Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eén opdrachtgever, niet twee of drie

Home

HENNY DE LANGE

Investeren in contacten. Dat is een van de geheimen van de vertrekkende directeur Ernst Veen die de Amsterdamse Hermitage liet verrijzen. Zijn tip voor de minder succesvolle musea: zorg voor een heldere organisatiestructuur.

Ook het beste jongetje van de klas krijgt straf. Ja, zo voelt het echt, zegt Ernst Veen. "Ik krijg straf omdat ik het zo goed doe."

Alom wordt Ernst Veen geprezen om zijn cultureel ondernemerschap. En de inventiviteit waarmee hij twee nieuwe culturele hotspots - De Nieuwe Kerk en de Hermitage Amsterdam - wist toe te voegen aan Amsterdam, dat op cultureel gebied alles al in huis leek te hebben. En dat ook nog eens zonder een cent overheidssubsidie voor de exploitatie van de Hermitage Amsterdam, terwijl De Nieuwe Kerk zich voor 90 procent zelf bedruipt. Maar dan toch 'gestraft' worden.

Ernst Veen: "De kunstsector kan een voorbeeld nemen aan mijn cultureel ondernemerschap, zegt staatssecretaris Zijlstra van cultuur nota bene over mij. Maar vervolgens moeten we wel de 2 ton subsidie inleveren die we krijgen voor de exploitatie van De Nieuwe Kerk, wat neerkomt op 10 procent van de begroting."

Dat is geen leuk afscheidscadeau, vindt Ernst Veen (1945), die op 1 november stopt als directeur van De Nieuwe Kerk en de Hermitage Amsterdam.

Maar in de redenering van Zijlstra harkt u die 2 ton ook wel bij elkaar, afgaand op de miljoenen aan sponsorgelden die u de afgelopen jaren bijeen heeft weten te krijgen.
Ernst Veen: "Dat is dus niet waar. Als dat zo was, hadden we dat al lang gedaan. En nu alle culturele instellingen op zoek zijn naar sponsors, kan ik die 2 ton echt niet meer uit de markt halen. En daar komt dan nog bij dat de overheid ook niet meer voor 100 procent het onderhoud van De Nieuwe Kerk, een rijksmonument, wil financieren. Vanaf 2014 wordt daar 35 procent op gekort."

En nu?
"We zijn er nog niet over uit gepraat. Ik heb Zijlstra hier uitgenodigd en uitgelegd hoe we hier werken. Ik betwist niet dat ook de cultuursector moet bezuinigen. Elke instelling moet zich afvragen: wat is de zin van ons bestaan? Wie bedienen wij? Maar de overheid heeft wel een verantwoordelijkheid voor ons cultureel erfgoed en moet zorgen voor een inspirerend klimaat voor de kunsten, die ook een belangrijk element zijn in de samenleving. Wat mij stoort, is dat er naast alle bezuinigingen ook nog eens een zeer negatief beeld wordt geschetst van de sector, waardoor mogelijke sponsors worden afgeschrikt."

We zitten in de werkkamer van Ernst Veen in De Nieuwe Kerk, zijn 'ene huis'. Zijn 'andere huis' is de Hermitage Amsterdam, de dependance van het gelijknamige museum in Sint-Petersburg in Rusland. De Amsterdamse dependance werd in 2009 geopend en is gevestigd in het voormalige verpleeghuis de Amstelhof, dat onder leiding van Veen zonder vertraging en binnen het budget werd verbouwd. Sinds de opening trekt de Hermitage drommen bezoekers. Waar het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum het vooral moeten hebben van buitenlandse toeristen, zijn de Hermitage en de exposities in De Nieuwe Kerk over wereldgodsdiensten en kunstschatten uit andere culturen, opvallend populair bij Nederlanders.

"We zijn dus complementair, ook in de exposities die we brengen. Dat is een belangrijke basis voor ons succes. Het heeft geen zin om dingen te doen die al gedaan worden. Dat was ook mijn uitgangspunt toen ik in 1981 begon als cultureel secretaris van de nationale stichting De Nieuwe Kerk. Met de opdracht een nieuwe bestemming te zoeken voor deze vijftiende-eeuwse inhuldigingskerk, die zijn functie als kerkgebouw had verloren."

Hoe kwam u erbij om op deze functie te solliciteren? U hebt geen kunstachtergrond.
"Dat heeft een voorgeschiedenis. Na een niet afgeronde studie economie ben ik naar de sociale academie gegaan, vanuit het idee dat ik iets voor de maatschappij wilde betekenen. Die maatschappelijke betrokkenheid heb ik van huis uit meegekregen. Mijn moeder zei altijd: 'Je bent maar korte tijd reiziger op deze planeet.' Maak er wat van! Ik ging werken bij de Populier in Amsterdam, de voorloper van de Balie, waar ik politieke debatten organiseerde en bijeenkomsten over maatschappelijke en culturele onderwerpen.

