Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een moraal zonder God?

Home

Emiel Hakkenes

De vraag is niet nieuw, maar daarom niet minder beladen. Bestaat God of zou elk weldenkend mens moeten weten dat er geen opperwezen is? Nederlands bekendste atheïst en zijn hersteld hervormde leerling kruisen de degens.

’Het gaat vanavond over een gevoelig onderwerp dat heftige emoties ka n losmaken’, zegt de voorzitter van de debatavond in de Utrechtse Jacobikerk. Of het publiek zich kalm wil houden, vraagt hij. Dus de sprekers niet in de rede vallen en niet tussentijds joelen of klappen.

Dat gevoelige onderwerp laat zich samenvatten in een vraag: is er een moraal zonder God? Die kwestie speelt een grote rol in het boek ’Er is geen God en Philipse is zijn profeet’ van godsdienstfilosoof Gert van den Brink.

Van den Brink, ook theoloog en kandidaat-predikant in de Hersteld Hervormde Kerk, schreef het boek vooral tégen de opvattingen van zijn leermeester Herman Philipse, filosoof, hoogleraar in Utrecht en uitgesproken atheïst. Wie echt goed nadenkt, vindt Philipse, kan niet anders dan concluderen dat er geen God bestaat. „Het zal u misschien shockeren”, zegt Philipse tegen de zaal, vooral gevuld met studenten, „maar als bron van kennis van de moraal heeft de Bijbel geen enkele waarde.”

Daar moet je bij Van den Brink niet mee aankomen. „Slechts een paar Westerse filosofen denken dat er een niet-religieus gefundeerde moraal mogelijk is.” Bovendien, zegt hij, omdat God het summum bonum, het hoogste goed is, zijn de morele normen die Hij stelt in de Bijbel ook per definitie goed.

Ach ja, de Bijbel, glimlacht Philipse. „Meneer Van den Brink noemt dat in zijn boekje een coherente bron van kennis, die overeenstemt met wat we uit andere bronnen weten. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik dat las. Mensen die 900 jaar worden, is dat coherent met wat we uit andere bronnen weten? En opstaan uit de dood dan?” Het is leuk geprobeerd, meent Philipse, maar de Bijbel bevat veel te veel onwaarschijnlijkheden om er een moraal aan te ontlenen. Laten we liever aannemen dat onze opvattingen over goed en kwaad via de evolutie zijn overgeleverd.

Van den Brink ruikt een kans, want hier spreekt Philipse zichzelf tegen: Wie kritiek heeft op de morele normen uit de Bijbel, gaat ervan uit dat er zoiets bestaat als een objectieve moraal, waaraan die bijbelse voorschriften blijkbaar niet voldoen. Een objectieve moraal is een vaststaand gegeven en kan nooit geleidelijk in de evolutie zijn ontstaan.

Toch denkt Philipse dat hij niet alleen staat. Als die bijbelse moraal zo objectief is, hoeveel mensen in de zaal houden er dan nog aan vast? In Deuteronomium 21 staat dat ouders een onhandelbare zoon buiten de stadspoort moeten brengen om hem te stenigen. „Wie van u is daar voorstander van?”, vraagt Philipse. Niemand in de zaal steekt zijn hand op.

Volgens Van den Brink moet je zo’n gebod zien in de context van de bijbelse tijd en plaats waarin hij werd uitgevaardigd. „Ik pleit er ook niet voor om ál onze normen uit de Bijbel te halen.”

Twee studenten, de een met een bijbeltje op schoot, fronsen hun wenkbrauwen bij die opmerking. Van den Brink: „Ik denk dat er zoiets bestaat als een objectieve moraal, waar iedereen het over eens is. En ik denk dat die moraal van God komt.”

Tijd voor een pauze. Met een bekertje koffie in de hand vertelt een meisje met een parelketting dat ze verrast was door Philipse’s verklaring dat onze moraal evolutionair ontstaan is. Ja, weet ze, wat goed is en wat verkeerd, hoef je niet allemaal te leren, dat zit van nature al in je. Philipse wijst dan naar de evolutie, zij zegt: „Het is ingeschapen.”

Na de pauze komen de vragen aan Philipse en Van den Brink. Een jongen met een laptop citeert uit het bijbelboek Leviticus. Daarin zegt God dat het volk Israël slaven mag houden. Had Van den Brink niet gezegd dat ’slavernij is verkeerd’ nu zo’n objectieve morele norm is die iedereen aanvaardt? „Slavernij komt inderdaad voor in het Oude Testament”, zegt Van den Brink. „Maar er waren verzachtende omstandigheden, bijvoorbeeld dat Joden geen Jood als slaaf mochten houden, die later tot de norm zouden leiden dat slavernij verwerpelijk is.”

„Dat verbaast mij”, reageert Philipse. „Als de wetten van de eeuwige en algoede God door de loop van de geschiedenis zouden veranderen, wat is er dan nog tegen een evolutionaire visie op onze moraal?”

Het slotwoord is aan een hersteld hervormde dominee. Hij heeft ’een heel persoonlijke vraag’ voor Philipse. „U noemt zich atheïst en zegt dat er ’zeer waarschijnlijk’ geen hiernamaals is. Twijfelt u nooit, zelfs niet een beetje?”

Deel dit artikel