Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een onverklaarbaar drama

Home

Ton van Dijk

Hij was de eerste samenwonende homo die dominee werd in de gereformeerde kerken. Met zijn partner Dick, ook dominee, onderhield Frank J. een intense relatie. Eind september doodde Frank Dick. In hun kerk in Beek-Ubbergen is sindsdien niets meer hetzelfde. Deel 1 van een tweeluik.

Het huis aan de Rijksstraatweg in Ubbergen heet 'het huis van de dominees'. In de vroege nacht van zaterdag 29 september speelde zich daar een drama af. Een drama dat nog niemand begrijpt, kan verklaren, laat staan verwerken. Het is een simpel witgepleisterd huis, aangebouwd aan een iets groter en hoger pand van bruine baksteen. Direct achter de huizen rijst hoog en steil de boomrijke stuwwal op. Die wal wijkt daarna terug voor de weelderige, parkachtige bouwstijl van de lusthoven en villa's die de hoge kant van de Rijksstraatweg van Ubbergen tot voorbij Beek als een kostbaar snoer bekronen. Van het huis van de dominees Frank J. en Dick Piersma reiken de vensterbanken van de woonkamer amper tot kniehoogte boven het smalle trottoir. Het verkeer passeert op armlengte en ooghoogte.

Negen dagen na het drama, de dag van de begrafenis van dominee Dick Piersma, ligt het pad naast het huis vol bloemen, kaarten, briefjes, waxinelichtjes en foto's van Dick. Van zijn zus Baukje een boeket hortensia's. Dicks buurmeisje schrijft: 'Fijne buurman. Mama en papa hebben mij verteld dat jij er niet meer bent. Jij bent nu een sterretje aan de hemel. Ik begrijp het niet goed en vraag de hele tijd waarom? Daar weten pap en mam ook geen antwoord op. Ik heb zelf gedacht dat je bij de kippetjes wilde zijn die door de vos gedood zijn. Gek antwoord in een grote mensenwereld, maar vanavond is er een sterretje aan de hemel dat vertederend glimlacht. Ik zal je missen, Gitte, je buurmeisje en kippenhulpje.'

Durk Jelte Piersma, roepnaam Dick, werd 4 februari 1956 in Dokkum geboren, het tweede kind en de eerste en enige zoon uit een middenstandsgezin. Zijn vader volgde opa op in de zelfbedieningzaak van de familie. Wanneer Dicks drie jaar oudere zus Baukje terugkijkt op haar jeugd ziet ze een doorsnee gezin. Een mooi gezin met eerlijke en oprechte ouders en een fijne, lieve broer. Na Dick kwamen er nog twee dochters, Klarie en Jantina. Dick en Baukje gingen naar de christelijke basisschool Eben Haëzer, Dick daarna naar het lyceum. Na het lyceum besloot Dick theologie te studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Al direct aan het begin van zijn studie leerde hij medestudent Frank kennen. Ze werden verliefd en vormden hun hele studie en in vele jaren daarna een hecht, innig en later ook getrouwd paar. Baukje kan zich niet herinneren of Dick al in Dokkum 'uit de kast' was gekomen. "Het kan langs me heen zijn gegaan. Ik trouwde toen ik 23 was, rond de tijd dat Dick naar Amsterdam vertrok. Toen het bekend werd, was dat niet zo makkelijk voor onze ouders. Maar het is goed gekomen en ik zelf heb er nooit problemen mee gehad."

In 1979 publiceerde de generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland het 'Pastoraal advies omtrent de benadering van de homofiele naaste'. De synode adviseerde plaatselijke gemeenten homo's te aanvaarden en toe te laten tot het avondmaal en de kerkelijke ambten. Hoewel de synode geen absoluut gezag draagt, leek het standpunt een steun in de rug voor homo's in de kerk. In liberale, 'verlichte' kringen heerste die mening al. Op de VU was de homoseksualiteit van Dick en Frank geen probleem. Hoogleraar dogmatiek Aad van Egmond, destijds universitair docent: "In hun studie mocht dat dan geen enkel probleem zijn, maar in hun latere carrière verwachtten zij wel degelijk weerstand. Frank en Dick waren twee heel goede vrienden van elkaar en zeer sympathieke studenten. Frank leek mij de zachtere van de twee, ook de vrolijkere. Niets tendeerde in die jongen naar geweld. Dick was serieuzer, probeerde zich over heel veel zaken een eigen mening te vormen. Hij vond dat ik soms te ver ging in bepaalde standpunten, dat leverde pittige discussies op."

