Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een portie nationalisme als wapen tegen de islam

Home

EILDERT MULDER

Omdat de Europese Unie nooit akkoord zou gaan met deportatie van moslims, moet de unie zo snel mogelijk afgeschaft worden, vindt Anders Breivik. Vierde deel van een serie waarin het manifest van de Noorse massamoordenaar wordt ontleed.

Eendracht maakt macht. Een verenigd Europa, zo zou je denken, kan beter het hoofd bieden aan moslimterrorisme dan een versplinterd continent.

De Noorse massamoordenaar Anders Breivik ziet dat anders. Hij en zijn gastschrijvers zien de Europese Unie als het ernstigste hoogverraad in de wereldgeschiedenis, de uitlevering van een heel werelddeel aan de islam, zonder dat de bewoners er erg in hebben. Breivik zet Europese federalisten in zijn topdrie van vijanden op de tweede plaats, na de media en de academische wereld, maar voor de moslims.

In zijn manifest van vijftienhonderd pagina's biedt Breivik een landgenoot de ruimte om de aanklachten tegen de Europese Unie te formuleren. Het is de blogger Fjordman, een schuilnaam voor Peter Are Nostvold Jensen. Jensen, net als Breivik een dertiger, volgde in 2001 een cursus Arabisch bij de Amerikaanse Universiteit in Cairo. Toen Al-Kaida de aanslagen op de Twin Towers pleegde zag hij met afgrijzen de vreugdetaferelen, waaraan nogal wat Egyptenaren zich overgaven, onder wie trouwens ook christenen. Hij ontwikkelde zich toen tot een veelschrijver op anti-islamitische weblogs. Net als Breivik bepleit ook hij de massale deportatie van Europese moslims.

Hoewel ze dus geestverwanten waren, was Fjordman na Utoya toch boos dat Breivik zijn stukken in zijn 'compendium' bleek te hebben opgenomen. Volgens de Noorse pers pleitte hij er zelfs voor om Breivik de doodstraf te geven. Wel plakte hij nog gauw even een misprijzend politiek etiket op de jeugdige slachtoffers op Utoya, door ze een 'bende pro-Palestijnse, anti-Israëlische jongeren' te noemen.

Mensen als Breivik en Fjordman denken strategisch. De EU is voor hen een obstakel. Discriminerende wetgeving tegen moslims bijvoorbeeld zal sneuvelen op Europese juridische bezwaren. Over deportatie van moslims hoef je niet eens te beginnen. 'De EU moet dood, anders gaat Europa dood', schrijft Fjordman. Maar hij had ook kunnen schrijven: 'De EU moet dood, want anders komt er nooit iets van onze plannen terecht.'

Fjordman benadrukt die kant van de zaak niet. Er zijn andere argumenten tegen de EU die bij een groot publiek in betere aarde zullen vallen. Volgens Fjordman is de belangrijkste tegenstelling niet tussen links en rechts, maar tussen "hen die de nationale soevereiniteit en de westerse cultuur op hun waarde weten te schatten en diegenen die dat niet doen". Hij spreekt over een 'interne oorlog', die eerst moet worden beslist, voordat een overwinning op de islam mogelijk is.

Fjordman annexeert dus de 'westerse waarden' voor de aanhangers van de natiestaat. Maar 'westerse waarden' stijgen, hoe je die ook definieert, juist per definitie uit boven het niveau van een individuele natiestaat, zodat de vraag rijst waarom federalisten ze niet zouden kunnen onderschrijven. Fjordman legt dat niet uit, hij poneert het als een vanzelfsprekendheid.

Als belangrijkste minpunten van de EU behandelt hij de ondemocratische besluitvorming en het feit dat de unie, volgens hem, is ontstaan vanuit een utopisch ideaal. En met utopieën loopt het meestal fout af, waarschuwt hij. Hij haalt ter illustratie een van de grondleggers van de Europese samenwerking aan, de Fransman Jean Monnet, die het had over een nieuwe, Europese mens. Fjordman krijgt, als hij dat leest, associaties met de nieuwe mens, die de communisten destijds in de Sovjet-Unie wilden creëren.

Als metafoor voor de EU gebruikt hij de sciencefictionfilm 'Serenity'. China en de VS hebben daarin een federatie gevormd en besluiten om de mensheid over te brengen naar een planeet in een ander zonnestelsel, Miranda. Ze willen daar een vreedzame samenleving opbouwen. De nieuwe bewoners van Miranda krijgen daarom een anti-agressiegas toegediend, PAX. Het werkt, ze maken geen ruzie meer, maar ontplooien ook geen enkele andere activiteit. Ze zijn zelfs te beroerd geworden om zich voort te planten. Tot overmaat van ramp blijkt het gas bij een minderheid een omgekeerde uitwerking te hebben, ze worden juist extra agressief en vermoorden hun medemensen, zonder dat die ook maar een kik van protest geven.

De EU is in de ogen van Fjordman een soort Miranda. Vroeger vochten Europeanen tegen de jihad om hun religie, cultuur en natie te verdedigen. De EU heeft aan die begrippen hun waarde ontnomen, waardoor de Europeanen geen inspiratiebronnen meer hebben om tegenstand te bieden. Het Europese 'nihilisme' zou volgens Fjordman bovendien wel eens de agressie kunnen aanwakkeren van moslims, die daarmee de rol van de moordende minderheid in Miranda zouden krijgen.