"Omdat ik me voelde aangesproken door de energie en vernieuwingsdrang van de PPR, ben ik ook voor die partij gaan werken. In de jaren zeventig was ik campagneleider van Bas de Gaay Fortman en zat ik in het hoofdbestuur van de PPR. Maar ik ben eruit gestapt toen de PPR samenwerking zocht met de PSP en de CPN. Samengaan met de CPN ging mij te ver. Ik wilde geen lid zijn van een getuigenispartij. Ik ben daarna nooit meer lid geworden van een politieke partij en stemde steeds op de PvdA. In die fase van mijn leven kwam de advertentie voorbij waarin iemand werd gezocht die De Nieuwe Kerk een nieuwe functie kon geven. Ik ben gek op oude kerken, kom uit een predikantengeslacht en ik wilde vanuit mijn maatschappelijke betrokkenheid graag iets doen om deze prachtige kerk een zinvolle betekenis te geven in de samenleving."

Had u wel ideeën?
"Niet echt, behalve dat ik wist dat ik iets eigens moest vinden naast de bestaande musea. Ik ben heel lang zoekende geweest naar een goede invulling. Omdat er toch geld moest binnenkomen voor de exploitatie van de kerk, ben ik begonnen met een kunst- en antiekbeurs en exposities van zondagsschilders. Laagdrempelige en toegankelijke evenementen moesten het zijn, voor een groot publiek. Maar wel binnen zekere grenzen. De autofabrikant die zijn nieuwste model wilde showen in de kerk, heb ik geweigerd. Ik vind dat niet passen in een kerkgebouw. Gelukkig heb ik na verloop van tijd toch iets eigens kunnen vinden in exposities over wereldreligies en kunst uit andere culturen.

"Het is mijn overtuiging dat kunst een middel kan zijn om meer te weten te komen van andere culturen en elkaar zo beter te verstaan. Ik ben bij musea overal in de wereld geweest om bruiklenen te krijgen. Zo kwam ik ook terecht in de Hermitage in Sint-Petersburg voor een expositie over de Scythen die ik wilde organiseren. Het klikte meteen met Mikhail Piotrovsky die toen net directeur was. Ik was de eerste buitenlandse museumdirecteur die bij hem op bezoek kwam. De potentie van dat museum was meteen duidelijk, met een collectie van 3,5 miljoen kunstwerken. Daaruit kun je tot in lengte van jaren putten voor exposities. Maar ik zag ook dat er dringend onderhoud gepleegd moest worden. Zo werd de stichting Vrienden van de Hermitage Nederland in het leven geroepen om geld in te zamelen voor een nieuw dak voor de Rembrandtzaal en ander achterstallig onderhoud. Binnen de kortste keren hadden we 5 miljoen gulden bij elkaar, allemaal privégeld."

Dat klinkt nobel, maar in ruil voor een nieuw dak hoopte u natuurlijk veel kunstwerken te mogen lenen. Gaat u altijd zo berekenend te werk?

"Ik investeer bewust in contacten, dat klopt. Dankzij mijn goede verhouding met Piotrovsky hebben we in De Nieuwe Kerk exposities gehad over Catharina de Grote (1996), de islam (1999), de familie Stroganoff (2002) en over de liefde (2003), die samen 800.000 bezoekers hebben getrokken. Het gaat om meer dan alleen strategie. Je moet vertrouwen weten op te bouwen. En bij elk project is het zaak dat jouw droom ook een beetje de droom wordt van de mensen die je nodig hebt om een project van de grond te krijgen. Dat doe je door passie en enthousiasme uit te stralen. Ik ben sinds 1991 76 keer in Sint-Petersburg geweest, maar daarnaast bel ik ook geregeld op zaterdagmorgen met Piotrovsky om even bij te praten. Je moet je relaties zorgvuldig onderhouden."

Ook nu hij met pensioen gaat, wil Ernst Veen helpen bij het verder uitbouwen van de banden tussen Rusland en Nederland. "Wie had dat veertig jaar geleden kunnen denken? Toen moest ik tijdens mijn officiersopleiding in militaire dienst de silhouetten van de verschillende Russische tanks en alle Russische strategieën uit het hoofd leren. Toen was Rusland de grote vijand. Nu heb ik een Russische onderscheiding: de Orde van Vriendschap van de President."

Hoe wilt u de banden tussen Nederland en Rusland versterken?
"Er liggen plannen om van de Hermitage Amsterdam ook een soort Ruslandhuis te maken, een ontmoetingsplek voor wetenschappers en het bedrijfsleven en een plek voor politieke ontmoetingen en debatten."