Het gezin
Franklin Willem J., roepnaam Frank, werd 18 juni 1957 in Maassluis geboren en groeide op in Amersfoort waar zijn vader onderwijzer was. Het gereformeerde gezin J. is spiegelbeeldig aan dat van Piersma: drie broers en één zus. Frank wilde in zijn gymnasiumtijd archeologie studeren, maar liet die studie vallen omdat er geen droog brood in te verdienen viel. Door gesprekken met zijn vader en de wijkpredikant kwam hij bij theologie terecht. In 1975 vertrok hij naar Amsterdam. Frank ervoer de studie als een boeiende ontdekkingstocht. Zijn start was een enerverende tijd met heimwee naar huis, beginnersmoeite met de studie, het vinden van nieuwe vrienden en vriendinnen en het overweldigende van een stad als Amsterdam. Gelukkig was Dick er.

Op de Kerkberg in Beek-Ubbergen verheffen zich twee kerken, de kleine en de grote Bartholomeus, allebei vernoemd naar de apostel. De kleine Bartholomeus is het kerkje waar zowel Frank als Dick hun gemeente 'De Landwijk' zijn voorgegaan. De grote kerk is de rooms-katholieke kerk. Pastoor Henk Janssen had een goede band met dominee Piersma. Als ze elkaar tegenkwamen, zwaaiden ze naar elkaar of stapten even af voor een praatje. Ze werkten samen bij de gemeenschappelijke vieringen rond 4 mei en 17 september, de herdenking van het begin van de operatie Market Garden. "Dick had moeite met de scheiding tussen de kerken, het ging hem meer om de kern. Dat ik katholiek was en hij protestants, daar moesten we maar vlug overheen stappen. Er is één God en die hebben wij te dienen en te eren. Hij was oecumenisch ingesteld, hij had een zwak voor Maria, hij vond dat de moeder van God er in het protestantse denken maar bekaaid afkwam."

De kleine Bartholomeus, uit 1286, is van oorsprong een eenbeukige kapel en met een aangebouwde toren. Een sober, aandoenlijk kerkje met een versmalde koorpartij en een kleine uitbouw. Nadat de vrijheid van godsdienst in 1795 een grondrecht werd, deelden de hervormden de kleine Bartholomeus met de katholieken.

Oecumene avant la lettre zou je kunnen zeggen, 's ochtends was de kerk voor de katholieken, 's zondagsmiddags voor de protestanten. Het simultaangebruik van de kerk had tot gevolg dat niemand verantwoordelijkheid nam voor het onderhoud. De kleine Bartholomeus werd zo bouwvallig dat de protestanten zich terugtrokken op de Ubbergse kapel en de katholieken naast de kerk een houten loods lieten bouwen. In 1825 begon, met een rijkssubsidie naar beschikking van koning Willem I, de bouw van de grote, katholieke Bartholomeus, hogerop de Kerkberg. Die kerk is ruim en weelderig. Wanneer voorzien wordt dat de kleine Bartholomeus geen plaats genoeg heeft, mag de protestantse gemeente uitwijken naar de grote broer.

Twee verhalen
Niet altijd was de communicatie tussen beide kerken exact op elkaar afgestemd. In de nacht van vrijdag op zaterdag, 29 september 2012, werd dominee Dick Piersma dood aangetroffen in zijn bed. Die zaterdagmiddag kwamen de predikanten en betrokken kerkenraadsleden van de protestantse gemeente Nijmegen bij elkaar. Bij de zondagsdiensten moest een verklaring komen. Er werd een protocol opgesteld. Officieel was nog niet bekend dat Dicks echtgenoot Frank als mogelijke dader was aangehouden, onofficieel wel. Men liet het onvermeld. Pastoor Janssen, krap honderd meter hoger in 'zijn' kerk, wist van geen protocol en vermeldde wel dat Frank, de andere dominee, verdacht werd.

