Een omstreden washok voor moslims

home

Marije van Beek

Hogeschool Windesheim vond het gênant dat moslimstudenten zich voor het bidden moesten reinigen in het invalidentoilet. De school richtte een kleine wasruimte in. Reden voor de PVV om Kamervragen te stellen.

Timur en Emin in de rituele wasruimte die de Hogeschool in een hoekje van de garderobe inrichtte. (HERMAN ENGBERS)

Net toen hij op het punt stond om de deur uit te gaan naar zijn bijbaan, kreeg Timur Aslan een sms’je: ’Je wordt beroemd, je staat in de Telegraaf’. De bouwkundestudent aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle stond op een foto en een filmpje voor de website van de krant. Hij liet er zien hoe hij de islamitische rituele wassing voltrekt, in de onlangs gebouwde wasruimte op zijn school: een donker hokje ter grootte van een klein toilet, met twee stoelen, één lage wasbak en een handdoekautomaat.

Op de website van de krant stroomden meer dan duizend reacties binnen. Niet lang daarna kwam de Partij voor de Vrijheid met Kamervragen. Want, stelt de partij, zo’n wasruimte op school is ’tekenend voor de voortschrijdende islamisering van het onderwijs’. Hoe gaat de minister het hokje zo snel mogelijk wegkrijgen?

Timur (22) kan er de humor wel van inzien. „Ik moest lachen. Toen binnen een paar minuten al zo’n zeshonderd reacties op de website van de Telegraaf binnenstroomden, voelde ik meteen aan: de PVV gaat het hier over hebben.”

Twee à drie keer per dag bidt Timur op school, in de multireligieuze gebedsruimte het ’Heim’. Tot voor kort moesten de Zwolse moslimstudenten hun verplichte rituele wassing voor het gebed verrichten op het invalidentoilet – reden voor de school om een hoekje van de garderobe om te bouwen tot rituele wasruimte. „Het wassen is een plicht”, zegt Timur. „In gebed moeten wij rein voor God staan. Een toiletbezoek bijvoorbeeld, of een bloedend wondje, maakt je onrein.”

Timur kan zich nog niet goed voorstellen dat de wasruimte straks in de Tweede Kamer besproken wordt. Zijn medestudent Emin Humet (21) valt hem bij: „Het gaat om een wasruimte van twee bij twee meter. Waar maken ze zich druk over? De PVV is bezig met zo’n hokje, terwijl er veel dingen zijn waar ze zich zorgen om zouden moeten maken. De economische crisis, bijvoorbeeld.”

Dat de studenten om het gebeurde kunnen lachen betekent niet dat het ze helemaal koud laat. Emin: „Het raakt je wel. En ergens doet het toch wel pijn. Want hoe kom je erop? Waarom maak je er zoiets groots van? Ik heb respect voor iedereen, ook voor Geert Wilders. Als hij denkt dat ik een terrorist ben, mag hij dat denken. Maar ik zit hier gewoon op de hogeschool, en probeer een goede Nederlander te zijn.”

Met sommige reacties op de site van De Telegraaf waren Timur en Emin het ronduit eens. „Je leest veel: ’Als ik in een islamitisch land een kerk wil bouwen, mag dat ook niet, dus waarom zouden we moslims hier een washok geven?’ Dat is waar. Bij de mensen die daar de touwtjes in handen hebben is het islam voor en na, en de rest boeit ze niet. Maar je moet het omdraaien: islamitische landen zouden een voorbeeld moeten nemen aan onze school.”

Er zijn ook studenten van Windesheim die zich uitspreken tegen de rituele wasruimte. Vooral omdat ze het zonde van het geld vinden. Lynn Luchtenberg (19): „Dat de PVV over islamisering begint, is onzin. Want christelijke mensen hebben ook kerken. Dan kan een washok voor moslims ook wel.” Maar ze is het eens met haar medestudente Nathalie Wijnen (19), als die zegt: „Het geld vind ik wel een punt. Want onze studiefinanciering moet misschien worden stopgezet, maar zij krijgen wel weer zo’n hok.”

Het initiatief voor de wasruimte kwam van Bert Koetsier, studentenpastor aan de Zwolse hogeschool. Hij komt net uit een radiodebat met politicus Marco Pastors, van Leefbaar Rotterdam. “Ook hij zegt dat het onderwijs islamiseert, door de komst van één enkele wasruimte” , doet Koetsier verslag. „Maar het is juist een christelijk gebaar. Van verdraagzaamheid en gastvrijheid, en uiteindelijk van liefde. Als onze moslimstudenten met zijn drieën uit het invalidentoilet kwamen, werden ze raar aangekeken. Mensen kunnen wel denken dat ze er ik-weet-niet-wat uitvoeren. Wij vonden dat een gênante situatie. Het toilet vinden wij geen waardige plek voor een rituele reiniging. Als we deze mensen serieus willen nemen, moeten we ze niet in een toilet stoppen als ze zich ritueel willen reinigen. Of ze afschepen met een kraantje dat daar niet voor bedoeld is.”

Volgens Koetsier wil Windesheim ’een wereld scheppen waarin mensen waardig kunnen leven’. Daar hoort ook bij dat mensen rekening met elkaar houden, en leren samen te leven. „De Telegraaf bombardeerde de wasruimte tot een plek uitsluitend voor moslims. Maar dat is niet zo. Het is een ruimte voor iedereen die zich ritueel wil wassen. Dat hebben we de moslimstudenten heel duidelijk te verstaan gegeven. Niemand kan hier zeggen: ’wij trekken ons terug in ons eigen hokje’.”

Dat niet alle studenten de komst van de wasruimte toejuichen, weet Koetsier. „Studenten met een reformatorische achtergrond vinden dat wij onze christelijke identiteit verdoezelen. Zij hebben sterk het gevoel dat hun eigen geloof bedreigd wordt, en vanuit die gedachte nemen ze een oppositionele houding in tegenover anderen. Van mij hoeven zij hun christelijke identiteit niet te verloochenen, maar ze moeten wel leren er anders naar te kijken. Moslims zijn nu eenmaal onderdeel van onze cultuur.”

„De school heeft gewoon een potje voor dit soort voorzieningen”, vervolgt Koetsier. „De verbouwing heeft zo’n 8.000 euro gekost. Het meeste geld is gaan zitten in de afvoer – die moest via het plafond worden aangelegd.” Hogeschool Windesheim registreert de religieuze achtergrond van de studenten niet. „Wij schatten dat er enkele honderden moslims zijn”, zegt Koetsier. „Zij bidden niet allemaal en lang niet iedereen houdt zich aan de wasrituelen. Dat zijn er maar enkele tientallen.”

Terwijl Timur en Emin ter voorbereiding op het gebed de sokken van hun hielen stropen, hun voeten in de wasbak plaatsen en het water tussen hun tenen door laten stromen, dient ook een moslimstudente zich aan. Fatima, gehuld in een gewaad waarbij alleen haar gezicht en handen te zien zijn. Ze komt liever niet met haar achternaam in de krant, maar wel wil ze een kritische noot kraken. Onder aan de wasruimte is een strook van zo’n dertig centimeter open. „Ik ben al heel dankbaar hoor”, zegt de studente, „maar als ik me was kun je van buitenaf wel mijn blote voeten onder het hokje door zien. Nu moet ik altijd mijn tas ervoor zetten.”

Gaat de studentenpastor daar nog iets aan doen? Koetsier: „Naar kinderziektes kunnen we nog kijken. Er moet bijvoorbeeld ook nog een lampje in. Als het meisje dat wil, timmeren we het schotje alsnog dicht.”

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie