Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een ochtendritueel in een natte stad

Home

Wim Boevink

© Wim BoevinK
Klein Verslag

Grijs was het gisteren, en regenachtig. De wind vlagerig en koud. Ik ondernam mijn ochtendritueel, nam de trein naar Centraal, en inspecteerde bij de Ako het rek met de buitenlandse kranten.

De Frankfurter Allgemeine had een foto op de voorpagina van een Britse provisiekast; naar het schijnt zijn er op dat eiland mensen die zijn begonnen met het hamsteren van levensmiddelen, afkomstig van het continent.

Lees verder na de advertentie

Ik besloot de krant niet te kopen maar hem in de bibliotheek te gaan lezen; wel nam ik me voor op de terugweg het weekblad The New Yorker te kopen, dat op het omslag weer een lang verhaal aankondigde over Mark Burnett, de man die Trump bij een breed publiek groot maakte. Burnett was de televisieproducent achter ‘The Apprentice’, het spelprogramma voor beginnende ondernemers dat Trump jarenlang presenteerde. Er zijn er die aannemen dat Trump zonder ‘The Apprentice’ nu geen president zou zijn.

Ik dook de koude natte stad in met zijn zwarte vuile duiven en zijn koude windvlagen

Burnett werd een succesvol producent na het kopen van de rechten van het oorspronkelijk Zweedse programma ‘Expeditie Robinson’ (hij zou later ook de Amerikaanse rechten kopen van John de Mols ‘The Voice’). Mijn oog viel op de grote stapel van Ilja Leonard Pfeijffers ‘Grand Hotel Europa’– een bejubelde roman, die menig topfictie-lijst aanvoert.

Ik voelde een lichte jaloezie opkopen. Pfeijffer had met zijn satire op het vernietigende massatoerisme en de uitverkoop van Europese cultuur een scherp en actueel thema in handen. Ik sloeg het boek open bij hoofdstuk twee dat de aankomst van de hoofdpersoon (de auteur zelf) in Venetië beschrijft.

Gespierde literatuur

Ik wist dat Pfeijffer de lezer graag verbluft met zijn kunnen, en ja hoor, hij deed het weer. In de Calle Nuova Sant’ Agnese zou hij zijn vooruitgereisde geliefde aantreffen. “Die hoefde ik alleen maar te vinden om haar te vinden, in een verhuis-T-shirt en joggingbroek, haar lange donkere haar in een praktisch knotje en misschien met een lik verf op haar neus, zoals in televisiereclames voor jonge gelukkige stellen, tussen de dozen in een huis dat altijd zonnig zou zijn en waar het leven zou beginnen. En vanavond zou ze haar baljurk aantrekken om hand in hand met mij avonturen tegemoet te ruisen op pleinen, in stegen en langs zwarte grachten, en ravissant een eclatant verhaal toe te voegen aan de galmende historie die deze stad aan de lippen stond als wassend water.”

Alstublieft.

Gespierde literatuur, die me ergerde vanwege dat ‘ravissant’ en ‘eclatant’, maar dat kon ook mijn jaloezie geweest zijn. Boek teruggelegd.

Ik dook de natte stad in, met zijn vuile zwarte duiven en koude windvlagen, het was er stiller dan anders. In de bibliotheek zag ik de schim van Erdal Balci tussen de boekenrekken, die later weer opdook om een niet onaantrekkelijke vrouw de hand te schudden. Ik vermoedde dat het om een interview ging. Ik las de Frankfurter en kocht in de boekhandel beneden de prachtroman ‘Opperduitsland’ van Alexander Schimmelbusch, de schrijver die ik in Berlijn had gesproken.

Daarna deed ik een plas in het toilet onder de gewelven van de Winkel van Sinkel. De urinoirs daar zijn voorzien van beeldschermen voor reclame. Ik deed mijn behoefte terwijl ik leerde hoe ik zorgeloos kon scheiden.

Deel dit artikel

Ik dook de koude natte stad in met zijn zwarte vuile duiven en zijn koude windvlagen