Een internationale, gereformeerde studiecommissie vond in 1988 dat de gereformeerde kerken in Nederland homoseksuelen in de kou lieten staan doordat ze homoseksualiteit goed- noch afkeurden. In het boekje 'Wie ben ik dat ik dit NIET doen mag' (1987) vertellen zes homotheologen over hun pijnlijke en frustrerende ervaringen om een plaats in de kerk te verwerven. Twee van hen, Frank J. en Menno Rougoor, worden later ook geïnterviewd in het radioprogramma 'Homonos'. Homoseksuele dominees kunnen hoogstens werk vinden als godsdienstleraar of in instituten als bejaardentehuizen en ziekenhuizen. Het echte gemeentewerk blijft voor velen onbereikbaar, ondanks het feit in de jaren tachtig bijna een kwart van de gereformeerde kerken een vacature kent. Wanneer de kandidaten openhartig zijn over hun homoseksualiteit, horen ze niets meer van de beroepingscommissie of krijgen ze min of meer schuldbewust de mededeling dat de beroepingscommissie op zich niet tegen is, maar dat de gemeente 'er nog niet klaar voor is'. Het zou het jeugdwerk kunnen schaden, ouders willen niet dat hun kinderen op catechisatie gaan bij een homo. Anoniem worden ze uitgescholden voor vieze slechteriken, sodomieten. 'Heb je je al laten testen op aids, want je bent een groot gevaar voor de kerk en voor de samenleving', krijgt Rougoor te horen.

Uit de kast
De ervaringen van Frank J. zijn minder heftig. Al in zijn studietijd gaf Frank 'levensbeschouwelijke vorming' aan een mbo-school in Amsterdam. Ook Dick, nog niet afgestudeerd, werd godsdienstleraar, aan het Hervormd Lyceum in de hoofdstad. Frank had zijn zinnen gezet op predikant worden in een gemeente. In een klinisch-pastorale training in het VU-ziekenhuis liet professor J.C. Schreuder hem voelen wat het was om pastor te zijn. Zij overtuigde hem dat de beleving van je mens-zijn voor je werk als pastor van wezenlijk belang was. Frank wilde zijn homoseksualiteit niet ontkennen door de 'koninklijke weg' te kiezen; in onthouding leven ter wille van de Heer. 'Hoe zou ik een integer pastor kunnen zijn als ik een stuk van mijzelf zou moeten verbergen, mijn liefde voor een andere man?', schreef hij in zijn bijdrage aan 'Wie ben ik dat ik dit NIET doen mag'. Al tijdens zijn studie had Frank contact met de gemeentes Wormerveer, Burgh-Haamstede, Edam en Anna Paulowna. De meeste gesprekken leken bemoedigend. Alleen Edam was zeer negatief: 'Een homofiele predikant zou splijtend werken, de mensen zouden de kerk uitlopen. Trouwens, wie wil er nog met zijn huwelijksproblemen bij u komen?' Toch eindigden ook de andere sollicitaties negatief. Men wilde liever een predikant met meer ervaring. Of een getrouwde predikant, immers de vrouw naast de predikant vervult een belangrijke rol in de gemeente.

Die bezwaren golden minder voor de protestantse gemeente Nijmegen. In de Samen-op-Weg-gemeente De Landwijk in Beek-Ubbergen en Berg en Dal en de 'lage' dorpen Leuth, Ooij, Kekerdom, Millingen en Erlecom zou een vacature komen. Nog voor zijn afstuderen kreeg Frank contact met de gereformeerde kerk van Nijmegen. Frank roemde de zorgvuldigheid waarmee Nijmegen handelde. Tijdens de beroepingsprocedure publiceerde het kerkblad Over en Weer vijf opeenvolgende stukken van theoloog Jan Heine onder de titel 'Over homofilie gesproken'. In die stukken werd met geen woord gerept over een eventuele aanstelling van een homoseksuele predikant. Heine probeerde aan de hand van bijbelteksten de negatieve visie over homoseksualiteit bij te stellen. Hij stelt kort gezegd dat de bekende bijbelse passages tegen homoseksualiteit (zoals Leviticus 18 en Romeinen 1) een ontspoorde seksualiteit bedoelen, maar niet een homoseksuele relatie waarin liefde en trouw centraal staan. Heine haalde en passant flink uit naar tegenstanders in die dagen: 'Het verwoestend, van alle pastorale verantwoordelijkheid gespeende werk van de Evangelische Omroep en aanverwante organisaties'.

