Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een ontroerende terugblik van een verhalenverteller

Home

DORIEN PELS

'Het leven van Gied Jaspars', morgenavond van 21.29 tot 21.54 uur, Ned. 3.

Hij is een verteller, ik ben een luisteraar, zegt Bromet in de inleiding van de zesdelige serie 'Het leven van Gied Jaspars', waarvan morgen de eerste aflevering te zien is. Dertig jaar geleden zaten ze samen op de filmacademie in Amsterdam. Jaspars is nu 55 jaar en net bekomen van een operatie en een serie bestralingen. Hij vertelt zonder haperen over zijn jeugd in vloeiende, soms poëtische volzinnen. De enige keer dat er een stilte valt is als hij vertelt over zijn ziekte. Twee jaar geleden werd darmkanker geconstateerd, net op het moment dat hij in een pittoreske molen langs het Gein was gaan wonen, samen met zijn vrouw. Hij zegt nu weer een beetje 'opgekalefaterd' te zijn. “Toch is mij het einde aangezegd en dat valt niet mee.”

Jaspars begon als programmamaker in 1971 samen met Wim T. Schippers, Ruud van Hemert en Wim van der Linden met de 'Fred Haché Show' voor de VPRO. Later volgden Barend Servet en Sjef van Oekel. Een aantal jaren werkte hij mee aan de KRO-talkshow 'In de keuken van Berend' met Berend Boudewijn. “Je zit net te vertellen over dood en ellende en 'ik houd het niet langer' en dan: sorry, de aardappelen koken. Zo is het leven ook”, verklaarde Jaspars destijds de formule. Ook bezat hij een hologrammen-galerie en was hij televisie-producent.

Op zijn vijftigste besloot hij verhalenverteller te worden. Hij maakte het radioprogramma 'Ontmoetingen met de natuur', dat in 1992 en 1993 werd uitgezonden door de VPRO. Na een wandeling werkte hij zijn indrukken ter plekke voor de microfoon uit in een verhaal. Ook de latere radioserie 'Perikelen uit het leven van een romanticus' bestond uit vertellingen.

Morgenavond kijkt Jaspars terug op zijn jeugd in een dorpje in Zuid-Limburg, Hij vertelt over de heuvels waar hij als kind onbezorgd speelde en waar zijn liefde voor de natuur begon. Hij was “oud genoeg om net iets van het leven te weten, maar te jong om je zorgen te maken”. Tijdens zijn puberteit raakte hij hopeloos vervreemd in de bekrompen sfeer van zijn familie en het dorp (“nooit kwam je dichterbij dan vla eten en koffie drinken”) en door het gebrekkige contact met zijn ouders.

“Ik ben veertien en ik lees boeken die zij nooit zullen begrijpen, ik ben zestien en ik denk dingen waar zij nooit over praten. Ik ben achttien en ik weet dat ik hier weg moet. Vaarwel huis van misverstanden, vaarwel en tot nooit meer.” Slechts twee keer hoeft Frans Bromet een vraag te stellen, verder is het een ontroerende, maar soms ook humoristische monoloog van iemand die zich met recht verhalenverteller mag noemen. De jaren-zeventigklanken van de gitaar en mondharmonica van Boudewijn de Groot versterken het hoge weemoedgehalte.

Deel dit artikel