Is dat niet een zaak voor uw huidige adjunct-directeur, Cathelijne Broers (1968), die uw opvolger wordt?
"Natuurlijk moet ik het loslaten, maar ik blijf nog wel adviseur van het bestuur van de Hermitage en De Nieuwe Kerk. Daarnaast begin ik een eigen bureautje: Ernst Veen, meedenker in cultureel ondernemerschap en projecten. Drie dagen in de week kunnen ze me inhuren. Voor grotere opdrachten ga ik samenwerken met het bureau Xpex. Want ik wil ook tijd overhouden voor mijn vrouw en mijn kleinzoon van vijftien maanden."

Heeft de gemeente Amsterdam u al gevraagd als 'meedenker' bij de verbouwingen van het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum die maar niet afkomen en steeds duurder worden?
"Wie weet... daar zeg ik verder niets over. Maar toen bekend werd dat ik wegging, kreeg ik verscheidene telefoontjes of ik eens wilde komen praten. Ik heb er overigens alle vertrouwen in dat het Rijksmuseum in 2013 en het Stedelijk Museum volgend jaar weer open zullen gaan. Wat ik leuk vind, is dat onze projectleider bij de Hermitage, Pieter van Empelen is ingehuurd voor het Stedelijk Museum. En onze tweede man in het projectteam, architect Hans van Heeswijk doet de verbouwing van het Mauritshuis in Den Haag.

Het is natuurlijk een gotspe om de belangrijkste musea in Amsterdam tegelijkertijd te verbouwen. Dat die verbouwingen dan ook nog eens jaren uitlopen en veel duurder worden, heeft volgens mij ook te maken met het feit dat er niet één opdrachtgever is. Bij het Rijksmuseum zijn dat er zelfs drie, bij het Stedelijk twee. Een heldere organisatiestructuur met korte lijnen is zo belangrijk. En niet te vergeten: betrek mensen erbij die het moeten reali- seren.

Maar het komt wel goed met de musea in Amsterdam. Ik verwacht dat 2013 een renaissancejaar zal worden. Ik heb ook alle vertrouwen in de huidige generatie cultureel ondernemers in Amsterdam: Wim Pijbes van het Rijksmuseum, Axel Rüger van het Van Gogh Museum, Cathelijne Broers van de Hermitage/De Nieuwe Kerk, Simon Reinink van het Concertgebouw. Allemaal veertigers met lef, durf en passie. En Willem Bijleveld van het Scheepvaartmuseum is ouder, maar die past in het rijtje."

Ik hoor niet de naam van Ann Goldstein, directeur Stedelijk Museum.
"Ik vind haar positie zorgelijk. Als directeur van het Stedelijk Museum laat ze zich veel te weinig zien. In die functie moet je je ook in het culturele leven van Amsterdam mengen. Ik hoop dat als het museum klaar is en weer opengaat, de adrenaline en energie alsnog komen. En daarnaast heb ik haar geadviseerd toch ook echt Nederlands te leren. Dat lijkt mij essentieel als je directeur bent van het Stedelijk Museum in Amsterdam."

Tot slot wil hij nog even het schilderij 'De Heilige Familie' (1645) van Rembrandt, uit de collectie van de Hermitage in Sint-Petersburg laten zien. Het wordt zelden uitgeleend, maar De Nieuwe Kerk mag het nu vier weken tonen. Veen: "Een prachtig gebaar van Piotrovsky ter gelegenheid van mijn afscheid. Elke keer als ik in Rusland was, ging ik speciaal naar dit schilderij kij-ken."

Ook de vertrekkende Veen wilde op zijn beurt de Hermitage Sint- Petersburg bedanken voor de jarenlange samenwerking met een bijzondere bruikleen. Op zijn verzoek stuurde het Rijksmuseum 'De Liefdesbrief' (1669-1670) van Johannes Vermeer naar Rusland.

Expositie Jodendom
Directeur Ernst Veen neemt na dertig jaar afscheid van De Nieuwe Kerk met een grote tentoonstelling over het jodendom. Eerder organiseerde hij exposities over het boeddhisme en de islam. Aan de hand van ongeveer vijfhonderd bruiklenen, waarvan de meeste niet eerder in Nederland te zien waren, geeft de expositie 'Jodendom. Een wereld vol verhalen' een beeld van drieduizend jaar joodse religie, kunst, cultuur en geschiedenis. Onder de topstukken zijn onder meer een Dode Zee-rol uit de eerste eeuw voor Christus uit het Israel Museum in Jeruzalem, de oudste complete Torarol en een schilderij van Marc Chagall. De expositie opent 17 december en duurt tot 15 april.

Deel dit artikel