De protestantse enclave
In een overwegend katholieke omgeving lopen niet alle protestanten in het leven van alledag te koop met hun geloofsovertuiging. Toch is er alles voor te zeggen dat betrekkelijk kleine protestantse enclaves in een overwegend katholiek gebied tamelijk liberaal van karakter zijn. In ieder geval gold dat voor Beek-Ubbergen. De beroepingscommissie en de kerkenraad van De Landwijk wikten en wogen zorgvuldig. Een ouderling en zijn vrouw bleven tegen. Zij stapten uit de gemeenschap, maar werden heel goed opgevangen door een collega-dominee van een naburige gemeente. Ook een ander lid van De Landwijk bleef ernstige twijfels houden, maar kon de benoeming niet tegenhouden. Toen Frank eenmaal in functie was, werd de vrouw van de opponent ongeneeslijk ziek. Frank begeleidde haar en haar man, en de mening van het echtpaar over hem draaide om als een blad aan de boom.

Op 5 oktober 1986 bevestigde goede vriend dominee Van der Meulen uit Den Helder Frank in de Opstandingskerk te Nijmegen in het ambt van predikant. Het werd een gedenkwaardige dienst. Frank en Dick zaten als een paar in twee grote stoelen. Gasten kwamen van heinde en ver, vrienden en studiegenoten uit Amsterdam, enkelen op motoren getooid met roze strikjes. Het koor zong prachtig, er werden veel goede en hartelijke woorden gesproken en de felicitaties duurden lang. In het kerkblad bedankte Frank voor de feestelijke en onvergetelijke dag. Frank J. is dan de eerste beroepen, homoseksuele en samenwonende dominee in een gereformeerde kerk in Nederland.

Ontkerkelijking
De ontkerkelijking gaat ook aan Nijmegen en omstreken niet voorbij. Volgens cijfers uit de gemeentegeschiedenis noemde in 1840 67,6 procent zich katholiek en 30,3 procent protestants. Vooral het protestantse aandeel in de bevolking daalde snel. In 1960 waren de percentages respectievelijk 80,5 tegen 12,1. De meest recente cijfers zeggen dat de protestantse gemeente Nijmegen 1600 belijdende leden telt en ruim 2700 doopleden. De Landwijk omvat met enkele honderden leden een klein deel daarvan. De gemeente is te klein voor een fulltime dominee. Frank kreeg een aanstelling van 40 procent. Frank en Dick kochten het huis aan de Rijksstraatweg, Dick werd huisman, ze settelden zich, namen kippen en Jacco kwam, een Jack Russel terrier. Toen het naast hen aangebouwde huis, in gebruik als studentenhuis, te koop kwam, kochten zij dat erbij als belegging.

Voor een jonge predikant, vers in het vak, is een gemeente die betrekkelijk klein is in getal, maar uitgestrekt in oppervlakte, een zware taak. Een deeltijdaanstelling is snel overschreden. Toen al werd in kleine kring bekend dat Frank geestelijk niet altijd even sterk in zijn schoenen stond. Ook in de gemeente sijpelde die wetenschap door. Tijdens een kerstviering barstte hij plotseling in snikken uit. Frank zou manisch-depressief zijn, werd gesuggereerd. Medicijnen ondersteunden hem en heel vaak en heel lang ging het goed. Dick was zijn grote steun. Ze bereidden samen preken voor, Dick hielp hem waar hij kon. In die tijd gingen ze al eens naar de Franse oecumenische broederschap Taizé om geestelijk bij te tanken. In de gemeente viel geen onvertogen woord over zijn predikantschap. In het radioprogramma 'Homonos' vertelde Frank dat, hoewel hij natuurlijk niet precies wist hoe de leden thuis en buiten de dienst of huisbezoeken om tegen hem en Dick aankeken, hij het gevoel had goed geaccepteerd te zijn. Dat kwam volgens hem omdat de mensen zagen dat hij en Dick het goed hadden, in een bestendige, monogame relatie. Voor een dominee met wisselende seksuele contacten, hetero of homo, zou de situatie heel anders liggen.

