Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Een ontroerende expositie van joods textiel

home

COKKY VAN LIMPT

AMSTERDAM - De expositie 'Joods van stof, Verhalend textiel uit eigen collectie' is een van de vele activiteiten waarmee het Joods Historisch Museum dit jaar zijn tienjarig jubileum viert.

Het museum bestaat al sinds 1932, maar verhuisde tien jaar geleden van het Waaggebouw op de Nieuwmarkt naar het gerestaureerde Hoogduitse synagogencomplex aan het Jonas Daniël Meijerplein. Deze mooie, indrukwekkende huisvesting, een collectie die steeds groter en rijker werd en tentoonstellingen van faam hebben het museum inmiddels een grote bekendheid gegeven in binnen- en buitenland.

Van het oorspronkelijke museumbezit van 758 textiele objecten werden er na de oorlog ongeveer 150 teruggevonden. Inmiddels is de collectie weer aangegroeid tot ruim 450 voorwerpen, waarvan er over de 100 op de expositie te zien zijn. Tijdens de heropbouw van de collectie, die begon halverwege de jaren vijftig kreeg het museum onder meer een aantal kostbare achttiende eeuwse Toramantels (mantels die om de Torarollen worden gehangen) in bruikleen van de Portugees-joodse gemeente van Amsterdam.

Eind jaren vijftig kwamen de eerste oorlogsdocumenten binnen, een verzameling die nog steeds groeit. Op de tentoonstelling zijn ontroerende voorwerpen uit deze verzameling te zien. De ceintuur van Leontine de Jong (1931) bijvoorbeeld. In het doorgangskamp Westerbork maakte zij deze, in de handwerklessen van de 'huishoudschool', van lapjes die na de transporten waren achtergelaten. Als versiering koos zij taferelen die op haar de meeste indruk maakten: het prikkeldraad en barak 85, de plaats waar zij 'woonde'; de klompen die de Ordedienst droeg; het kacheltje waarop je soms iets extra's mocht bakken en het olifantje, omdat een vriendin bij de 'speelgoedindustrie' werkte.

Andere aanwinsten van het museum werden verkregen door de opheffing van een groot aantal gedecimeerde joodse gemeenten na de oorlog. Fraaie voorhangen (kleden die voor de Heilige Arke worden gehangen - een kast waarin de Torarollen zijn opgeborgen), Toramantels en talliets -gebedsmantels- maken een groot deel van de collectie en van de expositie uit.

Maar het zijn vaak de kleinere gebruiksvoorwerpen, die weten te ontroeren, zoals de al genoemde ceintuur en de aandoenlijke speldenkussens, die vaak cadeau werden gegeven bij de geboorte van een kind. Zo'n speldenkussen maakte onderdeel uit van de luiermand - het was een pronkstuk, dat waarschijnlijk niet als speldenkussen werd gebruikt. Meestal stond er met spelden een tekst opgeprikt: 'Welkom lieve kleine', 'Welkom in dit leven' of 'Mazzel Tov' (veel geluk).

Minstens zo ontroerend is de broche van de Weense zusjes. Medewerkster van het museum Julie-Marthe Cohen, die de sociale en cultuur-historische achtergrond van veel objecten heeft trachten te achterhalen, vertelt de geschiedenis van deze piepkleine broche, bestaand uit twee miniatuurslofjes hangend aan een al even nietig hartje.

“De broche werd gemaakt door twee Weense zusjes, Irma en Gertie, voor de Nederlander Baars. De zusjes maakten deel uit van een lopend transport, dat onder leiding van de kampbewakers van Bergen-Belsen op de vlucht was geslagen voor de oprukkende geallieerden. Nabij de Duits-Poolse grens werden de meisjes bevrijd door Baars en nog een Nederlander, die kort daarvoor, als krijgsgevangenen op weg naar Rusland, bij de rivier de Oder hadden weten te vluchten. Baars was de zoon van een schoenmaker en had twee paar schoenen gemaakt voor de zusjes. Als dank maakten de zusjes de broche van een leren kokertje van een Tora- of Esterrol. Ze zeiden tegen Baars: 'we willen iets van onszelf geven, van wat we zelf zijn'.”

De conservering van het textielbezit van het Joods Historisch Museum, even onontbeerlijk als tijdrovend en duur, heeft bijna 24 jaar geduurd. Ze begon in 1974 in het restauratie-atelier van Cecilia Niers in Amsterdam en werd gefinancierd door de Rijksoverheid, vanaf 1994 in het kader van het zogenaamde Deltaplan, opgezet ten behoeve van het behoud van het Nederlandse culturele erfgoed.

Met de voltooiing van dit conserveringsproject ziet ook de eerste bestandscatalogus van het museum het licht. In Orphan objects, Facets of the Textiles' Collection of the Jewish Historical Museum, Amsterdam, een uitgave van Waanders, Zwolle, zijn 450 objecten van textiel geïnventariseerd, waarvan er ruim100 uitgebreid worden beschreven.

De sociale en cultuur-historische beschrijving komt voor rekening van Cohen. Maandenlang heeft zij aan de telefoon gehangen om (familie van) gevers van objecten op te sporen, teneinde meer te weten te komen over de geschiedenis van de voorwerpen. “Hoe gingen mensen met textiel om, wanneer werden voorwerpen geschonken, welke invloed had het socialisme op het schenkerspatroon, in hoeverre had men een binding met wat (voor-)ouders schonken etcetera. Vooral naar die aspecten, de verhalen achter de textiel, heb ik onderzoek gedaan.”

Het technische onderzoek van de textiele voorwerpen is uitgevoerd door een textielexpert van het Victoria & Albert Museum in Londen, Natalie Rothstein. Uit haar studie bleek dat ceremoniële voorwerpen, zoals voorhangen, soms waren vervaardigd van kostbare kledingstof. Op een negentiendeeeuwse voorhang, ooit gebruikt in de Obbene Sjoel en door de schenker opgedragen aan zijn overleden vrouw, zijn bijvoorbeeld nog de coupenaadjes te zien van de oorspronkelijke jurk.

Cohen: “Tot de negentiende eeuw werden ceremoniële voorwerpen vaak gemaakt van gebruikte stoffen. Volgens de rabbijnen was dit hergebruik geoorloofd, mits de textiel werd 'opgewaardeerd', 'heiliger' gemaakt.” Zo kon dus een wandkleed, een beddensprei of een jurk van kostbare kledingstof een tweede leven krijgen in de synagoge.

De expositie eindigt bij een uitstalling van weeshuispulletjes en poppetjes, die joodse wezen voorstellen. Cohen legt uit waarom. “De tentoongestelde voorwerpen zijn eigenlijk allemaal wees: uit hun omgeving losgerukt en overgebracht naar een nieuwe context, het museum, waar anderen zorg voor ze dragen. In deze epiloog van de tentoonstelling wordt de metafoor duidelijk, die gebruikt is voor de titel van de catalogus: Orphan objects.”

Expositie 'Joods van stof', Joods Historisch Museum, t/m 19 oktober; dagelijks geopend van 11 tot 17 uur, behalve 11 oktober (Grote Verzoendag).

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.