Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een monument tegen het vooroordeel

Home

Jeannette van Ditzhuijzen

Het koninkrijk der Nederlanden zou dit jaar een nationaal monument krijgen dat de periode van de slavernij herdenkt. Dat 'mea culpa' moet volgens de Antilliaanse schrijver Frank Arion gepaard gaan met openheid over de handelwijze van de Nederlanders, én een financiële vergoeding. Want waarom zijn alleen de slavendrijvers gecompenseerd?

Het jaar 2000 lijkt wel het jaar van de excuses. Premier Kok, de Japanse keizer en de paus, allemaal betuigden ze spijt over de fouten uit het verleden. Ook de nakomelingen van de slaven krijgen de verontschuldigingen waarop zij al sinds 1 juli 1863 wachten. Nog dit jaar, beloofde minister Van Boxtel van grote steden- en integratiebeleid.

Hoogste tijd, vindt de Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion, bekend van de roman 'Dubbelspel'. Al jaren pleit hij voor een monument ter herinnering aan de gruwelijke slavenhandel waarin Nederland een niet onaanzienlijke rol speelde. Een monument, in welke vorm ook, beschouwt hij als het officiële 'mea culpa' van de Nederlandse staat. Daarnaast -en dat is cruciaal- dient Nederland te werken aan bewustmaking van de bevolking.

,,De staat en de groep burgers die economisch bevoordeeld werd door de slavenhandel hebben de waarheid altijd verdoezeld. Maar het gebeurde wel in naam van álle burgers, dat is het gemene. Omdat de gewone bevolking, die dus niets met de slavernij te maken heeft gehad, de gevolgen ervan nu op zijn bordje krijgt, heeft zij er recht op te weten wat er in haar naam is gebeurd.''

Gezeten op het terras bij zijn woning in Willemstad op Curaçao vertelt de schrijver hoe Nederland de slavernij met opzet uit de geschiedenisboekjes heeft weten te houden. Verhalen over overvolle slavenschepen en gênante slavenmarkten moesten wijken voor Hollands glorie in de gouden zeventiende eeuw. Geheel tegen de zin van Martinus Arion.

,,De Gouden Eeuw was ook van zilver en van brons. Wie Rembrandt, Vermeer, Bredero en Vondel tot het Nederlands erfgoed rekent, moet ook de negatieve kanten accepteren: de slavenhandel en de slavernij.'' Daarbij wil Arion de huidige Nederlanders geenszins schuldig verklaren aan de 'zwarte holocaust', zoals de slavernij in het Afrikamuseum op Curaçao wordt genoemd. ,,Je kunt de bevolking nu eenmaal niet verantwoordelijk stellen voor alles wat de staat doet en heeft gedaan. Net zoals niet alle Duitsers fout zijn. Maar de Nederlanders moeten wel weten wat er is gebeurd, anders begrijpen zij de afstammelingen van de slaven, Antillianen en Surinamers, niet.''

Hij wijst erop dat de zwarte bevolking van Suriname, de Antillen en Aruba nu nog zit met de naweeën van de slavernij. ,,Je kunt niet verwachten dat de voormalige slaven na de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 ineens in een bruisende, ondernemende gemeenschap zijn veranderd. Dat kost wel een paar generaties. De zwarte bevolking is voor een groot deel nog steeds bezig van de complexen af te komen die zij in de slaventijd hebben opgedaan. Het feit dat ze 200 jaar lang de underdog zijn geweest, is een reden voor schaamte.''

Dat de schrijver daar zelf geen last van heeft, komt volgens hem omdat hij door zijn studie en verblijf in Europa geleerd heeft dat je niet minderwaardig bent, ook al ben je ooit overwonnen geweest. ,,Elke groep ter wereld kan overweldigd worden door een andere groep; dat is geen erfelijke kwestie. Het is niet het karakter van de zwarte Afrikaan om zich te laten onderwerpen, zoals vaak wordt beweerd.''

Desondanks worden de zwarten altijd weer met dergelijke vooroordelen geconfronteerd, al erkent Arion dat dit minder wordt. ,,Het beeld verandert nu er steeds meer zwarte sportlieden, wetenschappers, schrijvers en musici komen. We zitten op de drempel en ik denk dat de historische vooroordelen over zo'n 100 jaar niet meer bestaan. Maar het is niet fout om intussen opheffing van de vooroordelen te stimuleren door de burger kennis mee te geven over het slavernijverleden van de zwarte rijksgenoten.''

Een van de zaken die Arion storen is de schadeloosstelling die de slaveneigenaren in 1863 kregen voor het verlies van hun goedkope werkkrachten. ,,Terwijl de slaven zelf nooit enige financiële vergoeding hebben ontvangen!'' Dat hoeft nu ook niet meer, maar een gebaar van de Nederlandse staat zou wel op zijn plaats zijn, meent de schrijver. Een beau geste noemt hij het zelf.

