Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een oplossing voor Shell

Home

Jan Kleinnijenhuis

© Brechtje Rood

Toen olieconcern Shell in 2004 wilde fuseren, zat de Nederlandse dividendbelasting het concern flink in de weg. Het bedrijf kreeg toestemming van de Belastingdienst voor een constructie om de heffing deels via een trust op Jersey te ontwijken. Maar mocht de fiscus die afspraak wel maken?

Het is al laat in de avond van woensdag 27 oktober 2004, als premier Jan Peter Balkenende gebeld wordt. De beurs in New York is zojuist gesloten, en aan de lijn is Jeroen van der Veer, destijds pas aangetreden als topman van olieconcern Shell. Hij informeert de premier - ‘uit beleefdheid’, zegt Van der Veer later - over de fusie van het Nederlandse en Britse deel van het bedrijf, die de volgende ochtend wordt aangekondigd. “Ik vond het te ver gaan als de premier dat uit de krant had moeten lezen”, aldus Van der Veer twee dagen later in NRC Handelsblad.

Lees verder na de advertentie
De stap van Shell is de meest ingrijpende reorganisatie van het concern in bijna een eeuw tijd

De stap van Shell is de meest ingrijpende reorganisatie van het concern in bijna een eeuw tijd. Voor de fusie was het bedrijf voor 60 procent Nederlands en voor 40 procent Brits, met twee verschillende houdstermaatschappijen: het Nederlandse Koninklijke Olie en het Britse Shell Transport and Trading. De aandelen van beide bedrijven worden afzonderlijk verhandeld aan de beurs, en beslissingen moeten tot stand komen in gezamenlijke overlegfora waarin zowel Nederlanders als Britten zijn vertegenwoordigd.

Het is die ingewikkelde structuur die door aandeelhouders wordt gezien als één van de oorzaken van een schandaal dat Shell dan al maanden achtervolgt. In januari 2004 maakt Shell bekend dat managers jarenlang de bewezen oliereserves te hoog hadden ingeschat. Het concern moet tot ontsteltenis van de buitenwereld een kwart van de reserves afboeken, aandeelhouders eisen opheldering en verregaande maatregelen om herhaling te voorkomen.

Consequenties

In de maanden daarna moeten topman Philip Watts, productiechef Walter van de Vijver en later ook financieel directeur Judy Boynton het veld ruimen. Van der Veer staat als nieuwe topman onder zware druk van Angelsaksische aandeelhouders, maar ook Nederlandse pensioenfondsen, om Shell slagvaardiger te maken. De vele koninkrijkjes die gedijden in de complexe Shell-structuur worden gezien als mede-veroorzaker van het reserveschandaal.

De fusie waarover Van der Veer op 27 oktober premier Balkenende informeert, moet een einde maken aan die complexiteit. “Dit is het einde van 60/40”, zegt Van der Veer, verwijzend naar de gedeelde macht van de Nederlanders en de Britten in Shell. De twee moedermaatschappijen die bijna een eeuw - sinds 1907 - aan het hoofd van Shell stonden, gaan samen en krijgen in Van der Veer één verantwoordelijke topman. “We worden één bedrijf met één aandeel.”

De beoogde nieuwe structuur van Shell stuit op één groot probleem, en dat is de Nederlandse di­vi­dend­be­las­ting

Dat laatste is niet helemaal waar, zoals Van der Veer destijds waarschijnlijk wel wist. En het is ook moeilijk voor te stellen dat de Shell-topman de eerste was die premier Balkenende die 27ste oktober informeert over de aanstaande wijzigingen in het bedrijf. Een dag eerder namelijk sluit Shell een opmerkelijk akkoord - een ruling - met de Nederlandse Belastingdienst die de weg voor de fusie moet vrijmaken. Een ruling met verregaande en kostbare consequenties, blijkt nu.

Dividendbelasting

Achter de schermen is Shell dan al maanden in gesprek met de fiscus, zo schrijft het bedrijf later aan haar aandeelhouders. De beoogde nieuwe structuur van Shell stuit op één groot probleem, en dat is de Nederlandse dividendbelasting. Het nieuwe Shell wordt weliswaar opgericht naar Brits recht - het bedrijf wordt een zogeheten public limited company - maar het hoofdkantoor en de feitelijke leiding komen in Den Haag. Shell is dus belastingplichtig in Nederland.

Dat heeft potentieel verstrekkende gevolgen voor de oude aandeelhouders in Shell Transport and Trading. Zij vertegenwoordigen 40 procent van de aandelen in Shell, zijn in hoofdzaak Brits en dreigen in één klap een kwart van hun dividend aan de Nederlandse fiscus te moeten afdragen. In het Verenigd Koninkrijk betalen zij geen dividendbelasting. Maar, als Nederlands concern is Shell verplicht Nederlandse dividendbelasting in te houden over de winst die het uitkeert aan de aandeelhouders. In 2004 bedraagt de belasting nog 25 procent, op 1 januari 2007 wordt dat verlaagd naar 15 procent.

Shell, onder beleggers juist populair vanwege het hoge dividend dat wordt uitgekeerd, weet dat de Britse aandeelhouders nooit zullen instemmen met de fusieplannen als dat betekent dat zij voortaan een kwart van het dividend moeten inleveren bij de Nederlandse fiscus. En zonder instemming van de Britten gaat de fusie niet door - daarvoor is het belang van 40 procent dat zij houden in Shell veel te groot.

Kan Shell dit zomaar doen? Dat is zeer de vraag

Intern heeft Shell daarvoor wel een oplossing gevonden. Adviseurs van onder andere het Nederlandse advocatenkantoor De Brauw en het Britse Slaughter and May stellen een constructie voor waarbij het dividend voor de oude aandeelhouders van Shell Transport and Trading voortaan via een trust op belastingparadijs Jersey wordt uitgekeerd. Dat geld zal betaald blijven worden uit de winst van Shell Transport and Trading, en daarmee een ‘Britse oorsprong’ houden. Daarmee, zo stellen de adviseurs, kan Shell voor die aandeelhouders de Nederlandse dividendbelasting omzeilen.

Doorsluizen

Hoe gaat dat in zijn werk? Nog voordat Shell de fusie in gang zet, geeft Shell Transport and Trading één speciaal aandeel uit aan een speciaal opgezette trust in Jersey. Deze zogeheten Dividend Access Trust heeft maar één doel: dividend ontvangen vanuit Shell Transport and Trading, en dit dividend rechtstreeks doorsluizen richting de aandeelhouders.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

© Louman & Friso

De oplossing zorgt ervoor dat, in tegenstelling tot wat Van der Veer eerder stelde, er toch weer twee typen aandelen Shell komen, ook na de fusie. Voormalige aandeelhouders Koninklijke Olie krijgen Shell-aandelen ‘A’, terwijl de voormalige eigenaren van Shell Transport and Trading aandelen ‘B’ toebedeeld krijgen. Het enige verschil? Aandelen ‘A’ vallen onder de Nederlandse dividendbelasting, aandelen ‘B’ zijn daarvan vrijgesteld.

Kan Shell dit zomaar doen? Dat is zeer de vraag. Volgens artikel 1 van de wet op de dividendbelasting geldt de heffing voor ‘de opbrengst van aandelen in (…) in Nederland gevestigde (…) vennootschappen’. En het fusiebedrijf Shell wordt gevestigd in Nederland, dus zou het dividend van de aandeelhouders in principe belast moeten worden.

Dat principe is ook de adviseurs van Shell niet ontgaan. Zij adviseren Shell vooraf contact op te nemen met de Belastingdienst, om de constructie voor te leggen en goedkeuring te vragen. Na een aantal ontmoetingen tussen augustus en oktober 2004, wordt die toestemming op 26 oktober 2004 gegeven. Twee dagen voordat Shell-topman Van der Veer de fusieplannen wereldkundig maakt.

Aandelen ‘A’ vallen onder de di­vi­dend­be­las­ting, aandelen ‘B’ zijn daarvan vrijgesteld

Feitelijk stemt de fiscus via die weg in met een onderscheid in de winsten van Shell. Het oude Shell Transport and Trading, na de fusie een dochter van Shell, wordt geacht ‘Britse dividenden’ te blijven uitkeren. Het is die vennootschap die rechtstreeks dividend uitkeert aan de trust op Jersey, die het vervolgens overmaakt aan de aandeelhouders ‘B’. Aandeelhouders ‘A’ ontvangen dividend uit de nieuwe moedermaatschappij, hetgeen wordt gezien als een ‘Nederlands dividend’, en dus onder de dividendbelasting valt.

De Belastingdienst zegt in een reactie niet in te kunnen gaan op ‘de situatie van individuele belastingplichtigen’, vanwege zijn wettelijke geheimhoudingsplicht. Wel stelt de fiscus: “In zijn algemeenheid geldt dat op dividenduitkeringen die worden gedaan door Engelse vennootschappen geen dividendbelasting kan worden ingehouden.”

Die redenatie gaat in het geval van Shell echter niet op, zegt hoogleraar belastingheffing van concerns Jan van de Streek van de Universiteit van Amsterdam. “Shell keert via haar Britse dochtermaatschappijen dividend uit aan haar eigen aandeelhouders. Daarmee is het een dividend van Shell en dus belast met dividendbelasting. In de Wet op de dividendbelasting is expliciet geregeld dat ook dergelijke indirecte winstuitkeringen via dochtermaatschappijen zijn belast.”

Precaire situatie

Waarom gaat de Belastingdienst dan akkoord met een constructie die als enige doel heeft de Nederlandse dividendbelasting te omzeilen? Bronnen verwijzen naar de precaire situatie waar Shell destijds in zat. De fusie was noodzakelijk om aan de eis van aandeelhouders voor een versimpeling van de structuur van Shell tegemoet te komen. Maar, zonder instemming van de Britten zou de fusie onmogelijk door kunnen gaan.

“De Belastingdienst wilde een oplossing bieden zodat Shell kon fuseren”, stelt een bron die op de hoogte is van de afspraak met Shell. “Het onderscheid tussen de Britse en Nederlandse dividenden is kunstmatig. Het is de vraag of de Belastingdienst die afspraak binnen de regels had mogen maken. Er is zeker ruimte gezocht, en misschien is er wel een grens over gegaan.”

Volgens hoogleraar Van de Streek had het al dan niet doorgaan van de fusie bij Shell voor de Belastingdienst echter geen rol mógen spelen. “Ik begrijp dat het een woelige tijd was voor Shell, en dat verschillende belangen een rol speelden op de achtergrond van deze afspraak. Maar dergelijke belangen zijn niet relevant voor de vraag of Belastingdienst had mogen instemmen met de constructie die Shell heeft opgezet.”

Waarom gaat de Be­las­ting­dienst dan akkoord met een constructie die als enige doel heeft de Nederlandse di­vi­dend­be­las­ting te omzeilen?

Van de Streek heeft recent onderzoek gedaan naar de afspraak tussen Shell en de fiscus. Binnenkort publiceert het Weekblad Fiscaal Recht een wetenschappelijk artikel van zijn hand, waarin hij concludeert dat Shell naar alle waarschijnlijkheid dividendbelasting had moeten inhouden over álle aandelen, dus ook de aandelen ‘B’ die de Belastingdienst juist heeft vrijgesteld van heffing.

Voor zijn onderzoek baseert Van de Streek zich op openbare bronnen, zoals de jaarverslagen en statuten van Shell, en de openbare stukken die in 2005 aan aandeelhouders zijn gepresenteerd over de voorgenomen fusie. De ruling zelf is niet openbaar - een verzoek van een onbekende aanvrager tot inzage uit 2004 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) werd uiteindelijk in 2007 afgewezen door de rechter. Openbaarmaking zou de economische belangen van de Staat te veel schaden, in de internationale strijd om hoofdkantoren, aldus de rechtbank Amsterdam destijds.

Op basis van alleen openbare informatie is de werking van de fiscale constructie van Shell echter goed te reconstrueren, stelt Van de Streek. “Mijn conclusie is dat het achterwege laten van heffing van dividendbelasting in strijd lijkt met de Wet op de dividendbelasting.”

Omdat de belastingruling van Shell niet openbaar is, houdt Van de Streek de mogelijkheid open dat er iets aan de hand is waardoor de afspraak toch door de beugel zou kunnen. In het nog te publiceren artikel oppert hij de mogelijkheid dat de Belastingdienst een absolute grens heeft gesteld aan de onbelaste dividenden. Deze absolute grens zou in dat geval volgens de hoogleraar gelijk moeten zijn aan de waarde van Shell Transport ten tijde van de fusie in 2005. Maar ook een dergelijke grens zou volgens Van de Streek nog steeds zeer op gespannen voet staan met de wet. Bovendien heeft Shell aan haar aandeelhouders nooit iets laten weten van een dergelijke grens.

Voorwaarden

Zowel Shell als de Belastingdienst gaan niet in op vragen over welke voorwaarden zijn gesteld aan de afspraak uit 2004. Maar als er inderdaad sprake zou zijn van een absolute grens, verklaart dat wel waarom het voor Shell zo van belang is dat de dividendbelasting afgeschaft wordt. Zodra het concern meer aan dividend heeft betaald dan de Belastingdienst in 2005 heeft toegestaan, gaat ook voor de aandelen ‘B’ weer onverbiddelijk de dividendbelasting gelden. Dan zou Shell het aan de stok krijgen met een groot deel van zijn aandeelhouders. Maar volgens Shell houdt de deal met de fiscus ‘geen enkel verband met ons pleidooi voor afschaffing van de dividendbelasting’.

Er is één voorwaarde aan de ruling die wel bekend is, omdat Shell deze zelf vermeldt in zijn jaarverslagen. Het bedrijf mag niet zonder toestemming van de Belastingdienst nieuwe aandelen ‘B’ uitgeven.

Die voorwaarde laat zich gemakkelijk verklaren: als Shell onbeperkt aandelen ‘B’ zou mogen uitgeven, zou het concern via een simpele aandelenruil in één klap van de dividendbelasting verlost zijn. De oude aandelen ‘A’ worden dan geruild tegen nieuw uitgegeven aandelen ‘B’, waardoor geen enkele aandeelhouder nog dividendbelasting verschuldigd zou zijn.

Het al dan niet doorgaan van de fusie bij Shell had voor de Be­las­ting­dienst geen rol mógen spelen

Die restrictie zit Shell al jaren niet lekker. Afgelopen december nog, toen de Tweede Kamer een hoorzitting organiseerde over de afschaffing van de dividendbelasting, verklaarde president-directeur Marjan van Loon van Shell Nederland: “Dividendbelasting heeft een aanzienlijke complexiteit in onze kapitaalstructuur gebracht, bemoeilijkt grote strategische transacties zoals overnames, en hindert ons bij de interne financiering van ons dividend en de inkoop en uitgifte van eigen aandelen.”

Desondanks neemt Shell in 2016 branchegenoot British Gas voor 54 miljard euro over - één van de grootste overnames uit de geschiedenis. En in tegenstelling tot wat Van Loon in december stelde, bleek de beperkende voorwaarde van de Belastingdienst voor Shell voor die overname geen probleem.

De fiscus stemt namelijk nógmaals in met de constructie die in 2005 werd gebruikt voor Shell Transport and Trading. Shell mag voor de overname nieuwe aandelen ‘B’ uitgeven, die gebruikt worden in een aandelenruil met de aandeelhouders van British Gas. En British Gas geeft, net als eerder Shell Transport and Trading deed, een speciaal dividendaandeel uit aan de trust op Jersey. Zo worden ook de oude aandeelhouders van British Gas verzekerd van een belastingvrije dividenduitkering. Wederom met goedkeuring van de Belastingdienst.

Ruling kostte de Staat miljarden

Olieconcern Shell is een royale betaler van dividend: jaarlijks keert het concern miljarden aan winst uit aan zijn beleggers. De constructie waarmee Shell, met goedkeuring van de Belastingdienst, de dividendbelasting omzeilt, heeft de schatkist daardoor de afgelopen jaren bijna 7,5 miljard euro aan inkomsten gescheeld. Dat becijferen onderzoekers van de Stichting onderzoek multinationale ondernemingen (Somo).

Uit de jaarverslagen van Shell is op te maken hoeveel dividend er jaarlijks wordt uitgekeerd op de aandelen ‘B’ van het concern, en waarover Shell dus geen dividendbelasting inhoudt. In totaal komen de onderzoekers van Somo uit op een bedrag van ruim 45 miljard euro aan dividend dat sinds 2005 is uitgekeerd op die aandelen ‘B’. Door daar het tarief van de dividendbelasting op los te laten, komen zij tot een gemist bedrag van bijna 7,5 miljard euro.

Lees ook: 

Shell ontwijkt dividendbelasting

Via een trust op het - als belastingparadijs bekend staande - Kanaaleiland Jersey boekt olieconcern Shell dividend over naar aandeelhouders. Belastingvrij, mét toestemming van de Belastingdienst.

Jesse Klaver: Parlementaire enquête nodig voor belastingafspraken

De fractievoorzitter van GroenLinks, Jesse Klaver, beschouwt de door deze krant onthulde afspraak uit 2005 tussen Shell en de Belastingdienst als ordinaire vriendjespolitiek. “Ik wil dat we ons verdiepen in de relaties tussen de overheid en Shell.”

Deel dit artikel

De stap van Shell is de meest ingrijpende reorganisatie van het concern in bijna een eeuw tijd

De beoogde nieuwe structuur van Shell stuit op één groot probleem, en dat is de Nederlandse di­vi­dend­be­las­ting

Kan Shell dit zomaar doen? Dat is zeer de vraag

Aandelen ‘A’ vallen onder de di­vi­dend­be­las­ting, aandelen ‘B’ zijn daarvan vrijgesteld

Waarom gaat de Be­las­ting­dienst dan akkoord met een constructie die als enige doel heeft de Nederlandse di­vi­dend­be­las­ting te omzeilen?

Het al dan niet doorgaan van de fusie bij Shell had voor de Be­las­ting­dienst geen rol mógen spelen