit Bangladesh, maar we verschepen er ook veel uit Mexico, Honduras en Haïti. Allemaal lagelonenlanden dus. Soms zijn ze wit, soms gekleurd, soms bedrukt en soms ook wordt de print er hier nog opgezet.

Dozen met shirts gaan van de fabriek naar de haven. Wat dat precies kost weet ik niet, maar het is niet veel. In de haven staan mensen klaar om de dozen een voor een op te stapelen in een zeecontainer. Dat is arbeidsintensief. Het is minder werk om ze eerst op pallets te zetten en dan te vervoeren, maar dan passen er ook minder dozen in een container. De lonen in Bangladesh zijn zo laag dat je daar best mensen kunt inzetten om die container met de hand te vullen.

In een container gaan 1400 dozen. Dat zijn ruim 100.000 shirts. Twee van onze mensen staan in Rotterdam klaar om die container te lossen: zij zetten de dozen op pallets en sealen die, klaar voor vervoer naar de opslag. Dat is 2,5 uur werk; die mannen doen meerdere containers op een dag. Vervoer van Bangladesh naar Europa kost 3650 dollar (2685 euro) per container, ongeveer 3 cent per shirt. Normaal komen daar nog invoerrechten van zo'n 10 procent bovenop, maar voor invoer uit ontwikkelingslanden geldt een vrijstelling.

De inkoopprijs per dozijn shirts ligt tussen de 7 en de 12 dollar. Nog geen dollar per shirt dus. Dat weten wij, omdat wij de lading inklaren en dus alle douaneformaliteiten afhandelen. Die 7 tot 12 dollar is wat handelaren - zij zijn de grootste importeurs - hebben betaald als de shirts Europa binnenkomen.

Reken voor het transport per vrachtwagen van Rotterdam naar de opslag nog eens 100 tot 200 euro, afhankelijk van waar de loods is. Dat dekt niet alleen de kosten van de chauffeur en de rit, maar ook van onze logistieke afdeling, die alles regelt."

Charley Dietvorst, directeur van internationaal vervoerder VAT logistics, met vestigingen in Nederland, Finland, Italië, Rusland en China.

© Gemma Pauwels

De opdrachtgever
Soms is het een merk dat een partij T-shirts bestelt. H&M en C&A hebben zelf hun contacten met fabrikanten wereldwijd en doen rechtstreeks zaken. Maar een groot deel van de T-shirts wordt gemaakt in opdracht van handelaren die een afnemer voor hun waar zoeken.

Wat houdt zo'n merk - opdracht- gever en verkoper ineen - of handelaar over aan een shirt? "Helaas kunnen we geen informatie geven over de prijsopbouw van een C&A- artikel", laat C&A weten. Waarom niet? "De prijs waarvoor wij onze producten inkopen, delen we niet met derden."

"Wie het weet, mag het zeggen!" roept directeur Jef Wintermans van mode-ondernemersorganisatie Modint. "Tegenwoordig kan de tegenvraag zijn: hoezo, winstmarge? Er wordt vooral fors verlies geleden in de sector - het grote aantal winkelsluitingen is niet het gevolg van luxe. De rijke variëteit aan ondernemingsvormen ontneemt ons het zicht op een helder antwoord."

Fair Wear Foundation - industrie, bonden en ngo's samen - waagt zich wél aan een percentage: 12 procent voor het merk, 59 voor de detailhandelaar. Voor een shirt van 29 euro komt dat neer op 3,60 en 17 euro.

© Gemma Pauwels

Trouw wil een gebaar van solidariteit naar de kledingarbeiders in Bangladesh maken. Daarom komen we in deze zevende Fair Trade Week (26 oktober- 3 november) met een T-shirt waarop staat hoe belabberd een naaister in Bangladesh of India wordt betaald. Het T-shirt is een statement. Tegen de misstanden in de kledingindustrie en om de consument bewust te maken van de slechte positie en het schamele loon van de naaisters in Azië. Dit shirt voldoet ook aan de hoogste duurzaamheidseisen. De fabrikant is aangesloten bij de Fair Wear Foundation en heeft het Max Havelaar-keurmerk. Het T-shirt is te koop in de online winkel van Trouw. Twee euro per shirt gaat naar de naaisters in Bangladesh.

©

Deel dit artikel