Het lijkt erop dat Arion in alles zijn zin krijgt. Vorig jaar beloofden minister Van Boxtel van grote steden- en integratiebeleid en staatssecretaris van cultuur Van der Ploeg dat er in 2000 een nationaal monument zou komen met daarnaast ruime aandacht voor bewustmaking van de Nederlandse bevolking. Ook in het onderwijs.

Dat is geen luxe, zo ervoer Arion in de jaren zeventig. In die tijd doceerde hij als neerlandicus aan de Universiteit van Amsterdam de literatuur van de Gouden Eeuw. De eeuw waar Nederland zo trots op is, maar waarin datzelfde Nederland schepen vol Afrikanen naar de West transporteerde om ze als slaven te verkopen. Voor zijn studenten was het een vreemde gewaarwording om over die glorieuze Gouden Eeuw onderricht te worden door een zwarte docent. ,,Je zag ze denken: Wat doet die man hier?'', zegt Arion lachend. ,,Ze hadden een 'echte' Nederlander verwacht. Zich niet realiserend dat ik met mijn zwarte huidskleur juist een produkt ben van die Gouden Eeuw.''

,,De Gouden Eeuw is in Nederland een heilig kastje dat, zeg maar, bewaard is voor witte handen. Maar zwarten kwamen altijd al voor. Bij Rembrandt, Rubens -een van de weinige mensen die zo fantastisch zwarte mensen kan schilderen- en in Moortje van Bredero. Maar men gaat er niet serieus op in.''

Een bewijs voor de verdoezeling van de waarheid is volgens Arion te vinden in de Nederlandse literatuur. Hij noemt Nicolaas Beets, lid van de Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij. Verontwaardigd: ,,Die staat in geen enkel boek. Daar praten we niet over want dan moet je het over de slavernij hebben. Pas als je zijn achtergrond kent, valt de Camera Obscura in zijn context. Het is leuk om te zien hoe Beets de mensen op de korrel neemt die rijk zijn geworden van de slavernij.''

Ook in Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken komt slavernij voor. ,,De handel met schepen waarover wordt gesproken was uiteraard slavenhandel'', vervolgt Arion, ,,al wordt deze niet met name genoemd. Er staan ook Creoolse woorden in dat boek.''

Creoolse woorden in Nederlandse kinderliedjes zijn een ander voorbeeld van Neerlands weggedrukte zwarte verleden. Wie mocht denken dat 'Oze wieze woze' of 'Iene miene mutte' Nederlandse onzinversjes zijn, heeft het volgens Arion mis. Hij promoveerde in 1996 op de oorsprong van de taal van de eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Die taal, het Papiaments, is te herleiden tot het Afro-Portugese Creools. En dat is precies de taal waarin 'Oze wieze woze' en 'Iene miene mutte' geschreven zijn.

,,Niemand wil het weten, maar de Nederlandse zeevaarders hadden natuurlijk kinderen bij de vleet in Afrika. En als ze thuiskwamen, zongen ze zonder erbij na te denken voor hun Nederlandse kinderen de mysterieuze liedjes die de Afrikaanse moeders voor hun eigen kinderen zongen.''

Hij vindt het jammer dat dit zo wordt weggestopt. ,,Daarmee ontken je het verleden, terwijl iedereen kan weten dat het gebeurde. Kijk maar naar de verhalen van de Scheepsjongens van Bontekoe waarin zwarte meisjes lonken naar de Nederlandse jongens. Als het schip vertrekt, zijn er ineens twee jongens minder. Die jongens bleven gewoon achter, voor de meisjes.'' Breed lachend: ,,Zo hoort het toch? Het zou gek zijn als het anders was. Maar men wil niet weten dat het gevolgen heeft gehad.''

Als er straks inderdaad een monument komt, zal Nederland impliciet de erfenis van de slavernij moeten accepteren. Arion doelt op de eilanden overzee en de 90000 Antillianen die inmiddels in Nederland hun heil hebben gezocht. Dat houdt ook financiële steun in. Over en weer. Zoals de Antillianen tijdens de Tweede Wereldoorlog enkele miljoenen naar Nederland hebben gestuurd, zo mag Nederland nu een gebaar maken, vindt Arion.

Dat in plaats daarvan Antillianen moeten inburgeren vindt hij vreemd. Niet omdat hij ertegen is wanneer de koninkrijksgenoten meer over elkaar te weten komen. Integendeel, hij juicht alleen maar toe dat Antillianen de Nederlandse taal leren en de Nederlandse cultuur moeten begrijpen. ,,Alleen, vragen we dat dan ook omgekeerd van alle Nederlanders die naar de Antillen en Aruba komen? Dan is de inburgering gauw afgelopen'', zegt hij breed grijnzend. ,,Maar dat gebeurt niet en daarom weet je dat er ongelijkheid is tussen de koninkrijksdelen.''

Deel dit artikel