Frank hoefde niet de rol te spelen van de stoere gelovige dominee die geen twijfels kende en deed of hij de wijsheid in pacht had. Hij kon op de preekstoel zijn twijfels en die van anderen verwoorden, want twijfel was voor hem ook een deel van het geloof. Grappig was het plan om Dick te introduceren in de kring van de echtgenotes van de dominees in Nijmegen. Bij algemene vergaderingen was het de gewoonte dat de vrouwen van de predikanten bij elkaar kwamen tot hun echtgenoten zich weer bij hen aansloten. In principe zou ook Dick daar welkom zijn. Door omstandigheden is het er nooit van gekomen.

Ruim vier jaar ging Frank zijn gemeente voor. Toen werd hij geestelijk verzorger in het bijna zevenhonderd bedden tellende Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ). Misschien dat de mooie herinnering aan zijn training in het VU-ziekenhuis hem trok, misschien was het vele werk in De Landwijk en bij 'De Vijverhof' hem te zwaar, misschien was zijn beslissing om De Landwijk te verlaten een combinatie van beide. Roostertechnisch leek het werk in het CWZ overzichtelijker. Maar de mentale druk is voor een ziekenhuispastor zwaar. De vele één-op-ééncontacten vergen veel inleving, het gaat bijna altijd over lichamelijke en geestelijke ellende; ziekte, dood, nabestaanden. Er zijn weinig vrolijke momenten zoals bij huwelijken of geboortes.

Voor De Landwijk brak een periode aan van vacatures, domineewisselingen en consulenten ad interim. Perla Akerboom volgde Frank op in De Landwijk. Hij stond in de stromende regen met een grote bos bloemen bij haar op de stoep om haar succes te wensen. "Wat geweldig Perla dat jij het wilt doen." Akerboom is predikant in deeltijd van de Evangelisch-Lutherse gemeente Nijmegen. Zij was de eerste vrouwelijke predikant in Nijmegen. Ook dat was nog niet alom aanvaard, maar in Beek-Ubbergen na Frank geen probleem. Zij werd gevraagd. Het huis van God is een hotel met vele kamers, maar Akerboom is luthers, is dat niet die stroming waar allerlei liturgische poespas een rol speelt? Zou zij wel bijbels genoeg prediken? Akerboom: "Ik zou niet weten hoe anders te preken. Frank had al enige liturgische vormgeving ingebracht, afwisseling van woord en muziek, wisselwerking tussen voorganger en gemeente, meer levendigheid in de diensten."

Moeizame samenwerking
De meerderheid in De Landwijk dacht dat het wel zou klikken met haar. Toch wrong het. Een Amsterdamse predikante, het hart op de tong. Akerboom: "Niet iedereen liep met mij weg. Je hebt nu eenmaal een bepaald karakter en een bepaalde manier van optreden. In het algemeen hebben kerkenraden soms de neiging te denken dat zij de baas zijn van 'hun' dominee. Het zijn hardwerkende vrijwilligers, maar de een raakt de snaren beter dan een ander. Op het laatst was er twijfel of ik genoeg huisbezoeken deed, of ik mijn 40 procent wel volmaakte. Men vroeg of ik wilde gaan tijdschrijven. Ja, dan is er argwaan, dan is het vertrouwen weg."

Perla Akerboom denkt dat ook Frank daar mee te maken had gehad: "Hij sprak in understatements over hoe bepaalde mensen vinden dat je als dominee in een gemeenschap moet functioneren. Hij vond het naar voor de goedwillende leden van de gemeente dat het 'mislukt' was." Zij herinnert zich dat Frank overspannen is geweest en een tijdje op non-actief heeft gestaan. "Je bent geestelijk leider, maar hoe ga jij zelf met je geestelijke bagage om? Word je meegesleurd in alle perikelen over geld, tot en met het lekkende dak van de kerk? In zo'n kleine gemeente komt veel op de predikant neer. Zoveel soms dat je aan je eigenlijke taak, het laten zien van geloof, steun, trouw en liefde, niet toekomt. Als je dan ziek bent, dan worden dingen je te veel, dan moet je dat maar aankunnen." Akerboom vraagt zich af of niemand toen en nu die signalen heeft opgevangen. Zij zou wel iets zien in een betere begeleiding van dominees. Er bestaat een soort coaching, maar daar moet je jezelf voor aanmelden. Het is net als met huisartsen, die gaan ook niet naar de dokter.

Gert Labots (57) nu predikant in Renswoude, leidde na Perla Akerboom De Landwijk van 1999 tot 2001. Hij ging weg 'wegens persoonlijke omstandigheden'. Labots wil daar best op ingaan. "Intermenselijk had ik het naar mijn zin. Men had ook vertrouwen in mij, maar er zat een weeffout in de werkconstructie. Om mij 100 procent te kunnen betalen was mijn functie samengesteld uit drie deeltijdfuncties. Dat was niet makkelijk. Buiten het vaste programma van kringwerk, bezoeken, oecumenische middagen en zangbijeenkomsten, kwamen daar begrafenissen bovenop, soms wel twee in de week. Men vond dat ik die begrafenissen dan maar in mijn eigen tijd moest doen. Ik kwam in een situatie dat ik targets moest halen, zoveel bezoeken, zoveel dit, zoveel dat. In de praktijk kun je in crisispastoraat dermate tijdslurpende dingen meemaken dat die schema's niet werken."

Een dominee uit duizenden
Labots ging weg. Dominee Jan Waagmeester begeleidde de beroepingscommissie. In die commissie was de naam van Dick Piersma al eens gevallen. Natuurlijk kende men de echtgenoot van Frank. Dick was nog steeds niet afgestudeerd. Hij runde het studentenhuis naast hen en was huisman. Van Frank waren alleen zijn zelfgedraaide gehaktballen beroemd, Dick nam het leeuwendeel van het huishouden op zich en zorgde behalve voor Frank ook jarenlang voor Harmen. Het paar had zich het lot aangetrokken van een student die een moeilijke periode in zijn leven doormaakte. Zij adopteerden Harmen als het ware en gaven hem zorg tot hij, al weer enige jaren geleden, zelfstandig kon gaan wonen.

Waagmeester polste Dick Piersma - zou de vacature in Beek-Ubbergen niet wat voor hem zijn? - en spoorde Dick aan om zijn studie alsnog af te ronden. Waagmeester: "Hij leek mij uitermate geschikt als voorganger op die plek. Dick was niet zo jong als Frank indertijd, hij was iemand die in de loop van zijn eigen leven alle vragen die bij het geloof gesteld kunnen worden, zichzelf gesteld had. Fundamentele vragen. Wie is God, wat is God, waar hebben we het dan over? Bestaat Hij? Is Hij er? Over alle mogelijke vragen over leer en leven en kerkelijke traditie had Dick nagedacht en alle vragen waren door zijn ziel gegaan. Dat schept ruimte. Mensen hadden bij hem het gevoel dat het ergens over ging, dat hij luisterde en hen ook snapte."

Dick pakte zijn studie op om alsnog af te studeren. Hij liep stage bij Jan Waagmeester in diens Maranathakerk in Nijmegen. Pinksteren 2005 werd Dick Piersma bevestigd als predikant van de protestantse gemeente Nijmegen, parttime in De Landwijk.

Er brak een bloeitijd aan in de gemeente. Piersma bleek een dominee uit duizenden.

Lees ook deel 2: Een idylle die fataal bleek



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie