Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een schelmenstreek in theologisch jargon

Home

INTERVIEW

Hij kwam deze week in het nieuws als degene die Nederlandse filosofen bij de neus nam met een onzintekst. Maarten Boudry (1984) van de Universiteit Gent vertelt wat hem bewoog.

U stuurde onder pseudoniem een onzintekst in voor een filosofiecongres aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Wat wilde u precies bereiken of aantonen?
"In de eerste plaats was dit voor mij een satirische schelmenstreek, een vingeroefening in grammaticaal correcte onzin met theologisch jargon. Ik heb erop toegezien dat elke afzonderlijke zin volstrekt zinledig is. Als het leek steek te houden, begon ik opnieuw. Dat bleek niet zo evident, want automatisch probeert je brein een coherent narratief te vormen. Daarom verplichtte ik mezelf om me zoveel mogelijk te focussen op de syntax en grammatica, met enkele onderling inwisselbare concepten en typische holle frasen."

Vindt u dat uw opzet is geslaagd?
"De tekst was geloofwaardig genoeg voor twee theologische annex godsdienstwijsgerige congressen: het congres aan de VU dus, en de conferentie 'What is life', georganiseerd door het Centre of Theology and Philosophy, Nottingham University.

Maar, ik geef toe, ook in mijn eigen vakgebied (wetenschapsfilosofie) glipt wel eens wat door de mazen van het net."

Waarom hebt u niet eerder uw ware identiteit bekend gemaakt, bijvoorbeeld door aanwezig te zijn op het congres aan de VU?
"Met dat idee heb ik even gespeeld, maar uiteindelijk bleek dat moeilijk haalbaar. Als twintiger zou ik geen geloofwaardige Prof. Dr. em. Robert A. Maundy kunnen neerzetten, en het zou ook redelijk wat voorbereiding vergen. Zoveel energie wou ik er ook niet in stoppen, zoals gezegd was het in eerste plaats Spielerei."

Denkt u dat het aanvaarden van 'grammaticaal correcte onzin' typisch iets is voor geesteswetenschappen? Er zijn mensen die stellen dat dit in dit exacte wetenschappen evenzeer plaatsvindt.
"Elke wetenschappelijke discipline leent zich ongetwijfeld tot een parodie, maar theologie, in het bijzonder van continentale strekking, is wel bijzonder vatbaar voor dit soort gebakken lucht. Eigenlijk schreef ik deze tekst na het lezen van 'God after Darwin', een boek van de Amerikaanse theoloog John Haught dat bol staat van dergelijke woordenkramerij."

Wat vond u van de reactie van de congresorganisatie, die stelde dat 'postmoderne teksten wel vaker ondoordringbaar zijn'?
"Dat klopt, maar dat is natuurlijk mijn punt. Blijkbaar is het moeilijk om een onderscheid maken tussen doelbewuste onzin en postmoderne theologie. Dat moet toch zorgen baren. Die ondoordringbaarheid lijkt me een strategie om theologische opvattingen immuun te maken voor kritiek, en om een valse indruk van diepgang te wekken. Die stelling heb ik samen met Johan Braeckman (hoofddocent wijsbegeerte aan de Universiteit Gent en vooraanstaand lid van de Vlaamse sceptische vereniging SKEPP, red.) uiteengezet in het laatste hoofdstuk van ons boek 'De ongelovige Thomas had een punt'.

"Op zich pretendeer ik niet dat ik iets onthul over theologie in het algemeen. Daarvoor had mijn actie te weinig om het lijf, en zijn er teveel verschillende theologische scholen en stromingen. Ook sommige theologen verwijten de organisatoren van de VU dat ze deze onzin lieten passeren. Niettemin, wie het schoentje past... Ik heb niet aangetoond dat de keizer naakt is, ik heb alleen even zijn kleren geleend. Aan de onbevangen toeschouwer om te oordelen."

Deel dit artikel