Het ligt weinig voor de hand dat de grondleggers van de Europese eenwording, zoals Fjordman suggereert, blind zouden zijn geweest voor de gevaren van overspannen utopisme. Europa had daarvan juist de bittere vruchten geproefd, met nazisme, fascisme en communisme. Maar anderzijds moesten de Europese grondleggers toch ook zelf wel een beetje utopisch of minstens visionair denken.

Ze stonden aan het graf van het oude Europa, dat veertig jaar lang zelfmoord had gepleegd, middels twee wereldoorlogen, regionale oorlogen, burgeroorlogen en genocides, met alleen al in de Tweede Wereldoorlog tussen de vijftig en de tachtig miljoen doden, en in de Eerste Wereldoorlog 16 miljoen. De natiestaat met zijn chauvinistische nationalisme had zo dramatisch gefaald dat er iets compleet nieuws nodig leek. Het eerste waaraan de grondleggers van de Europese samenwerking dachten was overigens niet de creatie van een nieuwe Europese mens maar de beeindiging van de levensgevaarlijke vete tussen Frankrijk en Duitsland.

Op die historische achtergrond gaat Fjordman nauwelijks in. Dat kan hij ook niet, omdat hij de natiestaat niet in diskrediet mag brengen. Want juist daarop hebben mensen als hijzelf en Breivik hun hoop gevestigd. Europa heeft volgens hen weer een flink portie ouderwets nationalisme nodig om de islam het hoofd te kunnen bieden en dan moet je niet zeuren over de ongeveer honderd miljoen doden, die er tussen 1910 en 1950 zijn gevallen in het Europa van de natiestaten.

Fjordman geeft toe dat de Europese Unie wellicht oorlogen tussen natiestaten voorkomt. Maar er zullen volgens hem, als gevolg van het verdwijnen van de natiestaat, burgeroorlogen uitbreken. Europa zal een terugval beleven naar de gewelddadige feodale versplintering van de middeleeuwen. Dat is erger dan de tijdelijke ellende, die het gevolg zal zijn van de ontbinding van de EU, die hij vergelijkt met badwater zonder kind, maar wel veel vroedvrouwen.

De EU brengt ook de democratie in gevaar. Voor Fjordman zijn natiestaat en democratie een twee-eenheid. In contrast daarmee wijst hij op de gang van zaken rondom de EU-grondwet in 2005. De bevolkingen van diverse staten mochten zich via een referendum daarover uitspreken, maar toen Nederland, Frankrijk en later Ierland tegenstemden kwam de grondwet er, met enige wijzigingen, in 2009 toch. Alleen heette die toen niet langer grondwet maar 'het Verdrag van Lissabon'. Dat is ondemocratisch, vindt Fjordman. Breivik zal dat laatste overigens waarschijnlijk een zorg zijn. Hij wil de huidige 'massademocratie', die multiculturalisme heeft toegelaten, zelfs afschaffen en vervangen door een 'geleide democratie'.

Het Verdrag van Lissabon geeft ruimere bevoegdheden aan het Europese parlement en verleent ook nationale parlementen meer zeggenschap over Europese zaken. Je zou dus kunnen spreken van een bescheiden toename van democratie. Fjordman ziet dat anders, voor hem blijft de EU een ondoorzichtige organisatie, geleid door arrogante ambtenaren, al dan niet omgekocht door Arabieren. Hij wil de EU nu nog geen totalitaire staat noemen, maar volgens hem heeft de unie het volledige instrumentarium om dat wel te worden.

Die 'arrogante EU-ambtenaren' bevorderen graag de immigratie van moslims. Immers, het grootste obstakel voor de beoogde Europese utopia vormen natiestaten met hun nationale culturen. Hoe verniel je die beter dan door mensen met een andere cultuur toe te laten. Pas wanneer de nationale culturen kapot zijn gemaakt kan de utopie van het verenigde Europa met zijn nieuwe Europese mens worden verwezenlijkt. Vandaar dat moslimmigranten, als slopers van de nationale culturen, zeer welkom zijn. Fjordman noemt de EU 'de voornaamste motor achter de islamisering van Europa'.

Maar hoe creëer je een 'Europese mens' als de islamisering een feit is? Wat blijft er dan van die EU-utopie over? Misschien ligt het allemaal veel platter, legt Fjordman uit. De EU-ambtenaren noemt hij een 'corrupte klasse van abjecte verraders'. Misschien hebben ze wel Arabische steekpenningen ontvangen om hun werelddeel uit te leveren aan de islam. Ze kunnen onopgemerkt hun gang gaan want 99 procent van de Europese media is omgekocht en steunt het multiculturalisme, en andere controle op hun doen en laten is er evenmin.

Blijft er één vraag onbeantwoord: als de EU de immigratie van moslims inderdaad stimuleert: hoe komt het dan dat jaarlijks al die duizenden illegale migranten verdrinken in de Middellandse Zee?

Deel dit artikel